U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Capteyn - Tibor Vlucht Naar De Vrijheid.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1072 en is laatst upgedate op 11/08/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3198 woorden.

titel :tibor vlucht naar vrijheid schrijver : Willem Capteyn



Uitgever : Wolters-Noodhoff

Voorstelling omslagtekening : je ziet een stukje landkaart met zand er over en een verrekijker en een kompas er op.



Het boek is opgedragen aan :/

Het motto luidt : /

Soort boek/verhaal : tussen politiekjeugdboek en avondturenroman



Informatie auteur : zie blad hier achter.

Andere werken van de auteur zijn : zie bij informatie auteur

Vertel over het waar en wanneer (ruimte en tijd) in dit verhaal: in de zomer van 1986. in hongarije en romenie waar de dictator Ceauscescu



Perspectief : alwettend

Opbouw van het verhaal : chronologisch verhaallijn : zie blad hier achter.

Afloop verhaal :gesloten



Het thema van het verhaal : verliefdheid ,vriendschap en waar gebeurd (naar echte feiten)



Hoofdpersonen die in het verhaal voorkomen zijn : peter en zijn moeder

Andere personen zijn : tibor en irme

Oordeel :ik vond het spanned en interessant boek ,omdat spannend peter doet dingen die niet mag. interesand ik weet nu hoe het toen in roemenie om ging.







verhaallijn



Het gaat over een jongen van 14 jaar.

Die jongen heet Peter.



Hij gaat elke zomer met zijn ouders naar Hongarije, want zijn grootouders wonen daar.

Dit jaar gaat hij alleen met zijn moeder(Eva).

Hij gaat elke zomer met de buurjongen om die heet Arpi. Hij is twee jaar ouder dan Peter.

En hij werkt in een café. Peter gaat hem daar op zoeken, maar hij is heel erg verandert.

Daarom gaat Peter weer naar huis.

S `avonds gaat hij met ze moeder naar een tante en oom. Maar hij vindt het niet echt gezellig, dus hij gaat naar huis.

Als hij naar huis gaat denkt hij ik wil eigenlijk best eens bij de watertoren gaan kijken, dus loopt hij er naar toe. Bij de vuurtoren hoort hij iemand wat zeggen en hij loopt er op af. Het is een zigeuner jongen en meisje (broer en zus). De jongen heet Janos en is 16 jaar het meisje heet Mara en is 14 jaar. Hun vader heeft een schiettent op een rond trekkende kermis. Ze vragen of hij bij ze kom zitten en geven hem bier. Zo zitten ze een tijd je. Dan zegt de jongen tegen zijn zusje zullen we naar huis gaan. Ze staan op en lopen naar de weg.

De jongen vraagt of hij morgen naar de Kermis komt bij de schiettent. Ze gaan uit elkaar.

Als Peter thuis komt ligt zijn moeder en zijn grootouder al op bed. Hij probeerden ze niet wakker te maken. Zijn moeder werd wel wakker. En vraagt wat hij heeft gedaan en met wie. Hij wil geen antwoord geven, maar ze moeder dringt door. Dus hij zegt het wel.

De volgende morgen als hij wakker is. Vraagt zijn waar hij dronken van geworden is. Peter geeft antwoord. Daarna moet hij van zijn opa brandhout hakken(als straf). Als hij bezig is met hakken komt zijn moeder vragen of hij wel weet hoe hij om moet gaan met Mara. Hij zegt dat hij dat heus wel weet.

S middags gaat hij naar de kermis. Daar gaat hij naar de caravan van Mara en Janos. Hij ziet dat ze mishandelt zijn. Mara zit vastgebonden en Janos gewoon buiten is. Hun vader heeft Mara vast gebonden om te voorkomen dat ze weglopen.

Als hij een tijdje op de kermis rond loopt en met Janos staat te praten merkt hun vader dat Peter hun kent. En vraagt hij peter bij hem te komen . dan laat hij Peter een mesje zien en zegt dat hij Peter daarmee als een haantje slacht als hij hem nog een keer in de buurt ziet van Mara.

en stuurt Peter weg. Peter gaat weg en loopt te fantaseren hoe hij dit had aan gepakt als hij volwassen was en een auto bezat. Als hij langs het café loopt waar Arpi werkt vraagt Arpi of hij wat komt drinken. Hij zegt nee en loopt door naar huis. En gaat die avond vroeg naar bed.

Er gingen ongevulde dagen voorbij. Tot op een moment zijn oma een verhaal van vroeger gaat vertellen dat ook over liefde gaat.

’s Avond als hij op bed ligt. Besluiten hij en ze moeder om een rond reis te maken door Roemenië. Iedereen is tegen. Maar ze gaan toch. Ze moeder stuurt er bericht van naar zijn vader en ze vertrekken.

Ze gaan eerst naar een plaatsje dicht bij de grens. Als ze daar aankomen gaan ze eerst winkelen. als ze terug komen bij het hotel gaan ze wat drinken. Er zit ook een dronken man die Irme heet. Als hij ze Nederlands hoort praten komt hij bij ze zitten. En verteld dat hij voormalig Roemeens Hongaar is. En dat zijn moeder en verdere familie nog in Roemenië woont (vlak over de grens)en dat hij het land niet in mocht en zijn familie er niet uit(hij heeft ze 2 jaar niet gezien). Hij is jaren geleden het land uit gevlucht (als militair).

Als ze zeggen dat ze naar Roemenië gaan zegt Irme dat zijn familie moeten op zoeken. En ze de groeten doen.

En vooral Tibor zijn neefje van 12 jaar. ’s Avonds gaan ze naar een gezellig restaurant waar een orkest speelt en zingt. In dat restaurant vraagt Irme of ze foto’s willen maken van zijn familie. Dat willen ze wel doen. Op en duur neemt het orkest pauze. Er komt er een van aan Irme vragen of hij nog bij de grens is geweest. Dat is Irme niet. Hij zegt dat hij dat ook niet moet doen , want de kans dat hij het huis van zijn moeder ziet is heel klein. Het zo hem pijn doen.

Ze besluiten hem mee te nemen mee te nemen naar de grens.

Daar gaan ze een eind te voet de grens over (op verboden terrein). Ze laten Irme voor op lopen om ze de weg te wijzen. Op en duur stoppen ze met lopen. En loopt Irme in de vette te kijken. Peter geeft hem een verrekijker. Hij ziet het huis van zijn ouders. Hij laat Peter en zijn moeder ook kijken. Dan merken ze dat ze gezien zijn door grensbewakers en rennen terug naar Hongarije. Daar nemen ze afscheid van Irme.

Peter en zijn moeder gaan via de goede naar weg de grens. Na een vluchtige controle mogen ze Hongarije uit niemandsland in. Een paar meter veder krijgen ze een hele strenge controle en nadat ze geld te hebben gewisseld en benzinebonnen te hebben gekocht rijden ze Roemenië in.

Ze schokt en bonkte over de weg(vanwege kuilen in de weg). ze zien links en rechts van de hele kolommen mensen lopen die van de landerijen vandaan komen(ze gaan naar de stad). Sommige lopen te liften. Kinderen rennen met auto’s mee en roepen om eten. Andere lopen met voedsel op hun armen.

Als ze in de stad komen gaan ze in hotel een 2 persoonskamer regelen. En gaan er naar toe.

De sleutel past heel moeilijk, de bad kamer stonk en er kwam geen druppel uit de kraan. De kamer zelf gaf een verwaarloosde indruk (zoals: de muren zaten onder vegen van dode vliegen).

De kamer lag aan de voorkant van het hotel. Ze keken uit op een plein waar telefooncellen stonden.

Maar ze lieten zich niet kennen en gingen rond kijken.

De etalages waren slecht gevuld. En overal stonden de zelfde soort potten jam enz.. Bij de bakker en de slager stonden lange rij mensen. De slager sneed het vlees in een hoog tempo en een meisje het in. Tot dat het vlees op was. Toen werd iedereen door de slager de winkel uit gejaagd. Iedereen ging weg zonder commentaar te leveren. De etalages van de boek winkel was wel goed gevuld, maar de boeken waren van een schrijver (Nicolae Ceauscescu). Er was geen ontkomen aan dit was het gezicht van Roemenië. Nicolae Ceauscescu en Roemenië waren èèn.

Ze kwamen bij de telefooncellen(tegen over het hotel)ze moeder belde de broer van Irme (Rudi) op, maar er werd niet opgenomen. Ze wilden juist terug gaan naar het hotel toen er een helikopter over vloog. Die èèn of andere vloeistof liet vallen. Maar niemand raakte in paniek. Men scheen het grappig of hoogstens een tikje hinderlijk te vinden. Ze vroegen zich af waarvoor het was. Een stem achter ze zei dat is voor de vliegen.

Ze draaide zich om het was Rudi. Hij vroeg of ze de Hollanders waren. Ze knikten.

Hij legde uit dat hun telefoon het niet doet omdat de schoften een geintje uit halen. Maar gelukkig heeft Irme zijn zwager kunnen bereiken en gezegd dat hun kwamen. Ze spraken af dat ze morgen middag naar de brug zouden komen.

Vroeg in de avond gingen ze naar een restaurant. De eet zaal was spaarzaam verlicht met drie peertjes. De ober kwam naar ze toe en wees hun een tafel. Eva vroeg om de kaart. De ober ging weg en kwam even later terug en zei dat ze aardappels met worst konden krijgen en ze konden uit drie soorten groente kiezen. Ze waren de enige die zaten te eten. Toen ze weg gingen wet het licht uit gedaan. Op het plein was nog een café ze gingen daar nog wat drinken toen ze een tijdje hadden gezetten. Gingen ze terug naar het hotel.

De volgende dag gaan ze naar de afgesproken plaats. Daar komt Rudi ze halen. En ze gaan naar zijn huis. Als ze daar komen is Tibor even weg. en paar min. later is hij weer terug. Ze praten over hoe het in dit land aan toe gaat en over hoe ze Irme kende. Even later gaan Peter en Tibor naar buiten. Als ze buiten zijn. Zegt Tibor kom dan zal ik je de stad laten zien. Ze kwamen langs het werk van zijn moeder. Er was binnen lawaai daarom vroeg Peter of gewerkt werd. Ja er wordt dag en nacht gewerkt. Zolang er stroom is. Ze werken er in ploegen en officieel ben je om de twee weken vrij op zaterdagmiddag. Maar meestal wordt er wel gewerkt om de verloren tijd in te halen door stroomstoringen. Toen vroeg Peter of het over werken vrijwillig was. Ja en nee, want de baas laat een briefje rond waar je je handtekening op kan zetten als je er mee eens bent. Maar als je handtekening niet zet. Dan komen er kleine grapjes. Zoals: de bakker houd geen brood meer voor je apart of je oma krijgt geen pasje om naar Hongarije te gaan. Maar je weet nooit of hun er achter zitten. Ze halen ook de laatste tijd grootte grappen uit. Zoals: word je s’ avonds door dronken zwervers in elkaar geslagen en weet de politie niks van zwervers af. Even later kwamen ze op een reusachtig plein dat voor het partijgebouw op het plein stonden stekelige beelden. Waarschijnlijk om af te schrikken. Plotseling klinkt er een signaal en een melodie waar de hoogste tonen vals van zijn. Dit is ook zo’n grap peter. Elk uur klinkt het begin van een Roemeens lied. Maar dit is een typisch Hongaarse stad. Het grootste deel is Hongaars. Maar wie pest nou wie want die valse tonen zijn van af het begin al vals en daarom lachen de Hongaren ze uit.

Na een tijdje lopen ze naar de geheimen plek van Tibor. Hij zegt dat hij hier vaak zit. Ze gaan er samen zitten. En Tibor verteld verder over wat er allemaal in de stad gebeurd. Na en tijdje gaan ze terug naar het huis van Tibor. Als ze thuis zijn gaan ze eten. Na het eten spreken ze af dat ze morgen naar de moeder van Rudi en Irme gaan. Dan gaan ze terug naar het hotel.

De volgende dag als ze naar de moeder van Irme en Rudi gaan heeft Peter het idee dat ze worden gevolgd, maar bij de laatste afslag gaat die auto recht door. Als ze er zijn gaan zitten praten over hoe het met Irme is. Peter en Tibor gaan naar buiten ze lopen tot net buiten de tuin. Daar begint en moeras. Dan zegt Peter dat hij en zijn moeder en Irme aan de andere kant van dat moeras hebben gestaan. Dan zegt Tibor dat hij het jammer vind dat Irme niet verder naar hier is gekomen. Want hij had via het moeras kunnen kommen want Als je het moeras kent. Kan je zo naar Hongarije. Ze staan zo een tijdje te praten. Tot Tibor vraag of hij kan zorgen dat hij en zijn moeder hier nog even langs komen als ze het land verlaten om hem spullen te brengen zodat hij het land uit kan vluchten.

De dag daarna beginnen Peter en Eva aan de rond reis. Tijdens de rond reis zien ze goed hoe het er in dit land aan toe gaat.

Als ze in de laatste plaats zijn van hun rond reis zegt Peter dat hij Tibor nog wil zien voor dat ze het land uit gaan. Eigenlijk wil ze moeder dat niet omdat al dicht bij de grens zitten. In die plaats wordt hij ook in het toilet van een café aan gesproken door een man (Die man houdt ze in de gaten).

De volgende dag gaan ze naar het huis van Tibor en zijn ouders. Peter controleert voor durend of ze niet gevolgd worden. Als ze er zijn merkt Peter en Eva dat ze niet thuis zijn. Dan gaat Peter naar de geheime plek van Tibor. En Eva gaat winkelen. Ze spreken af waar ze elkaar waar ze elkaar weer ontmoeten. Tibor zat op zijn geheimen plek daar overhandigt Peter de spullen. Ze blijven even met elkaar praten over wat ze hebben mee gemaakt. Na een tijdje gaan ze uit elkaar en spreken af waar ze elkaar in Hongarije ontmoeten.

Als Peter op de afgesproken plaats komt is ze moeder er nog niet. dus gaat hij kijken of de ouders van Tibor thuis zijn. Als hij daar komt ziet hij dat Rudi in elkaar is geslagen (omdat hij bezoek heeft gehad van buitenlanders). Hij geeft ze nog wat souvenirs en gaat terug naar de afgesproken plaats. Daar ziet hij dat ze moeder al in de auto zit en dat er een auto bij staat(de zelfde die hun volgde toen ze naar de oma van Tibor gingen)

Peter moest in die auto stappen en hij moest en toen werd hij uit gehoord(hij moest zeggen waar hij heen was, en waarom enz.).

toen ze alles wisten wat ze wilden weten mocht hij in de auto van zijn moeder gaan zitten.

En ze reden naar de grens naar een strenge controle mochten ze het land uit.

Ze reden naar een plaats vlak bij Budapest. Na enkele dagen ontmoeten Peter en Tibor elkaar in het geheim in Hongarije, ze spreken af dat Tibor op de grond van de auto onder een aantal tassen mee gaat naar Nederland. Peters moeder mag hier niks van weten, dus het moet gebeuren terwijl ze op een parkeerplaats staan bij een café. Als ze weer bij de auto komen ziet Peter dat er met de tassen is geschoven, Tibor zit dus in de auto.

Bij de grens krijgt Peter het hondsbenauwd als de douanebeambte tussen de tassen graaien, maar gelukkig vinden ze Tibor niet. Als ze een tijdje in Oostenrijk rijden vind Peter het vreemd dat Tibor nog niks gezegd heeft. Dan vraagt Peter aan zijn moeder of ze wil stoppen.

Als ze gestopt zijn kijkt peter onder de tassen en ziet geen Tibor maar wel een briefje waarop staat dat Tibor toch niet durfde en terug is naar Roemenië(naar zijn ouders)



einde.



informatie auteur:



Willem Capeteyn is geboren op 15-12-1944 in Ypelo een klein plaatsje onder Wieden in Twente. Zijn vader was van 1940 tot 1944 schoolhoofd van een ‘tweemansschooltje.’ Het hoofd had de 3 hoogste klassen en de juf de laagste 3 klassen. Tien dagen naar zijn geboorte is zijn vader afgevoerd naar een concentratiekamp wat hij in maart weer mocht verlaten omdat hij symptomen van difterie had. In 1948 verhuisde ze naar Hilversum. waar Willems vader onderwijzer werd.

Van raketbouwer tot schrijver. Zo zou je de loopbaan van zijn leven beschrijver (met een beetje fantasie).

Echte raketten heeft hij nooit gemaakt. Hij heeft altijd alleen gedaan waar hij plezier aan beleefde. Ook al toen hij 12,13 jaar oud was. Op de middelbare school was hij een ‘meester in het uit stellen van huiswerk’, zoals hij zelf om schrijft. Hij had echter beslist geen grote hekel aan bezig zijn, alleen net iets anders als huiswerk. Bijv. met het bouwen van een heuse raket van ongeveer een meter hoog , gefabriceerd van een aluminium buis, gevuld met kruit. De lancering mislukte. Hij kwam er achter dat er voor een professionelen raket meer nodig was dan jeugdig enthousiasme. Maar door dat hij altijd iets anders deed dan huiswerk maken heeft hij de middelbare school niet afgemaakt. En verkaste naar het muzieklyceam in Hilversum. Het was niet zo gek dat hij naar de muzieklyceam ging want hij speelde vanaf zijn 10e viool. Een leraar raadt hem aan om naar het conservatorium te gaan in Amsterdam.

Waar hij ‘viool deed’ en onder meer les kreeg van een bekende vioollist. Het conservatorium was niet het meest voor de hand liggende want hij wilde regisseur worden. Hij dacht ik doe eerst het conservatorium en dan de filmacademie. Van de vioolstudie deed hij in 1969 eindexamen.

Hij had toen al een grote belangstelling voor literatuur, film en toneel en schreef gedichten en toneelstukken

waarvan enkele een aanmoedigingsprijs kregen. De kost verdiende hij door veel freelance werk te doen in de wereld van de muziek. Het was de tijd van The Beatles en onder invloed van die muziek zaten er al wat strijkkwartetjes in de muziek van de commercials. Zodoende trok Willem van studio naar studio om reclamemuziek in te spelen voor bijvoorbeeld Grolsch. In 1975 schreef hij een hoorspel Gebroken dienst, dat door de VARA en de BRT werd uitgezonden. Het spel leverde hem zijn eerste prijs op: de Visser-Neerlandiaprijs. In 1976 reisde Capteyn voor het eerst naar Hongarije. Zijn toenmalige vrouw en hij hadden een Hongaarse vriendin en hadden het idee opgevat om dwars door het vroegere Joegoslavi‰ haar op te zoeken in Hongarije. Die reis betekende voor Willen een regelrechte openbaring. Hij had het plan om van die ervaringen een boek te schrijven, maar voor het zover was maakte hij eerste nog scenario’s voor televisiespelen, toneelstukken en hoorspelen meestal voor de VARA. Voor de IKON schreef Capteyn samen met Hugo Heinen en Carel Donck de negendelige serie Sanne, die door Eric Oosthoek werd geregisseerd en in 1983 werd uitgezonden. Nu werkt hij voornamelijk als scenarioschrijver en als leraar op de Filmacademie.



Een ander boek van hem is:

· sanne
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen