U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jona Oberski - Kinderjaren.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20177/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2855 woorden.

Titel: Kinderjaren

Ondertitel: Geen

Schrijver: Jona Oberski

Geboren: 1938

Debuut: Kinderjaren (1978, novelle)

Genre: Roman, novelle

Bijzonderheid: Is van beroep ‘deeltjesfysicus’. Ontkende pas toen zijn debuut verfilmd werd, dat het autobiografisch was.

Citaat: 'Ik denk wel eens: hoe heb ik dit voor elkaar gekregen? Maar toen ik de vorm had gevonden ging het verhaal vanzelf een eigen leven leiden. Het werd iets buiten mezelf. [...] Ik had een enorme drang om te schrijven, soms zelfs tussen slapen of vrijen door. Tot er een boek vol woorden lag.’ (Trouw, 5-5-1994)

Verschenen in: September 1978

Aantal blz: 103

Leestijd: 4 uur

Uitgelezen op: 9 oktober 1999

Uitgeverij: BZZTôH





Waarom heb ik dit boek gekozen:



Ik heb dit boek gekozen, omdat dit boek achterin het vwo Nederlands Litertuurboek stond als boek om mee te beginnen. Dit boek heb ik ook gekozen omdat de rest van de boeken die op die lijst stonden, en die ik wilde lezen, al waren uitgeleend en dit was de enige die over was.





Verwachtingen vooraf:



Door de titel kinderjaren dacht ik dat het over een klein ventje van een jaar of 5 ging die het een en ander beleefde netzo als vele andere boeken. Ik dacht gewoon dat het een heel normaal boek was. Niks meer en niks minder als andere boeken. (De meeste boeken gaan over jongeren met problemen)





Eerste reactie achteraf:



Heeft dit werk me aan het denken gezet?



Ja, wat dat kleine ventje wel niet al allemaal heeft meegemaakt. Je gaat er gewoon psychisch aan kapot aan zo’n oorlog.





Heb ik iets aan dit werk gehad?



Ja, je weet nu iets meer hoe het was om als klein kind een oorlog mee te maken. Dat is niet zo gemakkelijk als je denkt. Ik denk dat we half niet weten hoe iemand er kan aan kapot kan gaan.





Spreekt dit werk mij aan?



Ja, het is een heel droevig boek. Je ziet gewoon gebeuren hoe zo’n klein iemand kapot gemaakt word door een oorlog.















Beoordelingsschema:



helemaal niet niet een beetje erg heel erg uitleg/toelichting

spannend + hij stond vaak onderdruk

meeslepend + gebeurtenissen achter elkaar

ontroerend + hij is nog klein

grappig + hij is klein en begrijpt sommige dingen niet

die wij wel begrijpen

realistisch + Oberski zelf meegemaakt voor een beetje

fantasierijk + Oberski heeft om zichzelf heen wat toegevoegt en weggehaalt

interessant + hoe men in een concentratiekamp werd behandelt

origineel + niet veel boeken gaan over een klein jongetje in een oorlog

goed te begrijpen + geen moeilijk taalgebruik

je bent zelf ook jong





Korte samenvatting:



I

Het boek gaat over een jongentje van Joodse afkomst. Met zijn vader en moeder woont hij in Amsterdam. Op een dag worden hij en z’n moeder per ongeluk naar Westerbork gestuurd. Na een week mogen ze weer naar huis. Kort daarop is hij jarig; hij krijgt erg veel cadeautjes, waaronder een harlekijntje. De invloed van de oorlog wordt steeds voelbaarder, met name de Jodenhaat wordt duidelijker. De kruidenier wil niets meer aan hen verkopen, maar de glazenwasser komt nog steeds.

II

Hij moet nu een Jodenster dragen. Bij een inval door soldaten moeten ze hun huis uit. Ze moeten naar het Muiderpoortstation, waar ze op de trein gezet worden naar Westerbork. De ouders denken of willen denken dat ze naar Palestina gaan; ze hoeven alleen nog maar de papieren klaar te krijgen. Op een dag worden er mensen omgeroepen die weg mogen uit dit kamp. Zij horen daar ook bij. Helaas gaan ze niet naar Palestina, maar naar een ander kamp waar zijn vader gescheiden wordt van hem en zijn moeder.



III

Hij mag in het nieuwe kamp af en toe mee om de keukenpannen schoon te maken, pas de tweede keer snapt hij dat hij ze leeg moet eten. Op vaders verjaardag zien ze vader eindelijk weer, moeder heeft een taart gemaakt van aardappelen en broodkruimels. Als zijn vader ziek wordt en naar de ziekenbarak moet bevalt hij dit wel, omdat hij zijn vader nu vaker ziet. Als hij van de dokter zijn moeder moet gaan halen omdat zijn vader niet lang meer heeft te leven verdwaald hij en vergeet de boodschap door te geven. Toch zijn ze er net op tijd bij om vader te zien sterven. Nu moet hij van de grote kinderen een proef afleggen om te bewijzen dat hij bij de groten hoort. Hij moet het ketelhuis binnengaan, hier blijken allemaal lijken te liggen. Als hij zijn moeder hierover vertelt, zegt zei dat dit het knekelhuis heet. Hij mag er nooit meer komen en wordt van top tot teen behandeld met ontsmettingsmiddel.



















IV

Moeder en hij vertrekken weer met een andere trein. Nog steeds wordt hem verteld dat ze op weg zijn naar Palestina. Hij heeft geslapen en zijn moeder vertelt hem dingen die hij zich niet kan herinneren. Zij zegt hem dat ze al twee weken in de trein zitten. Als de trein voor langere tijd stopt gaat hij met Trude, een vrouw die hij al kent van voor het kamp, brandnetels zoeken om soep van te koken. De volgende dag komen de Russen hen bevrijden, ze nemen de Moffen mee. De mensen uit de trein worden ondergebracht in verschillende huizen in Tröbitz. Zijn moeder is ziek en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Hij slaapt bij Trude en Eva op een kamer. Hij bezoekt zijn moeder nog een keer in het ziekenhuis. Ze is er slecht aan toe, het lijkt of ze gek geworden is. Later zegt Trude dat de weg afgesloten is en hij niet naar zijn moeder kan, maar ze liegt want zijn moeder is dood. Eva vertelt hem dat zijn moeder dood is. Hierop wordt hij zo boos op Trude dat hij koorts krijgt en vijf dagen ziek op bed ligt.



V

Met een Canadese vrachtwagen gaan ze terug naar Amsterdam. Meneer Paul en zijn vrouw willen hem wel adopteren. Eerst weigert hij te eten. Hij kotst ook alles uit, maar omdat hij nu een grote jongen is, hij is immers acht, moet hij het zelf opruimen.





Doelstelling van de schrijver:



Het zijn voor een gedeelte zijn eigen ervaringen. Hij wilde, denk ik, gewoon kwijt wat hij heeft meegemaakt. Hij had bij het schrijven van dit verhaal een enorme drang om het te schrijven.





Vertelde tijd:



Als je het boek leest dan denk ik dat er iets langer als vier jaar tussen het begin en het einde zit. Omdat hij in het begin ongeveer vier is en op het einde is hij acht.





Verteltijd:



De verteltijd van het boek is 4 uur.





Vertelperspectief:



Het verhaal wordt verteld in de ik-perspectief, het verhaal wordt eigenlijk verteld door het kind.





Ruimte:



Het verhaal speelt zich grotendeels af in de barakken van de concentratiekampen en voor de rest voor een klein deel in hun eigen huis.





Taalgebruik en stijl:



Het taalgebruik is niet moeilijk, zeker niet voor een literair boek. Ik denk ook dat dat komt omdat er veel tegen het jongetje wordt gepraat en veel wordt verteld vanuit hem. Daarom kan je niet al te moeilijke taal gebruiken, anders begrijpt het kind het niet meer. De zinnen zijn dus ook niet moeilijk of (te) lang. Het verhaal is eenvoudig, het is goed te begrijpen.





Begin en het einde van het verhaal:



Het begin is het moment als ze worden meegenomen hieruit volgen de rest van de gebeurtenissen. Het verhaal heeft een gesloten einde. Verder bevat het verhaal opvallend weinig dialogen.



Volgorde van de gebeurtenissen:



De gebeurtenissen worden in chronologische volgorde verteld. Er zijn maar kleine stukjes die ontbreken zoals de nachten en het vervoer (in de trein, van plaats naar plaats). De geleding is aaneengesloten, vrijwel alles wordt verteld.





Samenhang:



De samenhang is niet zo groot, bepaalde dingen hebben wel invloed op elkaar, het krijgen v.d. harlekijn voor z'n verjaardag en het vervoer waarbij hij z'n pop niet mee kan nemen.





Verhaallijn:



Het verhaal is opgebouwd rond 1 verhaallijn. Alle gebeurtenissen hebben op deze manier met elkaar te maken, het is niet zo dat er meerdere verhalen door elkaar lopen.





Spanning:



De spanning in het boek is best wel goed opgebouwd, je blijft vanaf het begin steeds afvragen of ze het wel halen en waar ze uiteindelijk terechtkomen.





Personages:



De eerste persoon, de ik-figuur, is duidelijk de hoofdpersoon. Zijn naam wordt nergens in dit verhaal genoemd, ook zijn leeftijd is niet helemaal bekend, hij is in het begin van het boek zo rond de vier jaar. Hij snapt duidelijk niets van de oorlog, hij blijft een kind en blijkt vriendjes belangrijker vinden dan de dood van zijn vader. Er is geen grote ontwikkeling te zien in het verhaal, wel wordt hij wat 'volwassener'.

De volgende personen zijn bijfiguren:

Moeder beschermt de ik-figuur tegen de buitenwereld, ze houdt veel van hem. Als haar man dood gaat is de ik-figuur de enige die ze nog over heeft. Er is niet zo heel veel over haar bekend.

Vader werkte voor de oorlog op een kantoor. Omdat vader in een ander deel van het kamp zit, komt hij niet zo vaak voor in het verhaal. Wel wordt er veel over hem gesproken, het is een aardige man.

Trude is een vriendin van moeder, zij zit in dezelfde kampen als het gezin van de hoofdpersoon. Vanaf de dood van moeder zorgt zij samen met Eva voor hem, tot dat er een pleeggezin zich aanmeldt.

Eva wordt na de bevrijding samen met de hoofdpersoon en Trude ondergebracht in de villa van de Duitser. Zij zorgt ervoor dat de hoofdpersoon weet dat zijn moeder is overleden, omdat Trude dat niet wilde vertellen.

Meneer Paul en mevrouw G. (tante Lisa) zijn de pleegouders van de hoofdpersoon, als zijn ouders zijn overleden. Meneer Paul werkte voor de oorlog bij vader op kantoor. Tante Lisa is zijn vrouw.









Titelverklaring:



De titel van dit boek is duidelijk, met Kinderjaren worden de kinderjaren bedoeld van de hoofdpersoon, die heel zwaar waren vooral de jaren in de concentratiekampen, waar hij beide ouders verloren is.





Motto:



Het motto van dit boek is wat minder duidelijk, het motto is:

gras, in een blauwe theepot, apart tussen het groeiend uitbloeiend, doorlevend gras gezet.

Judith Herzberg

Uit: 'Beemdgras en zachte dravik'

Hiermee kunnen twee dingen bedoeld worden;

 Met het gras worden mensen bedoeld. Het gras in een blauwe theepot apart tussen het groeiend, uitbloeiend, doorlevend gras gezet slaat op de joden die in een concentratie-kamp gezet worden, apart van de 'andere' mensen, die doorleven of uitbloeien: worden vermoord.

 Met het gras dat apart in een blauwe theepot is gezet, wordt de hoofdpersoon, het jongetje zelf, bedoeld. Het jongetje heeft de oorlog overleefd en voelt zich alleen zonder zijn dode familieleden: het uitbloeiend, doorlevend gras.





Genre:



Het hoofdgenre van dit boek is epiek, er wordt een verhaal verteld. Verder wordt dit boek onderverdeeld in het subgenre proza, omdat de bladzijden over de voorledige breedte gebruikt worden en er dus geen witte stukken na elke zin zijn.

Dit boek is een oorlogsnovelle, een novelle omdat er maar één hoofdpersoon is en er een aantal bijfiguren zijn, het boek is kort, en heeft maar één thema ook staan vooral de gebeurtenissen centraal en niet de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon.

Het is een oorlogsnovelle omdat het verhaal zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog. Dit boek is voor een gedeelte autobiografisch, maar daar doet de schrijver, Oberski, nogal vaag over.

























































De verdieping (verwerkingsopdrachten):



Opdracht: 9 (blz 24 lit wb)



Maak duidelijk waarom dit verhaal zich ook in een andere tijd zou kunnen afspelen. (In welke tijd? Welke gevolgen zou dat hebben voor de inhoud van het verhaal?)



Dit verhaal kon zich ook een eeuw eerder afgespeeld hebben. Dat komt doordat alleen de voertuigen en de typemachine er nog niet waren (en als ze er al waren, waren ze nog veel te duur voor de gewone bevolking).

Het verhaal had langer geduurd, omdat men dan moest lopen in de plaats van met de trein te gaan.

Ook de pont en de geweren van de soldaten zijn wel beter ontwikkeld in dit verhaal, maar het had niks uitgemaakt in de tijd. Men was nog net zo bang geweest voor de geweren.



Opdracht: 23 (blz 27 lit wb)



Zoek in de secundaire literatuur informatie over thema en motieven in het werk dat je gelezen hebt en voeg er je eigen conclusie op dit punt aan toe:



Het thema van dit boek is het leven van een klein kind in de oorlog, waar hij vreselijke dingen meemaakt in concentratiekampen, hij beseft niet wat er gaande is.

Enkele motieven zijn:

 Onmacht, de familie kan niets zelf beslissen, alles kan met ze gedaan worden.

 In het hele verhaal komt steeds de angst naar voren om dood te gaan.

 De hoofdpersoon snapt niet wat er gaande is, hij snapt niet waarom zijn vader en moeder huilen, hij snapt niet waarom ze in het kamp zijn, enzovoorts

 De ouders van de hoofdpersoon proberen hem af te schermen van de verschrikkelijke werkelijkheid.

 Het speelse leven van de hoofdpersoon, ook al is het oorlog, hij blijft gewoon doorspelen.

 De hoofdpersoon laat zich opjutten door grotere kinderen, hij moet van hen zijn tong uitsteken naar een Duitser, later moet hij van hen het 'ketelhuis'.

Het idee van dit boek is om mensen te laten blijken, hoe verschrikkelijk het is voor een klein kind in de oorlog. Het wereldbeeld van Oberski is hier niet helemaal duidelijk, dit komt doordat het verhaal wordt verteld door een klein kind.















































Het onderwerp:



Ik vond het onderwerp 2de wereldoorlog interessant. Vooral om te kijken hoe een kind dit allemaal meemaakt.

Een oorlog heb ik zelf niet meegemaakt van dichtbij. Gelukkig niet, ik zou er gek van worden denk ik.

Ik heb weleens over de oorlog nagedacht en alles.Vooral de 2de wereldoorlog. Dit behandelen we met geschiedenis op school en vind ik wel interessant.

Het onderwerp wordt diep genoeg behandelt. Je ziet hoe een kind de oorlog meemaakt en van alles om zich heen verliest en kwijtraakt.

Ik zou misschien het verhaal zo laten lopen dat hij toch in Palestina terecht zou komen, maar dan klopt het verhaal van de schrijver niet echt meer.

Er zijn zat boeken en films die over dit onderwerp gaan.



De gebeurtenissen:



De gevoelens en de gedachten van de personen waren belangrijker dan de gebeurtenissen. Het aantal gebeurtenissen waren voldoende. Er zou misschien nog één gebeurtenis erbij geplakt kunnen worden. Namelijk dat hij toch in Palestina terecht komt. Maar dan klopt het verhaal van de schrijver niet meer.

Er kwamen veel triestte gebeurtenissen in het boek voor. Het kind verliest van alles om zich heen.

De gebeurtenissen waren alle geloofwaardig. Er zijn meerdere kinderen in de oorlog geweest die hun ouders verliezen en als enigste overblijven.

De afloop vond ik ondanks alles toch een goed einde. Het kind bleef in leven en kon verder leven. Het zou triest geweest zijn als hij zelf ook nog zou sterven.



De personen:



Het kind kwam levensecht op mij over. Hij wist niet goed wat er gaande was, maar je ziet steeds meer dat hij begint te begrijpen in wat voor een erge wereld hij eigenlijk leeft.

Het kind wezen heb ik natuurlijk ook zelf meegemaakt, en ik zou niet weten of ik zo zou handelen als het kind deed.

Ja, de moeder, ik zie weleens ouders die hun kind van alle rottige dingen vandaan willen houden. Dit heeft meestal geen goed effect op de kinderen, vind ik. Deze worden meestal schijnheilig en zo.

De hoofdpersoon heeft mij niet beïnvloed, ik heb er geen lessen uit kunnen halen. De eigenschappen van de hoofdpersoon vatte ik allemaal positief op, het is een kind.

De hoofdpersoon zou ik niet anders laten handelen in het boek. Het kind is gewoon goed in het verhaal.



De opbouw:



Het verhaal was makkelijk opgebouwd. Je ging gewoon met hoofdpersoon mee. Alles was ook makkelijk, het werd door een kind gezien.

Het verhaal was ook niet saai of wat dan ook. Je weet wat de hoofdpersoon mee gaat maken (in grote lijnen) want je weet al hoe de tijd zal gaan verlopen. Je weet hoe en wanneer de oorlog begint en eindigt. Dit vond ik niet vervelend om te weten.

De afloop vond ik ondanks alles toch een goed einde. Het kind bleef in leven en kon verder leven. Het zou triest geweest zijn als hij zelf ook nog zou sterven.



Het taalgebruik:



Het taalgebruik was makkelijk, alles word door het kind beleeft. Je kan dan geen moeilijke woorden gaan gebruiken, anders wordt het boek onrealistisch.

Het voordeel bij dit boek is dat je films over de oorlog heb gezien. Het is daardoor niet moeilijk om alles voor je te trekken hoe het geweest zou kunnen zijn.

De dialogen in het boek waren goed weergegeven. Het is niet makkelijk voor een schrijver om je als kind voor te doen. Het taalgebruik en zinsopbouw. Dit vond ik goed door de schrijver weergegeven.

Het woord knetelhuis vond ik toch een raar woord. Ik zou het niet willen onthouden ofzo, maar ik had nog nooit van het woord gehoord. De betekenis was niet zo moeilijk, het kind begreep het ook niet en het werd dan ook uitgelegd in het boek.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen