U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Frederik Van Eeden - Van De Koele Meren Des Doods.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=6446 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4042 woorden.

Frederik van Eeden, Van de koele meren des doods

Beoordeeld door Ornée & Vermeer.



Samenvatting van de inhoud:



Hedwig Marga de Fontayne, die in het midden van de negentiende eeuw is geboren, groeit op in een groot en deftig huis. In de zomer gaat de familie altijd naar een zomerhuisje (Merwestee) op het platteland. Daar vindt Hedwig het veel leuker dan in de stad. Als Hedwig dertien jaar is gaat haar moeder dood. Er komt dan een huishoudster in huis. Hierdoor ontstaat wrijving in het huis en versombert Hedwig. Eens wordt Hedwig door de huishoudster geslagen. Hedwig wordt kwaad en als dan ook nog eens haar feestjurk niet klaarligt, doet ze een zelfmoordpoging die mislukt, omdat het raam waaraan ze hangt, breekt. De volgende zomer ontmoet ze bij het graf van haar moeder Johan. Vanaf dat moment gaat ze veel met Johan om. Ze moet dit echter geheim houden, omdat Johan van een veel lagere stand is dan zij. Nadat Hedwig een paar weken bij familie gelogeerd heeft, ziet ze Johan een tijdje niet. Hedwig gaat steeds meer naar feesten. Ze gaat geestelijk achteruit en begint zichzelf te haten. Op zeventienjarige leeftijd loopt ze bij een feest met een heer door de tuin. Ze ziet dan Johan weer. Daarna ziet ze hem nog een paar keer. Hij vertelt dat zijn zus ziek is. Hedwig gaat haar dan bijna elke dag opzoeken, waardoor ze Johan ook regelmatig weer ziet. Ze zijn er samen bij als zijn zus sterft. Johan vertelt Hedwig vlak voordat ze die zomer naar Merwestee zal vertrekken, dat hij verliefd op haar is. Hedwig, die niet verliefd is op hem, is ontroerd. Toch kat ze hem af. Dat begrijpt hij niet, dus gaat hij de dag voor haar vertrek naar haar huis. Dan is Hedwig weer onaardig tegen hem, omdat haar familie nu weet dat ze een jongen uit een laag milieu kent. Als ze op het platteland is, ziet ze op een dag iemand bij de dijk liggen. Ze denkt dat het een dode is, maar het blijkt Johan te zijn die slaapt. Hij is vanuit de stad helemaal komen lopen. Een paar weken later zegt Hedwig dat het contact tussen haar en Johan afgelopen moet zijn.



Op een studentenfeest leert ze Gerard Wijbrands kennen. Hij heeft een afkeer van sex. Na een tijdje gaan ze samenwonen. Als ze op een dag gearmd lopen, komen ze Johan tegen, die hen wel heeft gezien, maar stijf doorloopt. Kort daarna ontvangt Hedwig een brief van hem, waarin hij haar uitmaakt voor hoer. Hedwig wil dan met Johan gaan praten, maar hij negeert haar. Ze krijgt nog twee brieven van Johan en Johan maakt een schilderij waar Hedwig opstaat als een soort monster, een sfinx. Een ruitertje loopt op het schilderij van haar weg. Zo herinnert en ziet Johan haar dus. Het ruitertje is hijzelf, Johan is ternauwernood aan het afschuwelijke gevaar ontsnapt.



Hedwig en Gerard trouwen en gaan op huwelijksreis naar Duitsland, waar (qua sex) niets tussen hen gebeurt. Hierdoor is Hedwig teleurgesteld en ze gaat zich ziek voelen. Ze gaan terug naar Holland. Hedwig merkt dan dat haar nieuwe leven met Gerard heel saai is. Ze gaat enkele weken naar Merwestee omdat ze denkt dat ze daar misschien weer gelukkig wordt. Daar krijgt ze een briefje van Johan waarin staat: "Wil je morgen onze laatste wandeling nog eens overdoen? Dan zal ik je je zin geven." Nu kan ze alles, denkt ze, uitleggen en goedmaken. Ze begrijpt dat Johan morgenochtend bij de dijk zal zijn. Die ochtend ‘droomt’ ze dat ze Johan in haar kamer ziet zitten. Daarna gaat ze naar de dijk waar ze Johan ziet liggen. Ze denkt dat hij net als de vorige keer ligt te slapen en ze gaat bij hem zitten, wachten tot hij wakker wordt. Dat wachten duurt heel lang en opeens ziet ze een rode vlek bij Johan. Ze probeert hem wakker te maken, maar ziet dat hij een pistool in zijn hand heeft en dood is. Op een stukje papier staat: "Nu heb je dan je zin."



Ze gaat terug naar Gerard die ze nu weer ziet als haar vertrouwde zielsvriend. Naast Merwestee woont de boerenfamilie Harmsen waar ze net een kindje hebben gekregen. Hedwig komt het gezin elke dag helpen in het huishouden en heeft hier plezier in. Gerard begrijpt dat Hedwig graag moeder wil zijn en hij wil hier wel voor zorgen. Hij ziet echter sex als een praktisch geneesmiddel voor de geliefde vrouw en spreekt zo nuchter over het krijgen van een baby dat Hedwig een afkeer krijgt van haar man.Hedwig wordt onrustig en er worden een aantal artsen bij gehaald. Hun geneeswijzen helpen allemaal niet echt. Dan komt Hedwig op het idee om naar haar vriendin Leonora te gaan, haar man is immers dokter. Ze krijgt van hem het advies naar een plaats te gaan waar ze graag is, weg van haar man, tot ze weer naar haar man zou verlangen. Hedwig volgt het advies op en gaat naar een dorp aan de Noordzee. Daar leert ze Ritsaart kennen. Door gesprekken met hem en door zijn klavierspel wordt ze weer een stuk gelukkiger. Tussen Hedwig en Ritsert is er wel hartstocht. Ze gaan zelfs met elkaar naar bed.



Hedwig leert Ritserts vriend Joob kennen, naar wie ze af en toe gaat om antwoord op haar vragen te krijgen. Zo vertelt hij haar dat ze moet kiezen tussen Gerard en Ritsert. Ze kiest voor Gerard en vertelt dit tegen hem. Nu pas begrijpt Gerard dat er meer tussen Hedwig en Ritsert is gebeurd dan hij had vermoed. Hij wordt kwaad en wacht met een pistool op Ritsert. Als Hedwig daar achter komt, snijdt ze in de badkamer haar polsen door en zet het gas aan. Gerard merkt het op tijd en redt, samen met Ritsert die net binnen is gekomen, haar leven.



Gerard wil niets meer met Hedwig en Ritsert te maken hebben en verzoekt hen te vertrekken. Ze gaan naar Engeland. Hier leeft Hedwig een tijd gelukkig, maar langzaamaan begint ze Engeland te haten en gaat het slechter tussen haar en Ritsert. Ritsert is soms weken weg. Op een dag, als Ritsert net weer op reis is, krijgt Hedwig een dochtertje. Ze ziet niet dat het kindje heel zwak is. Het kindje sterft na 23 dagen en dat heeft Hedwig, die gek is geworden, niet eens in de gaten. Ze zegt tegen het dode kindje dat ze vader op gaan zoeken en doet het in een koffertje. Ze gaat naar Londen waar ze een bedelaar met één oog tegenkomt die ze al eens in haar dromen heeft gezien. Ze denkt dat hij haar bij Gerard kan brengen (die overigens niet eens de vader van het kindje is, Ritsert is de vader) en spreekt hem aan. De bedelaar denkt dat Hedwig dronken is en dat er geld te halen valt, dus speelt hij het spelletje mee. Samen met een andere man neemt hij al haar bezittingen af. De andere man neemt haar mee naar Frankrijk waar hij haar verkracht en daarna verlaat. Ze komt in Parijs terecht waar ze haar opnemen in een ziekenhuis.

Hedwig heeft waanbeelden en zingt en tiert dag en nacht door. Na ongeveer twee maanden is ze ineens beter. Ze kan zich alles herinneren en begrijpt dat Ritsert zal denken dat ze dood is. Dat geeft haar een gevoel van vrijheid. Ze vertelt in het ziekenhuis dat ze alleen op de wereld staat, zonder vriend of verwante, zonder geld of goed. Haar dokter biedt haar aan bij hem in huis te komen wonen, terwijl hij zo lang in een hotel gaat. Om haar angst voor het terugkomen van de waanzin te stillen, geeft hij haar een beetje morfine. Dit kalmeert haar zo dat ze, onwetend van het gevaar, aandringt op herhaalde toediening. Na een paar weken leert zij zichzelf het gif toedienen en al snel kan zij er niet meer buiten. Hedwig wil nog niet dat de dokter bij haar in zijn huis komt wonen en dan zoekt hij een kamertje voor haar in Parijs en werk in een magazijn. Hedwig kan niet rondkomen van haar geld omdat de morfine haar veel geld kost. Haar baan in het magazijn is ze al gauw kwijt. Ze werkt kort in een hoedenwinkel, maar het meeste geld verdient ze toch door hoer te spelen, waarvoor ze zich overigens wel schaamt. Ze zoekt steun bij God. Ze kan haar kamer niet meer betalen en gaat in een Asyl de Nuit slapen. Ondanks alles denkt ze nu minder aan zelfmoord. Als ze flauwvalt wordt ze naar een ziekenhuis gebracht.



Daar wordt ze door zuster Paula van de morfine afgeholpen. Zuster Paula leert haar ook dat ze niet naar de lijfsdood moet verlangen, maar naar de Dood die Leven brengt. Ze helpt haar met spreuken uit de Bijbel. Hedwig wordt ontslagen uit het ziekenhuis en gaat werken als wasvrouw en strijkster. Na wijn te hebben gedronken gaat ze weer met iemand naar bed. Ze ziet dit als een zonde en gaat voor hulp naar zuster Paula. Zuster Paula vertelt dat Hedwig het beste weer naar Holland terug kan gaan, want daar verlangt ze erg naar. Ze schrijft een brief naar Gerard, maar die wil haar nooit meer zien, wel geeft hij haar geld voor de reis. Net voordat ze vertrekt, komt Ritsert bij haar aan de deur, maar ze doet niet open, want ze schaamt zich omdat ze zo slecht heeft geleefd.



In Holland gaat ze bij de familie Harmsen wonen, die ze weer gaat helpen in het huishouden. Ze brengt ook bezoeken in de omtrek waar zieken of onverzorgde kinderen zijn. Ze gaat regelmatig naar Joob. Ze is nu heel gelukkig en verlangt niet meer naar de dood. Twee jaar na Hedwigs terugkeer sterft Joob. Hedwig sterft vijf jaar daarna, in haar drieëndertigste levensjaar aan een longontsteking.



Bouw:



Het boek is verdeeld in 32 hoofdstukken die worden aangegeven met Romeinse cijfers. Deze indeling is gebaseerd op tijd en onderwerp.Het laatste hoofdstuk is aanmerkelijk korter dan de andere. Het beslaat nog geen bladzijde. Ondanks dat worden de laatste zeven jaar van Hedwigs leven beschreven, terwijl de andere hoofdstukken over veel kortere perioden gaan.

Bijna heel hoofdstuk 28 en een deel van hoofdstuk 30 zijn in dagboekvorm geschreven. Na de 32 hoofdstukken volgt een biografie van Hedwig. Hierin vind je de belangrijke gebeurtenissen in haar leven, wanneer ze plaatsvonden en in welk hoofdstuk ze staan. Bij de tweede druk (van 1904, de eerste druk is van 1900) schreef Van Eeden een voorwoord, waarin hij de beschuldiging afwijst dat het gaat om een pathologisch geval en hij vertelt dat het werk is ontstaan uit kunstenaarsmotieven. Het boek dat ik heb gelezen is de versie van 1983 (naar de tweede druk) en telt 315 bladzijdes.



Titel:



De titel van het boek is gebaseerd op een psalmtekst. In hoofdstuk 15 staat: "Maar doodgaan scheen haar altijd nog veel beter, nog begeerlijker. Dat zou rust zijn, als die beloofd wordt aan de getrouwen in de psalm, dat zou zachtjes gevoerd worden langs stille wateren langs grote koele meren, dat zou troost zijn, zoals een moeder troost." De koele meren zijn voor Hedwig een symbool van rust en troost. Zij denkt de koele meren te vinden als ze dood is, maar van zuster Paula leert ze dat ze aan het einde van alle moeilijkheden liggen, als Hedwig zichzelf aanvaardt zoals ze is.



Genre:



Het is een psychologische roman, omdat het om de zielkundige ontwikkeling van de hoofdpersoon gaat. In dit werk zijn niet de daden en de handelingen het belangrijkste, maar hoe de hoofdpersoon tot de daden en handelingen komt.



Stroming:



De roman kunnen we rekenen tot het naturalisme. In die stroming worden karakters bepaald door erfelijkheid, opvoeding en milieu, houdt men zich bezig met de psyche van de mens, is het heel gewoon ‘wetenschappelijk’ te zijn, neurotische vrouwen als hoofdpersoon te nemen en de bourgeoishaat en de sexualiteit te benadrukken. Dit alles gebeurt ook in Van de koele meren des doods. Toch zijn er ook verschillen met naturalistische romans. Zo is het slot opmerkelijk anders. Het is immers een goed eind.



Tijd:



Het boek gaat over het leven van Hedwig. Ze leefde van maart 1856 tot november 1888. Over de eerste dertien en de laatste zeven jaar van haar leven wordt echter maar heel kort wat gezegd. De vertelde tijd is 32 jaar, maar het boek gaat vooral over 1869 tot en met 1881. Het verhaal verloopt voor het grootste deel chronologisch. In hoofdstuk 25 wordt echter al verteld dat Hedwigs baby dood is, terwijl ze in het hoofdstuk erna ingaan op de laatste dag van het leven van de baby. Er zijn een aantal toekomstverwijzingen. Bijvoorbeeld in hoofdstuk 13: "Zij had twee slapeloze nachten. Dit waren nog maar de eerste van vele in later jaren" en hoofdstuk 6: "Maar onmiddellijk daarop kwam die vreemde twijfel, waarmee zij later gruwelijk vertrouwd zou raken." Er zijn geen flash-backs. De vertelwijze is niet continu. In het begin van hoofdstuk 5 wordt er bijvoorbeeld ineens een sprong gemaakt van zomer naar winter ("De zomer, volgend op deze sombere winter,…"). Er is tijdverdichting, bijvoorbeeld in hoofdstuk 8, waar kort twee jaar in Hedwigs leven worden beschreven ("Twee jaren lang, leefde zij zonder hou-vast in gevaar en verwilderde, zoals een jonge hond die zijn meester verloor.").



Ruimte:



Het verhaal speelt op een aantal verschillende plaatsen. In het grote, deftige huis in de Hollandse provinciestad waar Hedwig is geboren en opgegroeid. Ze ging ‘s zomers altijd naar een buitenhuis, Merwestee, waar ze gelukkig was. Een aantal gebeurtenissen, zoals de eerste ontmoeting met Johan, spelen zich in de buurt daarvan af. De boerderij van de familie Harmsen ligt op het landgoed van Merwestee. Twee keer ging Hedwig naar Zonneheuvel, een buitenhuis van haar nicht. Op een feest in Leiden vindt de eerste ontmoeting met Gerard plaats. Ze gaat met hem in een huis in haar geboortestad wonen. Ze leert Ritsert op het strand van een Hollandse kustplaats kennen. Ze verblijft in Londen en aan de zuidkust van Engeland. Later komt ze in Parijs, waar ze in twee kamers woont en in verschillende inrichtingen verblijft. Verder is ze af en toe op Joobs kamer en is ze enkele weken regelmatig in een armoedig huisje waar Johans zus sterft.



Thema en motieven:



Het centrale thema is dat geloof de mens kan redden uit diep moreel verval en zware beproevingen. Naast dit centrale thema is er nog een groot aantal motieven:



-seizoenswisselingen, samenhangend met gevoelens Hedwig voelt zich ongelukkig en opgesloten in de winter en vrij en gelukkig als ze in de zomer op Merwestee is.

-ziekte en natuurlijke dood De moeder van Hedwig en Hedwig zelf leden aan tyfus, Hedwigs moeder gaat hieraan dood. Hedwig, Joob, Charlotte en het zusje van Johan sterven allemaal na ziekte.

-doodsverlangen van Hedwig.

-zelfmoordpogingen en zelfmoord Hedwig doet twee zelfmoordpogingen en Johan pleegt zelfmoord.

-moederschap Hedwig denkt dat ze gelukkig zal zijn als ze moeder is. Als ze dat eenmaal is sterft haar kindje snel.

-krankzinnigheid Hieraan lijden Hedwig en haar zus Hanna.

-verslaving Hedwig is verslaafd aan morfine, haar vader aan alcohol.

-prostitutie van Hedwig in Parijs om aan geld te komen voor morfine. Ze voelt zich wel steeds schuldig als ze weer voor hoer heeft gespeeld.

-eenzaamheid Hedwig, haar vader, Johan en Gerard zijn eenzaam en zoeken een uitweg uit die eenzaamheid.

-klassenvraagstuk Er komen verschillende milieus aan de orde: de sociaal zwakkeren (familie Harmsen, Johan en zijn zusje en Joobs huishoudster), de kunstenaarswereld (Ritsert en Joob) en de welgestelden (familie de Fontayne, Gerard en een familie in Engeland bij wie Ritsert en Hedwig een paar dagen verblijven). Mensen van verschillende standen mochten volgens de normen die toen golden niet met elkaar omgaan. Uit het boek blijkt dat iemand die rijk is, helemaal niet gelukkiger hoeft te zijn dan iemand die arm is; Hedwig is ongelukkig als ze rijk is en ze wordt pas gelukkig als ze bijna geen geld meer heeft.

-atheïsme en deïsme Hedwig en Paula geloven erg in God, Johan absoluut niet.

-sexualiteit Lustgevoelens bij Hedwig in haar jeugd. De periode van onthouding in haar huwelijk door Gerards afkeer van seksualiteit. De periode als prostituee in Parijs.

-muziek Hedwig wordt erdoor gekalmeerd en het is Ritserts levensvervulling.

-ontrouw en overspel Hedwig is Gerard ontrouw door met Ritsert overspel te plegen.

-onwetendheid en onmacht op seksueel gebied bij Hedwig.

-walging Hedwig walgt van een knopenwinkel en van geuren.

-helderziendheid en geesten Hedwig ziet de geest van Johan en heeft momenten waarop ze helderziend is.



Personen:



Hedwig Marga de Fontayne komt uit een welgesteld gezin met vijf kinderen en is protestant. Ze bidt veel en praat met haar overleden moeder. Ze schaamt zich voor haar dromen en gedachten over sex. Ze vindt zichzelf slecht en denkt dat ze het niet verdient om te leven. Daarom verlangt ze naar de dood. Ze houdt van muziek en walgt van mensen met slechte manieren en een kwade geur. Op het platteland voelt zij zich veel gelukkiger dan in de stad, toch herinnert zij zich bijna heel haar leven als saai en vervelend. Hoewel haar liefde voor haar man hecht en diep is, krijgt ze een afkeer van hem. Ze is aantrekkelijk. Zelfs als ze in Parijs is, haar kleren eenvoudig, heeft ze toch iets dat de aandacht trekt bij mannen.



Johan is een gevoelige weesjongen. Hij gelooft niet in God, vindt Hedwigs geloof in God zelfs stom. Ondanks dat wordt hij verliefd op haar. Later, als zij hem afwijst, ziet hij haar als een monster. Hij krijgt een woest, kleurig, losbandig leven.

Gerard Wijbrands is een zoon van de notaris in Hedwigs woonplaats en is dus van een hoge stand. Hij studeert rechten in Leiden. Hij heeft een afkeer van sex. Hij vindt orde en regelmaat belangrijk en wil alles doen zoals het hoort. Ondanks dat hij heel veel van Hedwig houdt, breekt hij radicaal met haar als ze overspel pleegt.



Ritsaart/Ritsert van Bergh van Aalst leeft van piano spelen. Hij trekt rond om geld te verdienen. Het is een echte kunstenaar. Hij haat gewone, deftige, fatsoenlijke mensen en ook een geregeld leven.



Zuster Paula werkt in een inrichting in Parijs als liefdezuster. Ze steunt en troost patiënten (waaronder Hedwig) met groot geduld en veel toewijding. Ze gelooft in God en helpt Hedwig met allerlei spreuken uit de Bijbel.



Joob is kunstenaar en een vriend van Ritsert. Hij praat plat. Hedwig gaat wel eens naar hem toe voor raad of antwoord op vragen, want ze gelooft dat hij alles weet. Hij heeft inderdaad inzicht in de mensheid.



Hedwigs vader is voordat hij verslaafd is aan drank, goed. Hij zorgt voor de armen die land bij hem pachten. Zijn vrouw is de grote steun en vervulling van zijn leven. Als zijn vrouw sterft, stort zijn wereld in en wordt hij een alcoholist. Hij wordt ziek en raakt verlamd. Hij is dan hard, slordig, vies, spotziek en een echte oude man.



Charlotte is het dochtertje van Hedwig. Het is een heel zwakke baby die al na 23 dagen sterft.

Leonora ofwel Leo is een vriendin van Hedwig. Ze is in Hedwigs ogen volmaakt. Ze trouwt met een arts en krijgt een kind.

Familie Harmsen, een boerengezin dat vrij arm is. Hedwig helpt er in het huishouden en daar is ze heel gelukkig mee.

Er komen nog minder belangrijke figuren voor zoals Lady Clara en een dokter in Parijs.



Vertelsituatie:



Het verhaal wordt verteld door een alwetende verteller. Hij volgt en belicht Hedwig, maar hij weet meer dan Hedwig. Zo is hij bijvoorbeeld de enige die weet dat Charlotte dood is als ze haar meeneemt in een mandje. Hedwig weet dat zelf niet, al denkt ze later dat het wel zo geweest zal zijn.



Taalgebruik:



Van Eeden gebruikt lange zinnen, in oude taal. Omdat ik niet weet hoe men gewoonlijk in die tijd schreef, kan ik er niet goed over oordelen. Maar een recensent uit die tijd, vond zijn stijl dor, droog, deftig en pedant. Bovendien wil Van Eeden soms iets zo netjes zeggen, dat het onduidelijk wordt. Zo schrijft hij in hoofdstuk 8: "Zij bemerkte toen niet, wat eerst veel jaren later onder haar inzicht kwam, en wat wel de meeste mensen, vooral de meeste vrouwen, nooit bemerken, hoe zeer haar gedachten veranderden door een andere toestand haars lichaams." Met dit laatste bedoelt hij de menstruatiecyclus. Ook schreef Van Eeden als verduidelijking bij het dagboek: "+ betekent dat zij voor de verleiding bezweken is." Hiermee bedoelt hij dat ze voor hoer heeft gespeeld. Dit taalgebruik komt overeen met de gedachtegang van Hedwig. Zij schaamt zich voor gedachten die ook maar iets te maken hebben met haar lichaam of met sex. Uit analyse van zijn vocabulaire is gebleken dat hij nogal wat bijwoorden met het achtervoegsel ‘lijk’ gebruikt, zoals ‘bitterlijk’, ‘deemoediglijk’, en ‘ernstiglijk’. Soms is er plaats voor dialoog. Hierin zie je dat Joob bijvoorbeeld anders praat dan Hedwig. Hedwig praat namelijk heel netjes, terwijl Joob plat praat (bijvoorbeeld "As je ies doet, moet je dat wille"). Dit past ook bij de personen, want Hedwig is van een hogere stand dan Joob. Alles (op de Franse spreuken van zuster Paula na) is in het Nederlands geschreven, ook de dialogen in Engeland en Frankrijk, terwijl Van Eeden toch bedoeld heeft dat die in het Frans of Engels werden gehouden.



Mening:



De meeste kritieken op het boek zijn negatief. Veel critici hebben het boek als een wetenschappelijk verslag beoordeeld. Ze vinden dat niet de kunstenaar, maar de psychiater aan het woord is. Verder typeert W.G. van Nouhuys in december 1900 Van Eedens stijl als dor, droog, deftig en pedant.



In het grootste gedeelte van het boek worden de gedachten en gevoelens van Hedwig beschreven. Ik vind dat aan die gedachten en gevoelens te veel aandacht wordt besteed. Er zitten wel een aantal goede lessen in het boek bv. dat als je rijk bent je niet gelukkig hoeft te zijn en dat je, als je drugs gaat gebruiken, alleen nog maar verder in de problemen komt. Ik had liever gehad dat het boek in moderne taal was geschreven. Korter en bondiger had ook wel gemogen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de eerste helft van het boek heb gedacht: "Waar ben ik aan begonnen?" Daarna was ik uiteindelijk aan de taal gewend en in het verhaal gekomen, zodat ik het met meer plezier heb uitgelezen.



Schrijver:



Frederik van Eeden leefde van 03-04-1860 tot 16-06-1932. Hij was psychiater, roman- en toneelschrijver, dichter en essayist. Hij ging naar de HBS, een Latijnse school en volgde een studie medicijnen. In 1886 promoveerde hij in de medicijnen en werd in Bussum arts. Met A.W. van Renterghem begon hij een kliniek voor hypnotische therapie.



Het jaar daarvoor richtte hij met een aantal anderen De Nieuwe Gids op. Hierin verscheen De kleine Johannes van hem. Van Eeden behoorde toen tot de Tachtigers. Deze Tachtigers hadden de volgende standpunten:



-een volstrekt individualisme; als schrijver mag je zelf weten hoe en waarover je schrijft

-de vormschoonheid van een kunstwerk moet voorop staan, ethische normen gelden niet

-het l’art pour l’art-beginsel; kunst moet werkelijk kunst zijn en geen kapstok voor stichtelijke of godsdienstige gedachten.

-vorm en inhoud van een kunstwerk moeten één zijn; woordkeus, ritme, klank en beeldspraak moeten in overeenstemming zijn met wat de kunstenaar persoonlijk doorvoelt.

-de belangrijkheid van de zintuiglijke waarneming.



In het slot van De kleine Johannes blijkt echter al dat hij de eerste twee standpunten van de Tachtigers afwijst. In 1893 verliet hij De Nieuwe Gids. Hij kiest een ethische, sociaal gerichte levenshouding. Hij wil een goed mens zijn en zich bekommeren om de mensheid. In Amerika propageerde hij denkbeelden van het opkomend socialisme en een ingrijpende maatschappijhervorming. Hij realiseerde deze opvattingen door in 1898 bij Bussum de kolonie Walden te stichten. Deze agrarische commune werd in 1907 opgeheven.

De politieke gebeurtenissen en persoonlijke tegenslagen maakten hem tot een gedesillusioneerd man. In 1922 bekeerde hij zich tot de rooms-katholieke Kerk.



Hij is getrouwd geweest met Martha van Vloten en later trouwde hij met Geertruida Everts.

Tot het proza dat hij heeft geschreven behoren onder andere De kleine Johannes (1887-1906), De nachtbruid (1909) en Het Godshuis in de lichtstad (1921). Lyrisch werk van hem is Van de passieloze lelie (1901) en Het lied van schijn en wezen. Verder schreef hij toneelstukken, bijvoorbeeld De heks van Haarlem (1915). Voorbeelden van zijn essays zijn Waarvoor werkt gij? (1899) en Kerk en communisme (1921).



Van Eeden was geïnteresseerd in de psyche van de mens en in paranormale zaken. Dit blijkt beide uit Van de koele meren des doods. Hedwig heeft af en toe momenten van helderziendheid, praat met haar overleden moeder en ziet Johans geest. Van Eeden zelf had contact met zijn overleden zoon.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen