U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - Eerst Grijs Dan Wit Dan Blauw.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21341/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3599 woorden.

Eerst grijs dan wit dan blauw



1. Korte inhoud



Het boek bestaat uit vier delen die elk vanuit een ander standpunt verteld worden. Het laatste deel wordt vanuit twee verschillende standpunten verteld.



Die ochtend staat Erik gewoontegetrouw om half zeven op om naar zijn werk te gaan. Zijn vrouw Nellie slaapt nog. Wanneer hij langs het huis van Robert en Magda komt, wordt zijn aandacht getrokken door hun hond. Binnen vindt hij het lijk van Magda. Robert zit verdwaasd in een hoek van de kamer, met een briefopener in zijn hand.

Eriks gedachten gaan terug naar 1964, toen zijn zoon geboren werd en toen zijn jeugdvriend Robert zijn vrouw kwam voorstellen. Robert was als kunstschilder een jaar in Amerika geweest en had Magda in Canada ontmoet. Ze gingen in een boerderij in de Cevennen wonen, waar Erik en Nellie hen twee keer bezochten. Erik denkt ook terug aan die ene keer dat hij zijn vrouw bedrogen had met Magda.

Erik besluit de politie te waarschuwen. De politie neemt Robert en Erik mee voor verder verhoor. Erik mag daarna weer gaan werken.



Op een dag merkt Robert dat Magda en de honden verdwenen zijn. Ze heeft geen briefje achtergelaten. Niemand weet waar ze is. De honden heeft ze naar Erik en Nellie gebracht. Robert gaat gewoon door met zijn leven.

Hij denkt terug aan Agnes, de vrouw met wie hij een geheime relatie had. Hij vraagt zich af of Magda daar achter is gekomen en daarom is vertrokken. Hij denkt terug aan de jaren in Frankrijk. Daar merkte hij dat zijn creatieve inspiratie hem in de steek liet. Hij klampte zich steeds meer vast aan Magda en het stoorde hem als zij haar eigen gang ging. Drie keer kreeg ze een miskraam, waarna ze zich neerlegden bij hun kinderloosheid. Magda sloot zich daarna steeds meer voor hem af.Dat ergerde hem. In het voorjaar van 1981 was Magda's moeder aan kanker gestorven. Magda had nog afscheid van haar willen nemen, maar was te laat gekomen. Hoewel zij Robert hiervan uitgebreid verslag deed, dacht hij dat ze het belangrijkste had verzwegen.

Magda blijft onvindbaar. Zelfs een televisieoproep levert niets op. Alleen Gaby, de zoon van Erik en Nellie, ontvangt post van haar.



Impulsief besluit Magda te vertrekken, ze weet niet waarheen. Ze brengt de honden bij Nellie, tegen wie ze zegt dat ze voor onbepaalde tijd op familiebezoek gaat. Ze neemt afscheid van haar schoonmoeder en haarschoonzus. Via Parijs reist ze naar een dorpje in de Cevennen, waar ze jarenlang met Robert gewoond heeft. Ze gaat er als serveerster werken en heeft enkele korte liefdesaffaires. Daarna vliegt ze naar Canada en bereikt Gaspé, het stadje van haar jeugd. Steeds indringender komen flarden van herinnering bij haar boven. Met behulp van een telefoonboek probeert ze de vrienden van vroeger terug te vinden. Op een verjaardagsfeestje van haar oude vriend Terence ontmoet ze de astronoom Michel Toussaint. Hij helpt haar bij het opsturen van sterrenkundige geschriften naar Gaby. Ze slaat een huwelijksaanzoek van Michel af, omdat ze terug wil naar Europa. Vervolgens reist ze naar Berlijn en vandaar naar het dorp in Moravië waar ze geboren is. Hoewel ze nog maar een kind was toen ze hier wegging, herkent ze alles. Ze is te gast bij een leeftijdgenote die haar onmiddellijk herkent. Enkele weken later besluit ze terug te gaan naar Nederland.

Een week na de moord op Magda maken Nellie, Erik en Gaby zich op voor haar begrafenis. Nellie vraagt zich af wat er in haar zoon omgaat. Hij was altijd gehecht aan Magda, die hem stimuleerde en van wie hij tijdschriften en boeken kreeg over zijn grote hobby: astronomie. Ze denkt terug aan haar zwangerschap en het opgroeien van Gaby. Al vroeg bleek dat hij autistisch was, zwakzinnig en intelligent tegelijk. Hij leeft in een andere wereld, op een andere planeet, waar andere wetten gelden dan de onze.

Het slot van het boek is vanuit de beleving van Gaby geschreven. Hij kan moeilijk relaties aangaan omdat hij autistisch is. Hij beseft wel dat Magda dood is.





2. Recensies



recensie 1:



THEMATIEK



Omdat Robert en Magda de werkelijke hoofdfiguren zijn, moet het thema iets met hen te maken hebben. Robert raakt steeds meer gefrustreerd, omdat hij Magda nooit werkelijk kan leren kennen. Op den duur drijft zijn ergernis daarover een wig in hun relatie en groeien zij steeds meer uit elkaar. Robert moet ten slotte erkennen dat Magda (en haar reis naar het verleden) een raadsel voor hem zal blijven: Magda kan en wil niet ingelijfd worden. Haar zwijgzaamheid maakt hem steeds wanhopiger. Vooral over essentiële zaken zwijgt ze als het graf. Ze weet dat je datgene wat je voelt en ziet, in diepste wezen niet kan verwoorden. 'Niet praten maar kijken,' is haar devies. Die houding heeft ze gemeen met Gaby: wie zwijgt kan niet liegen.

Het onvermogen tot werkelijk contact is het voornaamste thema van de roman. Dit onvermogen kenmerkt ook de relatie van Erik en Nellie en wordt nog extra aangezet in het autisme van Gaby. De hoofdfiguren denken elkaar zo goed te kennen (de twee mannen zijn jeugdvrienden!) dat alles gezegd kan worden. Dit blijkt schijn: elk is een gevangene in zijn eigen bewustzijn. Plotseling blijkt de goede bekende, de vriend of geliefde iemand te zijn met een eigen particuliere geschiedenis, waar de ander zich maar al te graag een voorstelling van wil maken, maar waar niet echt is bij te komen.





MOTIEVEN



Een aantal verhaalgegevens speelt een belangrijke rol: ze vormen motieven in de roman. We noemen er enkele.



- OOG VOOR DETAILS



Magda laat haar leven door details leiden. Zo weet ze bijvoorbeeld Gaby's sympathie te winnen door bij toeval de namen van de Grote en de Kleine Beer te noemen (p. 54). Ze weet niet dat hij als baby 'vergroeid' was met twee speelgoedbeertjes (p. 259).









- LUCHT



In de roman wordt vaak gesproken van frisse of heldere lucht en van luchtstromen. De ochtend na de moord bijvoorbeeld is de hitte verdwenen en de lucht opgeklaard.



- LICHT EN KLEUR



Vrijwel alle personages hebben op de een of andere manier met licht en kleur te maken, dus met zien. Zo is Erik oogarts, drijft Nellie een winkeltje in sieraden, kijkt Gaby door een telescoop naar de sterren en is Robert kunstschilder.



- CHAOS



Robert doet verwoede pogingen om orde te scheppen in de chaos. Hij beseft hoe fragmentarisch zijn leven eigenlijk is: 'Onsamenhangende brokstukken. Niets dan fragmenten. Er zit geen lijn in de compositie van mijn leven.' (p. 76). Ook Magda ervaart haar leven als losse brokstukken, maar anders dan Robert weet zij zich te schikken: 'Ik reis nergens naar toe en nergens vandaan. Ik doe research, ik verzamel en componeer. Schrijvend aan mijn autobiografie word ik vaak overrompeld door ik weet niet wat voor belevenissen. Zo blijf ik aan de gang, corrigerend en aanvullend.' (p. 206). Beiden ervaren dat het leven een chaos is, slechts raadsels biedt waarvoor geen oplossingen zijn. Deze gedachte is bij uitstek existentialistisch.



STRUCTUUR EN TECHNIEK



De roman is opgebouwd uit vier delen. Volgens Margriet de Moor zelf is het boek een roman-ineen-roman. In een interview (NRC Handelsblad, 17 april 1992) zegt ze daaromtrent: 'Ik ben uitgegaan van een kleine kern waarin de vier delen van de roman al besloten zaten. Er is een moord, in een roes begaan, en in die gewelddaad zit een liefdesroman besloten die in het tweede en derde deel aan bod komt. Voor het evenwicht zaten daar meteen vanaf het begin het eerste en vierde deel bij waarin twee tegengestelde waarnemingen worden beschreven, namelijk die van een oogarts en van een autistisch kind.'

Dus: het liefdesdrama tussen Robert en Magda (delen 2 en 3) wordt omsloten door de waarnemers Erik (deel 1) en Gaby (deel 4). De vier delen zijn op deel 4 na onderverdeeld in genummerde hoofdstukjes. Ze markeren vaak de overgang van een flash-back naar het vertelheden of omgekeerd. Opvallend is dat er vier delen zijn, maar vijf hoofdpersonen. Curieus is dat de schrijfster zelf in het voorgaande citaat met geen woord rept over Nellie, die in het vierde deel ook aan het woord komt. Sommige critici vinden daarom het laatste deel van het vierluik dat Margriet de Moor voor ogen stond, niet zo geslaagd. Het slotdeel zou op twee gedachten hinken: er zijn twee personages aan het woord, met als gevolg dat Nellie noch Gaby voldoende tot hun recht komen.



PERSPECTIEF



Elk deel wordt vanuit een ander personage verteld: Erik (deel 1), Robert (deel 2), Magda (deel 3), Nellie en Gaby (deel 4). Vaak is er ook een alwetende verteller aan het woord. Verder worden de tegenwoordige en de verleden tijd door elkaar gebruikt, evenals de eerste, tweede en derde persoon. Er zijn dus zeer veel perspectiefwisselingen, wat soms verwarring bij de lezer kan veroorzaken.



TIJD



Het verhaal verloopt nauwelijks chronologisch. Het tijdsverloop wordt vooral bepaald door de gedachten van de vertellers, die, vanwege hun achtergrond, vaak aan het verleden denken. De delen 1 en 4 sluiten op elkaar aan; de delen 2 en 3 kunnen daarom als flash-backs worden beschouwd. In schema:

* deel 1: een maandag in september 1983 (ontdekking van de moord);

* deel 2: mei 1980 (Robert komt terug van zakenreis) tot september 1983 (avond voordat hij Magda wil vermoorden);

* deel 3: mei 1980 (Magda vertrekt) tot mei 1982 (ze keert terug);

* deel 4: september 1983 (begrafenis Magda).



TAAL EN STIJL



Bij de bespreking van de thematiek is al opgemerkt dat veel in het werk van Margriet de Moor niet wordt uitgelegd. Zij laat het aan de lezer over om conclusies te trekken uit het materiaal dat ze aanbiedt. Dit standpunt blijkt duidelijk uit haar stijl. Zij verbergt vaak wat zij wil zeggen in vluchtige gedachten en poëtische beelden. Haar stijl valt te typeren als 'evocatief', 'verkennend' of 'omcirkelend', veel minder als 'beschrijvend'. In een interview met Jessica Durlacher (Vrij Nederland, 8 februari 1992) formuleert zij haar stijlopvatting als volgt: 'Ik durf dat wat ik wil uitdrukken niet aan te raken. Van uitleggen houd ik helemaal niet. (...) Voor het schrijven geldt: als je een fenomeen, een gewaarwording, een ervaring recht wil doen, als je er véél van wil tonen, dan moet je dat niet aan de ketting leggen.'

Fraaie voorbeelden van deze stijlvisie zijn met name te vinden in deel 3, waarin de logische maar tegelijk raadselachtige tocht van Magda wordt beschreven. In het slot van het boek past De Moor haar stijl aan die van de autistische Gaby aan: hortende zinnen zonder persoonsvorm en lange opsommingen.



MOTTO



Het motto van de roman luidt als volgt: 'Ich fühle Luft von anderem Planeten.' (Arnold Schönberg, Strijkkwartet in fis kl.t., opus 10. Sehr langsam).

Arnold Schönberg (1874-1951) staat in de muziekgeschiedenis bekend als de uitvinder van de atonale muziek; hij ontwikkelde het twaalftoonsysteem. Het hierboven genoemde strijkkwartet is het eerste muziekstuk waarin het atonale toonsysteem wordt toegepast. De musicologe Margriet de Moor heeft een grote bewondering voor de experimentele muziek van Schönberg. Uit het motto (de beginregel van een achtregelig gedicht) spreekt een zich losmaken van het bestaande systeem, dat als knellend ervaren wordt, en het extatische, bevrijdende gevoel dat men daardoor krijgt.



TITEL



Sommige critici vonden de titel vergezocht of zelfs misplaatst. De titel verwijst naar een passage in deel 3 (p. 198). De negenjarige Magda is aan boord van het Zweedse schip Goya getuige van de begrafenis van een baby, die tijdens de reis is gestorven. Ze buigt zich voorover en bekijkt hem aandachtig: 'Het was een stevige, knappe baby met een gezicht dat er kalm en zelfs een beetje trots uitzag. Onder de oogleden met de wimpers wist hij heel goed te verbergen hoe het is om dood te zijn. Tevreden merkte ik de rond het lichaam neergelegde donkerrode rozen op. (...) Vertel het me, vroeg ik zachtjes aan de baby. Is het waar dat eerst alles grijs wordt, dan wit, dan blauw en dat je dan naar de sterren vliegt?'

De kleuren grijs, wit en blauw spelen, apart, ook elders in het boek een belangrijke rol. Ze komen bijvoorbeeld voor in de opsomming van de kleuren die Robert gebruikt voor zijn schilderijen (p. 51). De kleur blauw verwijst naar de helderheid die ontstaat voor de gekwelde mens die de dood als een bevrijding ervaart.



POPULARITEIT



De roman werd vrijwel unaniem lovend beoordeeld, al was er, zoals gezegd, ook negatieve kritiek wat betreft de opbouw, de titel en het gekunstelde slot. Vooral gewaardeerd werden het woordgebruik ('Niets wordt direct gezegd, De Moors taal is als een sluier, die tegelijkertijd verhult en onthult.') en oorspronkelijke thematiek. Het boek werd bekroond met de AKO Literatuur Prijs 1992.





recensie 2:



Titelverklaring



De titel verwoordt een kinderlijke visie op de dood: eerst wordt alles grijs, dan wit en tot slot blauw. (Deze gedachte blijkt ook uit de passage in deel drie, waarin Magda aan de bootreis naar Canada in 1947 terugdenkt. Onderweg sterft er een baby)



De auteur



Margriet de Moor wordt geboren als Margaretha Antoinette Neefjes. Ze komt op 21 november 1941 te Noordwijk ter wereld. Het katholieke gezin waarin ze opgroeit, telt tien kinderen. Margriet bezoekt aanvankelijk de school waar haar ouders werken, maar in de vierde klas stapt zij over naar de HBS. Na de HBS vervolgt ze haar opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Vanaf 1968 treedt ze regelmatig op als zangeres van voornamelijk twintigste-eeuws avant-garde repertoire. Aan het eind van de jaren zeventig studeert zij enige tijd klassieke talen en kunstgeschiedenis. Samen met haar man, Heppe de Moor, exploiteert Margriet een kunstenaarssalon in 's Graveland. In 1988 debuteert Margriet met de verhalenbundel Op de rug gezien, waarmee ze in 1989 wordt genomineerd voor de AKO-literatuurprijs. Met Eerst grijs dan wit dan blauw weet ze in 1992 deze prijs zelfs te winnen.



Recent werk



De virtuoos (1993, roman), Ik droom dus (1995, verhalen), Hertog van Egypte (1996 roman)











Samenvatting



Op een ochtend in de nazomer van 1982 gaat Erik, oogarts van beroep, naar zijn werk in Leiden. Als hij langs het huis van Robert Noord en Magda Reskova komt, wordt zijn aandacht getrokken door een van de honden. Binnen treft hij Magda levenloos op bed aan. Vermoedelijk is zij neergestoken door Robert. Hij zit verdwaasd in een hoek van de kamer, met een dolk in zijn hand. Eriks gedachten gaan terug naar 1964, toen zijn jeugdvriend Robert zijn vrouw kwam voorstellen. Robert en Magda gingen in een boerderij in de Cevennen wonen. Erik en zijn vrouw Nellie hadden hen daar in 1967 en 1973 bezocht. Terug in Nederland zette Robert het metaalbedrijf van zijn vader voort. Erik waarschuwt de politie. De politie neemt Robert en Erik mee. Na het verhoor gaat Erik naar zijn werk.



Op een avond in mei 1980 constateert Robert dat Magda en de honden verdwenen zijn. Na zijn periode in Frankrijk heeft Robbert samen met Zijdervelt het metaalbedrijf tot bloei gebracht. Aan het eind van de dag gaat Robert bij Erik en Nellie langs om de honden op te halen. Hij mist Magda, hoewel hun relatie niet erg harmonieus is. Magda blijft onvindbaar. Zelfs een televisieoproep levert niets op. Op een dag is Magda plotseling weer thuis. Robert is te verbaasd om haar om uitleg te vragen.



Het verhaal vertelt nu hoe Magda zich (in 1980) voorneemt om een tijd van huis weg te gaan. Ze brengt de honden naar Erik en Nellie, bezoekt haar schoonzus Helene en haar schoonmoeder in Leiden en reist dan via Parijs naar de Cevennen, waar ze jarenlang met Robert gewoond heeft. Ze gaat als serveerster werken en heeft enkele korte liefdesaffaires. In september 1981 gaat ze per vliegtuig naar Gaspé, waar ze vroeger heeft gewoond en waar ze Robert heeft ontmoet. Ze bezoekt kennissen en ontmoet de astronoom Michel Toussaint. Ze denkt voortdurend aan het begin van haar relatie met Robert. Ze bezoekt het graf van haar moeder en reist tenslotte naar haar geboorteplaats in het voormalige Tsjecho-Slowakije. Een jeugdvriendin, Milena, neemt haar gastvrij op. Samen halen ze jeugdherinneringen op. Na enkele weken keert ze terug naar huis.



Op de dag van Magda's begrafenis overdenkt Nellie haar leven en de verandering die Gaby's geboorte daarin gebracht heeft. Vanaf zijn geboorte vertoonde Gaby opvallend gedrag. Therapieën mogen niet baten. De autistische Gaby is geobsedeerd door de sterrenhemel, die hij ‘s nachts met zijn telescoop bekijkt. Nellie kleedt zich aan een gaat met Erik en Gaby naar de begrafenis.



Tijd en tijdvolgorde



Heden en verleden lopen door elkaar heen. Strikt genomen loopt de vertelde tijd van de vooravond van de moord tot de vrijdag waarop Magda begraven wordt. Het verhaal bevat echter veel flash-backs en is daarom niet chronologisch.



Ruimte



De moord vindt plaats in een kleine badplaats aan de Nederlandse kust: waarschijnlijk Katwijk of Noordwijk. Met de ‘grote stad’ nabij wordt Leiden bedoeld. Verder speelt een deel van de roman zich af in de Cevennen, figureert Canada tweemaal en brengt Magda enige tijd door in Berlijn. De gevolgde route die Magda volgt naar het voormalige Tsjecho-Slowakije wordt uitgebreid beschreven.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling / onderlinge relaties



Erik, Nellie en hun autistische zoon Gabriël (Gaby): Erik is oogarts (specialist in het 'zien'). Nellie heeft een winkeltje in sieraden en porselein. Gaby verblijft overdag in een sociale werkplaats. Robert Noort en Magda Reskova: Magda is van Tsjechische afkomst. Haar joodse vader wordt in de oorlog vermoord. Na de oorlog woont Magda een jaar bij een familie in Berlijn, waarna ze in 1947 met haar moeder naar Canada vertrekt. Ze werkt als vertaalster en ze heeft inmiddels al enkele miskramen gehad. Ze heeft goed contact met Gaby, de zoon van Erik en Nellie. Ze is erg zwijgzaam. Robert is vroeger schilder geweest. Robert en Magda trouwen in 1963.



Thematiek



De afstand van de ene mens tot de andere kan moeilijk of zelfs niet overbrugd worden. Woorden zullen in ieder geval niet bijdragen tot de overbrugging. Mensen vragen zich in Eerst grijs dan wit dan blauw steeds af in hoeverre zij elkaar en zichzelf kennen.



Motto



Ich fühle Luft von anderen Planeten. De personages verlangen naar ‘frisse lucht’; vooral Gaby leeft ‘op een andere planeet’.



Taalgebruik



Het taalgebruik in Eerst grijs dan wit dan blauw is begrijpelijk. Het boek is makkelijk leesbaar. Opdracht: Geen.

Perspectief/Vertelsituatie Ik-vertelsituatie. Het perspectief ligt in elk van de vier delen van de roman bij een ander persoon. In het laatste deel ligt het perspectief vooral bij Nellie, echter het perspectief komt in dat deel ook nog twee keer bij Gaby te liggen. Wisselend perspectief.



Structuur



De roman bestaat uit vier delen, onderverdeeld in een aantal genummerde hoofdstukken.





3. Kritische beoordeling



"Eerst grijs dan wit dan blauw" begint met de moord op Magda. Je hebt meteen een sterk vermoeden dat haar man haar vermoord heeft. De feiten ken je dus al. Dan rest er natuurlijk nog de vraag naar de aanleiding tot deze gruwelijke daad. Daarvoor moet je eerst inzicht krijgen in de psychologie van de verschillende personages. Daarom wordt het verhaal vanuit vijf verschillende standpunten verteld. Zo kan je je inleven in vijf personages.



De relaties tussen de verschillende personages worden zeer uitvoerig beschreven. Je hebt het gevoel dat je als lezer werkelijk in de huid van het personage kruipt. Dat is vast en zeker een argument om dit een goed boek te noemen. Een boek moet een manier zijn om even te ontsnappen aan de realiteit, aan de dagelijkse sleur. Je moet het gevoel hebben dat je mee in de wereld van het verhaal zit. Als lezer ga je zo op in het verhaal dat je het boek in één keer wil uitlezen.



De titel past niet zo goed bij het boek. Hij verwoordt een kinderlijke visie op de dood: eerst wordt alles wit, dan grijs en ten slotte blauw. Een van de hoofdpersonages sterft wel, maar er wordt nooit een kinderlijke visie gegeven op dit overlijden. De enige referentie aan deze titel is de passage waarin Magda terugdenkt aan de bootreis naar Canada. Tijdens die reis sterft een baby. Magda denkt op die moment, als klein meisje, dat alles eerst wit wordt, dan grijs en dan blauw.





4. Creatieve taak



Melle



Weet je nog hoe we, vroeg voor de tijd van het jaar

en laat voor de tijd van de dag, een leeuwerik hoorden zingen,

zo ragfijn als Melle schilderde, met een penseel met slechts

één haartje?

Als ik ooit nog eens een leeuwerik hoor, zal ik altijd aan je denken.

Laten we zeggen, omdat ik ze toch niet zo goed uit elkaar ken

als jij: bij alle vogels.



En weet je nog dat we ons die zondagavond afvroegen

of er leven zou zijn op Venus? Je zei toen: "Ik wou van wel,

ik zou het heelal er een beetje gezelliger op vinden."

Zo is het ook, nu jij gaat sterven met de dood.

Elke keer als ik Venus zie zal ik aan je denken.

Laten we zeggen omdat ik ze toch niet zo goed uit elkaar ken

als jij: bij elke ster. Elke zondagavond.

En omdat ik ook de dagen niet uit elkaar ken,

laten we zeggen: altijd.

Herman De Coninck



Ik heb als creatieve taak voor dit gedicht gekozen omdat het gaat over de dood. De hoofdgebeurtenis in 'Eerst grijs dan wit dan blauw' is de moord op Magda. Deze titel verwoordt een kinderlijke visie op de dood.

In dit gedicht is het kijken naar de sterren en de planeten een manier om te denken aan mensen die overleden zijn. De verbondenheid tussen Gaby en Magda was sterker dan het gewone contact tussen mensen en liep als het ware via de sterren. Het beeld van de sterren vind je dus zowel in het gedicht als in de roman terug.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen