U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend/anoniem - Van Den Vos Reynaerde.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/7463408/ en is laatst upgedate op 05/06/2002.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3268 woorden.


Wie het boek precies geschreven heeft is onbekend, wel weten we dat het door ene Willem geschreven is en mogelijk ook gedeeltelijk door ene Arnout.




Tekstuitgave.




De eerste druk was reeds in 1985 door uitgeverij taal & teken in Leeuwarden.


De tekst is vertaald door H. Adema, en bestaat uit een stuk in het Middelnederlands en een vertaald gedeelte.


Ik heb de vijfde druk gelezen, deze is geschreven in 1997.




Handschrift en omvang.




Het Middelnederlandse Reinaert-verhaal werd naar alle waarschijnlijkheid tegen het einde van de 12e eeuw geschreven. Uit deze tijd is echter geen handschrift bewaard gebleven; de oudste overgeleverde tekstgedeelten van de Reinaert bestaan uit enkele korte handschriftfragmenten uit de 13e eeuw, de zogenaamde Darmstadtse fragmenten.


De volledige versie van Reinaert is bekend uit twee handschriften van latere datum:


-Het Comburgse handschrift van rond 1400


-Het Dyckse handschrift van rond 1350, dit handschrift werd pas in 1907 werd ontdekt.




Er kunnen enige veranderingen in taal en inhoud zijn aangebracht door kopiisten bij de overgeleverde handschriften, maar er mag worden aangenomen dat de overgeleverde handschriften een redelijk betrouwbaar beeld geven aan de 12e eeuws oorspronkelijke tekst.


Dit in tegenstelling tot de 14e eeuwse bewerking, deze zijn door invloed van deze eeuw heersende didactische literaire mode veel nadrukkelijker moraliserend van karakter. Door allerlei toevoegingen en uitgebreide beschrijvingen werd het verhaal ruim tweemaal zo lang. Ondanks de missende ironie van het origineel was deze bewerking toch het meest populair in de 15e eeuw en zelfs daarna.






Samenvatting.




Het verhaal van Reinaert begint tijdens de hofdag van koning Nobel, één edele was niet aanwezig. Het was Reinaert, hij schaamde zich zo diep voor alle schande die hij de overige dieren had aangedaan dat hij zich niet durfde te vertonen.


En zo braken de klachten los op deze hofdag, iedereen wist wel weer iets naars over Reinaert te vertellen. Grimbeert de das weet deze beschuldigingen allemaal te weerleggen zodat er geen geldige reden bestaat om Reinaert voor te laten komen.


Totdat Cantecleer de haan aan komt lopen met een slachtoffer van Reinaert, zijn dochter Coppe. Hier kon Grimbeert niets meer op zeggen en hij geeft het op.


Reinaert zal voor het hof moeten verschijnen en Bruun werd daarom door de raadslieden uitgekozen om Reinaert te gaan halen. Hij was een beer, sterk maar niet al te slim.




Als Bruun voor het slot van Reinaert staat en hem dringende verzoekt met hem mee te gaan, bedenkt Reinaert een gemeen plan. Hij is heel aardig tegen Bruun en doet alsof hij het beste met hem voor heeft. Omdat hij weet dat Bruun veel van honing houdt maakt hij Bruun wijs dat hij heel veel honing in huis heeft. Reinaert neemt Bruun mee naar de wereld van de mensen want daar is volgens hem heel veel honing te vinden. In een boom in de tuin van Lamfroit de timmerman zaten twee wiggen omdat Lamfroit deze boom in tweeën wilde splijten. Reinaert vertelde Bruun dat tussen deze boom veel honing zat, en toen Bruun zijn hoofd en zijn voorpoten in de boom stak haalde Reinaert de wiggen uit de boom. Bruun zat klem en op dat zelfde moment kwam Lamfroit aangelopen. Zodra hij de beer zag ging hij naar het dorp om iedereen maar te vertellen dat er een beer klem zat in zijn achtertuin. De mensen wilde deze beer maar al te graag van kant maken, ze liepen met zijn alle richting Lamfroits huis. Bruun voelde dat er gevaar dreigde en sprong overeind. Het vel scheurde van zijn hoofd, een van zijn oren en beide wangen liet hij achter. Ook zijn klauwen en zijn handschoenen moest hij achter laten om zijn poten los te krijgen.


Toch wisten de dorpelingen hem te omsingelen en hij kreeg het zwaar te voorduren. Tot hij vijf ‘oude wijfjes’ in de rivier duwde waaronder de vrouw van de pastoor. De pastoor beval toen direct haar te redden voor vergiffenis van alle zonden. Iedereen sprong te water en zo had Bruun de kans te ontsnappen via de rivier. Waar Reinaert hem later tot ergernis zag want Reinaert hoopte natuurlijk dat Bruun dood zou zijn en het niet na zou kunnen vertellen.




De volgende die door de koning werd gestuurd was Tibeert de kater. Hij was niet zo sterk als Bruun maar wel heel erg slim. Met tegenzin ging Tibeert op pad, en voor het slot vroeg hij voorzichtig aan Reinaert naar buiten te komen en mee te gaan. Reinaert antwoordde daarop echter dat het nu veel te laat en te gevaarlijk was om nog te gaan. Hij beloofde Tibeert de volgende dag mee te gaan, en hij zou dan wel de nacht bij hem door mogen brengen. Helaas had Reinaert geen eten in huis maar hij wist wel een plaats waar veel muizen zaten. Tibeert trapte erin en ging met Reinaert mee naar het huis van de pastoor. Rondom de schuur waar allemaal muizen zaten stond een muur, in die muur zit een gat waar een val in geplaatst was. Eigenlijk bestemd voor Reinaert die hier reeds eens had gestolen. Tibeert die dit natuurlijk niet wist sprong door het gat en voor dat hij het wist zat hij vast in de val. Door zijn geschreeuw verraadde hij zichzelf en de pastoor kwam poedelnaakt naar buiten met zijn gezin. Ze wilde de dader maar al te graag vangen, zodra ze de kater zagen sloegen ze er op los, Tibeert raakte zelfs een oog kwijt. De Kater wist uiteindelijk te ontkomen door de pastoor in zijn geslachtsdelen te bijten.






Samenvatting


Nu had de koning er genoeg van en hij wilde harde maatregelen treffen, niet alleen gericht op Reinaert maar ook richting zijn gezin en burcht. Op dat moment kwam Grimbeert weer naar voren en hij maakte de koning erop attent dat men volgens het (Germaans) recht een vrije man 3 x moet dagvaarden. En Grimbeert stelde voor om zelf te gaan, omdat hij wist dat zijn oom hem toch geen kwaad zou doen.


Als Grimbeert bij het slot van Reinaert is aangekomen verzoekt hij hem mee te komen voor zijn eigen bestwil. Hij waarschuwt Reinaert dat als hij niet komt zijn burcht zal worden vernietigd en zijn vrouw en kinderen zullen worden vermoord. Nu blijkt dat Reinaert heel familiegetrouw is en hij neemt met veel moeite afscheid van zijn gezin.


Eenmaal buiten zijn slot wilt Reinaert biechten want hij wilt niet in de hel komen, Grimbeert staat dit toe want hij is eigenlijk wel nieuwsgierig naar de daden van Reinaert. Na deze biecht brak Grimbeert een tak en diende Reinaert 40 slagen toe als vergelding voor al zijn zonden. Hij moest wel beloven zich voorbeeldig te gedragen en dus ook op een fatsoenlijke manier in zijn levensonderhoud voorzien.


Niet veel later nadat hij dit had beloofd wilde hij zich al weer aan een paar kippen vergrijpen, Grimbeert kon hem hier nog net van weerhouden.




Weer terug bij het hof wordt Reinaert verteld dat hij zal worden opgehangen. Reinaerts beste vrienden en familieleden vertrokken zij wilden de gerechtstelling niet zien.


Tot Reinaerts heugenis werd de galg opgesteld door Izengrijn, Bruun en Tibeert, zijn belangrijkste vijanden. Dit betekende dat Reinaert even ‘alleen’ zou zijn met de koning, hij had zijn plannetje al klaar! Hij begint te vertellen over een schat die zijn vader ooit had gevonden. Zijn vader samen met Izengrijn, Tibeert, Bruun en Grimbeert, die hij erbij betrekt om zijn verhaal geloofwaardiger te maken, zouden de dood van de koning hebben gezworen.


Reinaert verteld verder dat hij de plaats van de schat gevonden had en deze vervolgens elders weer verborgen had. De koning toonde wel interesse in deze schat, die verborgen lag bij de kriekepit in het bos Hulsterlo. De koning geloofde het verhaal van Reinaert en schold de straf vrij.


Toen Izengrijn en Bruun dit te horen kregen gingen ze onmiddellijk naar het hof terug, Tibeert niet, hij vertrouwde het niet en vluchtte. En Tibeert had gelijk want Izengrijn en Bruun werden gevangen genomen.


En Reinaert hoefde van de koning niet mee naar de schat, omdat hij verklaard had naar Rome te gaan om vergiffenis te vragen, en vervolgens naar het Heilige Land te gaan, om dan pas terug te keren zodra hij genoeg boete had gedaan.


Hij kreeg van de koning een pelgrimstas van het vel van Bruun én schoenen van Izengrijn en zijn vrouw, dat wil zeggen; het vel van de voorpoten van Izengrijn en van de achterpoten van zijn vrouw.


Reinaert maakte een hele emotionele vertoning bij het afscheid en vroeg Cuwaert de haas en Belijn de ram of zij met hem mee wilde lopen tot zijn slot. Dit deden ze en Reinaert nam Cuwaert mee naar binnen, daar wordt hij door het gezin opgegeten als cadeautje van de koning! Reinaert maakt Belijn wijs dat Cuwaert voor zijn vrouw zorgt en zegt dat hij maar vast terug moet gaan. Hij geeft Belijn zijn pelgrimstas en een brief voor de koning, Reinaert verteld Belijn dat hij erbij moet vermelden dat hij deze brief goedgekeurd heeft en hij zei erbij dat hij een hoop roem zou verkrijgen als hij dit deed. Belijn ging op pad en eenmaal bij de koning bleek dat de kop van Cuwaert de haas in de tas zat. De koning was woedend, hij had zich om laten praten voor geld en bovendien zaten zijn beste vazallen in de kerker. Hij liet ze vrij, ze kregen Belijn en al diens familieleden, die ze dood mochten bijten en bovendien kregen ze de vrijheid om aan Reinaert en al zijn familieleden leed en kwaad te doen.


Reinaert was inmiddels met zijn familie al lang gevlucht…


Standen.




In dit verhaal komt de adel, de geestelijkheid en de vierde stand voor. Je hebt natuurlijk koning Nobel, en daar onder al zijn edelen, zij horen bij de adel.


Bij de geestelijkheid hoort Cantecleer de haan, maar ook Belijn, hij is de hoofdkapelaan en Cuwaert, de hulp kapelaan. Ook de kippen behoren tot de geestelijkheid, zij kunnen als nonnen worden gezien. Van de ‘mensenwereld’ behoort de pastoor tot de geestelijkheid.


De vierde stand bevind zich ook onder de mensen, dit zijn de dorpelingen die met zijn allen achter Bruun aangaan.




Feodaliteit.




Koning Nobel is de leenheer en hij heeft vazallen onder zich. Zijn belangrijkste vazallen waren natuurlijk Izengrijn, Bruun en Tibeert. Koning Nobel is een slechte leenheer, hij laat zijn beste vazallen (twee ervan) in de kerker gooien en laat Reinaert vrij omdat de koningin hem zegt dat hij dat zou moeten doen.


Ook geeft hij zijn vazallen de mogelijkheid Belijn en zijn familie dood bijten en bovendien kregen ze de vrijheid Reinaert en zijn familie te doden (dus alle vossen), volgens het feodale stelsel behoort een leenheer dit niet te doen.


Er wordt in Reinaert uitgegaan van het recht van de sterkste!




Eer.




Iedereen wordt in Reinaert belachelijk gemaakt (eer?), behalve Reinaert, hij huichelt niet. Er is hier dus sprake van hypocrisie, huichelarij.


De geestelijkheid gedraagt zich ook niet zoals het hoort, een pastoor die een vrouw en kinderen heeft en naakt rondloopt is nu niet bepaald het voorbeeld van een goede geestelijke.


Alle slachtoffers van Reinaert zijn door hun eigen karaktereigenschappen erin geluisd, maar op het einde van het verhaal doet iedereen alsof er niets gebeurd is, en gaat het leven weer gewoon door.




Bedoeling tekst.




- Zwakheid van het feodale stelsel aantonen


- Zwakke punten van de geestelijkheid opsommen.


In Reinaert komen vele Germaanse namen voor, en ook magie speelt een rol in dit verhaal.


Een voorbeeld van magie is het moment dat Tibeert op weg is naar Reinaert en een st. Maartensvogel aan de verkeerde kant aan hem voorbij vliegt, dit betekend onheil. Deze naam komt later terug in de manier waarop Tibeert in de val loopt, hij springt in een strik die door Martinet geplaatst was.





Rol van de vrouw.




De vrouwen hadden blijkbaar veel te zeggen in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, in dit verhaal tenminste wel.


Dit blijkt uit het afscheid dat Reinaert van zijn vrouw neemt, dit gaat volgens de erecode. Ook weet de koningin het klaar te spelen dat de koning Reinaert vrij spreekt, zij is namelijk wel geïnteresseerd naar de schat.




Hoofsheid.


De hoofsheid wordt zeer serieus genomen.


In de proloog van het boekje blijkt dat het wordt opgedragen aan een vrouw, dit is waarschijnlijk een hoofse vrouw geweest.


De schrijver schrijft gerespecteerd hoofs maar laat wel zien dat het in werkelijkheid niet zo is.


De schrijver moet erg slim geweest zijn want hij heeft het over Portugal en Hongarije en spreekt zelfs Frans.




Traditie dierenverhalen.




Dierenverhalen en sprookjes waarin dieren speelden waren al vroeg in de middeleeuwen zeer geliefd. De oudste op schrift gestelde dierenverhalen zijn in het Latijn geschreven, maar uit de 12e eeuw zijn ook een aantal franse dierdichten bekend die later verzameld werden in Roman de Renart. De inhoud van deze Franse verhalen is in grote lijnen gelijk aan de eerste helft van Reinaert.


Dierenverhalen zijn geboren in Indië en werden in het Perzisch en Arabisch vertaald en van daar naar Griekenland en Rome overgebracht en zo verder naar West-Europa verspreid.


Dierenverhalen zijn opgebouwd uit mondelinge overlevering van ‘inheemse’, vaak oud-Germaanse verhalen, en schriftelijke overlevering van Indische fabels.


De waarheid ligt hier nog in het midden…




Karakterbeschrijvingen.




Reinaert (vos): Hij is de enige die zich niet anders voordoet dan dat hij is. Hij is slim en hij maakt gebruik van de zwakheden van zijn tegenstanders en is hierbij vaak gewetensloos.




Koning Nobel (leeuw): Hij is de koning van de dieren. Hij is erg hebzuchtig, hij is een slechte leenheer want hij gooit zijn vazallen in de kerker. Ook eerzucht is een belangrijke karaktertrek van deze koning, hij wilt dat alle dieren naar hem op kijken.




Karakterbeschrijvingen


Grimbeert (das): Hij is familie van Reinaert en verdedigd Reinaert vaak bij de koning. Hij is erg goedgelovig, want hij blijft vertrouwen in Reinaert houden. En boven dit alles is hij erg nieuwsgierig, hij wilt maar al te graag horen wat voor een streken Reinaert allemaal heeft uitgehaald.




Izengrijn (wolf): Hij was eerst een vriend van Reinaert maar doordat ze vaak op dezelfde dingen uitwaren werden ze rivalen. Izengrijn is erg schijnheilig, hij doet zich beter voor dan dat hij is. En vraatzuchtig en brutaal is hij ook, hij steelt maar al te graag eten van iemand weg.




Bruun (beer): Hij is dom en naïef, en dit samen met zijn vraatzucht brengt hem in de problemen. Bruun moet het echt van zijn lichaamskracht hebben.




Tibeert (kater): Hij is pienter en laat zich niet zo snel beetnemen. Al trapt hij toch in Reinaerts doordachte plannen door zijn vraatzucht. Zijn slimheid redt hem op het nippertje van de dood.




Je kunt goed zien dat de karaktereigenschappen naar die van de mens verwijzen, en dat het voornamelijk slechte karaktereigenschappen zijn. (antropomorfisme)




Symboliek.




Het gebied van Nobel bestaat uit enkel lange rechte paden, terwijl het gebied bij Reinaert uit kleine kronkelpaadjes bestaat. Die lange rechte paden duiden waarschijnlijk op gezag, belang en op een rechtvaardig proces dat destijds gepleegd moest worden. Reinaert daarentegen was totaal niet rechtvaardig en deed niets volgens de wetten en regels vandaar dan ook de kronkelpaadjes.


Nobels gebied is open en dus duidelijk, Reinaerts gebied daarentegen bestaat uit veel bos, wat op onduidelijkheden en geheimzinnigheid duid. Ook kan het gevaar betekenen, het is er duister en mysterieus.


De muur duidt op geslotenheid, verboden terrein. Kijk maar naar de muur die om de schuur bij de pastoor geplaatst is, dit dus om indringers uit te sluiten.




Satire.




Met alle standen werd de spot gedreven, behalve met de burgerij. Als eerste de Adel, de koning die zich laat leiden door hebzucht en bovendien een slechte leenheer is die zijn beste vazallen in de kerker gooit. De raadslieden die zich beiden door Reinaert laten beetnemen door hun vraatzucht.


De hoofdkapelaan (Belijn) luistert zonder te vragen naar Reinaert en is toch eigenlijk een beetje bang voor hem, doet dus automatisch alles wat hem gezegd wordt, wat dus uiteindelijk zijn kop kost. En ook de hulkapelaan gaat uit angst maar mee naar binnen met Reinaert, dus kostte hem dus letterlijk zijn kop!


De spot wordt dus gedreven met de naïviteit van deze standen, de geestelijkheid is goedgelovig en angstig, en de adel is hebzuchtig en vraatzuchtig.






Satire


Door middel van de dieren wordt eigenlijk op een indirecte manier de spot gedreven met de mens, want de karaktereigenschappen van de dieren verwijzen eigenlijk naar menselijke eigenschappen.


In het verhaal wordt voornamelijk de spot gedreven met de pastoor, die zich niet aan de regels houdt die eigenlijk voor een pastoor gelden, hij rent in zijn nakie rond, heeft een vrouw en hij gebruikt zijn mach om zijn vrouw te redden.




Plaatsbeschrijving en vermelding.




Het verhaal speelt zich af in Gent, dit kun je bijvoorbeeld al zien door de naam van de koningin: Gentes.


Het verhaal speelt zich grotendeels af aan het hof, waar de aanklachten tegen de niet aanwezige Reynaert worden ingediend. De hofdag mag gesitueerd worden in Gent, de hoofdplaats van de kasselrij Gent. De gebeurtenissen spelen zich af in het Land van Waas (Oost-Vlaanderen), tussen Gent en Hulsterlo (een uitgestrekt bos tussen Hulst en Kieldrecht). Ook wordt er gesproken van Elmare, een Benedicter proostdij tussen Aardenburg en Biervliet. Malpertuus (het kasteel (Notax) en het landgoed van Reynaert) moet van een burggraaf uit Destelbergen geweest zijn. Volgens sommige geleerden is Malpertuus te situeren in de buurt van Sint Jansteen.




Informatie over de auteur.




In eerste instantie meende men dat er één dichter was, namelijk Willem, maar later werd de mening geopperd dat het er misschien wel twee konden zijn. De gronden voor dit vermoeden werden gevonden in verschillen van taal, geest en stijl, zo is b.v. de 2e helft meer moraliserend dan de 1e en de dieren zijn in de 2e helft meer vermenselijkt. Dit vermoeden werd in 1907 bevestigd doordat er een nieuw handschrift werd ontdekt (het Dyckse handschrift) waarin een tweede schrijver, Arnout werd genoemd.




Over het auteurschap van Reinaert is met enige zekerheid weinig meer geschreven dan dat het verhaald door één of twee Vlamingen is geschreven. Ik zal de drie belangrijkste theorieën kort verklaren.




De eerste theorie luidt dat Arnout het eerste deel van de tekst geschreven heeft (tot aan de terdoodveroordeling) en dat Willem de originele voortzetting en de proloog heeft toegevoegd. Wat deze theorie kan bevestigen is de verschillende schrijfstijlen in het boek.




De tweede theorie houdt in dat Willem de gehele Reinaert heeft geschreven. Arnout zou dan de schrijver kunnen zijn van een ander verder onbekend en onvolledig Reinaert-verhaal. Deze theorie kan worden bevestigd door het feit dat Arnout in het Comburgse handschrift niet wordt genoemd en als Willem slechts het verhaal van Arnout van een zelfstandig vervolg zou hebben voorzien, hoefde hij niet zich immers niet meer op de Franse boeken te baseren.




De laatste theorie gaat ervan uit dat Arnout een kopiistenverschrijving is voor Perrout, de auteur van Li Plaid. Ook deze theorie pleit voor een enkelvoudig auteurschap van Willem: het eerste deel is dan met verwijzing gebaseerd op Li Plaid, het tweede deel door hem wenselijk geachte voltooiing.




ME-Proces.




Het verhaal is ontleend aan het feodale stelsel, koning Nobel is de Leenheer en hij heeft vazallen onder zich. Ook de eercultuur speelt een belangrijke rol, de koning is erg eerzuchtig. En dan als laatste natuurlijk de standentheorie, die komt hier ook uitgebreid aan bod.


(zie pag.4)




Volgens het ME-proces heeft een vrije man het recht 3x te worden gedagvaard. Dit betekende dus dat Reinaert drie maal de kans had voor het hof te verschijnen voor een (eerlijk) proces. Reinaert had de vrijheid voor zichzelf te spreken voordat hij zou worden gehangen.


Getuigenissen van anderen was ook van belang, bewijs moest er zijn. (de dode Coppe)


Bijbelse motieven.




Reinaert heeft in feite twee keer gebiecht: één keer bij Grimbeert, hier biechtte hij alle zonden op omdat hij op het punt stond ter dood veroordeeld te worden, dit mag volgens de kerk. Grimbeert heeft Reinaert vervolgens 40 boeteslagen gegeven met een tak.


De tweede keer dat Reinaert heeft gebiecht was bij de terdoodveroordeling.


Ook bij de begrafenis van Coppe spelen bijbelse motieven een rol.


Het valt op dat het allemaal niet echt vergaande motieven zijn.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen