U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten ‘t Hart - De Kroongetuige.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20180/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 5529 woorden.

Titel: De Kroongetuige

Ondertitel:

Schrijver: Maarten ‘t Hart

Literatuurgeschiedenis van Maarten ‘t Hart:

Maarten ‘t Hart werd in 1944 geboren te Maassluis. Hij studeerde biologie in Leiden; daarna werkte hij als etholoog aan de Rijksuniversiteit in Leiden. (Ethologie is biologisch gedragsonderzoek waarbij het natuurlijke gedrag van dieren centraal wordt gesteld en aan de hand van objectief waarneembare verschijnselen wordt bestudeerd). ’t Hart publiceerde romans, verhalen, essays en wetenschappelijk werk. Zijn romans en verhalen, die vaak autobiografisch van aard zijn, spelen zich meestal af in een streng godsdienstig milieu, waaruit de hoofdfiguur maar moeilijk kan ontsnappen. Maarten ’t Hart had veel succes met zijn boeken. Enkele van zijn boeken zijn:

- Stenen voor een ransuil (1971)

- Een vlucht regenwulpen (1978)

- De Droomkoningin (1980)

- Ortolaan (boekenweekgeschenk in 1984)

- De jacobsladder (1986)

- Onder de korenmaat (1991)

- Het woeden der gehele wereld (1994)

De critici vonden De kroongetuige maar half geslaagd, maar toch ook niet echt slecht. Het boek werd zeer populair en is nu een van de meest gelezen romans van deze auteur.

Verschenen in: 1983

Aantal blz: 212

Leestijd: 7 ½ uur

Uitgelezen op: 28 juli 2000

Uitgeverij: Arbeiderspers



Waarom heb ik dit boek gekozen:



Ik heb dit boek gelezen omdat mijn nederlands leraar het steeds aanraden. In het begin van het jaar en op het einde ook. Hij vond het schijnbaar een heel goed boek. Ik wist eigenlijk niks nieuws om te lezen dus nam ik dit boek maar.





Verwachtingen vooraf:



Ik verwachtte een boek met hele rare en hele vieze dingen erin. Ik had verhalen gehoord dat ratten mensen op aten en dat dit erg goed beschreven was.





Eerste reactie achteraf:



Een heel leuk, maar ook een moeilijk boek. Ik vond het een best moeilijk boek maar dat kwam denk ik omdat ik te veel achter die muziek zocht. Ik kende heel die muziek ook niet, waardoor het ook een stuk moeilijker werd. Ik kon het soort muziek niet voor me krijgen.





Heeft dit werk me aan het denken gezet?



Ja. Ik probeerde me voor te stellen hoe het nu is voor sommige mensen die ik ken die geen kinderen kunnen krijgen. Het lijkt me verschrikkelijk als je kinderen wilt krijgen maar het lukt niet. Er zijn dan bijna geen dingen om echt een kind van je zelf dan te krijgen.













Heb ik iets aan dit werk gehad?



Niet zoveel. Alleen dat van dat kinderen krijgen eigenlijk.





Spreekt dit werk mij aan?



Ja, ik vind het wel leuk zo’n boek met veel onverwachte wendingen en vieze en rare dingen. Ik vond alleen de zinnen weleens raar lopen en ook soms moeilijk begrijpbaar. Voor de rest vond ik het wel een goed boek





Beoordelingsschema:



helemaal niet niet een beetje erg heel erg uitleg/toelichting

spannend + door de vele gebeurtenissen die bij elkaar horen

meeslepend + door de vele gebeurtenissen die bij elkaar horen

ontroerend + kinderloosheid, gevangen, dood

grappig er kwamen maar een paar leuke stukjes in voor

realistisch + het kon allemaal makkelijk waar gebeurd zijn

fantasierijk + het kon allemaal makkelijk waar gebeurd zijn

interessant + dit kwam door het laboratorium, ik heb er nooit zoveel over gehoord

origineel + dit kwam door ratte guiotinne

goed te begrijpen + dit kwam door de moeilijke woorden, en de muziek





Samenvatting:



Het boek bestaat uit vijf delen die als titels hebben:

1. De muizentorensage

2. Een korte briefwisseling

3. Het dagboek van Leonie

4. Het proces

5. De zwarte vogels



Het huwelijk van Thomas en Leonie heeft elke glans verloren. Oorzaak: Leonie blijkt onvruchtbaar te zijn, terwijl ze dolgraag kinderen wil. Als ze een week bij haar moeder logeert, gaat Thomas enige avonden met Jenny Fortuyn op stap. Jenny werkt in de Openbare Bibliotheek en woont erboven op een zolderkamertje. Ze heeft vele vrienden, gebruikt drugs en heeft zich al twee keer laten aborteren. Thomas vindt haar erg aantrekkelijk en na een kroegentocht in de nacht van woensdag op donderdag 1 augustus vraagt hij haar mee naar zijn huis te gaan. Jenny gaat niet op dit verzoek in: ‘Je bent nu al stomdronken.’ Thomas probeert haar mee te trekken en er ontstaat een kleine worsteling. Drie studenten zijn hiervan getuige. Jenny loopt weg en het laatste wat Thomas van haar ziet, zijn haar witte laarsjes. Een hevige onweersbui barst los.

Thomas werkt op een laboratorium, waar hij onderzoek doet naar kannibalisme bij ratten. Alex, de dierenverzorger, wil niet langer aan deze wrede proeven meedoen en Thomas neemt het op zich de ratten in de kannibalenkooi voortaan te verzorgen.

Vier dagen later komen er twee rechercheurs in het laboratorium: Lambert en Meuldijk. Ze ondervragen Thomas over het verdwijnen van Jenny. Hij vertelt niets aan Leonie.





’s Avonds gaat Thomas naar de Bibliotheek; hij kijkt ook even op de kamer van Jenny, waar hij de rechercheurs treft. De politiemensen stellen hem allerlei vragen. Hij vertelt dat Jenny vele vrienden had, onder wie de jurist Robert. Thomas zelf is farmacoloog; hij onderzoekt of er drugs zijn die het kannibalisme bij ratten stimuleren (dit in verband met de rattenbestrijding).

’s Nachts ontstaat er een fikse ruzie tussen Thomas en Leonie. Thomas geniet van Verdi’s opera Otello, terwijl zijn vrouw de voorkeur geeft aan Schumann (‘Omdat hij altijd van die kinderachtige dingen componeerde over peuters.’). Thomas verwijt Leonie dat ze hem slechts als ‘een veredelde fokstier’ gebruikt. Lambert vraagt Thomas naar het politiebureau te komen. Jenny is nu twee weken weg en Thomas is de laatste die haar gezien heeft. Hij heeft haar geslagen. De politie heeft ernstige vermoedens dat hij meer weet over haar verdwijning. De rechercheurs willen zijn kleren onderzoeken en een bezoek aan zijn huis brengen. Leonie mag van niets weten en daarom wordt Lambert voorgesteld als een nieuwe collega van Thomas.

Ze merkt echter toch dat zijn handen veel te grof zijn voor die van een onderzoeker en dat Thomas iets op zijn hart heeft.

Op het politiebureau verneemt Thomas dat er bloedvlekken gevonden zijn op zijn kleding. Hij kan aantonen dat het bloedvlekjes zijn die zijn veroorzaakt door het onthoofden van ratten.

Alex vertelt aan de recherche dat de ratten in de kannibalenkooi na het onweer verzadigd waren en dat er niet één weg was. De politie besluit tot arrestatie over te gaan. Thomas mag zijn vrouw hiervan telefonisch op de hoogte brengen. De politie vertelt hem dat de man die tegenover het laboratorium woont, heeft verklaard dat hij Thomas samen met een meisje naar binnen heeft zien gaan, en dat de farmacoloog twee uur later alleen naar buiten was gekomen.

Leonie mag haar man niet bezoeken en daarom ontwikkelt zich een correspondentie tussen de beide echtelieden. Thomas onthult in zijn brieven dat hij verliefd is geworden op Jenny; vooral haar spiegelbeeld heeft veel indruk op hem gemaakt. Hij heeft haar zijn laboratorium laten zien. Ze was het meest geïnteresseerd in de foetussen van ongeboren kinderen (ze heeft zich twee keer laten aborteren).

Leonie schrijft aan Thomas dat de kranten veel aandacht besteden aan de raadselachtige verdwijning van Jenny en aan verhalen over mensen die door ratten zijn verslonden (Muizentorensagen). Ze zal samen met Alex vaststellen hoeveel gram een rat eet die vier dagen gevast heeft.

In zijn antwoordbrief vertelt Thomas over zijn contacten met Jenny. Ze hebben twee keer samen gegeten; na afloop heeft Jenny betaald uit de portemonnee van Thomas. Bij Jenny heeft hij kennis gemaakt met Robert, één van haar vele vrienden. Hij is advocaat en is van plan naar Zuid-Amerika te gaan. Tijdens de laatste kroegentocht heeft Jenny geen lange nagels meer. Wel draagt ze witte laarsjes met heel hoge hakken.

In haar laatste brief vertelt Leonie dat ze met een collega van Thomas heeft gegeten; vervolgens hebben ze geroeid en daarna wijn gedronken. Ze is vast ervan overtuigd dat Jenny met haar advocaat naar Zuid-Amerika is gegaan. De rest van het boek (ongeveer tweederde deel) is geschreven in de vorm van ‘het dagboek van Leonie’. Dat ze nooit moeder zal worden, is voor haar een groot probleem dat regelmatig in het dagboek terugkomt.

Leonie gaat zich gedragen als een privé-detective, omdat ze heilig gelooft in de onschuld van haar man en omdat ze overtuigd is vast de onbetrouwbaarheid van de recherche. Ze brengt een bezoek aan café De Twee Spiegels om informatie in te winnen over Jenny en Thomas. Ook gaat ze naar de oude man die tegenover het laboratorium woont (meneer ‘Sommig Mens’). In de fatale nacht heeft hij op het bordes een man (hij weet niet zeker of het Thomas was) en een nogal grote vrouw gezien.

In het tweede café hoort Leonie dat Robert zijn huisje in het Loridaanhof heeft verkocht en naar Zuid-Amerika is vertrokken.

De andere zolderkamer boven de bibliotheek wordt bewoond door Arianne. Ook aan haar brengt Leonie een bezoek. Ze wil weten of Thomas met Jenny naar bed is geweest. Arianne vindt dit niet zo belangrijk. Wel vertelt ze dat Jenny in het weekend niet naar een familiereünie is geweest (‘welnee, toen is Robert hier almaar over de vloer geweest’).

Leonie kijkt op de kamer van Jenny en ziet aan de theebladeren in een kopje dat Lambert er geweest moet zijn, voordat Jenny is verdwenen. Ook blijkt dat Jenny en Leonie bepaalde dingen gemeenschappelijk hebben (onder andere een voorkeur voor ‘het blauwe vaasje van Chardin’).

Robert heeft op het Loridaanhof naast een oude vrouw gewoond. Leonie merkt bij haar bezoek al gauw dat de vrouw aan het dementeren is. Ze kan nog wel vertellen dat het sneeuwde toen haar buren vertrokken zijn.

Samen met Arianne gaat Leonie naar het vrouwenhuis. De vrouwen vinden het maar vreemd dat Leonie graag kinderen wil hebben. Verder tonen ze zich verontwaardigd over het feit dat Leonie wil onderzoeken of het wel mogelijk is dat Jenny door de ratten is opgegeten.

Arianne laat duidelijk merken dat ze verliefd is op Leonie.











De volgende dag gaat Leonie naar het laboratorium, waar ook de rechercheurs zijn. De vorige avond hebben schoonmakers de kleren van Jenny gevonden in een stortbak. Haar witte laarsjes zijn er echter niet bij.

Alex en Leonie tonen met proefdieren aan dat tweehonderd ratten in twee uur nooit meer kunnen eten dan dertig kilo. Het is dus onmogelijk dat de ratten uit de kannibalenkooi het lichaam van Jenny hebben opgegeten.

Jenny vertelt aan de rechercheurs dat haar man in zijn studietijd een filmpje heeft gemaakt dat ‘Moord in het laboratorium’ heette. Ze draait het filmpje af en ziet het volgende. In een laboratorium is een mens gefilmd, hangend in de alcohol. In werkelijkheid is het een zeekoe. Een zeekoe die haar zogende jong in de arm neemt lijkt sprekend op een mensenmoeder die een kind de borst geeft.

Op een droefgeestige dag gaat Leonie naar het laboratorium. Ze ontdekt een pot met twee zeekoeien die in de alcohol hangen. Achter deze twee dieren schuilt een derde figuur die door de bruine troebele alcohol niet duidelijk te onderscheiden is. Wellicht een mens? Moet Leonie dit aan de politie meedelen? Ze stelt het nog wat uit.

Op zondag woont Leonie een dienst bij in de christelijk-gereformeerde kerk. Tijdens de preek kan ze goed nadenken.

Gedurende het proces wordt Thomas beschuldig van twee delicten:

- de moord op Jenny

- het ontvreemden van farmaceutische preparaten (drugs) uit zijn laboratorium



Er wordt een aantal getuigen gehoord, onder wie Lambert. Hij is van mening dat Thomas en Jenny de kasten met drugs op het laboratorium hebben leeggehaald. Hij is van de narcoticabrigade en heeft al herhaaldelijk contact gehad met Jenny. Ook meneer ‘Sommig Mens’ wordt gehoord. De advocaat van Thomas toont echter aan dat hij allerlei onjuistheden vertelt. Door hem de gebeurtenis te laten vertellen laat de advocaat zien dat hij geen juiste dingen vertelt.

Dan komt de baas van Thomas aan het woord. Hij acht het uitgesloten dat Thomas de drugs heeft gestolen. Als Leonie van dit misdrijf zou worden beschuldigd, zou hij het onvoorwaardelijk geloven.

Leonie kan niet horen welke straf de officier van justitie eist. De advocaat wijst erop dat de officier zich baseert op de verklaringen van de kroongetuige (= meneer ‘Sommig Mens’). Deze verklaringen zijn echter absoluut onjuist gebleken. Uitspraak over veertien dagen.

Vlak voor Kerstmis komt Thomas plotseling thuis. Hij heeft een plaat van Schumann voor haar meegenomen. Hij vertelt waarom hij niets aan Lambert heeft verteld (‘ik vertrouwde hem niet, hij had iets gehad met Jenny’). Hij vertelt ook waarom hij wanhopig verliefd was geworden op Jenny (spiegelbeeld, leuke lach, lange zwarte nagels, vertelt roerend over twee abortussen). Leonie zegt dat ze zeker weet dat hij de moord heeft gepleegd, omdat ze de vrouw bij de zeekoeien heeft gezien. Thomas wil haar niet geloven en ze besluiten samen te gaan kijken. Thomas houdt vol dat het Jenny niet kan zijn; hij heeft in de fatale nacht gezien dat ze het laboratorium uitkwam via de nooduitgang en de brandtrap. Ze droeg een zware tas en stapte in een auto die door Robert werd bestuurd.

Nu wordt ook duidelijk waarom Thomas steeds heeft gezwegen: hij is niet alleen afgewezen, maar ook misbruikt en ‘dat doet zo ongelofelijk veel pijn….daar kun je niet over praten.’

De kleren van Jenny zijn in het lab gevonden, omdat ze zich daar heeft verkleed. Ze heeft haar witte laarsjes aangehouden.

Als Thomas naar de pot gaat kijken, komt Lambert binnen. Thomas komt brakend weer terug. Lambert gaat ook kijken. Het blijkt dat niet Jenny maar de vrouw van Robert in de pot zit. Jenny is ervandoor met het malle mutsje van de vrouw van Robert op; dit gebeurde in de onweersnacht toen het sneeuwde (dat wil zeggen toen het populierenpluis door de lucht vloog). De oude buurvrouw van Robert wordt er door de politie bijgehaald om de identiteit van het lijk vast te stellen.

Lambert vertelt aan Leonie waarom hij Jenny zo aantrekkelijk vond: ze had sex-appeal.

De vrouw van Robert is zeer waarschijnlijk in het lab met een pistoolschot omgebracht.

Waarom heeft Thomas steeds gezwegen? Deze vraag houdt Lambert nog steeds bezig. Hij denkt dat Thomas zweeg, omdat hij op de een of andere manier schuldig is.

Lambert vindt Leonie erg aardig en hij vraagt of hij bij haar mag aankloppen als Thomas ooit mocht verdwijnen. Leonie wijst hem af.

Thomas vraagt aan Lambert waarom hij zo fanatiek achter hem aan heeft gezeten. Leonie heeft een psychologische verklaring. Lambert was namelijk ook verliefd op Jenny. Hij is net zo hard op zijn bek gevallen als Thomas en is ‘toen zo woedend geworden, dat hij had willen doen, maar niet durfde, waarvan hij denkt dat Thomas het wel gedurfd heeft.’ Als Thomas en Leonie naar huis lopen, denkt de laatste aan ‘dat vervloekte kerstfeest’ dat speciaal uitgevonden lijkt om mensen te kwellen die naar een geboorte verlangen die nooit zal komen. Ze vertelt Thomas dat de gynaecoloog haar geen enkele hoop meer heeft gelaten. Thomas geeft haar een krantenknipsel waarin een bericht staat over het eerste kind uit een reageerbuis. Leonie begint weer hoop te koesteren. Ze bidt: ‘Genadige Goden laat hoop mijn lege en kille geest weer vruchtbaar maken.’



Doelstelling van de schrijver:



Het boek heeft niet echt met een doelstelling geschreven.





Periode waarin het verhaal zich afspeelt:



De gebeurtenissen spelen zich af van Augustus tot begin December, bij elkaar strekt het verhaal zich dus uit over ongeveer 4,5 maanden.





Vertelde tijd:



Ongeveer 4,5 maanden duurde het verhaal.





Verteltijd:



212 bladzijden





Verhouding tussen verteltijd en vertelde tijd:



Het verschil tussen vertelde tijd en verteltijd is niet zo groot als de meeste boeken (die ik ken). Bij de meeste boeken zit er toch wel een jaar tussen, en bij dit boek juist niet.





Vertelperspectief:



Het verhaal is geschreven in een meervoudige ik-vertelsituatie. In hoofdstuk 1 is Thomas de ik-persoon. In het tweede hoofdstuk schrijven Thomas en Leonie allebei brieven in de ik-vorm. In hoofstuk 3 tot en met 5 ligt het perspectief bij Leonie. Het wisselend perspectief wordt ook gebruikt in de klassieke misdaadliteratuur. Ook fragmenten, brieven en dagboeken zijn daar bekende elementen. Hierdoor wordt de spanning opgevoerd: allerlei raadselen blijven voorlopig onopgelost. In hoofdstuk 1 onthoudt Thomas de lezer belangrijke informatie: hij vertelt niet wat er verder in de onweersnacht gebeurde.





Ruimte:



Het boek speelt zich af in Leiden, maar allerlei straten, cafés en gebouwen, die in het boek worden beschreven, blijken in het echt niet of niet meer te bestaan.





Taalgebruik en stijl:



De meeste beoordelaars vinden de stijl van Maarten 't Hart niet geweldig. Toch is het boek goed leesbaar, alhoewel je soms rare dingen tegenkomt, zoals de zin ' Die daarginds, was ik dat wat zo heette'. De gesprekken die worden gevoerd zijn niet echt natuurlijk. Maarten 't Hart streeft naar een taal die erg dicht bij de spreektaal ligt; hij wil zo natuurlijk en verstaanbaar mogelijk schrijven. Literaire opsiering is hem vreemd. Thomas' neiging tot verfraaiing staat haaks op het ideaal van de auteur. Een korte uitspraak kan dat illustreren. Thomas noemt het leven: " Een tijdelijk oponthoud van een zonnestraal onderweg naar het heelal" het vrome buurvrouwtje van Robert zegt:"(...) het leven is maar een malle omweg naar de dood". De laatste zin, die vanzelfsprekend in de eerste plaats het vrouwtje moet typeren, is niettemin kenmerkend voor de stijl van 't Hart: De schijnbare eenvoud ervan is in wezen veel kunstiger dan de gecompliceerdheid van de 'verliteratuurde' taal. Uiteraard zijn ook hier ontsporingen mogelijk: de 'schijnbare eenvoud' vervlakt dan tot een al te dagelijks niveau. Aan dit gevaar ontkomt 't Hart niet altijd.





Begin en het einde van het verhaal:



Het verhaal begint op 31 juli en het verhaal eindigt net voor Kerstmis.





Volgorde van de gebeurtenissen:



Het verhaal wordt chronologisch verteld. De voorgeschiedenis van Thomas en Jenny onthult Thomas in een brief, die hij aan Leonie schrijft. Er komen echter wel vele flash-backs voor. Veel van de flash-backs zijn herinneringen (bijvoorbeeld de gedachten van Leonie aan het diaavondje met de hoogleraar en zijn vrouw en haar herinneringen aan de zwarte vogels). De briefwisseling en het dagboek van Leonie zijn later opgeschreven.

In de rest van het boek wordt het hele verhaal mee verteld.

In het boek komen verschillende verdachtmakende vooruitwijzingen voor. Die vooruitwijzingen naar het slot van het boek komen uiteraard niet allemaal uit, er is namelijk maar één schuldige. ‘De zwarte vogels’ is behalve een terugwijzend ook een vooruitwijzend element; de vogels geven aan dat er iets belangrijks gaat gebeuren in het leven van Leonie.





Samenhang:



De samenhang was groot. Er waren maar weinig dingen die er niet bij hoorden, of weggelaten konden worden. Door de grote samenhang was de spanning ook vergroot in het boek.





Verhaallijn:



Het verhaal is opgebouwd rond één verhaallijn. Het centrale ‘probleem’ is eigenlijk de verstoorde huwelijkrelatie van Thomas en Leonie. Doordat Leonie alleen maar denkt aan kinderen krijgen, gaat Thomas iets ‘nieuws’ zoeken en komt terecht bij Jenny. Toevallig is het dan dat Jenny verdwijnt en dat Thomas hierdoor verdacht wordt. Alles draait om het huwelijk van Thomas en Leonie.

Het verhaal heeft een vrij plotseling begin. Je stapt als het ware midden in het verhaal: namelijk midden in een afspraak van Thomas en Jenny. Naarmate het verhaal vordert, kom je steeds meer te weten, o.a. door flash-backs. Het einde van het verhaal is gesloten. De verdwijning van Jenny is opgelost en Thomas is weer vrij. Het enige dat je aan het eind van het verhaal niet weet is of Thomas en Leonie ooit nog kinderen zullen krijgen.





Spanning:



Maarten 't Hart slaagt erin de spanning heel knap op te bouwen. Wie is de dader? Lange tijd komen meer personen in aanmerking, niet alleen Thomas, maar ook Lambert, Ariannne en Robert. in de loop van het boek gaat de lezer steeds meer aan de onschuld van Thomas twijfelen. Zijn advocaat gelooft stellig dat hij de dader is en zelfs Leonie is er niet steeds van overtuigd dat hij vrij-uit gaat.





Personages:



Leonie Kuyper: Leonie is de werkelijke hoofdpersoon van het boek. Ze is een knappe, nuchtere en intelligente vrouw. Zij gaat op onderzoek uit, zij is de detective in het verhaal.

Thomas en Leonie zijn twaalf jaar getrouwd. Leonie heeft Frans gestudeerd. Ze slaagde cum laude, maar in plaats van een goed betaalde baan te zoeken werd ze liever huisvrouw, omdat ze dan beter en vaker naar Schumann kon luisteren. Ze wordt beschreven als burgerlijk en truttig. Thomas zegt van haar dat ze een ‘degelijke, milde en in de grond blijmoedige ziel’ is, in tegenstelling tot Jenny, die grillig en prikkelbaar is. Leonie vindt het vreselijk dat ze onvruchtbaar is.

Ze wil niets liever dan moeder worden, maar toen ze het schilderij van Chardin zag, wist ze eigenlijk al dat dit nooit zou gebeuren. Ze brengt haar wens om moeder te worden in verband met abortus en postnatale depressie, waar ze het in het vrouwenhuis over hebben. Ze ziet deze dingen als een luxe.

Leonie begint haar zoektocht naar de ware dader niet alleen om Thomas’ onschuld te bewijzen, maar vooral omdat ze jaloers is. Ze wil weten wat Jenny heeft dat zij niet heeft. Aanvankelijk haat ze Jenny; later; als ze denkt dat zij dood is, denkt ze wat milder over haar.

Zowel Lambert als Arianne vertellen haar dat ze in de verte lijkt op Jenny; zij is alleen veel burgerlijker. Het is niet voor niets dat zowel Thomas als Arianne als Lambert verliefde gevoelens voor Leonie hebben: ze zijn ook alle drie verliefd geweest op Jenny. Maar hoewel Leonie Arianne en Lambert ook wel aardig vindt, blijft ze Thomas trouw. Haar wraak op Thomas stelt niet veel voor: ze gaat een keer uit roeien met een collega van Thomas en ze laat zich kussen door Arianne.

Leonie gaat naarmate de problemen zich opstapelen steun zoeken in het geloof. Zij is daarmee opgegroeid, Thomas niet. Ze gaat naar de kerk, zingt psalmen, en het boek eindigt met haar smeekbede: ‘Genadige God, laat hoop mijn lege en kille geest weer vruchtbaar maken.’



Thomas Kuper: Thomas is de man van Leonie en wordt ervan verdacht Jenny na een ruzie te hebben

omgebracht. Hij werkt als wetenschappelijk medewerker (farmacoloog) in het Medisch-Biologisch Laboratorium van de uiniversiteit van Leidendisch-Biologisch. Samen met zijn assistent Alex onderzoeken ze wat de invloed van drugs is op kannibalisme bij ratten.

Thomas: hij is erg onhandig, en hij struikelt over drempels. Ook is hij ongelovig en schaamteloos. Soms kan hij nogal hard zijn tegen zijn vrouw. Hij kan behoorlijk koppig zijn, maar aan de andere kant is hij ook gevoelig, getuige zijn belangstelling voor de muziek van Verdi en de gedichten van Leigh Hunt.

Thomas is een liefhebber van literatuur en van klassieke muziek.

Net zoals de feministen (streven naar meer rechten voor de vrouw) in het vrouwenhuis, denkt hij dat het vrouwen wordt aangepraat dat ze graag moeder willen worden. Hij wil niet zo vreselijk graag een kind als Leonie. In gedachten zegt hij tegen zijn zoon: ‘Wees maar blij dat je niet geboren bent’. Toch droomt hij over een zoon, denkt hij over adoptie en knipt hij het bericht over de reageerbuisbaby uit de krant. Zijn kinderloze huwelijk is er eigenlijk de oorzaak van dat hij de relatie met Jenny begint. Hij wil graag met Jenny naar bed, maar dat komt er niet van.

Ondanks het feit dat hij onschuldig is, blijft Thomas zwijgen, waardoor hij wel bijna vier maanden in de gevangenis zit. Thomas noemt zelf verschillende redenen voor zijn gedrag: hij wil best een tijdje gevangenzitten om tot rust te komen, en hij hoopt dat Leonie dan eindelijk zal aanvaarden dat er geen kinderen komen, hij wil Jenny niet verraden en hij vindt het enorm vernederend dat Jenny hem alleen maar heeft gebruikt. Toch is het allemaal niet erg overtuigend: wil iemand om die redenen zo lang gevangenzitten?

Uiteindelijk komt Thomas zelf met het krantenbericht over de reageerbuisbaby, weet hij dat Jenny niet meer terug zal komen en kan hij wel nagaan dat het toch een keer uit zal komen hoe Jenny over hem dacht.



Bijpersonen:

Jenny Fortuyn: Jenny is een jonge, twintigjarige feministe (iemand die streeft naar meer rechten voor de vrouw) die vermist wordt. Zij is een knappe bibliothecaresse en staat er om bekend dat ze met iedereen de koffer induikt. Ze woont samen met Arianne. Ze is aan drugs verslaafd; dit is waarschijnlijk een van de redenen dat zij wel wat zag in Thomas omdat hij op zijn werk veel met drugs te maken had (i.v.m. proefdieren). Zij is er dan ook met Robert en met de drugs vandoor gegaan. Jenny heeft twee keer abortus laten plegen.

Lambert: Lambert is de rechercheur die het onderzoek leidt naar de verdwijning van Jenny. Hij heeft steeds wel weer een ander scenario voor de verdwijning / moord op Jenny. Hij blijft er steeds maar bij dat Thomas het gedaan heeft of er tenminste bij betrokken was.

Hij heeft zelf ook een relatie gehad met Jenny, mede omdat hij een goede versierder is maar het kan ook zijn dat Jenny een relatie met hem aanging omdat hij bij de narcotica afdeling zit. Leonie denkt dat hij er daarom ook zo fanatiek mee bezig is. Lambert is zelfs een beetje verliefd op Leonie.





Titelverklaring:



Een citaat uit een werk van Nietzsche, een Duitse filosoof, is: “Zijn niet de meeste huwelijken van dien aard dat men geen derde als kroongetuige wenst? De titel wordt hiermee verklaard, want hiermee wordt bedoeld dat een kind meestal de beste kroongetuige in een huwelijk is. De hoofdpersonen (Thomas en Jenny) kunnen geen kinderen krijgen, bij hen ontbreekt dus de kroongetuige in het gezin.

De letterlijke betekenis van een kroongetuige is de belangrijkste getuige in een rechtszaak. Tijdens het proces noemt de advocaat van Thomas meneer ‘Sommig Mens’ (de man die tegenover het laboratorium woont) de kroongetuige. Leonie zou ook de kroongetuige kunnen zijn. Zij gaat zelf op onderzoek uit; zij is degene die weet waar het lichaam van Jenny verborgen is. De titel is goed uitgekozen; het verbindt misdaad en huwelijk.





Motto:



Geen

Genre:



De kroongetuige is niet alleen een detectiveroman. Van groot belang is ook het huwelijk van Leonie en Thomas en de problemen die ze hebben. Daarom is dit boek ook een huwelijksroman.































































































De verdieping (verwerkingsopdrachten):



Opdracht 23 (blz 27 wb lit):



Zoek in de secundaire literatuur informatie over thema en motieven in het dat je gelezen hebt en voeg er je eigen conclusies op dit punt aan toe.



Thema:

Er komen twee thema’s in het boek voor die nauw met elkaar verweven zijn.

Het eerste thema is een verstoorde huwelijksrelatie (het huwelijk van Thomas en Leonie en alles wat daarmee samenhangt, voornamelijk de kinderloosheid en de jaloezie van Leonie.

Het tweede thema is de misdaadkant van de roman: een raadselachtige verdwijning van een jonge vrouw.

De sensationele gebeurtenissen geven het boek een zekere dramatiek, maar in feite gaat het over het huwelijk: overspel, trouw, jaloezie en kinderen.

Het seksuele leven van Thomas was niet geweldig, eigenlijk walgde hij ervan en wilde hij wel eens met een meisje naar bed dat niet zo nodig kinderen moest. Jenny had zelfs al twee keer een abortus gehad, waardoor Leonies jaloezie nog eens versterkt werd.

Thomas is dan misschien onschuldig voor wat betreft de criminele kant van de zaak, in een ander opzicht is hij wel schuldig, want hij is ontrouw geweest. Later vertelt hij Leonie waarom. Leonie blijft Thomas wel trouw; omdat zij nog steeds van hem houdt, begint ze haar speurtocht. Maar zij voelt zich weer op een andere manier schuldig: ze is onvruchtbaar. Haar kinderloosheid wordt een obsessie. Dit is ook de reden dat ze zo tekeergaat tegen abortus. Andere elementen in het boek wijzen ook telkens weer naar kinderen, kinderloosheid en kindermoord: de pasgeboren ratjes die worden opgevoerd aan de schildpad, het schilderij van Chardin, Kerstmis, enz.





Motieven:

In het boek komen nogal wat motieven voor die knap zijn uitgewerkt en soms met elkaar zijn verweven. Er komen enkele belangrijke motieven voor:

- kinderloosheid (als obsessie)

- trouw en ontrouw

- de muziek; vooral de componisten Schumann en Verdi (Leonie contra Thomas) spelen een belangrijke rol

- de rol van de filosofie (Nietzsche)

- raadselachtige verdwijning

- zoektocht (naar de dader)

- spiegelmotief (vgl. Leonie / Jenny; Thomas is verliefd op Jenny’s spiegelbeeld

- geloof (kerkbezoek, gebed)

- dieren (ratten, spinnen, muizen, zwarte vogels)

-gevangenschap



Het zijn allemaal vervelende thema’s. Er is niks goeds bij. Bij de motieven is het geloof en muziek goed maar de rest eigenlijk ook niet. Het is allemaal narigheid. Al zou je naar de motieven en thema’s kijken dan zou je denken dat het boek helemaal geen opluchtende dingen heeft.





Opdracht 40 (blz 30 wb lit):



Zoek informatie over typische stijlkenmerken van de auteur en geef aan wat volgens jou de relatie is tussen zijn biografie en het gelezen werk.



Citaat: 'Tussen mijn vijfde en mijn vijftiende las ik ongeveer 2500 boeken en sindsdien nog eens zo’n 9500. [...] Wanneer ik een of twee dagen niet lees, krijg ik last van ontwenningsverschijnselen. Dan word ik onrustig en humeurig, terwijl ik van nature altijd opgewekt ben.' (NRC Handelsblad, 12-7-1991)













Citaat: 'Omdat het schrijven een vorm van zelfonderzoek is, komen er veel autobiografische elementen in zijn boeken voor. Vooral zijn eigen jeugd ervaringen in de gereformeerde wereld van Maassluis en zijn passie voor de natuur en muziek vormen vaak de achtergrond. …… Zo ontstaat een verbeeldingswereld met de kenmerkende elementen: vroomheid, godsvertrouwen, afkeer van het christendom, homoseksualiteit, verliefdheid, huwelijk, ouderbinding, eenzaamheid, klassieke muziek, de natuur en de voorbije jeugd.' (literatuur zonder grenzen, havo 2de fase)



Het lijkt me duidelijk dat Maarten 't Hart veel van zijn boeken schrijft over dingen waar hij bij betrokken is of is geweest. Hij keert zich vaak tegen zijn streng gelovig opgevoede jeugd in. In het boek de Kroongetuige gebeurt dit eigenlijk niet. Leonie gaat juist bidden nadat ze een hele tijd niets meer met de kerk te maken wilde hebben. Zijn liefde voor de natuur komt ook wel terug maar dan in experimenten met dieren (ook wel natuur). Het hoeft natuurlijk niet persé dat hij de natuur lief, mooi, prachtig en weet ik allemaal vindt. Het is in ieder geval een ding dat ook in dit boek voorkomt. De muziek heeft in dit boek een belangrijke rol vind ik. Hij vergelijkt veel dingen met de muziek die gemaakt en wat daarin wordt gezongen. Muziek komt best vaak voor in dit boek.















































































Het onderwerp:



Het is toch wel een interessant onderwerp. Alhoewel ik hetzelf (nog) niet meegemaakt heb vond ik het toch wel een interessant onderwerp. Ik dacht erover na hoe ik zou doen als mijn vrouw geen kinderen zou kunnen krijgen later. Ik heb er weleens over nagedacht omdat er mensen zijn die ik ken en die onvruchtbaar zijn. Namelijk 2. De ene heeft plots toch een kind gekregen en bij de ander is de baarmoeder er uitgehaalt.

Ik ken eigenlijk geen boeken of films die over het zelfde onderwerp gaan.



De gebeurtenissen:



De gebeurtenissen zijn het belangrijkste in het boek. Dit omdat ze voor de spanning zorgen in het verhaal. Ze zorgen voor de vragen waardoor je nieuwsgieriger wordt om het boek te lezen.

Het aantal gebeurtenissen in het verhaal waren voldoende. Het verhaal werd er niet saaier door gemaakt ofzo.

De gebeurtenissen waren wel geloofwaardig al had je bij sommige wel een beetje dat ze niet iet wat te toevallig waren.

Bij sommige gebeurtenissen dacht ik echt zo iets van blêhg, dat vond ik wel vies, maar waren wel goed voor het verhaal.

Doordat ik dacht dat Lenny in die zak bij de zee koeien zat dacht ik dat het verhaal heel anders zou lopen, maar op het laatst kwam alles toch weer goed en werden alle vragen duidelijk beantwoord.



De personen:



De hoofdpersonen kwamen levensecht op mij over. Ik kon goed inleven in hun situatie. Dit komt waarschijnlijk doordat ik mensen ken die onvruchtbaar zijn.

Opmerkelijk vond ik dat de hoofdpersoon ze lang niks vertelde, toen hij gevangen zat, aan de politie. Dit werd overigens aan het einde van het boek wel duidelijk.

Ik herkende Leonie in mensen uit mijn eigen levenswereld dit omdat zij en die mensen die ik ken onvruchtbaar zijn (of werd beweert door de doktoren).



De opbouw:



De opbouw was niet moeilijk om te volgen. Het verhaal werd chronologisch verteld dus kon je niet in de war raken qua tijd betreft. Op zijn hoogst door de wisselingen van personen (of dagboek, brief), maar dit werd goed en duidelijk weergegeven.

Het moment wanneer Leonie denkt dat er iemand in het laboratorium is opgehangen tussen de zee koeien verwachtte ik eigenlijk dat Lenny dat zou zijn maar dit was niet het geval. Ik zat mis, dus de schrijver dat stuk voor mij goed geschreven.



Het taalgebruik:



Het taalgebruik en zinsopbouw is op sommige momenten best vaag. Maarten 't Hart schrijft het een beetje krom en raar, maar het is allemaal wel te begrijpen. Af entoe zijn er ook een paar rare uitspraken.

Ik kon wel de beedlden voor me krijgen maar ze neigde een beetje naar het Amerikaans. Dit vond ik toch wel een beetje opvallend.

De dialogen die in het boek voorkwamen waren allemaal niet zo duidelijk en goed geschreven maar als je het nog een keer las dan begreep ik het wel.

Er waren geen dingen waarvan ik dacht dat wil ik wel onthouden of wat dan ook.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen