U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend/anoniem - Van Den Vos Reynaerde.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/0460190/ en is laatst upgedate op 28/03/2002.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3223 woorden.


Auteur


Over Willem is weinig bekend. Hij liet immers ook geen achternaam achter. Wel denkt men dat hij zeker een hoge opleiding moet hebben gehad. Want hij kende zijn talen goed en kende het rechtssysteem. Ook blijkt zijn kundigheid door parodieren op klassieke retorische stijlmiddelen en motieven. Men is er nog steeds niet zeker van of er meerdere schrijvers aan de Reynaert hebben meegewerkt. Willem spreekt in de inleiding over ene Aernout. Men is er bijna zeker van dat het slot, met het acrochriston erin (BI WILLEME) niet door Willem is geschreven. En men twijfelt ook nog over de inleiding, misschien is dat ook andermans werk.


Arjaan van Nimwegen heeft het verhaal vertaald vanuit het Middelnederlands.




Titel


Over de vos Reinaert, Het Spectrum, Utrecht, 1988 4e druk, 311 pagina’s (1e druk 1979, wanneer het oorspronkelijke verhaal geschreven is, is niet helemaal bekend, Antwerpse Reinaert-druk 1487)




Eerste Reactie




Keuze


Je hoort vaak over Reinaert de vos spreken omdat het verhaal in heel Nederland bekend is. Zelf wist ik er eerlijk gezegd erg weinig vanaf en daarom leek het me leuk om toch ook eens te weten te komen wat die slimme, gemene vos allemaal uitgehaald heeft. Achteraf ben ik blij dat ik dit boek gekozen heb omdat ik nu ook wat weet van het verhaal en het nog een makkelijk te lezen boek was ook.





Inhoud


Ik vond het een grappig verhaal. Erg grof af en toe, maar dat werkte wel grappig eigenlijk. De sluwe vos die zich overal uitredt ken ik vooral als thema in boeken die geschreven zijn voor kinderen. Dit boek is echter gericht op volwassenen en daardoor is het met wat meer lef geschreven. Mijn eerste reactie over dit boekje is positief. De vertaling is erg leesbaar en met het Middelnederlands ernaast zijn de gemaakte keuzes, zelfs voor een leek redelijk beredeneren.




Verdieping




Samenvatting


Het gedicht begint met een klein voorwoord van de schrijver “Willem”. “Willem” betreurt het dat Aernout het verhaal over Reinaert nooit in de volkstaal (het Diets) heeft voltooid. Na Franse boeken te hebben geraadpleegd, is hij aan het werk gegaan om dit tekort goed te maken. Hij verzoekt onbeschaafde mensen hem niet te bekritiseren en niet voor onwaar te verklaren, waar ze zelf geen verstand van hebben. Op verzoek van een hoofse dame wil hij graag zijn verhaal aan beschaafde lieden vertellen. Het verhaal begint zoals ook bij Karelromans gebruikelijk is met een hofdag, een voor de dieren welteverstaan. Koning Nobel de leeuw ziet dat alle dieren inderdaad zijn gekomen, behalve Reinaert de vos. Alle dieren beklagen zich over Reinaert zijn gedrag. De enige die hem af en toe verdedigd is zijn neef Grimbeert de das.


Uiteindelijk dringt Isengrijn de wolf erop aan dat hier een ter dood veroordeling op zijn plaats is. Toen Isengrijn erop aandrong Reinaert ter dood te veroordelen, sprong de das Grimbeert verontwaardigd op en hield een vurig pleidooi voor zijn oom. Isengrijn was ook niet zo\'n brave en bovendien was Reinaert kluizenaar geworden, droeg hij een boetekleed en raakte geen vlees meer aan. Op dat moment naderde een droevige stoet die de dode kip Coppe met zich mee droeg. Coppe was de dochter van de haan Cantecleer. Reinaert had 11 van zijn 15 kinderen opgegeten. De koning was woedend, en besloot Reinaert voor het hof te dagen. Koning Nobel de leeuw besluit de vos te dagvaarden en stuurt Bruun de beer met deze boodschap naar Reinaert toe. Bruun meldt de vos wat er van hem wordt verwacht. Reinaert antwoordt dat hij graag mee zou gaan, ware het niet dat hij buikpijn heeft van het eten van te veel honing. Hij maakt de beer wijs dat er honing zit in een eik die door timmerman Lamfreit gespleten is. Zodra Bruun zijn kop ertussen steekt, trekt de vos de wiggen weg en verdwijnt lachend. De dorpelingen, met Lamfreit en de pastoor voorop, takelen Bruun verschrikkelijk toe. Toch weet hij te ontsnappen en kan verslag uitbrengen aan de koning. De volgende die wordt aangewezen om Reinaert te halen is Tibeert de kat. Hij was vanwege zijn intellect uitgekozen. Reinaert slaagt er toch in om Tibeert wijs te maken dat er vette muizen zitten in de schuur van de priester. Reinaert weet dat daar een strik is gezet, omdat hij er altijd kippen jatte. Tibeert gaat de schuur in en raakt ernstig gewond, maar ontkomt door de geestelijke flinke schade aan zijn mannelijkheid toe te brengen. Uiteindelijk wordt Grimbeert de das aangewezen om Reinaert te gaan halen. Grimbeert is een neef van Reinaert, dus de vos kon nu geen sluwe streken uithalen. Na een roerend afscheid van vrouw en kinderen gaat de vos mee. Onderweg veinst Reinaert berouw en biecht zijn misdaden op. Als ze langs een klooster komen kost het hem grote moeite niet even een kippetje te \"scoren\", maar Reinaert beheerst zich.


Reinaert verzekert koning Nobel dat er geen trouwer onderdaan bestaat dan hijzelf, toch wordt hij tot de strop veroordeeld. Reinaert zijn bloedverwanten vertrekken, zijn doodsvijanden (Isengrijn, Bruun, Tibeert) gaan de galg vast opstellen. Reinaert probeert nu te profiteren van het wantrouwen en de hebzucht van de koning. Hij vertelt de koning dat Bruun, Isengrijn en Tibeert een staatsgreep willen plegen. Het plan moest bekostigd worden met de schat van koning Hermelike, die door Reinaert zijn vader (die ook tot de samenzweerders behoorde) was gevonden. Reinaert maakte Nobel wijs dat hij de schat gestolen had en ergens anders begraven had om het plan te verijdelen. De koning wilde meer weten over de schat, die zich volgens Reinaert in de bron Kriekeput bij Hulsterput bevond.


Koning Nobel gelooft het hele verhaal en scheldt de vos zijn schulden vrij en sluit de vermeende staatsvijanden op. Reinaert maakt de koning wijs dat hij op boetetocht moet om van een pauselijke ban af te komen. Hij zegt dat hij hiervoor helemaal naar Rome en Palestina moet en krijgt de koning zelfs zover dat de huiden van enkele vooraanstaande dieren voor hem gestroopt worden en tot schoenen en reistas worden verwerkt.


Reinaert wordt op zijn “lange tocht” vergezeld door de ram Belijn en de haas Cuwaert tot aan zijn eigen kasteel. Hij lokt de haas mee naar binnen, waar hij Cuwaert samen met de rest van zijn familie op eet. Hij stopt Cuwaert zijn hoofd in de pelgrimstas en zegt tegen Belijn, die buiten staat te wachten, dat in deze tas een afscheidsbrief voor de koning zit. Belijn brengt de tas opgetogen naar de koning, hij denkt zelfs beloond te zullen worden voor deze daad. Als de koning merkt dat hij bedrogen is, schreeuwt hij het uit van woede. Hij laat zijn gevangenen weer los. Hij verklaart dat de nietsvermoedende Belijn en zijn familie toe behoren aan de wolven en de beren. Reinaert en zijn hele familie verklaart hij vogelvrij. Maar Reinaert is hem dan allang gevolgen.




Onderzoek naar de verhaaltechniek


Dit grote gedicht behoort tot de epiek. Er wordt een dierenfabel verteld in dichtvorm. Het verhaal is licht didactisch in de zin dat het slecht afloopt met gierige dieren die zich laten afleiden door sluwe praatjes. Aan de andere kant bevat de ongekuiste versie weer zoveel onbeschaafde elementen dat het toch nauwelijks opvoedkundig bedoelt kan zijn. Dit gedicht is vooral satirisch, eigenlijk is het een grote parodie op een hoofse roman. Het verhaal begint met een inleiding over hoe en waarom het verhaal geschreven is en voor welk publiek het bedoelt is. De schrijver komt hierin duidelijk persoonlijk naar voren, wat vrij ongebruikelijk is in moderne literatuur. De verteller is alwetend en gebruikt dus een auctoriaal perspectief.


Het verhaal is chronologisch verteld en hoewel de figuren het wel eens hebben over gebeurtenissen uit het verleden, bevat het verhaal eigenlijk geen flashbacks. Het verhaal speelt in de middeleeuwen binnen het tijdsbestek van een paar weken.


Reinaert is de hoofdpersoon en een sluwe, gemene vos. Hij is door en door slecht en maakt geen karakterontwikkeling door in het verhaal. Eigenlijk bevat het boek alleen maar flat characters. De dieren worden wel menselijk weergegeven, maar zijn allemaal stereotiep. Het verhaal speelt zich grotendeels af aan het hof, waar de aanklachten tegen de niet aanwezige Reinaert worden ingediend. De hofdag wordt meestal geplaatst in Gent, de hoofdplaats van de kanselarij. De gebeurtenissen spelen zich af in het Land van Waas (Oost-Vlaanderen), tussen Gent en Hulsterlo (een uitgestrekt bos tussen Hulst en Kieldrecht). Ook wordt er gesproken van Elmare, een Benedicter proostdij tussen Aardenburg en Biervliet. Malpertuus (het kasteel en het landgoed van Reinaert) staat waarschijnlijk symbool voor een burggraaf uit Destelbergen. Volgens sommige geleerden is het kasteel van Reinaert (Malpertuus) te plaatsen in de buurt van Sint-Jansteen in Vlaanderen. De ruimte zou symbolisch bedoeld zijn. Reynaert wandelt door de kromme paden, en voelt zich thuis in de \"woestine\" (de veilige wildernis). De hofwereld van Nobel is een morele woestijn, een wereld van huichelarij en schijn. De plaatsnamen Absdale, Belsele en Hijfte komen ook in het boek voor.




Op zoek naar de thematiek


Dit boek is voornamelijk een parodie, maar het bevat toch wel enkele moralen en heeft een sterkte thematiek. Ook zijn er enkele “wijze lessen” uit te trekken, bijvoorbeeld: zorg dat je snuggerder bent dan je vijanden, wie niet sterk is moet slim zijn en hoogmoed komt voor de val.




Het hele boek door is Reinaert door al zijn listen iedereen te slim af. Hij maakt gebruik van de zwakheden van de andere dieren in het bos. De gierigheid en schijnheiligheid van bijvoorbeeld de koning, geven dit verhaal ook een maatschappijkritische lading. Er wordt toch een verkeerde wereld getoond. Zowel de feodale maatschappij (vol corruptie, schijnheiligheid en winstbejag) als het kerkelijk gezag en de burgerij worden bekritiseerd.




Enkele motieven voor dit boek zijn: sluwheid, dieren, het bos, de adel, de kerk, de maatschappij, gierigheid, bekrompenheid, burgerlijkheid, schijnheiligheid, samenleving, schavuit en parodie.




Plaats in de literatuurgeschiedenis


De oudste bekende tekstgedeelten van dit gedicht, de zogeheten “Darmstadse Fragmenten”, stammen uit de dertiende eeuw. De oorspronkelijke schrijver is niet met zekerheid vast te stellen. Het Franse voorbeeld van dit boek is de roman Renart. Deze werd geschreven in 1179, de Latijnse bewerking is gemaakt tussen 1272 en 1279. Dit boek is waarschijnlijk geschreven in de periode die ligt tussen de Franse en de Latijnse versie. In de 14e eeuw is er een bewerking gemaakt van dit verhaal met de titel “Reinaerts Historie”. Deze bewerking was veel moraliserender van karakter en ruim twee keer zo lang.




Dit boek staat sterk onder invloed van andere werken uit de wereldliteratuur. Ook het Franse Li Plaid van “Perout” vertoont veel overeenkomsten met dit verhaal. Niemand weet precies aan wie dit werk toegeschreven moet worden, maar er zijn drie theorieën die algemeen het meest geaccepteerd worden. In de eerste plaats zijn er mensen die van mening zijn dat “Arnout” de schrijver is van het eerste deel tot aan de terdoodveroordeling en dat “Willem” de rest heeft toegevoegd. De tweede theorie zegt dat “Willem” gewoon alles geschreven heeft en dan er is nog de derde theorie. “Arnout” is een verschrijving voor “Perrout”, de auteur Li Plaid. “Willem” heeft het eerste deel gebaseerd op Li Plaid, en daarna zijn eigen slot toegevoegd.




Over Willem is weinig bekend, we weten zelfs zijn achternaam niet. De schrijver wordt wel een hoge opleiding toebedacht. Hij kent immers zijn talen goed en af en toe bevat de stijl van dichten imitaties van klassieke retorische stijlmiddelen. Het is ook mogelijk dat dit boek geschreven is door verschillende schrijvers. Hoe dan ook de vertaling die ik gelezen heb, stamt uit 1985 en is geschreven door H. Adema.






Beoordeling




Ik heb dit boek met heel veel plezier gelezen. Het is echte een boek waarbij je dikwijls moet lachen om de vindingrijkheid waarmee het boek is geschreven. Soms vond ik het wel wat zielig voor de slachtoffers, die zo ernstig toegetakeld worden door de listen van Reinaert. Bijvoorbeeld met Bruun. Als hij zo met zijn lichaam tussen een gespleten boom vast zit en de boeren menigte komt eraan heb ik wel wat medelijden met hem. Zeker omdat hij niets kan doen. Aan de andere kant is het ook wel zijn eigen schuld dat hij zo vast is komen te zitten. Hij is zelf ontzettend dom geweest en wordt daarvoor bestraft. Toch krijgt Willem het voor elkaar dat je sympathie krijgt voor Reinaert, hoewel dit de grootste schurk is die je je maar kan bedenken. Dit komt natuurlijk ook doordat zijn vijanden heel dom doen en omdat het maar een fantasieverhaal is. Het is dus niet echt gebeurd en zoiets zal ook nooit echt gebeuren. (emotief argument)


Willem weet op een leuke manier de lezer of luisteraar geboeid te houden. Dit moest natuurlijk ook wel, want anders liep hij het risico dat de mensen weg zouden lopen omdat het saai werd. Er zitten voortdurend grappen in het verhaal. Deze grappen zijn ook erg origineel. Ook de listen die Reinaert bedenkt zijn erg slim. Je blijft door het verhaal geboeid. Het wordt niet saai omdat er voortduren wel wat gebeurt. Hierdoor vind ik het een erg goed verhaal. Je hebt nooit het gevoel om het boek weg te leggen omdat je er niets aan vind. Over het boek is ook goed nagedacht. De dubbelzinnige betekenissen passen allemaal mooi in elkaar en voor iedere handeling is wel een rede. Zo is Reinaerts achterliggende gedachte om Bruun in de gespleten boom te stoppen de gedachte dat niemand zal kunnen bewijzen dat hij ooit gedaagd is. Bruun zou door zijn vraatzucht in de boom gelokt zijn, hij is vermoord door de mensen en heeft zijn boodschap niet kunnen doorgeven. Reinaert moet dus nog steeds drie keer gedaagd worden. Reinaerts plannetje mislukt echter doordat Bruun niet vermoord wordt doordat Julocke in de rivier valt. Dit is dan meteen weer een belediging aan het adres van de geestelijkheid. De pastoor laat Bruun gaan om zijn eigen vrouw te redden. Op deze manier past het steeds mooi aan elkaar. (esthetische argumenten)


De voornaamste bedoeling van de schrijver is kritiek leveren op de maatschappij. Dit moest je echter wel voorzichtig doen, anders werd je opgepakt. Door het via een dierenepos te doen hoeven de mensen zich niet echt aangevallen te voelen en ze kunnen natuurlijk altijd nog denken van: het is allemaal fantasie en een heleboel onzin. In zijn verhaal gaat Willem wel recht door zee en zet de mensen waarop kritiek is compleet voor schut. Zo maakt hij de geestelijkheid behoorlijk zwart. Hij is het duidelijk niet eens met de manier waarop de geestelijkheid omgaat met de aflaat en eigenlijk met alle regels die door de kerk worden gemaakt. Ook geeft hij flink kritiek op de rechtspraak, op het gezag en op de negatieve eigenschappen van de mens, zoals egoïsme, hebzucht en winstbejag. Hij doet dit allemaal op een hele goede manier vind ik. (moreel argument)


Het realiteitsgehalte van het verhaal is natuurlijk niet erg hoog, doordat bijna alle rollen gespeeld worden door dieren. Deze dieren hebben toch menselijke eigenschappen. Eigenlijk zijn het allemaal mensen, maar hebben ze allemaal een dierlijke vorm. Zo zal je nooit een wolf (Isengrijn) gebroederlijk naast een konijn (Cuwaert) zien zitten. Ook de situatie met Bruun die toegetakeld werd door de mensen een beetje ongelovig. De wonden die hem toegebracht werden zou hij nooit kunnen overleven. Er werd naar zijn ogen gestoken, het vel was totaal van zijn kop en poten af. Al zijn botten zouden gebroken moeten zijn. Als de beer dus niet dood was gebloed had hij wel dood moeten gaan aan infecties en ziektes die hij zou moeten oplopen, zeker in die tijd. Hij had het in realiteit niet kunnen overleven, hoewel hij dat in het verhaal wel doet. Er wordt zelf nog een lap extra vel van hem afgehaald om een tas van te maken. De beer heeft dus bijna geen vel meer over, en zou moeten uitdrogen. Dit is echter natuurlijk nogal vergezocht en het verhaal zou ook een stuk minder leuk zijn als Bruun daar gewoon was doodgegaan. Zo zitten er nog wel meer onmogelijke dingen in het verhaal, die het toch leuk maken. Zo kan Bruun niet meer lopen naar het hof door zijn verwondingen, dus gaat hij maar rollen. Dat vind ik origineel gevonden. De rollen die gespeeld worden zijn wel erg serieus. Die rollen zouden in die tijd ook aan de orde van alle dag kunnen zijn. De omstandigheden zijn dus wel realistisch. Ook de problemen die aan de orde komen zijn ook erg serieuze situaties, die ook dagelijks kunnen voorkomen. Dit voegt weer wat extra realiteit aan het verhaal toe. Doordat alle gebeurtenissen allemaal fantasie zijn, wordt het verhaal ook een stuk leuker. De gemene streken die Reinaert uithaalt worden ook wat minder ernstig. Het lage realiteitsgehalte draagt ook bij aan de sympathie die je moet krijgen voor Reinaert, die zich verdedigt tegen de gekte van de maatschappij. (realistisch argument)


De dubbelzinnigheid die Willem gebruikt is erg lollig. Zo kan je achter veel gebeurtenissen nog wat anders zoeken. Deze had ik echter niet zelf gevonden. Achter de meeste van deze dubbelzinnigheden kwam ik pas achter toen ik de thematiek ging opschrijven. Een deel stond ook al in het boekje zelf, maar zelf was ik er niet achter gekomen. Je moet als het ware tussen de zinnen doorlezen en je moet ook de betekenis van de Middelnederlandse woorden kennen. Ook de betekenis van de namen is erg leuk. De namen hebben allemaal iets te maken met de gebeurtenissen die rond die figuur plaat vinden. Bijvoorbeeld de wolvin Herswint die door Reinaert verkracht wordt: ‘ze heeft er wel zin in’ is haar naam. Ook de combinatie van situaties is wel leuk. Bijvoorbeeld als Grimbeert alle klachten tegen Reinaert heeft weerlegt, en zichzelf gewonnen acht, komt daar de stoet met de dode Coppe aan. Je ziet dan bijna Grimbeerts moed in de schoenen zakken. Daar kon ik dan wel om lachen. De manier waarop Willem sommige gebeurtenissen beschrijft is erg grappig. Bijvoorbeeld de situatie met Tibeert die wordt afgeranseld door de naakte pastoor. Tibeert vliegt de pastoor naar zijn edele delen: ‘Hij sprong de pastoor tussen zijn benen naar de beurs zonder naad waarmee men tegen de klok slaat. Het ding viel op de grond’ (vers 1266 – 1269). Later zegt Reinaert in stilte tegen Julocke, die helemaal gefrustreerd is: Wat dan nog? Ook al heeft je man een van zijn klepels verloren, des te minder zal hij zich hoeven inspannen’ en ‘het is geen schande dat hij maar met één klok luid.’ Willem kiest ook expres voor klokkenspel en klepel, waar de pastoor vanwege zijn beroep vertrouwd was. (structurele argumenten)


De bedoeling van Willem is waarschijnlijk dat hij vind dat de maatschappij en de geestelijkheid helemaal verkeerd zijn. Met zijn verhaal geeft hij kritiek. Hij probeert misschien ook de mensen een beetje wakker te schudden, zodat ze beseffen in wat voor samenleving ze eigenlijk leven. Het is jammer genoeg niet helemaal geslaagd, want zijn boek kwam op de lijst van verboden boeken terecht. Het gezag en de kerk waren duidelijk bang geworden dat de mensen echt wakker zouden worden en in opstand zouden komen. Ze mochten de boeken dus niet lezen. Willem is er in ieder geval wel in geslaagd een prachtig dierenepos te schrijven met een overvloed aan grappen en grollen. Veel mensen kennen het verhaal al en er zullen nog een heleboel mensen zijn die nog een heleboel plezier aan het boek kunnen beleven. Ik zou het boek dus echt willen aanraden aan anderen. (intentionele argumenten)




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen