U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Nescio - De Uitvreter.
Deze versie komt van http://www.boekverslag.nl/Verslag/De+uitvreter/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 626 woorden.

Titelverklaring


Het belangrijkste personage is Japi. Omdat Japi op kosten van anderen leeft, wordt hij 'de uitvreter' genoemd.

Over de auteur


Nescio is het pseudoniem van J.H.F. Grönloh (Amsterdam 22 juni 1882 - Hilversum 25 juli 1961). Nescio is Latijn voor 'ik weet (het) niet'. De uitvreter wordt voor het eerst in het tijdschrift De gids gepubliceerd en verschijnt in 1918 in een bundel samen met Titaantjes en Dichtertje. Deze bundel heeft een oplage van 500 stuks. Pas in 1933 verschijnt een tweede druk van 2000 exemplaren en vanaf die tijd is Nescio pas echt bekend geworden. Vanaf 1956 wordt het verhaal Mene Tekel aan het bundeltje toegevoegd. Nescio's verzameld werk (Twee delen, inclusief ongepubliceerde stukken) is momenteel verkrijgbaar via uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.

Literaire stroming


Een naturalistische inslag (Japi kan zijn lot niet ontlopen), een neo-romantisch thema (de non-conformistische zwerver) en het taalgebruik van de Nieuwe Zakelijkheid.

Genre


Novelle.

Samenvatting


Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter. Met deze beroemd geworden zin begint De uitvreter . 'De uitvreter' is de bijnaam van Japi. De verteller, Koekebakker, heeft Japi via zijn vriend Bavink ontmoet. Bavink was Japi tegengekomen in Veere, Zeeland. Bavink en Japi zijn kameraden geworden en leven van de opbrengst van de schilderijen die Bavink maakt. Japi maakt er een gewoonte van om ook van andere vrienden te profiteren, ook Koekebakker is daar het slachtoffer van. Na verloop van tijd verliest men Japi uit het oog, maar dan ontmoeten ze hem weer: Japi heeft een baan gevonden (via zijn vader) en is geen uitvreter meer. Gelukkig voelt hij zich daar niet bij. Voor zijn werk moet Japi naar Afrika en na twee jaar komt hij terug: 'ziek, half dood.' Enige maanden daarna pleegt Japi zelfmoord door van een brug af te springen.











Tijd en tijdvolgorde


De uitvreter is een verhaal dat ongeveer zeven jaar duurt. Het wordt chronologisch verteld, met veel tijdverdichting.

Plaats/ruimte


Het water speelt een belangrijke rol in De uitvreter: van het water van het Zeeuwse landschap, via de regen in Amsterdam tot het water onder de Waalbrug waar Japi op het laatst van afspringt.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling


Japi:



Japi is een uitvreter, hij profiteert van anderen. In het begin van het verhaal teert hij volledig op de zakken van zijn vrienden. Na verloop van tijd echter blijkt dat hij werk gevonden heeft en dat hij geen uitvreter meer is. Veel gelukkiger is hij daarvan niet geworden. Japi vindt zichzelf helemaal niks. Hij is een rond karakter.

Onderlinge relaties


Koekebakker:



Hij is een vriend van Japi en de verteller van het verhaal.



Bavink:



Hij is een vriend van Japi en Koekebakker.

Geloofwaardigheid van het verhaal


...

Thematiek


Alles gaat voorbij



Japi heeft een groot besef van tijdelijkheid: hij weet dat niets blijft en dat niemand de vergankelijkheid kan overstijgen. Zijn levensfilosofie is dat je maar beter helemaal niets kunt doen, je bent je hele leven bezig met sterven en dat kun je onmogelijk stopzetten. De dood is het enige dat telt, daarom is de zelfmoord van Japi geen wanhoopsdaad, maar een keuze om zich voor eeuwig te verenigen met dat wat hij liefheeft: het water. Door Japi's filosofie kan hij niet doen wat iedere burger doet: een burgerlijk leven leiden. Japi is een zwerver, een bohémien. Japi blijft niet in het leven van zijn vrienden Koekebakker en Bavink, Japi zwerft door hun leven, hij komt en hij gaat.

Motto


Geen.

Taalgebruik


Het taalgebruik van Nescio is alledaags: in tegenstelling tot wat in 1911 in de mode was (veel bijvoeglijke naamwoorden, impressionistisch taalgebruik) schrijft Nescio sober en zonder veel beeldspraak. Nescio probeert in spreektaal te schrijven: 'Toen-i' en 'had-i' zijn daar voorbeelden van.

Opdracht


Geen.

Vertelsituatie


We beleven het verhaal over de uitvreter via Koekebakker. Hij is de ik-figuur die Japi's verhaal achteraf aan ons vertelt. Wat andere personages denken, komen we niet te weten.

Perspectief


Ik-perspectief..

Verhaalopbouw


Het verhaal telt zeven genummerde hoofdstukken.

Eigen mening


...








Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen