U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Bint.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=12860 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1890 woorden.

Primaire gegevens van het gelezen werk:

Auteur: Ferdinand Bordewijk

Titel: Bint

Ondertitel: Roman van een zender

Opdracht: Aan mijn rector en zijn staf

Verschenen in: 1934



Biografie

De auteur is Ferdinand Bordewijk (1884-1965). Hij studeerde rechten in Leiden en werd daarna advocaat. In 1918 was hij korte tijd leraar handelsrecht aan de handelsschool in Rotterdam. Deze school is het toneel van Bint, maar de personen en gebeurtenissen zijn fictief.

Bordewijks debuut als prozaïst was met Fantastische Vertellingen, waarin de vermenging van nuchterheid en fantasie opvalt. Maar pas met Blokken (1913), Knorrende beesten (1931) en Bint vond hij zijn eigen stijl. Een stijl die in latere werken losser en milder is geworden; na de oorlog is Bordewijk overgegaan op een zachtere taal en sfeer, bijvoorbeeld in Bloesemtak.

Bordewijk creëert in zijn proza uit de dertiger jaren een soort 'superwezens': die bepalen lot en leven van alle andere figuren, vergiftigen de hele atmosfeer. In veel van Bordewijks werken is het thema: Het goede wordt belaagd door het kwaad, maar het goede overwint toch.



Bibliografie

De titel van het boek is Bint. Bint is de directeur van een school en wil een systeem van stalen tucht handhaven (waaraan hij zelf te gronde gaat).

De ondertitel is Roman van een zender. Bint is de zender en De Bree is de ontvanger. De zender draagt het idee (een stalen tucht), de ontvanger neemt Bints ideeën over en in zich op.

De eerste druk was in 1934. De omslag heeft een half roze en half witte kaft met daarop in een paarse ruit Blokken, Knorrende Beesten en Bint. Het aantal bladzijden is 76.

De opdracht luidt: Aan mijn rector en zijn staf. De rector is Dr. A. van Berkum, de rechtlijnige en autoritaire directeur van de openbare handelsschool in Den Haag waar Bordewijk werkte.



Inhoud



Samenvatting

Het verhaal begint als de leraar De Bree naar zijn nieuwe school wandelt. De Bree ruilt een jaartje het werk aan zijn proefschrift in voor lesgeven. Hij is geïntrigeerd door de naam die de school heeft gekregen. Dit komt door het regime dat de directeur Bint voert en die leiding is gebaseerd op een stalen tucht.

De Bree wordt meteen in het diepe gegooid. Hij moet lesgeven aan de beruchtste klas van de school. De Bree maakt onmiddellijk duidelijk dat híj de baas is. Vanaf dat moment is het oorlog tussen hem en de klas die hij De Hel noemt.

De leerlingen van deze klas zijn uitgezocht door Bint en moeten als een soort experiment bewijzen dat 'stalen tucht' heel goed voor hen is. De leerlingen zijn niet al te slim en redelijk asociaal.

Bint eist een ijzeren tucht en heeft daarvoor een speciaal onderwijssysteem ontworpen. De leraar moet niet afdalen tot de leerling, maar de leerling moet stijgen tot het niveau van de leraar. Het kerstrapport bepaalt het eindrapport.

Eén leerling, een zekere Van Beek, dreigt met zelfmoord als hij niet de kans krijgt zijn onvoldoende kerstcijfer op te halen. Maar Bint wenst geen rekening te houden met Van Beeks problemen en na de kerstvakantie blijkt dat de jongen inderdaad zelfmoord heeft gepleegd. De oproer die er door zijn dood ontstaat, slaat Bint met hulp van De Hel hardhandig neer. Maar het incident Van Beek zal Bint uiteindelijk nekken.

Na de kerstvakantie probeert De Bree nog meer dan daarvoor te werken volgens het systeem van Bint. Hij hanteert net als Bint een rietstokje en herhaalt steeds zijn lessen over de noodzaak van de tucht.

Tegen Pasen maakt De Bree met de helft van De Hel een fietstocht. Ze trekken door Zeeuws-Vlaanderen en België en zien een stukje Frankrijk. De klas heeft niet veel interesse in de oudheden die De Bree toont, maar bouwt wel een groot gevoel van saamhorigheid op. Ze staan dan ook unaniem achter het besluit om de tocht in te korten, omdat één van hen moeilijk fietst. Als op een morgen twee leerlingen kwijt zijn en later de hele tocht blijken te hebben gefietst, worden ze door de rest van de klas hiervoor gestraft.

De rest van het schooljaar gaat voorbeeldig. De Bree leert zelf ook veel en gaat zich nog meer naar Bints systeem gedragen. Tijdens de examenuitreiking ontdekt De Bree een zwakheid van Bint. Hij staat niet stil. Een stalen tucht, maar géén stalen lijf? De Bree voelt zich alsof hij iets ontdekt had wat niet mocht.

Als Bint na de zomervakantie niet meer terugkomt, blijkt dat alle leraren zoiets ontdekt hebben. De Bree probeert Bint nog thuis te spreken, maar hij is er steeds niet. De Bree had in de grote vakantie juist besloten om zijn wetenschappelijke aspiraties te laten varen en Bints 'leerling' te blijven.

Dan begrijpt De Bree dat Bint hem niet meer wil zien. Bint is van nu af dood voor hem, maar hij leeft verder in het systeem van stalen tucht.

Beginzin: "De Bree zijn denken was hoekig en nors. De lucht lag laag morsig roetig. Novemberochtend. De wind danste lomp om de hoeken."

Eindzin: "Hij was zich bewust, dat er iets rustte ergens hier, dat er hier ook iets leefde. Een as, een ziel. Toen kwam het over hem, eenvoudigweg, het hoofd te ontbloten en zacht ging hij de trap op."



Indeling

Het boek is verdeeld in 28 korte hoofdstukken met als titels:* Een stalen tucht, * De hel, * De genoten, * De bloemen, * De strafdag, * Bint, * De Bree, * Bruinen, grauwen, de hel, * Naar Kerstmis, * De samenkomst, * De toespraak, * Het herbegin, * Het oproer, * Daarna, * Daarna, de hel, * Naar Pasen, * De tocht, * De rustdag, * De tocht, het einde, * Naar zomer, * Het afscheid, * Examens, * Vakantie, * Het herbegin, * 5C, en * Bints praalgraf. De hoofdstukken beschrijven zo het hele schooljaar.



Personages

Bint: Het uiterlijk van Bint komt overeen met zijn innerlijk, namelijk droog, rietmager en kaarsrecht. Hij haat de gemoedelijkheid, verbroedering, bandeloosheid en verwildering van zijn eigen tijd. Hij wil zijn land weer groot maken, zoals in het verleden. Deze gedachte wijst erop dat Bint niet alleen maar zakelijk, nuchter en hard is; hij heeft een ideaal, een toekomstdroom die hem inspireert. Dit verklaart zijn gedrevenheid, zijn fanatisme bij het doorvoeren van zijn systeem.

De school, het systeem gaat boven alles. Dit blijkt uit de gevallen met Van Beek en de conciërge. Het gaat er Bint niet om de leerlingen wetenschappelijk wijzer te maken, maar maatschappelijk. Om dit te bereiken grijpt Bint terug naar het oudste (en volgens hem ook nieuwste) systeem: macht, vrees en tucht. Toch blijkt Bint hier zelf niet tegen opgewassen. Hij neemt ontslag, maar zijn systeem wordt voortgezet.

De Bree: is hoekig, nors, leeft sober en lacht nooit. Hij werd leraar op de school van Bint uit nieuwsgierigheid, afleiding en om zijn krachten te meten aan de werkelijkheid. Hij gelooft in Bints systeem. Hij pakt De Hel zeer streng aan, met de andere klassen heeft hij niet veel moeite.

De Bree is verder bezig met een studie over A.M. van Schuurman, een zeventiende-eeuwse intellectuele vrouw. Bint vindt dat "de leraar zich niet moet buigen, de leerling moet klimmen". Daarom verbiedt De Bree bijvoorbeeld de Bruinen vragen te stellen.

Als De Bree een keuze moet maken tussen school en wetenschap, neemt hij de eerste, want hij wil "een mens voor maatschappelijke actie zijn". Hij legt zijn hardheid zichzelf op door zijn ijzeren wil. In zijn hart is hij, zoals hijzelf inziet, vol fantasie en romantisch. De Bree begrijpt niets van vrouwen en beschouwt zichzelf als a-sexueel.

Andere leraren

Keska: een onsympathieke figuur die uit de toon valt en die ook Bint niet onvoorwaardelijk volgt.

Nox: de sombere ex-werkman.

Talp: een forse grijzende man met waardigheid.

Remigius: een tengere sympathieke docent.

Donkers: de opvolger van Bint. Hij lijkt op hem en is stil en beslist.

To Delorm: de enige vrouw tussen de mannen. Zij is resoluut, intelligent en fris ("De enige die lachte").

Ridderikhof: is lichamelijk zwak, maar houdt zich door "de stalen tucht van zijn wil" overeind.

De klassen

De Hel (4D): dertig vreemde kinderen. Het zijn schobbejakken die neigen naar losbandigheid, maar zich niet verzetten. De leerlingen erkennen Bints systeem, zijn onderling en met de school saamhorig, want ze onderdrukken de oproer.

Enkele leerlingen uit 4D zijn: Te Wigchel, Heiligenleven, Punselie, Klotterbooke en van de Karbargenbok. Bordewijk heeft deze namen uit een telefoonboek gehaald!

De Bloemen: een vredige klas, maar met de gevaarlijke Jérôme Fléau erin die samen met de conciërge aanzet tot de oproer.

De Bruinen: Deze klas is de andere klassen voor. Hierin schuilt het gevaar van hoogmoed. Daarom is De Bree ook voor deze leerlingen streng.

De Grauwen: Deze klas is goedaardig, arbeidzaam, kleurloos en behaalt slechte resultaten.



Tijd

Het boek speelt zich af in de tijd waarin het geschreven is, dus 1934. De schrijver wil met zijn werk waarschuwen voor het opkomende nationaal-socialisme in die tijd. Zonder deze achtergrond zou het verhaal eigenlijk in iedere tijd kunnen spelen.

Het verhaal gaat van november tot en met de zomervakantie en het begin van het schooljaar zonder Bint. Het tijdsverloop is chronologisch en met tijdsprongen. Er zijn geen flashbacks en vooruitwijzingen.



Plaats

De gebeurtenissen zijn in een schoolgebouw in Rotterdam en tijdens de fietstocht in Zeeuws-Vlaanderen, België en Noord-Frankrijk. Het lokaal van De Hel ziet eruit als een soort theatertje, waardoor de leraar lager zit dan de leerlingen. De bovenramen van het lokaal hebben tralies.

De sfeer is nachtmerrie-achtig en sinister. Dit heeft te maken met de dreiging van het nationaal-socialisme, de economische crisis en de politieke chaos rond 1934. Bordewijk koos deze plaatsen zó dat het geen directe aanval op het nationaal-socialisme was, maar een verdekte aanval, zodat hij nooit beschuldigd kon worden.



Vertelperspectief

Er is sprake van een personale vertelsituatie. De persoon door wie het verhaal wordt beleefd, is De Bree.

"Hij merkte het van zichzelf. Hij voelde dat hij toch nog niet zo was doorijzerd als de meesten." (Blz. 104)

"De Bree leerde ook uren kennen dat zij stil onder elkaar leefden als rustige beesten." (Blz. 120)

"De Bree voelde iets te hebben ontdekt wat niet mocht. Het beklemde, vaag en dwingend." (Blz. 144)



Thematiek

Het thema is: Persoonlijke tucht als vorm van zelfbehoud in een chaotische wereld vol angst. Dit uit zich onder andere in de volgende motieven:

- Chaos en verwildering, bijvoorbeeld het gedrag van de klassen.

- Probleem van de opvoeding. Bints systeem bereidt de jeugd goed voor.

- Spanning tussen angst en tucht. Tucht kan de mensen in toom houden.

- Tucht als persoonlijke levensstijl, bijvoorbeeld het leven van Bint.

- Ontmenselijking. De leerlingen worden als monsters aangeduid.

- Rebellie, bijvoorbeeld De Hel en De oproer.

- Het schoolleven in de grote stad.

- Zelfmoord door van Beek.

- Reismotief. De schoolreis naar Frankrijk.

- Hardheid van de mens, Van Bint en De Bree bijvoorbeeld.



Genre

Het boek behoort tot de korte romans (van de tucht). De roman beschrijft de langzame stijging naar de crisis: de zelfmoord van Van Beek en het ontslag van Bint.

Bij een roman is er een conflict tussen subject en tegenstander, maar ook met diverse bijfiguren. Bij Bint dus tussen Bint en De Bree enerzijds en de leerlingen anderzijds, maar ook tussen de overige leraren en de conciërge.



Stroming

Het boek behoort tot 'de nieuwe zakelijkheid'. Hierbij wordt het leven ontdaan van gevoelswarmte en romantiek. Deze verhalen zijn stilistisch strak en brengen door de karikaturaal ontmenselijkte personages het meedogenloze bestaan naar voren. In Bint is dit heel duidelijk het geval: de personages zijn niet menselijk, maar een karikatuur. Ook zit er in het hele boek geen spoortje romantiek.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen