U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - De Wondere Wereld Van Belcampo.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21300/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1698 woorden.

Gegevens over het boek

Belcampo, De wondere wereld van Belcampo. 2e druk. Uitgeverij Querido Amsterdam, 1997(eerste druk1996).

Er is geen gedicht aan het begin.

Er is een foto van Belcampo.

Het boek telt 866 pagina’s en is onderverdeeld in 60 ongenummerde hoofdstukken verspreid over 11 delen.



Inhoud

De verhalen van Belcampo



Hoofdstuk 1: De driesprong.

Koning Wurm heeft last van wondere dromen en besluit om al het wonderlijke te verbieden in zijn rijk. Het volk komt in opstand en onthoofd hem. De chirurgijn weet zijn hoofd in leven te houden door een apparaat te maken dat zijn bloed verwarmd en rondpompt en zorgt er ook voor dat “het staatshoofd” genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt. De koning pleegt zelfmoord door de staart van de kat tussen zijn tanden te nemen waarbij hij van de tafel valt en er alleen nog maar een plasje koninklijk bloed op de grond ligt.



Hoofdstuk 2: De verstekeling.

Er was eens een sultan lui, dik en groot. Hij was zelfs te lui om te ademen want hij had een blaasbalg op zijn neus laten aansluiten. Hij had net een nieuwe vleugel aan zijn paleis voltooid die alleen nog maar geverfd diende te worden. Dat verven ging toendertijd nog met ademslaven. Iedereen had toen nog een eigen kleur adem en er was er een die had hele mooie adem maar die adem verdween op een dag en kwam nooit meer terug…



Hoofdstuk 3: De zwaartekracht.

Er waren eens een jongetje van 12, een meisje van 22 en een kerkje van 1000 jaar oud. Het meisje oefende ‘s nachts wel eens op het orgel ook al had zij geen aanleg. Toen zij klaar was met spelen ontdekte zij dat ze geen sleutel bij zich had. Zij moest er overnachten want de volgende ochtend was er pas weer een mis. Ze ging over de bijbel denken en vond allemaal onverklaarbare dingen waar zij niets van begreep. Ze hoorde gezucht en opeens ontdekte ze dat dat uit het eeuwenoude harnas kwam. Ze liep ernaar toe en het geharnaste geraamte vertelde dat je vroeger de zwaartekracht nog moest winnen en hij behoorde tot een groep die heel veel zwaartekracht bezat. Alle andere groepen bezaten geen zwaartekracht en de groep met de zwaartekracht maakte daar misbruik van door zeer veel te plunderen. Op een dag daalde God neer en gaf alle mensen zwaartekracht behalve de foute groep; zij moesten eeuwig zweven…



Hoofdstuk 4: De verwarring.

In het plaatsje Durgerdam vlakbij Pampus stierf eens de burgemeester. Alle huizen werden met zwarte doeken getooid als rouw gebaar. Op de straten kwam zwarte verf en koolteer en men mocht geen melk drinken.

Tot er brand uitbrak en men allemaal het vuur wilde blussen. Wie moest er nu leiding geven? Waar was nu de burgemeester die altijd zo ijzig kalm was? Iedereen schreeuwde door elkaar en men rende allemaal naar het pomphuisje dat aan de rand van het dorp stond naast het mortuarium. Men pompte uit alle macht maar er kwam geen water uit de pomp… Ze zaten aan de arm van de burgemeester te schudden.



Hoofdstuk 5: Genesis.

Toen god een nieuwe planeet schiep en de aftrap deed maakte hij een kleine fout; de aarde kwam niet in de juiste stand. Dit werd alleen maar erger en er werden mensen en dieren geschapen die met kleine trapjes de schuine stand moesten corrigeren. Toen dit niet genoeg bleek te werken liet god de mensen het gemotoriseerd vervoer uitvinden. De aarde gaat nog altijd schuiner staan en daarom is het goed dat er steeds meer verkeer op de aarde verschijnt want eens komt de planeet in evenwicht.



Hoofdstuk 6: Den Geckenhondt.

In het logement Den Geckenhondt zaten drie mannen te dobbelen totdat ze alledrie evenveel punten hebben.



Hoofdstuk 7: Voorland.

Over 10.000 jaar worden mensen vermoedelijk in fabrieken gemaakt. Gewone mensen zijn dan ondergewaardeerd en de fabrieksmensen geven dan af en toe feesten. Gewone mensen mogen daar dan niet in en het is ook best mogelijk dat er dan buiten een jongen en een meisje elkaar tegenkomen en met elkaar naar huis gaan en dan blij zijn dat ze niet zijn binnengelaten, en de volgende ochtend blij zijn dat ze niet uit de fabriek kwamen…



Hoofdstuk 8: Bladzijde uit het dagboek van een arts.

Er was eens een man die bij het houtjes hakken zijn vinger verloor. Om dat hij niet wist wat er mee te doen bakte hij de vinger maar in boter en at het op. Hij vond het heerlijk en at stukje bij beetje zijn ledenmaten op… Behalve zijn rechterarm want die kon hij er niet afhakken en laat staan bakken. Hij ging naar een vriend toe die arts was en die wilde wel de arm amputeren en bakken…



Hoofdstuk 9: Koningin Vozenkone.

Koningin Vozenkone was zeer verwend en na een rare droom sloeg zij om en werd een lieve vrouw. Sindsdien wordt zij Koningin Rozenkrone genoemd.



Hoofdstuk 10: Gnirekezref Egagab. (=Bagage Ferzekering)

Op de noordpool had Gnirekezref Egagab bijna de volledige macht want hij bezat vele walvisdokken waar levertraan werd gewonnen. Er werden grote bakken onder de ogen van de walvissen gehouden en dan werden de walvissen gepest en gemarteld. Het bleek dat als je om de zoveel tijd heel lief was tegen de walvis dat hij dan heel veel produceerde. Toen de man heel rijk was trok hij naar Europa want hij wilde daar bekend staan als schurk. Toen dat lukte ging hij in een klein huisje wonen. Op een nacht drong hij een beddenwinkel binnen zo dronken als hij was en ging in een bed slapen. Het bed rende weg met hem erop en begroef hem op een begraafplaats. Het bed rende verder en is nooit getemd. Op het graf worden vaak vrijende paren aangetroffen om dat het er zo stil is.



Hoofdstuk 11: Liefde’s zegepraal 1.

Theophilus had een standje op de kermis waar hij in zijn lichaam allemaal ruitjes had aangebracht waardoor je in zijn lichaam kon kijken. Toen een vrouw op een dag vroeg of de man wilde sterven omdat ze dat door de ruitjes wilde zien hoe dat ging deed de man dat…



Hoofdstuk 12: Liefde’s zegepraal 2.

Er was eens een graaf met een burcht met een mooie tuin. In die tuin waren vaak vrijende paartjes die door de graaf werden doodgeschoten en in alcohol werden bewaard. Een jonge man weet de burcht binnen te dringen en gooit de graaf in een vat alcohol. De jongeman ging met Warda zijn dochter samenwonen in de burcht en sindsdien staat de tuin open voor vrijende paren.



Hoofdstuk 13: Het woeste paard.

Het is een gedicht over een woest paard dat uiteindelijk lammetjespap wil drinken.



Hoofdstuk 14: Het plan Kruutntoone.

Het gaat slecht met Rijssen want er is te weinig geld en daarom besluit Mr. Kruutntoone; de plaatselijke meubelmaker om een groot paasvuur te bouwen als publiciteitsstunt. Overdag moeten alle mensen binnenblijven en de luiken sluiten. Er mogen alleen toeristen door de straten lopen en als die wat zouden zeggen dan zouden ze een slag tegen hun schenen krijgen van de hellebaardiers. Om 8 uur gaan de klokken luiden en trekken alle mensen naar het weiland waar de vuurstapel staat. Eerst maakten ze verschillende kringen om de takkenbossen en werden er liederen gezongen. Even later werd het vuur aangemaakt tot het huizenhoge vlammen maakte. De mensen kleedden zich uit en gooiden al hun kleren in het vuur. Het werd een grote orgie van geile mensen die elkaar betasten en iedereen lag over elkaar heen te vrijen. Tot er iemand in het vuur sprong en levend verbrande waarbij alleen een verkoold lichaam overbleef. Dit was het startsein want de ladderwagen werd meester gemaakt en zo opgesteld dat je vanaf de ladder in het vuur kon springen. Er stonden lange rijen bij de ladderwagen en de ledematen die uit het vuur vielen werden weer teruggegooid. Oude vrouwen rukten hun tepels er af om vervolgens in het vuur te gooien. Uiteindelijk stonden er alleen aan de kant nog maar een paar verbouwereerde Rijssenaren die naar de verkoolde lichamen keken. Vele honden kwamen op de geur van verbrand spek af. De volgende ochtend om halfnegen werden de verkoolde lichamen per trein bij Amsterdam CS afgeleverd.



Hoofdstuk 15: Legende.

De twee heiligen Nicodemus en Berend waren eerst elkaars rivalen en later elkaars partners.



Hoofdstuk 16: Bekentenis.

Over twee mannen die zeer op elkaar lijken wisselen elk jaar van leven. Niemand heeft het door en uiteindelijk weten ze niet meer wie ze zijn en heeft de vrouw zes in plaats van 2 kinderen.



Vertelsituatie

De schrijver is een alwetende verteller.



Personages

onbelangrijk



Tijd

Het verhaal speelt zich zowel in het verleden, heden als in de verre toekomst.



Ruimte

Het verhaal speelt zich zowel in Holland af als in een sprookjesland.



Thematiek

Sprookjes, orgies, ziekelijke mensen, het onwaarschijnlijke en het onmogelijke. De titel spreekt voor zich.



Stijl

Het zijn macabere verhalen die zeer goed te lezen zijn. Sommige zijn sprookjesachtig en andere weer in “Telegraafstijl”.



Literatuurgeschiedenis

Belcampo, pseudoniem van Herman Pieter Schönfeld Wichers (Naarden 21 juli 1902 – Groningen 2 jan. 1990), Nederlands prozaïst, studeerde te Amsterdam rechten en medicijnen en werd studentenarts te Groningen. Al uit zijn studententijd dagtekenen verscheidene studentikoos-humoristische verhalen; zijn latere werk is diepzinniger van thema en tegelijk speelser van uitwerking. Zowel herinneringen aan zijn jeugd te Rijssen als gegevens uit de nieuwste wetenschappen dienden hem tot uitgangspunt voor soms tot in het absurde doorgevoerde fantasieën.

WERK: (o.a.): Verhalen (1935); De zwerftochten van Belcampo (z.j. = 1938); Nieuwe verhalen (1946); Sprongen in de branding (1950); Liefde's verbijstering (1953); Het grote gebeuren (1958; bibliofiele uitg.); Tussen hemel en afgrond (1959); Verborgenheden (1964); De ideale dahlia (1968); De filosofie van het belcampisme (1972); De toverlantaarn van het christendom (1975); De dingen de baas (1976); Rozen op de rails (1979); De drie liefdes van tante Bertha (1982); Pandora's album (1989).

UITG: De fantasieën van Belcampo (1958); Bevroren vuurwerk (1962); Luchtspiegelingen (1963); Het grote gebeuren. De verhalen van Rijssen en Amsterdam (1975); Het woeste paard. De bizarre verhalen (1975); Kruis of munt. De wijsgerige verhalen (1975); Al zijn fantasieën (1979).



Eigen mening

Ik vond het een fantastisch mooi boek; weer eens wat anders. Vooral het plan Kruutntoone vind ik fantastisch goed. Ik heb er van genoten!!!

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen