U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Felix Timmermans - Pallieter.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=270 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1652 woorden.

Korte inhoud

Een echt verhaal is er in "Pallieter" niet. Het boek beschrijft de avonturen van een volwassen boerenrekel. Pallieter woont in de "Reynaert" met zijn huishoudster Charlot, zijn paard Beiaard, zijn hond Loebas, de ooievaar Peterus en enkele andere dieren. Ter gelegenheid van de kermis is er een groot feest voor de hele familie. Ook het frisse petekind van Charlot, Marieke, wordt uitgenodigd. Pallieter wordt verliefd op haar. Wanneer Pallieter verneemt dat er een spoorlijn zal worden aangelegd doorheen het stuk land waarvan hij zoveel houdt, besluit hij de wijde wereld in te trekken. Maar eerst nodigt Pallieter Marieke uit, verklaart zijn liefde en vraagt haar ten huwelijk. Hij trouwt met haar in september. Hun jonge huwelijksliefde beleven Pallieter en Marieke in een huwelijksschuit. Samen blijven ze nog in het Netheland wonen, tot Pallieter de uitbundige vader wordt van een drieling. Dan trekt het jonge gezin samen met Charlot de wijde wereld in.



Motief en thema

De spil van het hele verhaal is de uitbundige verheerlijking van het leven. In een roes van bewondering en zonder enige rem drukt Pallieter vol eerbied zijn gevoelens uit voor al de heerlijkheden van het leven. Pallieter staat in een innig en direct contact met de natuur doorheen de wisseling van de seizoenen. Dit wordt in het boek weergegeven door de kinderlijke verwondering van Pallieter bij het wisselen van de seizoenen. vb. hfdst. "Sneeuw" p. 192. Hij kan niets zeggen van aandoening en geluk. Sneeuw, sneeuw, overal witte, dikke sneeuw! Zijn hert sprong op, juichend schoot hij zijn broek aan en holde van de trap roepend: "Het geluk, het geluk!"

Met een naïeve inzet neemt Pallieter het op voor bedreigde bomen en mishandelde oude paarden. vb. hfdst. "Een grijze, natte dag" p. 181. Er scheurde iets in Pallieter. Hij ging naar den vent en gaf hem een klets vlak in ‘t gezicht. "En als ge nij die peerde nog slaagt, eet ‘k elle oep! Bieste!"

Niet alleen het wonder van de natuur wordt weergegeven maar ook het besef en de pijn van de vergankelijkheid. vb. hfdst. "Korengalmen" p. 174. Zij vertelden hem dat er een spoorweg ging over de Nethe. Het sloeg hem in de benen. Pallieter vloekte dat het donderde: "Adieu schoon land! ... In zo’n land blijf ‘k ni wone!"



Tijd

Felix Timmermans schreef het boek juist vóór de Eerste Wereldoorlog. Hij schreef het na een sombere periode in zijn leven, waarin hij op sterven na dood was. Toen hij beter werd, kwam ook een nieuwe levenslust over hem die in Pallieter gestalte kreeg.



Volgorde

Het verhaal presenteert de gebeurtenissen in chronologische volgorde. Het verhaal begint in de meimaand en doorloopt de verschillende seizoenen. De schrijver grijpt niet terug naar vroegere gebeurtenissen en loopt niet vooruit op komende feiten. Wel vertelt Pallieter in een dialoog over een komende gebeurtenis. vb. p. 174. "... Maar in zo’n land blijf ‘k ni wone! Dan trekken w’er uit ..."



Ritme

Wanneer we de verhouding tussen tijd van de geschiedenis en tijd van het verhaal nagaan, onderscheiden we verschillende mogelijkheden:

· Timmermans maakt veelvuldig gebruik van dialoog. Hier is de tijd van de geschiedenis gelijk aan de tijd van het verhaal.

· Versnelling of samenvatting van de gebeurtenissen komen ook voor in het boek. De tijd van de geschiedenis is dan groter dan de tijd van het verhaal. vb. p. 69. ‘t Was al wat na de kermis ... p. 84. Marieke was gekomen! Ze bleef er al drie dagen ...

· Weglating van een gedeelte van de geschiedenis komt niet voor in het boek.

· Vele beschrijvingen nemen een groot aantal bladzijden in beslag (vertraging) vb. hfdst. "Zomerregen" p. 96 tot en met 100, hfdst. "Regen" p. 145 tot en met 153.



Ruimte

Fysische ruimte

"Pallieter" speelt zich af in het "Netheland", in de omgeving van Lier. p. 6. Hij dacht aan de zon. Morgen zou ze opnieuw het zoete Netheland beschijnen. p. 90. Hij tikte op haar handen en wees haar de vier torens die men van hier kon zien liggen: Duffel, Mijlstraat, Huut en Mechelen.



Sociale ruimte

Het boek beschrijft het Vlaamse plattelandsleven en de belevenissen van de kleine "luiden". In vrijwel al de werken van Timmermans speelt het leven op het platteland een grote rol. Hoewel hijzelf geen boerenzoon was, had Timmermans een grote bewondering voor het zware, toen nog niet gemechaniseerde werk van boeren en boerinnen. Zijn boek "Pallieter" gaat niet over een kleine keuterboer maar over een welstellende boer die een overvloed heeft aan eten, drinken en plezier. Hfdst. "De feest" p. 61 tot en met 68. Vele passages doen denken aan Breugheliaanse taferelen.



Culturele ruimte

Er heerst een grote samenhorigheid en openheid tussen de bevolking van het "Netheland". Hoogtepunten in hun leven zijn de processies, kermissen en huwelijksfeesten. Eten en drinken zijn heel belangrijk. De godsdienstbeleving speelt een belangrijke rol in het boek. vb. p. 20: Pallieter leest voor uit de bijbel. p. 58-59: de processie.

Timmermans’ werk is ook geïllustreerd met naïeve, religieuze tafereeltjes die hijzelf tekende. vb. p. 9: tekening van Maria met opschrift "Ave Maria".



Personages

Pallieter is het hoofdpersonage. De schrijver heeft gestalte gegeven aan een adamische figuur, een mens van vóór de zondeval, die kommerloos met al zijn zintuigen geniet van de schepping. Het "Netheland" wordt door Pallieter ervaren als een paradijselijk landschap waarin hij iedere dag volgens het ritme van de seizoenen leeft. Pallieter wordt in het boek een "dagjesmelker" genoemd. vb. p. 180. Hij kwam om winterhout te kopen, en kocht een boom. En met zijn lierenaar schreef hij in de schors het enigste wat hij ooit geschreven heeft: "Melk den dag." Maar naast momenten van uitbundigheid wordt hij ook vaak aangegrepen en ontroerd door niets anders dan de stilte in de natuur. Hij is zowel vatbaar voor de geestelijke vreugde van de beschouwing als voor het genot dat hij met al zijn zintuigen beleeft.

De ontmoeting met Marieke, het nichtje van zijn huishoudster Charlot, maakt zijn leven nog mooier. Marieke Janssens, de vrouw van Felix Timmermans, stond model voor het vrouwelijk hoofdpersonage uit het boek. In het boek staat zij symbool voor de onschuld en aanhankelijkheid. Door haar wordt het geluk van Pallieter volmaakt. Vol verrukking roept Pallieter in zijn boek uit: "O Marieke, gij hebt mijn leven zo schoon en groot gemaakt."

De bewoners van het "Netheland" worden beschreven als simpele mensen die in een voor zichzelf sprekende solidariteit naast elkaar leven en soms ongebreideld hun levenslust vieren.



Perspectief

Felix Timmermans heeft voor "Pallieter" een verteller gekozen die buiten de vertelde gebeurtenissen staat: een hij-vertelinstantie. Via de verteller treden we het verhaal binnen. Hij regeert als een alwetende schepper over de romanwereld. Hij kent de personages door en door. De verteller treedt op als een waarnemer. Hij vertelt de gebeurtenissen, maar hij gaat niet zover dat hij ze ook beleeft. Pallieter is wel de mens die Timmermans had willen zijn tijdens de periode waarin hij het boek schreef, als gevolg van de omstandigheden die aan het schrijven voorafgingen (ernstige ziekte). Ten onrechte heeft men de auteur met zijn schepping willen vereenzelvigen. Felix Timmermans was helemaal niet zo uitbundig als Pallieter. Timmermans had een rustig temperament, volkomen in overeenstemming met zijn lichaamsbouw.



Stijl en taal

Pallieter is eerder een lyrisch dan een episch prozastuk. Het is een verheerlijking van alles wat hij bewondert in de natuur, in hoofdzaak van de schoonheid en de vruchtbaarheid.

In zijn werk gebruikt Timmermans veelvuldig dialectvormen, vooral in zijn dialogen. vb. p. 11. "Der zadde te vet veur! Waroem ette ni wa minder?" p. 34. "Wat e schoen dinge, ‘t is zonde da’k da’ni on man plafon kan hange!"

Ook buiten de dialogen gebruikt hij vele dialectwoorden. vb. p. 17 smoor (rook), p. 79 heur (haar), p. 79 ievers (ergens), p. 141 purpel (paars), p. 163 lawijd (lawaai), ....

Zijn beschrijvingen zijn ongemeen plastisch en kleurrijk, zijn stemmingsbeelden zeer suggestief. Hij schrijft een barokke taal. Vb. p. 219-220: beschrijving van de boomgaard: Ze stonden er allemaal vreemd, de bomen, in hun naakt en zwart geraamte, met hun rotgeschoten, gewrongen en gekronkelde takken als ineens uit den grond gefonteind, omhoog gesperteld, en alzo verhard en verhout in den eerste wip van hun levensgeweld. Maar zij waren gevoelig en gewillig als ‘t vlees van een jonge vrouw. Allen hadden ‘t leven gewaar geworden, en de blijde kitteling ervan gevoeld. Er waren daar onder andere scheefliggende, geholde appelaars bij, die als rotsen hard schenen te zijn, dood voor de wereld, stookhout, maar de eerste lauwe wind had niet gewaaid, of ze hadden zich verroerd, hun hout gebroken, en speldekopkleine bottekes gegeven, even vlug en veel lijk het jongeste abrikozeboomken.

Het boek is bijzonder rijk aan vergelijkingen. vb. p. 11. Ze smakten en klakten lijk twee zuigende kinderen. Mijn billen worden licht als strooi en omhoogwillend lijk sprinkhanen. p. 150. Charlot kwam, druipend lijk een teems, zuchtend binnen. p. 215. En de verten waren daardoor lijk oude tapijten. p. 7. En ginder over de Nethe was de grote, tomatrode zon als een lustige verrassing uit al die witheid opengebloeid.

Sommige zinnen klinken als poëzie door de alliteraties. vb. p. 68. Het koren glom, strunken bogen maanbelicht over met witte bloemen begroeide grachtjes, en de berkebomen ritselden blinkend hun ijlen blarenregen.

Het werk van Timmermans is niet alleen figuurlijk kleurrijk maar ook letterlijk. vb. p. 6. Een grijze smoor, p. 7 tomatrode zon, roos als een roos in de witte nevelen, p. 8 de geel-koperen moor, hagelwitte plattekees, p. 9 den roden nek, p. 10 velden met blauwe bessen, p. 11 blauwbaaien rok en een rood slaaplijf.

Opsommingen versterken de beschrijvingen. p. 62. En er kwam achtereenvolgens in overvloed: tarbot met aardappelen, hesp met labonen, kalfsgebraad met aspergiën, Kempische kiekens met salaad, een heel speenvarken, met bril voor de oogskes en appelsien in den snuit, honderd meters worst met witte kool en er werd daarvan gegeten, opgeladen en bijgeschept dat het zweet hun op het voorhoofd stond en in hun telloor lekte.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen