U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Louis Couperus - Extaze.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1111 en is laatst upgedate op 29/11/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3548 woorden.

Auteur

Louis Couperus



Titel

Extase: een boek van geluk



Eerste jaar van uitgave

1892



Mijn druk

de achtste druk



Uitgever

L.J. Veen Wageningen



Uitgavejaar van mijn editie

1974



Gegevens over de schrijver

Louis Marie Anne Couperus is geboren op 10 juni 1863 in Den Haag. Hij is gedeeltelijk opgegroeid in Nederlands- Indie van 1872 tot 1877. Hij heeft MO- Nederlands gestudeerd. Van 1893 tot 1914 verbleef hij grotendeels in het buitenland. Hij is zijn carriëre begonnen als journalist bij Het Vaderland en de Haagsche Post. Hij is voor korte tijd redacteur van De Gids geweest en hij was mede- oprichter van het literaire tijdschrift Groot Nederland in 1903.

Hij heeft talrijke reizen gemaakt naar onder andere Japan. Couperus wordt gerekend tot de tachtigers, hoewel hij buiten de groep van Kloos en De nieuwe Gids stond. Evenals van Deysel is Couperus een dandy.



Andere werken van deze schrijver

Eline Vere (1889)

Noodlot (1890)

Psyche (1898)

Fidessa (1899)

Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan (1906)



Korte inhoud

Cecile van Even, een dertigjarige weduwe en moeder van de twee kinderen Dolf en Christie, wordt door haar zwager Dolf van Attema op een bezoek uitgenodigd, daar zij zich na de dood van haar man heel weinig buitenshuis vertoont. Ze belooft te komen. Bij het bezoek aan haar zuster Amelie de volgende avond ontmoet ze Dolfs oud- tante mevrouw Hoze en een vriend van Dolf, Taco Quaerts. Cecile vindt hem bij deze eerste ontmoeting niet sympathiek: “Zijn figuur had iets zeer krachtigs, iets energiek flinks, iets van het gewone leven, dat Cecile antipathiek was.” Quaerts tracht met Cecile een gesprek te beginnen, maar het verloopt enigszins stroef, doordat Cecile zeer op afstand blijft. De volgende dagen denkt ze een enkele maal aan Quaerts.

Ze voelt zich opeens treurig en eenzaam: straks als haar jongens zijn opgegroeid, zal ze alleen achterblijven. Het visitekaartje: T.H. Quaerts ligt op het lage tafeltje; er was in die naam iets slechts, iets wreeds”, peinst ze.

Op een zaterdagmiddag, terwijl Cecile op de van Attema’s zit te wachten, verschijnt onverwachts en onuitgenodigd Taco Quaerts. Cecile ontvangt hem beleefd, maar niet hartelijk. Dan komen de van Attema’s en er ontstaat een algemeen gesprek; even later neemt Taco afscheid.

Cecile denkt na over het leven dat haar zo vreemd voorkomt. Onder de uiterlijkheid voelt ze een dieper leven, alles schijnt zich te vertonen met een masker, daaronder ligt de waarheid. Weer ziet ze Quaerts in haar gedachten.

Tijdens een feest van Mevrouw Hoze ontmoet ze hem; gedurende het diner zit hij aan haar rechterzijde. Het gesprek tussen Cecile en Taco verloopt nu geanimeerd, de cirkels van sympathie glijden over elkaar heen. Het gesprek loopt af als de naam van de jonge mevrouw Hijdrecht valt: het is de naam van haar, die zijn maîtresse wordt genoemd. Als Cecile weer thuis is, weet ze heel duidelijk dat ze van Taco houdt. Over het mysterie der liefde verbaast zij zich voortdurend: “ het is een zielenfenomeen, een Schepping van Gevoel, waarvan de god, die geschapen had, evenmin ooit zal zijn te vinden in de intieme essence zijner waarheid, als de God te vinden was, die de wereld had geschapen uit de chaos.”

Haar extase heeft een aanvang genomen. Taco Quaerts brengt haar verschillende bezoeken: “Quaerts…die naam had een andere klank dan vroeger….Voor het eerst ziet ze dat hij mooi is: een jonge god, breed, slank en gespierd.

In Taco heersten twee machten: een goede, goddelijke macht en de kwade, beestachtige. Als Taco bij Cecile is, overheerst duidelijk de goddelijke macht. Samen beleven zij in elkaars nabijheid een gelukssfeer, die vooral voor Taco zeer intens is., Echter, hij stelt Cecile te hoog, te verheven: daarover voelt zij zich gelukkig, maar ook zeer treurig. Het is een Noodlottig gebeuren. Cecile wil geen vrouw van illusie zijn, maar een vrouw van liefde in alle nederigheid. Ze wil niet de Madonna zijn, die hij in haar ziet. Quaerts bezoekt haar soms lange tijd niet; het beest in hem leeft zich uit in jachtpartijen en drinkfeesten. Hij leeft in deze perioden mateloos onbeheerst, “tact tot zelfleiding ontbrak hem geheel en al, hij leefde zoals hij voelde: geheel in uitersten; er was geen halfheid in hem.”

In Cecile vindt hij kuisheid en spiritualiteit: een zielsgeluk; in Emilie Hijdrecht het zinnelijk genot en passie: een hartstochtelijk leed. Tussen deze twee werelden slingert Taco Quaerts heen en weer; hij verweert zich niet tegen het Noodlot dat in hem leeft.

Bij Cecile doorvoelt Taco de zielsverrukking van een nieuwe liefde, die platonisch geaard is.

Cecile strijdt met haar vrouwelijke gevoelens voor Taco, zij aanvaardt geen platonische liefde, maar zijn zinnelijke liefde vragen, weigert ze nog.

Taco vreest het geluk dat Cecile hem geeft, men mag niet zo vaak gelukkig zijn volgens Taco. De momenten van het geluk ervaart hij echter als volkomen harmonie:

Tijdens een avondwandeling voelen ze zich opstijgen van de aarde, aan het mens zijn. In deze mystieke sfeer biecht Cecile haar “aardse” vrouwelijke gevoelens op: samen zijn zij gelukkig. In Taco is echter het besef gerijpt dat Cecile geen madonna is, maar een vrouw die liefheeft, die in hem het beest kan wakker roepen; een stille weemoed overvalt hem. Lange tijd komt Taco niet, Cecile ervaart haar eenzaamheid. Dan ontvangt ze zijn brief: Taco vraagt haar elkaar niet meer te ontmoeten. Hij is bang “het heilig geluk, de extase” te vernielen. Cecile is bedroefd, maar dit moest zich Noodlottig voltrekken.

De laatste ontmoeting geeft de strijd tussen ziel en beest: “Hij stond op, nam haar in zijn armen, bijna woest. Zij wrong zich los, weerde hem af en sprak: “En nu…..ga.” Zij overwint zichzelf voor de derde maal: het geluk blijft voortbestaan, ondanks hun gescheidenheid. Zij is God dankbaar voor het hoogste van zijn leven, dat hij door haar kent: het geluk!”



Vertelperspectief

Het boek heeft een personale vertelwijze. Hierdoor worden de gebeurtenissen vrij objectief weergegeven. Je komt niet alle gevoelens en gedachtes van de personages te weten.



De tijd en de ruimte

De gebeurtenissen spelen zich af in Scheveningen aan het eind van de negentiende eeuw.

In het boek komen geen flash- backs of flash- forwards voor. De gebeurtenissen in het boek spelen zich in chronologische volgorde af. Dit zorgt ervoor dat de gebeurtenissen makkelijk te volgen zijn voor de lezer.



De verhaalfiguren of personages

Cecile van Even heeft een rond karakter. De lezer leert tijdens het boek haar gevoelens en belevenissen kennen. Ze is een vrouw die erg op zichzelf is, ze heeft eerst ook totaal geen behoefte om bij haar broer op bezoek te gaan. Ze heeft eerst antipathie voor Taco, langzamerhand komt ze erachter dat ze van hem houdt. De belangrijkste gebeurtenis in het boek die betrekking heeft op Cecile is het moment dat ze Taco haar gevoelens opbiecht, hierdoor beseft Taco dat Cecile geen madonna is en dreigen zijn dierlijke driften tot uiting te komen.

Taco Quaerts is ook een rond karakter, maar de lezer leert alleen de goddelijke macht kennen waarmee hij Cecile liefheeft. De dierlijke macht leeft zich uit tijdens jachtpartijen en drinkfeesten. Cecile moeten achterlaten, omdat hij beseft dat zij een vrouw is die hem liefheeft en geen godin is, is voor hem heel moeilijk, maar hij beseft dat hij alleen zo het magische geluk, de extase intact kan houden.



De thematiek

Het thema van het boek is de liefde tussen twee mensen die van karakter compleet van elkaar verschillen.



De titel en het motto

Extase: een boek van geluk. Het boek gaat over een man en een vrouw die als ze bij elkaar zijn een vorm van extase beleven en de momenten die ze samen hebben heel gelukkig zijn.

De ondertitel, een boek van geluk, is zo gekozen omdat Cecile een periode van geluk beleeft, nadat zij Quaerts heeft ontmoet.

Het motto van dit boek is :”Aan het geluk en het leed tezamen”.(L.C. Hilversum, Jan. ’92)

Dit motto is gekozen, omdat het boek niet alleen over het geluk gaat maar ook over leed. Cecile leeft heel in haar zelf gekeerd voordat ze Quaerts ontmoet, dat zou door een ander als leed kunnen worden gezien. Vanaf het moment dat er zich een goede band tussen Cecile en Quaerts ontwikkelt, is er een periode van geluk. Als Quaerts Cecile verteld dat hij vertrekt, breekt er opnieuw een periode van ‘leed’ aan.



De plaats in de literatuurgeschiedenis en de kritiek

Extase is een boek dat geschreven is door Louis Couperus; van hem is bekend dat hij naturalistische romans schreef.

Dit boek is dus ook een naturalistische roman. Het naturalisme is een stroming die op het realisme volgt. In het naturalisme gaat men ervan uit dat het leven, de mens, wordt bepaalt door aanleg (erfelijkheid), omgeving (milieu) en de tijd waarin men leeft. Voor de vrije wil van de mens is dus geen plaats.

De belangrijkste kenmerken van het naturalisme zijn:

-Men streeft naar een objectieve weergave van de werkelijkheid, o.a. de omgeving wordt heel precies beschreven (moment/milieu);

In extase is alles heel precies weergegeven, veel beschrijvingen van de omgeving en de ruimtes waarin de personen zich bevinden. Er worden geen meningen toegevoegd. Dit komt mede door de personale vertelsituatie.

-Het tijdsverloop is continu en chronologisch;

Alle gebeurtenissen volgen elkaar in het boek zo als het ook gebeurd is op. Ook is het continu verteld, er bevinden zich geen flash- backs in het boek.

-De gespreken zijn levensecht;

Als Taco en Cecile met elkaar praten wordt dat woord voor woord opgeschreven, de gesprekken zijn levensecht. Als het boek nagespeeld zou worden, dan kunnen de dialogen zo overgenomen worden.

-Pessimisme, somberheid, Noodlot, sociale ellende;

Het Noodlot is in extase een belangrijk motief, Ook ellende komt voor, Cecile had Taco gevonden maar raakte hem weer kwijt door de dierlijke macht in hem.

-Door erfelijke aanleg is de hoofdpersoon een triest figuur, een mislukkeling, een underdog, meestal voortkomend uit de lagere sociale klassen;

Cecile gaat niet graag op visite maar doordat ze deel uit maakt van de gegoede burgerij, haar man was minister, is ze dat verplicht. Dit is de enige manier waarop dit kenmerk van het naturalisme tot uiting komt in de roman.

-Veel aandacht voor het seksuele leven van de personages;

Cecile wil graag haar platonische liefde met Taco omzetten in zinnelijke liefde. Taco beleeft zinnelijke liefde met mevrouw Hijdrecht. Cecile neemt met haar platonische liefde alleen geen genoegen, als zij dit aan Taco opbiecht komt Taco tot het besef dat Cecile geen godin is.



De kritiek van de recensenten

Recensent: Gerard van Herpen

Publicatiedatum: 25- 09- 1992

Bron: De Stem

Recensietitel: Couperus verborg zich niet



Op het begin laat de recensent niet echt merken wat hij nou van het boek vindt. Een belangrijk onderdeel in deze recensie is de homoseksualiteit van Louis Couperus.

“Met deze kleine roman heeft Couperus willen bewijzen wie en wat hij was. Hij was op de eerste plaats een kunstenaar, zelfs Lodewijk van Deijssel kon niet om hem heen, maar in zijn kunst en met name in ‘Extase’ wilde hij verwoorden wie hij zelf was. “Hij verbergt zich niet”, constateerde de kronikeur van de jongere schrijversgeneratie van de tachtig. Couperus voltooide ‘Extase’ in oktober 1891 in het buitenshuis ‘Minta’ te Hilversum, nadat hij met zijn bruid Elisabeth Baud van een korte huwelijksreis door Vlaanderen in Nederland was teruggekeerd.”

In dit stuk van de recensie wordt duidelijk dat Louis Couperus een schrijver was die tot de tachtigers behoorde.

“Nee, de homoseksueel Couperus verborg zich niet in zijn boeken, ‘Extase’ was zodoende behalve een sublieme ontleding van menselijke gevoelens en gedragingen, ook een soort bekentenis en verklaring. “Opnieuw mogen wij vaststellen”, schrijft Bastet, “dat Elisabeth Baud precies geweten heeft wat er aan de hand was”. Daar komt nog bij dat vele tijdgenoten in die Taco Quaerts veel gelijkenis ontdekten met de homoseksuele officier Johan Ram, met wie de jonge Couperus dik bevriend is geweest.

Met ‘Extase’ heeft Louis Couperus zichzelf bloot gegeven als homoseksueel kunstenaar. “Het boek is te beschouwen als een daad van dandyisme”, vond Van Deijssel. Dandy of niet, Couperus had tenminste de moed om in zijn romans laten doorschemeren door welke gevoelens over de liefde hij werd bezield.

Dat Couperus lange tijd met het thema van dit boek heeft geworsteld, zou kunnen blijken uit het feit dat de voorbereiding van ‘Extase’ veel meer tijd heeft gevergd dan die voor een zoveel grotere roman als ‘Eline Vere’.

Gerard Reve heeft in zijn boekje ‘Het geheim van Louis Couperus’ geconcludeerd dat niemand iets weet over het liefdeleven van Couperus. “Zijn huwelijk met Elisabeth Baud was hem heilig, maar dat nam net weg dat in zijn werk vol was van zijn homoseksuele geaardheid”. Wie zijn tegennatuurlijk geaardheid niet uit zijn literaire werk heeft geproefd, zegt Gerard Reve, moet wel kak in zijn ogen hebben gehad.

Met de toevoegingen van zijn eigen gevoelens over ‘de illusie van een zuivere liefde’ en met de psychologisch zo gevoelig beschreven karakter- en sfeertekeningen, maakte Couperus van ‘Extase’ een klein meesterwerk dat zijn groot kunstenaarschap zichtbaar maakte.

Deze recensent is dus zeer tevreden over het werk van Louis Couperus. Hij noemt het zelfs “een klein meesterwerk dat zijn groot kunstenaarschap zichtbaar maakte”



Recensent: C.H. den Hertog

Publicatiedatum: 10- 07- 1892

Bron: Amsterdamsch Weekblad

Recensietitel: Een boek van geluk



Deze recensent maakt zijn mening over het boek al meteen heel duidelijk.

“Eerst het bericht dat ‘Extase’ ter verse verschenen was. Toen de advertentie dat het was verschenen. En nu moet er een bespreking volgen. Welnu, ofschoon ik het liever aan een ander overgelaten had, ontleen ik evenwel aan mijn belangstelling in het werk van den heer Couperus de vrijheid, om het een en ander over Extase te zeggen. Zelfs de meest onbegrepen artiest, die zich totaal geïsoleerd heeft, beoogt met zijn kunst toch geen ander deel, dan welbehagen te veroorzaken, zij het in zijn trots dan alleen bij zich zelf. Tenslotte wordt men het daarover toch altijd weer eens.” Deze resencent heeft het eerst een lange tijd over de inhoud van het boek. Op een gegeven moment geeft hij een duidelijke mening. Hij begint over het moment dat Cecile Taco Quaerts ontmoet op het feest van haar zwager Dolf.

“ Hier begint onze onwil en ons verzet, van den beginne af tegen Quaerts, langzamerhand ook tegen Cecile en wanneer we dien tegenzin gaan analyseren, tenslotte ook tegen den auteur, die ons sympathieën wil opdwingen, die we weigeren. Het conflict ontstaat hoofdzakelijk door de appreciaties, die de heer Couperus hier en daar invoegt, gelijk ook zijn titel en bijtitel appreciaties zijn, die tegenspraak uitlokken. In dit boek is niet de kunstenaar, maar de moralist aan het woord, en tegen dezen komen wij in opstand, als hij zelfbedwang, baas blijven over zichzelf, halfheid en schipperen noemt. Indien hier sprake is van halfheid, dan komt zijn slechts voor rekening van den auteur, die de moreele impotentio van zijn held doorziet, en hem ons toch wil opdringen als een superieur wezen, voor wien een geluk en een extase weggelegd zijn, onbereikbaar voor gewone stervelingen. Onaannemelijk blijft dan ook het zelfbedrog, waarvan Cecile tegenover Quaerts het slachtoffer wordt. De heer Couperus is in zijn volle kracht, als hij haar teekent, optornend tegen de macht, die haar komt overweldigen, afkeerig van die heel gezonde en sterke menschen, die er zoo stevig uitzien, alsof ze dwars door het leven heen wandelen en alles opruimen, wat hun hinderet. E toch ten slotte bezwijkend in een nederlaag van ongekende zaligheid.”

Hij vindt het boek dus een en al overdrijving. De liefde (de extase) is niet echt en het is geen boek van geluk volgens deze recensent. Dat laat hij nog eens duidelijk merken in het volgende stukje.

“ En deze extase is geen extase. Waarom toch koos de auteur dien ongelukkigen titel, waarom karakteriseerde hij zijn boek, als een boek van geluk? Waarom noemde hij het niet liever een moderne tragedie, de tragedie van den polygaam, die geen monogaam meer kan zijn, omdat hij, aan genot met een lelijken nasmaak gewoon, aan geen levensweelde zonder ontnuchtering meer durft gelooven. Dan had de auteur ons de weldaad niet onthouden van als een hoog kunstenaar over en door zijn werk den glimlach van goddelijke deernis te doen heenschijnen, passende bij het ijdele en roekeloze zelfgekwel van menschen, die vergeten dat een eerste voorwaarde van duurzaam geluk zelfbedwang is en een tweede het onthouden van deze grootste waarheid, dat indien idealisatie en spiritualisatie de realiteit tot schoonheid opvoeren de algeheel losmaking van beide van de realiteit niets anders oplevert dan wat men opmerkzaam “wind” en een “kaal plezier” pleegt te noemen, en in die platte termen dan ook trouwens den eeningen naam krijgt dien het waard is. Dan waren we ook niet tegen den heer Couperus in verzet gekomen en zouden we hem dankbaar zijn geweest voor gezonde impressies als die we nu verkrijgen, wanner we na al deze ziekelijkheid even tot den reverend pere Z. uit Monsieur Madame et Bebe de toevlucht nemen.



De meningen van deze recensenten liggen nogal uiteen. De eerste recensent is positief over het boek. Hij vindt de homoseksualiteit van Louis Couperus wel een heel belangrijk element in dit boek. Hij bewonderd ook de stijl van Couperus.

De tweede vindt het de titel niet waard. Hij vindt het geen boek van geluk en de gebeurtenissen erin vindt hij al zeker geen extase. Ik denk ook dat hij toch al niet gecharmeerd was door de stijl van Couperus. Deze recensent vindt het een onrealistisch boek.



Mijn eigen mening

Mijn mening over dit boek is ongeveer gelijk aan de mening van de recensent C.H. den Hertog. Hij vond het boek veel te overdreven en daarmee ben ik het volkomen eens. Toen ik de omslag van het boek las, zag ik dat het over een onmogelijke liefde ging. Meestal spreekt dat soort verhalen mij wel aan. Toen ik halverwege het boek was beviel het me nog steeds niet, maar ik heb het toch maar uitgelezen.

Het thema is dus heel duidelijk uitgewerkt, maar jammer genoeg niet op een interessante, boeiende manier. Het verhaal blijft me niet boeien omdat het zo overdreven is. Het is gewoon te diepgaand behandeld. Quarts ziet Cecile als een madonna. Ik kan me niet voorstellen dat het dan alleen bij een platonische liefde blijft.

Het fijne aan dit boek is wel dat het is geschreven zonder tijdspelingen (flash- backs enz.). Dat leest wel fijner omdat je dan je aandacht niet zo bij het boek hoeft te houden. Meestal vind ik het niet erg om mijn aandacht bij een boek te houden (bijvoorbeeld bij leukere boeken zoals Erik of het klein insektenboek), maar als het boek mij niet interesseert dan heb ik geen behoefte om er zo mee bezig te zijn. En dat is bij dit boek dus het geval.

De gebeurtenissen op zich zijn ook niet spectaculair. Het zijn gewoon twee mensen die elkaar ontmoeten op een feest. Op het begin heeft Cecile een hekel aan Quaerts. Maar hij komt op een gegeven moment bij hem langs en vanaf dat moment ontstaat er een liefde (“extase”) tussen Cecile en Taco Quaerts. De gebeurtenissen volgen dus wel logisch op elkaar. Maar ja, misschien is dat wel geen voordeel. Misschien als ik er meer bij na had moeten denken, had ik het misschien wel een leuker boek gevonden. Ik heb nu namelijk niet echt nagedacht bij wat ik aan het lezen was. Omdat het zo simpel was. Ik zag de gebeurtenissen ook niet voor me. Ik kon me wel een vage voorstelling maken van hoe de hoofdpersonen er uit zouden zien. Cecile als een mooie jonge vrouw, waarschijnlijk met lange blonde haren; en Taco Quaerts als een donkere brede man. Dat was een van de dingen waarover ik heb nagedacht (ook al was dit maar heel even). Ook heb ik nagedacht over de liefde tussen Quaerts en Cecile. Dat deze absoluut niet realistisch is. Op zich zijn de personages zelf wel realistisch. Ze leiden geen abnormale levens. Cecile is een alleenstaand moeder en weduwe. En Quaerts is een man met een vriendin die een andere vrouw heeft ontmoet op een feest. Op zich zijn de personages en de gebeurtenissen niet abnormaal. Maar, zoals recensent C.H. den Hertog al zei, heeft de schrijver het allemaal te erg overdreven.

Het taalgebruik is ook niet echt moeilijk, maar omdat het in “oud- nederlands is geschreven is het wel even wennen. Als je er eenmaal aan gewend bent is het helemaal niet vervelend meer. Je moet er gewoon even in komen. Dat is ook zo met het verhaal. Het verhaal komt niet meteen op gang. Op zich is dat wel logisch, want Cecile moet Taco natuurlijk eerst leren kennen wil ze er verliefd op worden. Er zijn ook geen overbodige gebeurtenissen in het boek, hier bedoel ik dus mee dat er geen gebeurtenissen zijn die helemaal geen effect hebben op het verloop van het boek. Misschien is dat ook wel zo omdat er maar een verhaallijn is. Je volgt constant Cecile, Taco of hen allebei.



Mijn mening is dus voor een deel te vergelijken met de mening van recensent C.H. den Hertog. Hij was negatief over het boek. Maar in zijn recensie stond eigenlijk alleen maar kritiek op de titel. Hij heeft het eigenlijk niet over iets anders gehad, dus ik kan mijn recensie maar gedeeltelijk vergelijken met die van hem. Ik vond het verhaal op zich heel saai, maar het was wel een gemakkelijk boek om te lezen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen