U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Louis Couperus - De Stille Kracht.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7803 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2776 woorden.

Louis Couperus - De stille kracht

Beoordeling door Ornée & Vermeer Tekstbureau



De personages

Van Oudijck is een nuchtere, rationele man. Hij doet zijn best de belangen van de

bevolking zo goed mogelijk te behartigen en hij leeft voor zijn werk. Hij is streng en

autocratisch, maar principieel en rechtvaardig. Hij is veeleisend voor zijn

ondergeschikten, maar hij gaat ook joviaal met hen om; tegen de inlandse bestuurders is

hij tactisch en geduldig. Hij gelooft alleen in wat hij ziet; hij is blind voor het gedrag van zijn vrouw en gezin, en de mystiek en de stille krachten van de Indiërs storen hem. Later wordt hij met zijn neus op de feiten gedrukt door de gebeurtenissen en moet hij wel in deze dingen geloven.

Leonie Van Oudijck is de tweede vrouw van Van Oudijck. Ze is heel egoïstisch, het

enige waar ze om geeft is zichzelf. Ze is onverschillig, doordat ze zo egocentrisch is.

Achter haar rug om wordt er over haar geroddeld en wordt ze gehaat, maar als ze dan in een

gezelschap is, is ze zo charmant en mooi dat ze de mensen zo voor zich kan winnen. Ze

heeft affaires met vele verschillende mannen. Ze heeft een Europees uiterlijk.

Theo Van Oudijck is de zoon van Van Oudijck en zijn eerste vrouw. Hij is drieëntwintig. Hij is verveeld, ijdel, dandy-achtig, en hij haat zijn vader. Hij kan nooit lang een baantje houden.

Doddy Van Oudijck is een lief en aardig meisje van zeventien. Zij heeft een relatie met Addy de Luce, en ze gaat helemaal in haar verliefdheid op. Ze is soms jaloers op Leonie, vooral als deze alle aandacht van Addy opeist, maar als Leonie ervoor zorgt dat Leonie met haar trouwt houdt ze weer van haar. Ze lijkt op haar Indische moeder.

Addy de Luce is een heel knappe jongen. Alle vrouwen en meisjes zijn verliefd op hem,

en hij heeft dan ook vele vriendinnen. Zijn familie bezit een suikerfabriek in Patjaram.

Eva Eldersma is een aristocraat. Ze houdt van cultuur en kunst. Ze voelt zich niet thuis in Indië en houdt niet van het klimaat, ze heeft heimwee naar Europa. Ze is muzikaal en zeer sociaal, zij neemt de taken van Leonie over en organiseert dus van alles in Laboewangi.

Raden Adipati Soerio Soenario is de regent van Laboewangi. Hij is getrouwd met een

jonge Solese prinses. Hij houdt zich veel bezig met magie en mystiek, hij wordt door de

bevolking ook wel de tovenaarregent genoemd. Het lijkt of hij zich neerlegt bij zijn lagere positie, maar in het geheim werkt hij de resident tegen en overwint hem met de stille kracht.



De inhoud

De resident van Laboewangi, Otto Van Oudijck, maakt een wandeling naar zee in de

avondschemering. Hij voelt zich eenzaam ondanks zijn gezin, zijn werk is alles voor hem.

Na het diner praten Doddy en Theo, zijn kinderen, met elkaar. Ze weten allebei van elkaar

dat Theo een verhouding heeft met zijn stiefmoeder, Van Oudijcks tweede vrouw, Leonie, en

Doddy met Addy de Luce.

De volgende dag komt Leonie terug van een verblijf van twee maanden in Batavia met de

twee andere kinderen René en Ricus. Theo bezoekt haar in haar slaapkamer en opeens vliegt

er een steen door de ruit. Intussen is Van Oudijck blij dat Leonie weer thuis is. Hij denkt na over zijn werk; hij hoopt binnen anderhalf jaar resident-eerste klas te worden. Hij is tevreden met zijn werk in Laboewangi, hij maakt zich alleen zorgen over de verhoudingen met de regent Soenario.

Onno Eldersma, de secretaris, moet erg hard werken. Hierdoor heeft hij weinig tijd voor

zijn vrouw Eva en kind. Eva voelt zich eenzaam, ze is opgevoed in een kunstzinnig en

muzikaal gezin in Nederland, en ze voelt zich niet thuis in Laboewangi. Ze organiseert daarom veel feesten en recepties voor de Europeanen, iets wat eigenlijk de taak van de

residentsvrouw Leonie is, maar deze is blij dat ze er vanaf is.

Op een van Eva’s veertiendaagse ontvangsten ontmoeten de resident en de regent elkaar. Van Oudijck informeert naar de broer van de regent, die dobbelt en drinkt en zo al het geld verliest. Als de regent hem niet tot orde roept zal Van Oudijck zij broer laten ontslaan. De regent belooft er iets aan te doen, maar hij is eigenlijk woedend over de bemoeienis van de resident.

Als bijna alle gasten al zijn vertrokken, roddelen Eva en haar vrienden tijdens het diner over Leonie en haar affaires, de regent van Ngadjiwa en zijn moeder die hun geld vergokken en de resident die zo hard werkt. Ze besluiten een tafeldans te houden; de tafel wordt door geesten bewogen en tikt met zijn poten letters op de grond die woorden en zinnen vormen. De tafel onthult dat Leonie Van Oudijck een relatie heeft met haar stiefzoon Theo en dat ze een relatie zal krijgen met Addy de Luce. Ook voorspelt de tafel dat er een opstand zal komen in Laboewangi en een oorlog tussen Europa en China. De gasten nemen deze berichten niet serieus; ze zien het meer als vermaak.

De volgende dag vertelt de controleur Van Helderen Eva dat hij verliefd op haar is, maar Eva wijst hem af; ze houdt van haar man en kind en wil alleen vrienden zijn. Ze voelen zich allebei niet gelukkig op Java.

De familie Van Oudijck gaat naar een feest bij de familie De Luce van de suikerfabriek in Patjaram. Na het feest blijven Leonie, Theo en Doddy nog enkele dagen bij deze grote familie. Doddy wil met Addy trouwen, maar ze weet dat haar vader hiervoor geen toestemming zal geven. Leonie is ook verliefd geworden op Addy, die heel knap is maar geen verbeelding of intellect heeft, en Theo wordt jaloers. ‘s Avonds gaan Doddy en Addy wandelen en Doddy ziet een ‘witte hadji’. Leonie komt hen tegen en stuurt Doddy naar bed en

begint zelf een verhouding met Addy.

Theo vermoedt dat Addy en Leonie een verhouding hebben en spreekt Addy hierover aan.

Addy kalmeert hem en neemt hem mee naar de kampong waar een onechte zoon van Van Oudijck woont, die geboren is uit zijn verhouding met de huishoudster. Theo en de Si-Oudijck beklagen zich over hun vader; de Si-Oudijck omdat hij nooit naar hem heeft omgekeken en Theo omdat hij hem nooit bevoordeelt ten opzichte van de anderen, ook al is hij zijn zoon. Theo is blij omdat hij nu een bewijs heeft dat zijn vader niet zo onfeilbaar is als hij lijkt.

Van Oudijck maakt zich intussen zorgen over de anonieme brieven die hij al een tijdje ontvangt. In de brieven wordt Leonie beschuldigd van overspel. Van Oudijck begrijpt niet,

waarom iemand haar zwart wil maken, hij is totaal blind voor het gedrag van Leonie en van

de rest van zijn familie. Hij besluit Theo met zich mee te nemen als hij op tournee gaat.

Van Oudijck maakt zich ook zorgen over de Regent. Hij had groot respect voor diens vader, maar hij vindt Soenario geen goede bestuurder; hij verwaarloost de belangen van de bevolking en houdt zich meer bezig met mystieke zaken en tovenarij. Van Oudijck voelt dat

de regent hem in het geheim tegenwerkt. Het lijkt alsof de inlandse bevolking zich makkelijk schikt in de overheersing van de Europeanen, maar onder die uiterlijke schijn smeulen de haat en het mysterie, onzichtbaar voor de Europeanen.

Tijdens de halfjaarlijkse feesten Ngadjiwa wordt de Resident gewaarschuwd dat de regent

van Ngadjiwa dronken is en zich op straat misdraagt. Van Oudijck is woedend en besluit de

regent toch voor te dragen voor ontslag. De volgende dag komt de moeder van de regent, de

Raden Ajou Pangeran, hem smeken om genade en ze vernedert zich voor hem. Hoewel Van

Oudijck het Indisch geslacht graag hoog zou willen houden, blijft hij toch bij zijn besluit; hij komt nooit op een eenmaal genomen besluit terug.



Van Oudijck blijft anonieme brieven ontvangen en hij confronteert Leonie hiermee. Zij

vraagt zich af wie deze roddels verspreidt.

Eva organiseert intussen allerlei activiteiten voor de slachtoffers van een zeebeving, zoals een passar-malam en toneelvoorstellingen. Ondanks de drukte hier omheen wordt duidelijk, dat de onrust onder de bevolking groeit. Van Oudijck bezoekt de Raden-Ajou Pangeran en de regent Soenario en maakt op een hoffelijke en toch dreigende manier duidelijk dat een opstand door de regering hard zal worden neergeslagen. De Raden-Ajou Pangeran belooft het volk te sussen en geen kwaad meer over de resident te spreken.

Hierdoor neemt de onrust wat af en de resident wordt geprezen om zijn tactvolle optreden.

De regentijd is begonnen. Eva Eldersma voelt zich somber, ze houdt niet van de tijd van

de moesson; haar meubels worden aangevreten door het vocht en het kost haar steeds meer

moeite niet toe te geven aan de gemakkelijke kleding en levenshouding van de Indiërs.

Frans Van Helderen komt bij haar en vraagt of zijn kinderen een paar dagen bij haar mogen

blijven, aangezien zijn vrouw van malaria moet genezen. De vriendschap tussen Eva en Frans

bloeit op, ze maken vaak wandelingen samen. Al snel komen er geruchten over hen, maar daar trekken ze zich niets van aan. Otto Van Oudijck verzoekt Eva een liefdadigheidsvoorstelling te organiseren voor de weduwe en kinderen van de stationschef

die zelfmoord heeft gepleegd. Eva stemt hier met tegenzin mee in. Ina Van Helderen heeft

inmiddels ook de roddels over Eva en haar man gehoord en neemt haar kinderen bij Eva weg.

Eva schrijft Frans een brief, waarin ze hem vraagt niet meer bij haar te komen en zich te

verzoenen met zijn vrouw. Ze trekt zich meer en meer terug uit het sociale leven en wijdt

zich geheel aan de opvoeding van haar driejarige zoontje. Ze raakt in een isolement.

Als Theo en Leonie op de residentie zitten te praten, horen ze een geluid uit de bomen.

Volgens Oerip, de meid van Leonie, is dit het gehuil van kinderzieltjes. De Passar-Malam

is namelijk op de verkeerde dag gehouden. Bovendien is er geen sedakah, een rituele

offermaaltijd, gehouden bij het openen van de nieuwe waterput. Daarom willen de bedienden

geen water uit de put halen. Dan komt Doddy aanlopen, ze is erg geschrokken, omdat ze

stenen door het riet heeft zien suizen, en ook heeft ze al twee keer een witte hadji gezien. Van Oudijck vindt het allemaal maar onzin en weigert alsnog een sedakah te geven. Leonie is bang dat haar verhouding met Theo deze gebeurtenissen veroorzaakt heeft, maar Theo vindt haar bijgelovig.

Er blijven geheimzinnige dingen gebeuren op de residentie; als Leonie een bad neemt na

een middag met Theo, wordt haar lichaam op onverklaarbare wijze besmeurd met sirih-sap. Ze krijgt met moeite de deur van de badkamer open en rent naar buiten, naar het zwembad. Ze

is helemaal hysterisch en wordt zenuwziek.

Leonie vertrekt naar Soerabaia, waar ze bij kennissen gaat logeren. Ook Theo gaat naar

Soerabaia, waar hij een betrekking heeft gevonden. Doddy gaat bij de familie De Luce

logeren. Omdat de meeste bedienden zijn gevlucht, blijft Van Oudijck bijna alleen achter in

het grote huis. De onverklaarbare gebeurtenissen blijven aanhouden; een grote steen vernielt de spiegel, er klinken voortdurend klopgeluiden, een glas spat zomaar uiteen en de whisky verandert opeens van kleur. Van Oudijck lijkt onaangedaan. Hij eet twee keer per dag bij de familie Eldersma en werkt dag en nacht. Eva is doodsbang en nerveus en in Laboewangi gaan de geruchten dat het spookt in het huis van de resident. Er worden soldaten gestuurd en deze omsingelen het huis en brengen een nacht door in de badkamer. Ze durven daarna met niemand te praten over wat er die nacht gebeurd is, maar de badkamer wordt de volgende dag meteen afgebroken. De Gouverneur-generaal raadt Van Oudijck aan met verlof naar Nederland te gaan, maar deze weigert dit. Hij verblijft zolang bij de Eldersma’s terwijl het huis wordt schoongemaakt. Na een gesprek met de regent en diens moeder houden de onverklaarbare gebeurtenissen abrupt op.



Het hele gezin is weer bij elkaar op 1 januari. Van Oudijck voelt zich heel machtig, nu de gebeurtenissen door zijn toedoen zijn gestopt, en laat dit duidelijk merken aan de regent. Maar de familie is door de stille kracht veranderd; Leonie wordt onvoorzichtig in haar omgang met Addy en voelt zich niet meer zo onaantastbaar, Doddy wordt jaloers omdat ze iets vermoedt van de relatie tussen Leonie en Addy, Theo’s liefde voor Leonie slaat om in haat, en ook Van Oudijck is niet meer hetzelfde. Hij wordt onrustig en wantrouwig en heeft aanvallen van jaloezie, omdat hij eindelijk inziet dat zijn huiselijk leven totaal ontwricht is. Zijn gezondheid gaat achteruit en ook zijn werk lijdt eronder.

Wanneer het residentschap in Batavia vrijkomt, zijn grote promotiekans, schrijft hij de

Gouverneur-generaal in het geheim dat hij de promotie niet wil.

Addy en Leonie ontmoeten elkaar regelmatig in het huis van mevrouw Van Does. Theo, die

hiervan weet, vertelt dit aan Van Oudijck en deze gaat erheen. Hij betrapt Addy en Leonie

samen, maar Leonie weet zich uit de situatie te redden door te zeggen dat Addy haar om de

hand van Doddy kwam vragen. Van Oudijck gelooft dit maar half maar geeft toch toestemming.

Doddy is dolbij, maar Addy minder omdat hij niet aan één vrouw gebonden wil zijn. Theo

vertelt Van Oudijck dat Leonie en Addy wel een verhouding hadden en Van Oudijck besluit te scheiden. Hij komt er ook achter dat de anonieme brieven kwamen van zijn onechte zoon.

Leonie vertrekt naar Parijs en Van Oudijck neemt ontslag en ook hij vertrekt uit Laboewangi. Doddy gaat in Patjaram wonen en ook Theo vertrekt. Eldersma, die overwerkt is, gaat ook naar Europa. Eva reist hem enkele weken later achterna, maar voordat ze uit Indië vertrekt, zoekt ze Van Oudijck nog één keer op. Hij heeft zich teruggetrokken in Garut met een jonge vrouw, met wie hij inmiddels getrouwd is en heeft eindelijk een gezin en rust. Hij vertelt dat Doddy getrouwd is en ze praten over de stille kracht en over Indië. Als Van Oudijck Eva naar het station brengt worden ze gadegeslagen door een van de hadji’s die met de trein uit Mekka terugkomen. De hadji grijnst, omdat Van Oudijck toch zwakker was dan de Stille Kracht.



Analyse

Titelverklaring:

De titel slaat op de stille kracht van de Indiërs die uiteindelijk overwint. In het begin van het boek ontkent Van Oudijck het bestaan van deze stille kracht, en van de geheimzinnigheid en de mystiek in Indië, maar uiteindelijk wordt hij erdoor gesloopt. De kracht uit zich in de gebeurtenissen in de badkamer, de voorspellende tafel, de geluiden in het huis, en de brekende glazen. Alle Europeanen hebben een bepaalde angst voor deze kracht, en ze kunnen hem niet ontlopen.

Ook slaat de titel op het gedrag van de bevolking. Ze komen niet in opstand en het lijkt, alsof ze zich schikken onder de westerse overheersing, maar ze verzetten zich in stilte tegen de westerlingen.



Het thema van het boek:

Het thema van het boek is verschil tussen de westerse en de oosterse gedachtewereld.

Tussen die twee zit een onoverbrugbare afstand, de westerlingen begrijpen de magie en de

mystiek van de Indiërs niet, en de Indiërs weigeren de westerse denkwijze over te nemen.

Uiteindelijk blijkt, dat de westerse rationaliteit niet opgewassen is tegen de Indische

oerkracht. Het thema is dus het onvermogen van de westerling om weerstand te bieden aan de

oerkrachten.



Vertelperspectief:

Het boek heeft een auctoriaal vertelperspectief, het heeft dus een alwetende verteller.

Het boek is vooral gericht op de gedachten en gevoelens van Otto Van Oudijck en Eva

Eldersma. Verder wordt het Europese kringetje uitgebreid beschreven. Over de gedachten en

gevoelens van de Indische bevolking kom je maar weinig te weten, hierdoor zijn deze nog

geheimzinniger.



De indeling van het boek:

Het boek is ingedeeld in zeven hoofdstukken. Elk hoofdstuk is weer ingedeeld in een

aantal kleinere delen.



De tijd:

Het boek speelt ongeveer aan het einde van de negentiende eeuw. Indië is dan een kolonie van Nederland. Het boek is chronologisch verteld. De vertelde tijd is ongeveer een jaar.



De plaats:

Het boek speelt zich grotendeels af op Java, in Laboewangi. Verder spelen sommige

stukken zich af in Ngadjiwa en Patjaram.



Het genre:

Het boek is een psychologische roman.



De literaire stroming:

Het boek behoort tot het naturalisme. Het laat zien dat het leven van de mensen bepaald

wordt door het noodlot, de stille kracht. De mensen hebben hier zelfs nauwelijks invloed

op.



Mening

Ik vond het boek wel leuk, maar ook wel lastig te lezen soms. Omdat er zoveel personages zijn, weet je soms niet meer wie nou wie is. De omgeving en de mensen worden heel uitgebreid beschreven. Hierdoor wordt de sfeer heel goed weergegeven, wat in dit boek

heel belangrijk is, maar af en toe zijn die lange beschrijvingen van de omgeving ook wel

saai. De dreiging en het mysterieuze van de stille kracht worden heel goed weergegeven. Ik

vond de eerste hoofdstukken wat langdradig, later in het boek werd het leuker. Het taalgebruik is heel ouderwets en er zitten ook veel neologismen in het boek. Door de

vreemde zinsvolgordes en vervoegingen van de werkwoorden is het in het begin wel lastig te

lezen.. Ook staan er veel Indische woorden in het boek, waarvan ik niet wist wat ze betekenen, maar vaak kun je de betekenis van deze uit de context afleiden.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen