U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Frederik Hermans - De Donkere Kamer Van Damokles.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21333/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2916 woorden.

Willem Frederik Hermans, De donkere kamer van Damokles







Boekbeschrijving









Auteur: Willem Frederik Hermans









Titel: De donkere kamer van Damocles









Druk: 31ste druk









Uitgeverij, Plaats, Jaar: Uitgeverij G.A. Van Oorschot Amsterdam









Jaar van eerste druk: 1958









Aantal pagina’s: 338









Indeling: In 46 episodes, onderverdeeld in segmenten.









Motto:









Samenvatting









Het verhaal begint in de jonge jaren van Henri Osewoudt, een jongetje van 12 jaar,

wonend in Voorschoten. Als Osewoudt op een dag uit school komt, blijkt dat zijn moeder in

een vlaag van waanzin zijn vader, sigarenhandelaar, heeft vermoordt. Zijn moeder gaat naar

een psychiatrische inrichting, en Henri gaat nu bij Oom Bart in Amsterdam wonen. Zijn

lelijke nicht Ria van negentien neemt hem ’s-avonds altijd bij zich in bed. Als Henri

zeventien is heeft hij nog geen baardgroei en ziet er lichamelijk tamelijk jong uit voor

z’n leeftijd. Hij trouwt met z’n nicht Ria en samen met zijn moeder die

inmiddels de inrichting heeft verlaten, vestigen zij zich in de sigarenzaak van zijn

vader. Even later komt er nog een student, Moorlag, in het huis wonen. Henri wordt

afgekeurd voor militaire dienst omdat hij een halve centimeter te kort is. In mei 1940

ontmoet Osewoudt Dorbeck, een officier van het Nederlandse leger, die de Nederlandse

capitulatie niet wil accepteren en zich niet wil overgeven. Dorbeck vraagt Osewoudt om een

rolfilmpje te ontwikkelen en dit op te sturen naar het adres van ene Evert Jagtman in

Amsterdam.









Dorbeck en Osewoudt lijken sprekend op elkaar, alleen heeft Dorbeck zwart in plaats van

blond haar en heeft Osewoudt geen baardgroei. Osewoudt raakt gefascineerd door Dorbeck en

ziet hem als zijn voorbeeld. Na de eerste ontmoeting komt Dorbeck nog drie keer langs.

Eén keer om van Osewoudt een pak van de burgerwacht te lenen om zich te vermommen. Enkele

maanden later komt hij dat pak terugbrengen waarbij hij hem tegelijkertijd vraagt om nog

een tweede filmpje te ontwikkelen. Door onkunde verpest Osewoudt het filmpje en zijn de

afdrukken waardeloos. Bij het vierde bezoek overhandigt Dorbeck Osewoudt een pistool,

waarmee zij en nog een derde man, Zéwüster de volgende dag in Haarlem drie mannen

neerschieten.Vanaf deze overval hoort Osewoudt vier jaar lang niets meer van Dorbeck. Hij

ontwikkelt het eerste rolletje waaruit vier foto’s tevoorschijn komen. Eén afdruk,

met Dorbeck erop, mislukt; en Osewoudt bewaart de overige foto’s ‘als

herinnering aan de enige persoon die hij ooit bewonderd had’. Na vier jaar krijgt

Osewoudt weer een bericht van Dorbeck dat hij de foto’s naar een postbusnummer moet

sturen. Vanaf dat moment begint het verhaal te rollen. Met behulp van de foto’s

krijgt Osewoudt in de daarop volgende tijd drie opdrachten.









Twee dagen nadat Osewoudt de foto’s heeft verstuurd komt hij in contact met Elly

Sprenkelbach Meyer uit Engeland die zich met een van de foto’s legitimeert. Zij zegt

rechtstreeks uit Londen te zijn gekomen. Osewoudt geeft haar een slaapplaats in Amsterdam

bij zijn Oom Bart. Wanneer hij de volgende dag naar huis belt, hoort hij van Moorlag dat

de Duitsers die nacht zijn moeder en zijn vrouw Ria hebben gearresteerd. Moorlag heeft een

brief weten te redden van Dorbeck waarin de tweede foto zit. Achterop de foto staat een

opdracht aan Osewoudt om Dorbeck over een week te bellen. In die week wordt Osewoudt door

een vriend van Moorlag, Meinarends, geïntroduceerd in een nieuwe verzetsgroep, die van

Labare. Daar moet hij filmpjes ontwikkelen. Ook krijgt Osewoudt een nieuw persoonsbewijs

en gaat vanaf dat moment door het leven als Filip van Druten. Osewoudt laat zijn haar

zwart verven door Marianne, een mooie joodse vrouw die ondergedoken is in een kapsalon.

Door deze nieuwe haarkleur lijkt Osewoudt zo veel op Dorbeck, dat ze nauwelijks van elkaar

te onderscheiden zijn. Dit zal nog veel problemen geven in de toekomst, zoals we later

zullen zien. Hij gaat even later op bezoek bij Oom Bart om hem te vertellen dat zijn

moeder en Ria gearresteerd zijn. Oom Bart scheldt hem uit voor lafaard en dégeneré omdat

hij nog niks gedaan heeft om de twee te bevrijden en zich verschuilt achter zijn nieuwe

vermomming. Osewoudt wanhoopt en voor het eerst merkt de lezer dat hij geestelijk, net

zoals zijn moeder, niet helemaal in orde is. Hij hallucineert de vreemdste dingen. Hij

komt bijvoorbeeld ineens Zéwüster en zijn moeder tegen.Aan het einde van de week belt

Osewoudt Dorbeck, zoals was afgesproken. Hij krijgt opdracht om een medewerkster van

Dorbeck op een bepaald tijdstip te ontmoeten. Zij zal zich legitimeren met een van de

foto’s. Osewoudt ontmoet de vrouw, die gekleed is in een uniform van een leidster van

de Nationale Jeugdstorm. Hij vergeet haar naar de foto te vragen. Samen gaan zij naar

Lunteren om Gestapo-leider Lagendaal en zijn vrouw te vermoorden. Na met veel moeite

Lagendaal te hebben geliquideerd keert Osewoudt met het zoontje van Lagendaal en de

naamloze vrouw weer op de trein naar Amsterdam. Onderweg wordt de vrouw gearresteerd omdat

ze een vals persoonsbewijs zou hebben.









In Amsterdam ontmoet Osewoudt Marianne met wie hij naar de bioscoop gaat. Tijdens het

voorprogramma wordt er een oproep geprojecteerd op het scherm met een foto van Osewoudt en

het bericht dat hij gezocht wordt wegens ‘straatroof’. Ondanks dat Osewoudt

zeker weet dat het de foto was van zijn dubbelganger Dorbeck en niet van hemzelf, vlucht

hij de bioscoop uit. Bij de uitgang wordt hij herkend en in de boeien geslagen door een

politieagent. Hij wordt op hardnekkige wijze ondervraagd door Kriminalrat Wülfing. Een

medegevangene herkent hem zelfs als Henk Osewoudt, maar verward hem met Dorbeck. Osewoudt

zwijgt en wordt overgedragen aan Obersturmführer Ebernuss, die volgens Wülfing bekend

staat als homoseksueel. Ebernuss laat hem overbrengen naar het ziekenhuis, waar blijkt dat

zijn tijdens het verhoor opgelopen verwondingen reuze meevallen. Dezelfde avond wordt hij

uit het ziekenhuis bevrijd door een groep onbekende mannen. Zij zetten Osewoudt af in

Leiden, en deze loopt dan naar het huis van Labare, waar ook Marianne is. Osewoudt verteld

Marianne over zijn dubbelganger Dorbeck, die voor hem een soort idool is. Hij zegt dat hij

er eindelijk achter is gekomen dat hij een mislukte kopie is van wie hij eigenlijk had

moeten zijn, namelijk Dorbeck. Hij zegt ook dat het enige wat hij in zijn leven kan doen

is zoveel mogelijk op Dorbeck te lijken, in wat hij doet en in hoe hij er uitziet.

Nauwelijks heeft hij haar dit verteld of de Duitsers omsingelen het huis. Osewoudt weet te

ontvluchten maar wordt even later toch weer opgepakt. De homoseksuele Ebernuss zoekt

toenadering tot Osewoudt, die zich als jonge man daarom niet op z’n gemak voelt.

Ebernuss vertelt Osewoudt dat zijn moeder is overleden en dat hij achter het bestaan van

Dorbeck is gekomen. Ebernuss stelt voor om Marianne vrij te laten op voorwaarde dat

Osewoudt voor een ontmoeting tussen Dorbeck en Ebernuss zorgt. Osewoudt gaat hiermee

akkoord en ze rijden samen naar de ontmoetingsplek, een illegalensociëteit. Onderweg

geeft Ebernuss te kennen dat hij zo snel mogelijk wil deserteren.









Op de bewuste sociëteit zien Osewoudt en Dorbeck elkaar weer. Dorbeck heeft zoals

altijd weinig tijd om bij te praten, maar draagt Osewoudt alleen op om Ebernuss te

vergiftigen, hetgeen hij dan ook doet. Na deze actie neemt Dorbeck Osewoudt mee naar een

adres waar hij kan overnachten. Hij krijgt een vermomming (verpleegstersuniform) en

Dorbeck belooft hem dat zij de volgende dag samen met Marianne naar het zuiden zullen

vluchten. Voordat Dorbeck weggaat neemt Osewoudt een foto van hen beiden in een spiegel.

De volgende dag komt Dorbeck echter niet opdagen. Osewoudt besluit op bezoek te gaan bij

Marianne om hun pasgeboren kind op te zoeken. Hij wordt niet tot de kamer van Marianne

toegelaten, maar mag wel zijn kindje zien dat dood blijkt. Osewoudt rent huilend naar

buiten, en krijgt een lift van een Luftwaffe officier. Onderweg naar het bevrijde zuiden,

stoppen zij nog eventjes in Voorschoten waar Osewoudt zijn vrouw Ria vermoordt. Op weg

naar Dordrecht ontdoet hij zich van de Duitse officier en rijdt door met zijn auto.









Aangekomen in bevrijd gebied, wordt Osewoudt meteen gearresteerd, en op transport

gesteld naar Engeland. In Nederland schijnt Osewoudt in illegale verzetskrantjes bekend te

staan als beruchte landverrader. In Engeland wordt hij kort ondervraagt over Elly

Sprenkelbach Meyer, die na haar overnachting bij Oom Bart meteen is opgepakt. Osewoudt

keert snel weer terug naar Nederland waar hij vast wordt gehouden in een kamp voor

landverraders, het Kamp Achtste Exloërmond in Drenthe. Zijn zaak wordt daar onder leiding

van Inspecteur Selderhorst diepgaand onderzocht. Hoe verder men in het onderzoek vordert

hoe meer er bewijzen tégen Osewoudt boven water komen. Het blijkt bijvoorbeeld dat er

vele afdrukken van Dorbecks foto’s in handen van de Duitsers waren. Deze werden

gebruikt om in verzetsgroepen zoals die van Labare te infiltreren. Osewoudt wordt van vele

dingen beschuldigt, en Dorbeck, die kan bewijzen dat Osewoudt veel voor het verzet heeft

gedaan, is onvindbaar. Osewoudt wordt er bijvoorbeeld van beschuldigt de vrouw zonder naam

waarmee hij Lagendaal heeft vermoord, en de groep van Labare heeft verraden. Jagtman

(wiens lijk sterk leek op het lichaam van Dorbeck) en Moorlag zijn dood, en Marianne woont

op een kibboets in Israël. Osewoudt kan op geen enkele manier bewijzen dat Dorbeck

bestaat. De foto waar hij op moest staan is in mei 1940 door Osewoudt zelf verkeerd

ontwikkeld en mislukt. Een andere foto, met Osewoudt en Dorbeck in de spiegel zit nog

steeds in zijn fototoestel, wat onvindbaar is. Na lang zoeken wordt het toestel eindelijk

gevonden, maar blijkt de bewuste foto mislukt. Nu is dus ook zijn laatste redding

waardeloos. In een vlaag van wanhoop rent Osewoudt het kamp uit en wordt neergeschoten.



De lezer blijft achter met de vraag of Dorbeck nou werkelijk bestaan heeft.









Thema









Zelf de werkelijkheid beleven en dan het verkeerd beoordelen van anderen omdat de

werkelijkheid niet achterhaalbaar is.









Titelverklaring









De titel van heeft volop te maken met het spelen met de werkelijkheid. Damokles

verwijst naar de sage over de Siciliaanse hoveling Damokles die voor een dag de troon van

zijn tiran wilde bekleden. De tiran stemde toe, maar liet boven de troon een zwaard aan

een paardenhaar ophangen. Hiermee gaf hij aan hoe nauw de grens tussen droom (het streven

naar macht) en werkelijkheid (gedood worden door het zwaard) was. Het element de donkere

kamer slaat op de plek waar de werkelijkheid fotografisch geproduceerd wordt.









Analyse









Personages:









De hoofdpersoon is Henri Osewoudt. Belangrijke bijfiguren zijn Dorbeck, Marianne

Sondaar en de Duitse officier Ebernuss.



Henri Osewoudt is een pas volwassen man uit Voorschoten, die in alle opzichten een

mislukking is. Dat vindt hij zelf ook. Zo heeft hij geen baardgroei, een meisjesstem, dun

blond haar, een saaie baan, en is afgekeurd voor dienst. Waarschijnlijk lijdt Osewoudt aan

een ziekte, waardoor hij soms hallucineert. Op sommige momenten lijkt hij in een

droomwereld te leven. Henri is geobsedeerd door zijn dubbelganger Dorbeck. Deze lijkt heel

erg op hem, maar is het ‘gelukte exemplaar’. Omdat Henri een groot

minderwaardigheidscomplex heeft en Dorbeck erg bewondert, volgt hij klakkeloos diens

orders op. Henri is argwanend en angstig.



Dorbeck doet alles wat hij wil, het lijkt een soort Batman te zijn. Hij werkt bij het

verzet en verdwijnt en verschijnt constant. Hij weet precies hoe alles gedaan moet worden.

Het belangrijkste aan Dorbeck is echter dat het waarschijnlijk een gefantaseerde figuur

van Osewoudt is.



Marianne Sondaar is de vriendin van Osewoudt. Het is een jodin die eigenlijk Mirjam

Zettenbaum heet. Ze heeft heel veel voor Osewoudt over.



Ebernuss is een Duitser, die Osewoudt moet verhoren. Tegen alle verwachting in gebruikt

hij geen geweld. Hij is vriendelijk en wil Osewoudt zelfs helpen. Hij probeert Henri uit

alle macht te begrijpen. Perspectief: Je beleeft het verhaal door de ogen van Osewoudt. De

vertelsituatie die wordt gehanteerd is het personale perspectief.









Tijd: Het verhaal speelt zich af tijdens en rond de Tweede Wereldoorlog, ongeveer vanaf

eind jaren twintig tot en met de jaren vijftig, er gaan dus zo’n dertig, vijfendertig

jaar voorbij. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Er zijn geen flashbacks. Er worden

soms grote sprongen in de tijd gemaakt. Helemaal in het begin van het boek is Henri

twaalf. De dood van zijn vader wordt verteld. Daarna wordt er meteen overgegaan op het

begin van de oorlog. Ook wordt er een tijdsprong gemaakt van 1940 naar 1944, omdat dat een

periode is dat Osewoudt geen contact heeft gehad met Dorbeck en daarom niet werkzaam is

geweest voor het verzet.









Ruimte: Het verhaal speelt zich af in Nederland en Engeland. Enkele belangrijke plekken

zijn Voorschoten, Leiden, Amsterdam, Wageningen, een strafkamp in Engeland en een

strafkamp in Drenthe. In de tijden dat Osewoudt op vrije voeten is en werk doet voor

Dorbeck speelt het verhaal zich voornamelijk af in Zuid-Holland en Amsterdam, zowel binnen

als buiten. Na zijn arrestatie is Osewoudt vooral binnen (wat opvalt en beklemmend is) en

komt onder andere terecht in Engeland en Drenthe.









Beoordeling









"De donkere kamer van Damokles" vind ik één van de mooiste boeken die ik

ooit gelezen heb. Hermans bouwt het verhaal langzaam op. Hij begint met de beschrijving

van de jeugd van de hoofdpersoon, Henri Ossenwoudt. Als hij volwassen is en samen woont

met Maria en zijn moeder begint het verhaal pas echt. Vanaf het moment dat Dorbeck in het

verhaal verschijnt blijft de spanning om te snijden. De uitzonderlijk goede schrijfstijl

van Hermans zorgt voor een vlot verhaal waarin een hoop gebeurt. Als ik aan dit boek terug

denk zie ik een soort film voor mij. De radeloosheid van Henri die door Amsterdam loopt.

Vluchtend voor de duitsers en zoekend naar de mysterieuze Dorbeck.









Ik ben het niet eens met de opmerking van Ruud Gillit die in de recensie wordt

beschreven. Hij vond het zwak dat je aan het eind nog steeds niet weet of die Dorbeck echt

bestaan heeft.









Ten eerste weet ik niet precies wat hij daarmee bedoelt. Bedoeld hij Dorbeck in het

verhaal, of bedoeld hij een Dorbeck die in het echt bestaan heeft? De Dorbeck in het

verhaal bestaat wel degelijk. Hij komt twee keer in het verhaal in levende lijve voor. De

fantastische schrijfstijl die Hermans beheerst zorgt er voor dat je je gaat inleven in de

gevoelns en gedachtes van de hoofdpersoon. Hij begint af en toe te twijfel aan het feit of

Dorbeck wel echt bestaat. Dat vond ik nou juist het mooie aan dit verhaal. De

gedachte-inleving van de hoofdpersoon.









Ten tweede vind ik het juist mooi dat je niet te weten komt waar Dorbeck nu is of was.

Dit open einde laat je nog dagen lang met deze gedachte sudderen.









Informatie over de schrijver









Willem Frederik Hermans werd op 21 sept. 1921 in Amsterdam in een onderwijzersgezin

geboren. Zijn ouders waren heel autoritair, zijn oma tyranniek en met zijn drie jaar

oudere zus kon hij het ook niet goed vinden. De verhouding met zijn zus is een belangrijk

thema in zijn werk, met name in "Ik heb altijd gelijk".









Op de lagere school was hij het knapste jongetje van de klas, maar het slechtste in

gymnastiek. Tijdens zijn jeugd was hij eenzaam, hij had alleen zijn teddybeer als vriend.

Op het gymnasium was hij middelmatig. Hij won een eerste prijs in een opstellenwedstrijd.

Dit was zijn debuut en het werd ook gepubliceerd in het "Algemeen Handelsblad".









Hij studeerde eerst sociografie en na een jaar werd dat fysische geografie. De exacte

wetenschap heeft veel invloed op hem, wat blijkt uit zijn exacte en zakelijke beschrijving

van details. Tijdens de oorlog moest hij de studie onderbreken (hij weigerde de

loyaliteitsverklaring te tekenen) en hij studeerde af in 1950. Hij promoveerde op een

bodem onderzoek in Luxemburg. Hij werd lector in de fysische geografie, maar in 1973

verhuisde hij naar Parijs. Van Nederland heeft hij nooit een hoog petje opgehad; het was

volgens hem te klein en bekrompen.









Tijdens de Tweede Wereldoorlog, die een belangrijke invloed had op zijn levensvisie,

begon Hermans te schrijven, en na de oorlog werd dat steeds meer. Hij publiceerde in veel

tijdschriften, (zoals Criterium, Literair Paspoort, Vrij Nederland, Haagse Post enz.) en

in kranten (Het Vaderland, Het Vrije Volk en NRC Handelsblad). Hij is redacteur geweest

van Criterium en van Podium. Naar aanleiding van een voor rooms-katholieken beledigende

passage werd hem een proces aangedaan. Zijn werk is van het begin af een bron van felle

discussie geweest.









Hij heeft verschillende pseudoniemen gehad: na de oorlog schreef hij detectiveromans

onder de naam Fjodor Klondyke. Zijn anti-katholieke geschriften ondertekende hij met pater

Anastase Prudhomme sj. Ook gebruikte hij Schrijver Dezes.









Hij kreeg de Essayprijs van de gemeente Amsterdam voor "Fenomenologie van de

pin-upgirl". De PC-Hooftprijs, Vijverbergprijs en de prijs van de Stichting

Kunstenaarsverzet heeft hij geweigerd.









Zijn wereldbeeld is samen te vatten als de onkenbaarheid van de waarheid. De realiteit

is te ingewikkeld en chaotisch. Mensen zien verbanden tussen gebeurtenissen die er

helemaal niet zijn. Het misverstand is ook een belangrijk motief. Zijn belangrijkste thema

is verwarring en chaos.









De hoofdpersonen in zijn boeken zijn waarheidszoekers, die de waarheid echter nooit

zullen vinden. Ze stuiten op misverstanden of trekken verkeerde conclusies. Ook vinden ze

geen zekerheid omtrent hun eigen identiteit.









Een andere thema in zijn boeken is dat de personen in zijn boeken op zoek zijn naar hun

vader. De ouders zijn autoritair en de zoon zet zich tegen ze af, maar wil met name zijn

vader toch een plezier doen.









De hoofdpersonen proberen zichzelf te bevestigen door iets bijzonders te doen.









Veel door Hermans gebruikte stijlmiddelen zijn ironie, de herhaling en het groteske.

Hij beschrijft de tijden waarin weinig gebeurt vrij kort, terwijl hij als er veel gebeurt

dat uitge breid beschrijft.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen