U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Connie Palmen - De Wetten.
Deze versie komt van http://www.boekverslag.nl/Verslag/De+Wetten/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 979 woorden.

Titelverklaring


In de wetten gaat een studente filosofie op zoek naar de wetten en regels die verduidelijken hoe de wereld in elkaar zit, waarom dingen gebeuren zoals ze gebeuren en waarom zijzelf denkt en handelt zoals zij doet.

Over de auteur


Connie Palmen wordt geboren op 25 november 1955 als Aldegonda Petronella Huberta Maria Palmen te Sint Odilienberg (Limburg). Zij studeert aan de Pedagogische Academie in Roermond. Op 22 jarige leeftijd gaat Palmen naar Amsterdam waar ze Nederlands studeert (cum laude geslaagd in 1986). Later studeert ze hier ook nog filosofie, ze is dan door het existentialisme van J.P. Sartre en een tijdje later door Foucault gefascineerd. Haar afstudeerscriptie wordt in 1992 gepubliceerd onder de titel:'Het weerzinwekkende leven van de oude filosoof Socrates'. Haar debuutroman De wetten krijgt veel aandacht, goede kritieken en heeft een hoge oplage. Ze krijgt voor deze roman het Gouden Ezelsoor. In 1995 verschijnt haar tweede roman De vriendschap. Dit is kort na het overlijden van haar levenspartner Ischa Meijer. Onlangs is een boek van haar over hem verschenen. Voor het boek De vriendschap ontvangt zij de AKO-literatuurprijs en de Publieksprijs voor het Nederlandse boek.

Literaire stroming


Moderne Nederlandse literatuur.

Genre


Psychologische / ontwikkelingsroman

Samenvatting


Het verhaal gaat over de studente Maria, die in zeven jaar tijd met zeven verschillende mannen omgaat om bij hen over het leven te leren. Ze hoopt bij hen de antwoorden op haar vragen te vinden. Ze heeft altijd gedacht dat de wetten en regels van het leven door mannen bedacht zijn. Ze wil hier nu meer over weten. Ze komt tot de conclusie dat deze mannen wel veel van de wereld weten, maar weinig over zichzelf. Met deze kennis van de wereld proberen ook zij alleen maar het hoofd boven water te houden. Dit realiseren zij zich niet.



Als eerste ontmoet zij in 1980 de astroloog Miel van Eysden. Hij vertelt haar dat alles over het leven al in de sterren geschreven staat: alles is al van tevoren bepaald. Hij analyseert haar karakter en deelt haar mede dat twee belangrijke dingen in haar leven bepalend voor haar zijn: haar niet te stuiten kennisdrift (hartstocht van de geest) en het schrijverschap.De twee elementen spelen in de hele roman een grote rol.



De volgende op haar pad is de epilepticus, Daniel Daalmeyer. Ze ontmoeten elkaar bij een samenwerkingsproject van literatuurwetenschappers en filosofen in 1981. Ze houden zich bezig met verschillende soorten teksten. Maria denkt vooral na over de vraag in hoeverre een ziekte bepalend kan zijn voor je verder leven.



In de winter van 1982 maakt ze kennis met de filosoof Guido de Weterlinck. Deze is helemaal gek op Hegel , een oud filosoof . Deze Guido is niet met de tijd meegegaan. Hij heeft dan ook niets op met de moderne filosofen. En dat terwijl Maria op dat moment helemaal idolaat van Foucault is. Ze wil net zo leren schrijven als hij. Ze leert van hem dat taal en wetenschap een grote invloed op het doen en laten van iemand heeft. Guido en Maria hebben een tegengestelde visie met betrekking tot filosofie: hij is erin geïnteresseerd hoe je moet sterven terwijl Maria juist wil weten hoe je leert te leven



Ze arriveert in 1983 bij de priester, Clemens Brandt genaamd. Hij is een ex-geestelijke en een uitmuntend filosoof. Hij ziet er erg lelijk uit. Clemens wordt verliefd op Maria. Ze worden niet intiem met elkaar. Ze filosoferen samen over de vraag wat een gewone en wat een literaire tekst is. Clemens laat haar kennismaken met de filosoof Derrida.



Na het overlijden van Miel van Eysden leert ze op zijn begrafenis de fysicus Hugo Morland kennen. Voor het eerst in haar leven speelt lichamelijke liefde een rol. Ze zijn 3 dagen in elkaar verloren. Daarna gaat hij weer terug naar zijn gezin in Parijs. Ze leert van hem de betrekkelijkheid van de natuurwetten in te zien. Ze is zeer van zijn levenshouding gecharmeerd. Hij kan namelijk geen autoriteit verdragen. Hij probeert dan ook bestaande natuurwetten omver te werpen.



Als laatste ontmoet ze De kunstenaar Lucas Anbeek, in 1985. Ze beschouwt hem als haar grote liefde en blijft het langst bij hem. Lucas is in zijn werk vastgelopen hij durft niets meer te produceren. Hij is bang voor het oordeel van andere mensen over zijn werk. Daarom maakt hij alleen kunstwerken voor zichzelf. Dit vindt Maria onzin: kunst is niet alleen voor jezelf, maar moet je delen. Hun relatie gaat uiteindelijk voorbij.



Nu kan Maria gaan schrijven. Hierbij komt de zevende man in beeld: de psychiater. Maria schrijft hem in 1986 vier keer een brief. Ze beschrijft hierin haar zoektocht naar de wetten. Volgens haar kan ze alleen door te schrijven tot een zinvol bestaan komen. Ze komt tot de conclusie dat ze uiteindelijk nog steeds niet weet in wiens wetten ze kan geloven.











Tijd en tijdvolgorde


De roman beslaat zeven jaar en is chronologisch opgebouwd.

Plaats/ruimte


De wetten speelt zich af in Amsterdam.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling


Maria Deniet, studente filosofie



Maria is niet erg zelfbewust en op zoek naar de wetten van het leven. Ze denkt dat deze door mannen gemaakt zijn en dat alleen zij deze wetten kennen. Ze stelt zich open op. Ze probeert een antwoord op haar vragen te vinden door in 7 jaar met zeven verschillende mannen om te gaan. Zij is een rond karakter.



De zeven mannen zijn meer types dan uitgewerkte  personages. Ze hebben allemaal wat met elkaar te maken. Als laatste komt Maria bij de psychiater terecht, die haar het advies geeft om alles op te schrijven.


Geloofwaardigheid van het verhaal


...

Thematiek


Het thema is de zoektocht naar de hogere 'ik', het bovenmenselijke. Maria probeert inzicht in het leven te krijgen en haar levensideaal te verwezenlijken.


Taalgebruik


Het is geen gemakkelijk geschreven boek. Het is handig om over enige filosofische voorkennis te beschikken. Hierdoor is de roman wat gemakkelijker te begrijpen..


Vertelsituatie


Er is spraak van een ik-vertelsituatie. Het verhaal wordt verteld door Maria Deniet zelf.

Perspectief


Ik-perspectief.

Verhaalopbouw


De roman bestaat uit zeven hoofdstukken. Elk hoofdstuk heeft betrekking op de persoon met wie ze in contact komt.

Eigen mening


...








Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen