U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Godfried Bomans - Erik Of Het Klein Insektenboek.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=7818 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2418 woorden.

Godfried Bomans - Erik of het klein insektenboek

Beoordeling Ornée & Vermeer Tekstbureau



1 De Schrijver

Godfried Bomans (voluit: Godfried Jan Arnold) is geboren op 2 maart 1913 in ’s-Gravenzande en gestorven op 22 dec. 1971 in Bloemendaal. Hij krijgt de naam Godfried mee, omdat zijn ouders een bijzondere voorliefde hadden voor Noorse namen. Hij was Nederlands prozaïst, studeerde rechten in Amsterdam en psychologie en wijsbegeerte in Nijmegen (1933). Tijdens deze studie schrijft hij in het huis van mevrouw Blaauwboer in Berg en Dal “Erik of het klein insectenboek”, zijn zesde werk. Ondanks enige verwantschap met “De kleine Johannes” van Frederik van Eeden (1860-1932) is Erik een uniek sprookjesfiguur geworden. Al tijdens zijn studententijd bleek dat Bomans humoristisch was o.a. door het toneelstuk “Bloed en liefde” (1937). “Memoires of gedenkschriften van Mr. Pieter Bas” (1937) zorgde samen met “Erik of het klein insectenboek” voor een ruime bekendheid. Hij werd bekend onder zowel volwassenen als kinderen door speelse verhalen en ironische, soms tedere sprookjes. Ook beschikte hij over een speelse fantasie en een opmerkelijke stijl.

Bomans was een bewonderaar van het werk van Charles Dickens.

Er is veel waardering voor zijn werk zoals in 1968 blijkt uit het feit dat hij benoemd wordt tot ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 1971 was hij op de t.v. voor de programmareeks ‘’Een Hollander ontdekt Vlaanderen”. Na een lezing voor een Nederlands-Belgisch gezelschap overleed hij.



Nog enkele werken van Bomans:

· Kopstukken (1947)

· Het Zondagskind (1958)

· Godfried Bomans’ sprookjesboek (1965)

· Een Hollander ontdekt Vlaanderen (1971)



2 Het genre

Dit boek is een humoristisch cultuursprookje. Het is humoristisch omdat er veel grappige dingen gebeuren: “zijn angel” bij de vliesvleugels of toen de mieren de worm in stukjes bij hem brachten. Het is een cultuursprookje omdat het door één schrijver geschreven is en niet

Zeer oud is. Volkssprookjes zijn ouder en werden mondeling doorverteld.





3 De samenvatting

Erik ligt ’s avonds in bed. Hij wil wakker blijven om iets bijzonders mee te maken. Hij ligt te denken aan zijn repetitie (=proefwerk) “Natuurlijke Historie” uit het boek van Solms, over de insecten.

Plotseling hoort hij een geluid alsof iemand zachtjes lacht. Het blijkt grootvader Pinksterblom te zijn, wiens portret aan de muur hangt. Erik raakt met hem en grootmoeder in gesprek. Hij is verbaasd dat portretten kunnen spreken. Grootmoeder zegt hem, dat alles leeft: je moet het alleen weten te zien. Daarom wijst ze hem op het schilderij. Erik wil daar graag in. Hij merkt dat hij heel klein wordt. Met een sprong vanaf de stang van het hoofdeind van zijn bed springt hij Wollewei in.

Als eerste ontmoet Erik Meneer van Vliesvleugel, een wesp. Deze woont samen met zijn vrouw en zeven dochters in een roze bloem. Erik wordt uitgenodigd voor de lunch. De Vliesvleugels vertellen dat zij van adel zijn en vragen Erik waar hij vandaan komt. Erik vertelt wat over de mensen en zijn afkomst. Ook het verhaal over zijn angel komt aan bod, maar hij bekent dat die opgerold zit in zijn broekje. Steeds zei men: “Men is het, of men is het niet.” “Als men het niet is, dan is men het ook niet.” Onder het eten zingt hij een liedje (goedbedoeld) over De Nijvere Bij, dat niet echt gewaardeerd wordt door de wespen. Na het diner speelt Erik samen met de wespen nog muziek en strijkt dan zo hard op zijn bromvlieg, die als basviool dient, dat die daaraan sterft. Erik voelt zich hierna niet meer op zijn gemak en neemt afscheid. Op de rug van een taxihommel vliegt hij de avond in op zoek naar een hotel. De hommel houdt van filosofie en heeft daarom altijd het boek ‘Schicksal der Gegenwart’ bij zich, hoewel hij het nog nooit heeft gelezen. Bij het afrekenen geeft Erik een klompje honing waarna de hommel wegvliegt. Hij praat met een zeer langzame slak en komt dan bij het hotel aan, een groot, leeg reuzenslakkenhuis. Boven de deur hangt een naambordje zonder naam. De slak vertelt dat zijn broer dood is gegaan, omdat die te lang over de naam had zitten nadenken. Erik krijgt een kamer met een bed, naast een duizendpoot die een dubbel tarief moet betalen omdat zijn schoenen elke morgen gepoetst moeten worden. De volgende morgen bij het ontbijt ontmoet hij veel dieren en die vinden hem erg knap. Ze hoeven zich niet aan Erik voor te stellen want die weet al wie ze zijn. Dan komt de slak naar Erik toe (geheel overstuur), dat de rups niet meer van zijn kamer komt. Erik zegt tegen de slak dat hij naar binnen moet kijken en de slak ziet dat de rups vastgebonden in zijn kamertje ligt. Ze willen dan de deur openbreken, maar Erik zegt dat hij in ‘Solms’ heeft gelezen dat de rups dan aan het verpoppen is en dat hij dan niet gestoord mag worden. De slak begint te zeuren over zijn geld, maar Erik zegt dat het wel in orde komt. Vanaf dat moment wordt aan hem van alles gevraagd: over het leggen van eieren, het soort voedsel..enz. Erik geeft dan telkens weer als ‘raad’: “Volg gewoon maar uw instinct.” Hij begint zich, naarmate hij langer in het hotel is, steeds eenzamer te voelen. De vlinder bedankt hem voor zijn hulp en hij besluit dan samen met de vlinder de lijst van het schilderij te gaan zoeken. Erik stapt op de rug van de vlinder en ze vliegen weg. De vlinder blijkt een ‘hij’ te zijn, want hij wordt verliefd op een vlindermeisje. Dan schrijft de vlinder met behulp van Erik een liefdesgedicht en worden ze uitgenodigd door de ouders van het vlindermeisje. Dat loopt goed en de twee vlinders gaan trouwen. Dan gaat hij zelf op zoek naar de lijst van het schilderij. Op de gevaarlijke tocht komt hij een spin tegen en die heeft moordplannen. Deze wordt met een dennennaald door Erik gedood. Na dit avontuur zakt hij bewusteloos neer, en als hij bijkomt staan er een aantal doodgravers rondom hem die hem aanmoedigen door te gaan. Een kuil hebben ze al voor hem gegraven. Hij gaat niet dood en daarom mag hij bij hen eten. Het eten bestaat uit vliegjes. Hij mag zoveel eten als hij wil, want hoe dikker, hoe beter. De maaltijd wordt verstoord als een mol alles verwoest en opeet, behalve Erik. Erik probeert dan via de gangen weer naar boven te komen en komt dan een worm tegen. Erik wordt dan geheel bekritiseerd op zijn uiterlijk en als dan de worm in een knoop zit blijkt het toch wel handig te zijn dat men ogen heeft. Dan probeert hij de worm te helpen, wat hem niet lukt. Dan komt er een mier langs, die zegt dat alles bij de dieren in de war is. Ze vragen zich af of wat ze doen wel zo in Solms staat. Erik gaat dan mee naar boven en belooft de worm terug te zullen komen. Boven gekomen stelt hij de dieren gerust. Hij zegt dat ze het moeten doen zoals zij het voelen. Daarna gaat hij mee met de mier naar de mierenberg en helpt hun daar uit de problemen. Hij wordt steeds beroemder. Nadat hij de werkmieren geholpen heeft, denkt hij opeens weer aan de worm. Hij vraagt aan de mieren of ze hem willen helpen en tot zijn verbazing komen ze dan terug met allemaal kleine stukjes. Tijdens de maaltijd krijgt ieder zo’n stukje en houdt Erik een toespraak. Dan vertelt hij ook van zijn afkomst en dat hij zo graag naar huis wil. De volgende dag marcheert hij aan de spits van het mierenleger, naar hij dacht op zoek naar de lijst van het schilderij. Onderweg worden alle dieren die ze tegenkomen vermoord. Hij snelt naar voren om de aanvoerders tot bezinning te brengen, maar te laat. Als hij daar komt staat iedereen stil. Tegenover hen staat een groot mierenleger. Dan wordt er gevochten en middenin de strijd krijgt Erik een straal mierenzuur in zijn ogen. Hij beseft dat dit het einde is en wrijft in zijn ogen. Dan wordt hij wakker en zit hij rechtop in zijn bed. Erik maakt het proefwerk slecht en er gaat een briefje mee naar zijn ouders. Als hij ouder is geworden en hij onder zekere mensen vertoeft, kan hij het niet nalaten deze met de insecten te vergelijken. Het eindigt met: Vaart allen wel, houdt altijd de lijst in het oog, -en bekommert u niet te zeer om honing.



4 Het thema

Bomans heeft zijn verhaal gebaseerd op een citaat van Leonardo da Vinci in een brief aan Gabriele Piccomini. Daarin staat het volgende: ’Noi tutti siamo esiliati, viventi entri le cornici di uno strano quadro. Chi sa questo, vive da grande. Gli altri sono insetti.’ ‘Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.’

Het insectenwereldje is daarom niet anders dan onze eigen wereld. Insecten zijn als mensen, met dezelfde eigenschappen (en grenzen): materialisme, egoïsme, denkend aan eigen voordeel en bereid om over lijken te gaan. Zo zijn de insecten die hij ontmoet in het hotel steeds maar weer over zichzelf aan het praten. Ook de mieren doen zich beter voor dan ze eigenlijk zijn: wreed en met oorlogszuchtige bedoelingen. Zo is het verhaal ons tot een beeld geschetst van onze eigen leefwereld waarin ook schijnheiligheid, egoïsme, materialisme en geloof niet meer weg te denken zijn. Maar wie over de lijsten heen kijkt leeft groot.

Ik citeer blz 96: ‘En zo was er niemand aan wie Erik had durven meedelen dat dit hele leven, dat ieder zo mateloos belangrijk vond, zich slechts afspeelde tussen de goedkope lijsten van een schilderij, dat ieder ogenblik door de werkster in de kachel gestopt kon worden.’ Hieruit blijkt ook dat de insecten, net zoals de meeste mensen, hun leven erg belangrijk vinden, maar dat dit ‘niets’ voorstelt.

Enkele motieven zijn hierbij: de blunders die Erik steeds maakt, de eigenaardige opvattingen van de insecten en dat alles om honing draait (bij ons in de mensenwereld om geld). Ik citeer blz. 113, waar Erik met de vlinder op bezoek is bij de vrouwelijke vlinder: "Liefde, zo sprak vader Vlinder, was wel heel aardig en hij stond er ook niet onvriendelijk tegenover, maar waar het op aankwam dat was honing. Honing begreep hij en honing bood houvast. Al het andere was poëzie."



5 De Titelverklaring

De titel “Erik” slaat terug op de hoofpersoon, die zo heet.

De ondertiteling, “of het klein insectenboek”, slaat terug op Erik die daarin leeft. Dat is een wereld waarin iedereen zichzelf zo belangrijk vindt. Erik wil in die wereld staan als groot mens, niet alleen aan zichzelf denkend. Dit slaat dus terug op het thema.



6 De Karakters

De hoofdpersoon is Erik Pinksterblom.

Erik is een flat-character, want hij heeft maar enkele eigenschappen: weet bijna niets, is beleefd en vindingrij. Zijn karakter toont geen verandering in het verhaal. Het blijft gelijk. Bij elk insect gaat het er bijna hetzelfde aan toe, telkens zijn blunders, maar ook zijn beleefdheid.



7 De Opbouw

Het boek heeft 193 bladzijden (inclusief voorwoord) en is verdeeld in 13 hoofdstukken met elk een titel waarin staat wat er te gebeuren staat in dat hoofdstuk. Het verhaal is chronologisch verteld want alles verloopt netjes op volgorde. Hij gaat van het ene insect naar het andere. Er zijn wel flash-backs. Hij denkt bijvoorbeeld wel aan zijn witte muis Polly, maar dat kun je geen flash-back noemen, daar denkt hij alleen maar aan. Over een climax wordt niet gesproken. Er is geen hoogtepunt in het verhaal waarin het opeens heel spannend wordt. Alles komt eigenlijk op hetzelfde neer.



8 De verteller

Er is één persoon van waaruit wordt gedacht, Erik Pinksterblom. Je bekijkt alles door zijn ogen. Het verhaal is geschreven in de hij-vorm (personale verteltrant). De verteller die over Erik vertelt blijft ‘onzichtbaar’. Een ander kenmerk van een personale verteller is, dat je van maar één persoon de gedachten en gevoelens te weten komt en dat is in dit geval Erik. De schrijver onderbreekt het verhaal weinig door “ons’’ aan te spreken. Het gebeurt wel in bijvoorbeeld H8:

“Men zou eigenlijk negen jaar moeten zijn, en dan, met niets dan een hansopje aan, door een groot bos moeten lopen om te begrijpen hoe de kleine Erik zich voelde toen hij een graspolletje dwars door trachtte te steken.”

In het slot gebeurt het ook: “Vaart allen wel, houdt altijd de lijst in het oog, -en bekommert u niet te zeer om honing…”



9 Taal en stijl

In het boek komt geen dialect voor, maar het is in redelijk ouderwets Nederlands geschreven.

Het is best makkelijk te lezen, alleen de zinnen zijn soms wat lang.

Dat het wat ouder Nederlands is heeft wel wat, ik vind dat het wel in de sfeer van het verhaal thuishoort. Vaak is door het wat oudere taalgebruik het verhaal ook wat humoristisch. Erik praat veel met de insecten. Er is dus veel dialoog in het verhaal aanwezig.



10 Het oordeel

Dit was een plezierig boek om te lezen. Vooral omdat het verhaal soms humoristisch was. Ook is het fijn dat er een logische volgorde in zit. De sfeer is weer eens wat anders als in andere boeken. Hier: hoe kom ik weer in mijn eigen wereld terecht? Vaak gaat het over liefde, doodslag, vermissingen. Dat dit iets anders is, vind ik leuk. Het boek was makkeklijk te lezen, ondanks dat er soms wat oud taalgebruik tussen zat, maar dat hoort bij de sfeer van het verhaal. Het vreemde is dat dit een kinderboek had kunnen zijn, maar omdat er achter dit verhaal nog iets zit wat vergeleken wordt met onze wereld, is dit toch leuk om te lezen. Interessant als je zo iets tegenkomt in een boek als dit. Het is zeker aan te raden voor anderen. Een leeftijd zit er niet echt aan gebonden. Als je op zoek bent naar een makkelijk te lezen boek dat ook humoristisch is, dan moet je Erik nemen. Hij hoort zeker thuis op de lijst van de Nederlandse literatuur. Godsdienstig is het boek niet. Soms zit er een grover woord tussen, maar dat doet niets aan de sfeer toe of af.

Ik vraag mij af of het bij sommige mensen doordringt met welk doel Bomans dit boek heeft geschreven. Ik heb er ook even over na moeten denken!

Als ik een cijfer zou moeten geven dan geef ik Bomans een 9-, want ik vind dit orgineel bedacht en erg knap om uit te beelden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen