U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - Kinderarbeid.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/5415690/ en is laatst upgedate op 04/08/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1854 woorden.


Algemeen




Kinderarbeid komt veel meer voor dan de meeste mensen denken. Op de hele wereld zijn er nou zo’n 250.000.000 kinderen die aan kinderarbeid doen. Veel mensen noemen kinderarbeid


ook wel kinderwerk, maar daar zit een groot verschil tussen. Bij kinderarbeid zijn het vaak kinderen die jonger dan 14 jaar zijn en niet meer naar school gaan. Ze worden gebruikt als goedkope arbeidskrachten en nemen vaak het werk van volwassenen over. Deze kinderen hebben geen vrije tijd en dus ook geen tijd om te spelen. Bij kinderwerk is dit allemaal heel anders. Het gaat dan om kinderen die wel naar school gaan en tijd hebben om huiswerk te maken. Zij helpen hun ouders af en toe met kleine klusjes of ze helpen met kleinigheden in een supermarkt. Zolang kinderwerk niet onder dwang gebeurt en het niet uitgebuit word maakt niemand er bezwaar tegen.




Waar overal komt kinderarbeid voor?




De meeste mensen denken dat kinderarbeid alleen in de Derde Wereld voorkomt, maar dit is echter niet zo. Van de 250.000.000 kinderen die aan kinderarbeid doen, werkt er 95% in de Derde Wereld. Dit wil zeggen dat er nog zo’n 12,5 miljoen kinderen werken in de Westerse landen. In zo’n vier landen in West-Europa zijn er nog vier landen waar kinderarbeid voorkomt. Dit zijn Griekenland, Italië, Spanje en Portugal. Deze landen zijn allemaal lid van de Europese Unie en van daaruit word er ook veel aan gewerkt om de kinderarbeid te laten verdwijnen. Ook in de Verenigde Staten komt nog kinderarbeid voor. Hier zijn het immigranten uit Latijns-Amerika die illegaal in de V.S. verblijven en hun kinderen uit werken hebben gestuurd om wat bij te verdienen. In Oost-Europa neemt het aantal kinderarbeiders de laatste jaren sterk toe. Sinds het communisme in 1989 is verdwenen ging de welvaart er niet op vooruit en zien veel ouders zich genoodzaakt om hun kinderen te laten werken.


In Latijns-Amerika werken er 1 op de 6 kinderen en in Afrika 1 op de 3. In deze landen word kinderarbeid vaak ontkent. Veel kinderen werken hier in het huishouden of op het platteland en deze vorm van kinderarbeid is door buitenstaanders moeilijk zichtbaar. Dit maakt het voor de regeringen dus makkelijker om kinderarbeid te ontkennen.


In Azië werken er maar 1 op de 14 kinderen. Je zou zeggen dat dit weinig is, maar in dit werelddeel wonen er veel mensen en Azië neemt daarom ook 50% van het totale aantal kinderarbeiders in beslag. Hiervan werken er 50.000.000 in India. De meeste van deze kinderen werken in fabrieken als tapijtknoper of leerbewerker.









Welk soort werk moeten deze kinderen doen?




De meeste van deze kinderen moeten in de landbouw werken. In de Derde Wereld hebben de meeste mensen een lapje grond bij hun huis, waar ze groenten enz. op proberen te verbouwen. Dit werk laten ze dan door hun kinderen doen. Of ze moeten hun vader en moeder in het huishouden helpen. Veel gezinnen hebben rond de zes á zeven kinderen en soms nog wel meer. De oudere kinderen moeten dan op hun broertjes en zusjes passen.


Ook werken er veel kinderen in fabrieken. Ze zitten daar vaak 16 uur lang achter de lopende band, allerlei werk te doen dat voor veel oudere mensen is bestemd. En dit dan vaak ook nog tegen een hongerloon. Ze zitten vaak vastgeketend om ontsnappen te voorkomen en slapen honderden kilometers van huis in stoffige ruimtes die luchtaandoeningen kunnen veroorzaken.


In India zie je ook veel kinderen die als gids, krantenjongen of schoenenpoetser de rijke toeristen staan op te wachten. En als op een dag een toerist erg gul is, dan hebben de jongens een goede dag, want dan verdienen ze het loon waar de jongens op de fabrieken soms een half jaar over moeten doen.


In Zuidoost-Azië werken veel kinderen in de prostitutie. De Filippijnen en Thailand staan hier bekend om, maar ook in Japan vind kinderprostitutie plaats. Veel pedofielen gaan vanwege de kinderprostitutie expres naar deze landen toe. Kinderen uit de arme dorpjes in deze landen worden opgekocht om in Bangkok in de prostitutie te gaan werken. Veel van deze kinderen lopen hierdoor een verhoogd risico om het HIV-virus op te lopen, ondermeer omdat ze door de prostitutie geen uitweg meer zien en aan de drugs raken. De spuiten die ze gebruiken zijn meestal ook niet hygiënisch. Het aantal Aids-patiënten ligt hierdoor ook erg hoor in Zuidoost-Azië. Het gaat er de laatste tijd wel al beter, omdat Thailand en Birma strengere straffen gaan toepassen bij kinderprostitutie.


In Egypte werken er veel kinderen bij de bloemenvelden, waarvan de blaadjes worden gebruikt om parfum te maken. In Indonesië moeten jongens van tussen de 10 en 15 in grote dieptes duiken om schaaldieren te vangen. Dit duiken gebeurt zonder uitrusting. Jaarlijks verdrinken er hier tientallen jongeren. En degene die niet verdrinken lopen wel ernstige longbeschadigingen op. In Pakistan werken miljoenen kinderen in naaifabrieken waar ze lappen leer aan elkaar naaien om voetballen van te maken. En zo zijn er nog tientallen verschillende voorbeelden te noemen. Maar de overeenkomst tussen al deze voorbeelden is dat de kinderen in erbarmelijke omstandigheden moeten werken met bazen die toch niks om hun geven, omdat er nog genoeg andere kinderen in de rij staan.


Ook zijn er in de derdewereldlanden nog veel kinderen die gerekruteerd worden om mee te helpen met de oorlog. Deze kinderen worden ook wel kindsoldaten genoemd.


In de Westerse landen (Italië, Griekenland, Spanje en Portugal) moeten de kinderen druiven plukken, sinaasappelen oogsten en werken ze in de schoenenindustrie. In de V.S. moeten de kinderen in de landbouw werken.




Waarom moeten deze kinderen allemaal werken?




De grootste oorzaak van kinderarbeid is armoede. Veel gezinnen bestaan uit zes á zeven kinderen en voor de ouders is het moeilijk om voldoende te verdienen om hun gezin te onderhouden. Ze sturen hun kinderen er dan op uit om bij te gaan verdienen. Er is voor die ouders geen alternatief, want als hun kinderen niet gaan bijverdienen verhongeren ze. Vaak worden de ouders ook omgekocht met allemaal mooie praatjes. Dat hun kinderen in goede omstandigheden terechtkomen enz. , maar al gauw blijkt dan het tegenovergestelde.


Ook zijn er veel kinderen die hun ouders hebben verloren. Dit is iets wat nog veel voor komt in de derdewereldlanden. Deze kinderen moeten dan gaan werken om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Er is niemand die voor hun zorgt en ze moeten het allemaal zelf opknappen. Veel ouders zijn doordat ze het zelf zo slecht hebben ook helemaal de verkeerde kant opgegaan, ze stelen, zijn aan de drugs en zwerven over straat. En ook dan hebben hun kinderen als het ware geen ouder meer die voor hen zorgt. Deze kinderen lopen daarom dezelfde toekomst tegemoet als weeskinderen.


Bovendien word het in veel landen ook als volkomen normaal beschouwd dat kinderen meewerken. In de Westerse landen ligt die grens (de grens waarop mensen het normaal vinden dat kinderen werken) misschien rond de veertien jaar, maar in vele andere landen is die grens veel lager. Zo rond de acht jaar is daar normaal en soms zelfs nog jonger. Zoals bij ons naar school gaan als normaal word beschouwd zo word daar ‘meewerken met je ouders’ als normaal beschouwt.


In landen als Japan, Italië, Griekenland en Spanje gaan kinderen wel om hele andere redenen werken dan de redenen die kinderen in de Derde Wereld hebben.


In Japan gaan kinderen niet meer naar school en gaan ze werken zodat ze dure merkkleding kunnen kopen en dit alles terwijl ze een fatsoenlijk dak boven hun hoofd hebben en iedere dag hun portie eten krijgen.




Wat kunnen wij als Westerse wereld tegen kinderarbeid doen?




Je zou op z’n simpelst gezegd gewoon kunnen zeggen dat kinderarbeid afgeschaft moet worden. Maar zo simpel ligt dat niet, want de meeste kinderen moeten gewoon werken om het te overleven. Als er niet gewerkt word dan hebben ze geen eten, geen kleren en geen dak boven hun hoofd. Bovendien komen er dan ook waarden en normen in het geding. Er zijn nog een heleboel mensen (vooral de arme mensen) die kinderarbeid de normaalste zaak van de wereld vinden en door kinderarbeid af te schaffen zou je hun waarden en normen aantasten.


De landen die tegen kinderarbeid opkomen zijn wel al een heel eind op weg. Op 19 november 2000 is een wet van kracht gegaan die de meest extreme vormen van kinderuitbuiting verbied. Onder deze vormen van kinderuitbuiting horen: slavernij, prostitutie, kinderporno, gedwongen militaire dienst en gevaarlijke arbeid zoals in kolenmijnen of in de vuurwerkindustrie werken. Ook behoren illegale en immorele activiteiten hieronder, waarvan met name een strenge controle komt op de drugshandel. Deze wet geld voor alle jongeren onder de 18 jaar die op deze aardbol rondlopen. De wet is nu al bijna een half jaar doorgevoerd en de meeste landen (waaronder de landen waar nog kinderarbeid plaatsvindt) hebben hun regelgeving al helemaal aan deze nieuwe wet aangepast. Dit wil zeggen dat ze goed op weg zijn.


Je zou ook kunnen zeggen dat het helpt om producten die door kinderen gemaakt zijn te boycotten, maar dan krijg je weer hetzelfde verhaal als waar we het al eerder over gehad hebben. Door deze producten te boycotten krijgen de kinderen namelijk geen inkomen meer en geen inkomen betekent geen eten enz.


Er zijn een heleboel mensen die geloven dat onderwijs het middel tegen kinderarbeid is. De kinderen zijn van straat af, krijgen te eten op school, ze leren iets en gaan dus een betere toekomst tegemoet. Alleen moet je dan geld zien te krijgen (van de regering of Westerse landen) om het onderwijs te betalen of je moet leraren vinden die dit alles vrijwillig willen doen. Het is ook zo dat als een kind naar school gaat en veel ouders zien welke prestaties het levert er vanzelf meer kinderen zijn die naar school gaan.


Er is ook veel geld nodig om opvang huizen waar kinderen gratis kunnen slapen, eten kunnen krijgen en eventueel ook les kunnen krijgen te bouwen. Dit is iets waar mensen in de Westerse landen absoluut mee kunnen helpen.




Mijn eigen mening




Ik vind het een slechte zaak dat kinderen onder de 14 jaar moeten werken, maar ik snap ook wel dat het voor veel mensen gewoon een noodzaak is. Ze hebben het geld immers hard nodig om te overleven.


Ik denk dat de Westerse landen vaker moeten bijspringen met hulp. Dit moet niet altijd in de vorm van geld zijn, maar we kunnen ook leraren naar daar toe sturen of bouwmaterialen.


De Westerse landen waar nog steeds kinderarbeid plaatsvindt moeten eerst hun eigen problemen oplossen voordat ze een ander helpen.


Ik vind ook dat als er kinderarbeid plaatsvindt in plaatsen waar het volgens de normen en waarden van die cultuur normaal is, toegestaan mag worden. Zolang het geen extreme vorm van kinderarbeid is. Helpen in het huishouden of op het land, dat vind ik best kunnen. Bovendien zijn de kinderen hierbij ook niet gescheiden van hun ouders.








Slot




Ik hoop dat jullie dit werkstuk interessant vonden.


Ik heb er in ieder geval met plezier aan gewerkt en er heel wat van opgestoken.


Tot twee weken terug wist ik bijvoorbeeld nog steeds niet dat er ook nog kinderarbeid in Europa bestond. Ik denk dat ik dit werkstuk ook nog voor later heel goed kan gebruiken.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen