U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Aidan Chambers - Het Geheim Van De Grot.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=106 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1567 woorden.

Bibliografie
Het boek is voor het eerst uitgegeven in het jaar 1984.


Samenvatting
Titel

William is op vakantie in Wales. Hij leert daar een jongen kennen die Gwyn heet. Gwyn zegt dat hij een geheim heeft. Hij wil hem wel laten zien, maar alleen als William er met niemand over praat. En voor dat Gwyn iets over zijn geheim zegt moet hij een eed afleggen. Dan gaan ze richting het stand en komen nadat ze eerst op het stand hebben gespeeld aan bij een grot. Als ze in de grot komen ziet William een jonge zeehond. Gwyn verteld dat hij hem wil gaan fokken en hem kunstjes wil leren. En dat is het geheim van de grot.

Personages

"William" is de hoofdrolspeler. Hij komt uit Engeland Hij kan heel erg goed tekenen.

"Gwyn" woont in Wales. Hij wil schapen en koeien gaan fokken en ze dan later met winst verkopen. Iedereen fokt schapen en koeien, dus waarom geen zeehond denkt Gwyn.
"Williams vader"is de vader van William. Hij vindt het erg leuk om te gaan vissen.


"Williams moeder" als zij niets meer wilde horen dan kon je net zo goed op het dak gaan zitten. Dan kon je urenlang huilen en jengelen, zo erg dat de meeste mensen er gek van zouden worden, maar zij zag je niet meer staan.

"Juffrouw James" Ze zag er zakelijk uit, bijna schooljuffrouw achtig. Maar ze had een aardig gezicht en een vriendelijke glimlach. Ze was ook de eigenares van het huisje.

"Meneer Davies" Hij is de vader van Gwyn. Hij is ook de eigenaar van de grond rondom het huis.

Plaats waar het zich afspeelt

Het verhaal speelt zich af op een vakantie in Wales op het platteland, en ongeveer 1 km van het kiezelstrand.

Tijd

Het verhaal zal zich wel rond deze tijd afspelen, want anders had je vast wel gemerkt dat het in het verleden, of juist in de toekomst had afgespeeld.



Verhaal

William gaat met z’n ouders op vakantie naar Wales, en hij heeft er helemaal geen zin in. Ze gingen altijd met de caravan op vakantie naar dezelfde plaats, dicht bij het stand. Maar nu zaten ze ergens in een boerderij achtig huisje midden in de weilanden, en nergens iets te beleven. Maar zijn moeder wilde is een keer iets anders doen dan elk jaar weer vakantie in een caravan, met massa's mensen om d'r heen die d'r liggen aan te gapen als ze ligt te zonnebaden. Als ze bij de boerderij zijn aangekomen pakken ze de spullen uit de auto. Vader en moeder gaan naar binnen om kennis te maken met juffrouw James, de bazin. William kijkt eerst wat rond in de rustige omgeving. Dan moet hij ook kennis gaan maken met juffrouw James. Na een praatje te hebben gemaakt krijgt hij van haar een glas cola. Gelukkig gaat moeder al vlug met de bazin mee om het huis te bezichtigen. Snel maakt hij dat hij naar buiten komt. Als hij een tijdje buiten loopt besluit hij naar de hoofdweg te lopen waar ze met de auto vandaan gekomen zijn. Een tijdje later weet hij niet meer precies waar hij is en klimt in een heg om te kijken waar het huisje is gebleven. Als hij boven in de heg zit heeft hij van daar uit een prachtig uitzicht over de omgeving. Maar nu begint hem alles dwars te zitten. Zijn broek gaat stuk, allebei zijn schoenen zijn afgeschaafd, de knoopjes van zijn blouse. Ineens staat er een jongen onder de boom. Hij zegt dat William niet in de heg mag klimmen. Na een paar scheldwoorden vertrekt hij. William gaat terug naar hun huisje waar hij er behoorlijk van langs krijgt. Na het eten gaat William meteen naar zijn kamer. Juffrouw James komt even gezellig praten. Ze vertelt over zichzelf en verder over de bijgebouwtjes van het boerderijtje. Samen gaan ze die bekijken. Er staan verschillende spullen die hij mag gebruiken om de vakantie gezelliger te maken. In de schuur komen ze Gareth Davies tegen, de eigenaar van de grond rondom het huis. Ze maken samen een praatje. Juffrouw James zegt dat William liever had gaan kamperen, zoals ze elk jaar doen. Meneer Davies zegt dat zijn zoon Gwyn nu aan het kamperen is en ook een maatje wil om mee te spelen. Meneer Davies en juffrouw James gaan naar William’s ouders om zich aan elkaar voor te stellen. William blijft buiten achter en krijgt heimwee. Hij denkt aan zijn eigen spullen thuis. Terwijl hij met de bal aan het spelen is komt hij de jongen tegen die hij eerder bij de heg tegengekomen is. Hij blijkt Gwyn te zijn. Al heeft William er geen zin in, ze gaan toch samen spelen. Uit het huisje komen meneer Davies, de vader en moeder van William en juffrouw James. Ze besluiten uiteindelijk dat William met Gwyn mee mag kamperen. Maar William heeft daar opeens niet zo’n zin meer in. De volgende morgen probeert Gwyn William mee te krijgen. Want hij heeft met z’n vader een afspraak gemaakt. Als hij met William gaat kamperen zou hij geld krijgen om een kalf te kopen en hem later weer met winst te verkopen. William twijfelt maar gaat uiteindelijk toch mee. Gwyn zegt dat hij een geheim heeft. Hij wil hem wel laten zien, maar alleen als William er met niemand over praat. En voor dat Gwyn iets over zijn geheim zegt moet hij een eed afleggen. Als dat gebeurt is rennen ze naar het strand. William vindt het fijn om de zee weer te zien. Ze spelen eerst wat in de zee en daarna gaan ze richting een eilandje in de zee. William vindt het maar niks. Als ze op het eiland bij een grot aankomen is hij drijfnat. Als ze binnen zijn zit er een jong zeehondje. Gwyn vertelt dat die pas is geboren en dat hij die wil gaan fokken en hij wil hem ook kunstjes leren. William is het daar niet mee eens, hij vind dat heel erg zielig. Dan krijgen William en Gwyn enorme ruzie. Gwyn slaat William op zijn neus. Dan rent William naar huis. Thuis aangekomen merkt hij dat zijn moeder aan het wandelen is. Hij kan zich vlug verkleden. Daarna gaat hij naar de rommelstal. Met de spullen die hij daar heeft, bedenkt hij een plan om het jonge zeehondje te bevrijden. Na een tijdje komt zijn moeder zeggen dat het eten klaar is. Hij eet snel en na het eten gaat hij terug naar de stal waar hij een pakket maakt. De volgende morgen sluipt hij om vijf uur het raam uit en gaat met zijn pakket op weg naar de grot om de zeehond te redden. Bij het strand ziet hij dat het nog hoog water is, daar had hij niet op gerekend. Het bedachte plan dat zo makkelijk leek, leek nu opeens niet zo makkelijk meer. Maar toch besluit hij om zijn plan uit te voeren. Het plan is om met een opblaasbootje naar de zeehond te gaan en daarna te proberen om het jonge zeehondje in de boot te krijgen en hem naar een veilige plek te brengen. Hij gaat met zijn boot naar het eiland. Daar ziet hij het jonge zeehondje weer liggen. Hij graaft een kuil om het bootje erin te leggen. Na enige moeite ligt ook de zeehond in het bootje. Hij ziet Gwyn aan de overkant staan die probeert in de hoge zee te komen. Maar Gwyn moet terug want het water staat te hoog voor hem. William gaat verder met zijn plan en gaat met de boot de zee op. Hij kan niet meer dezelfde weg terug, omdat Gwyn daar staat. Daarom gaat hij nu via de andere kant. Het water komt steeds hoger en de zee wordt ook wilder. Op een gegeven moment kan hij niet meer staan. Er duikt een grotere zeehond op. Het jonge zeehondje glipt van de boot de zee in en bijt William in zijn arm. William kan zich nog maar net redden en ligt nu helemaal in het bootje. Later gaat hij met de stroom mee naar het andere eiland. Hij hoorde een sissend geluid en merkte dat het bootje aan het leeglopen was. Zijn angstdroom werd werkelijkheid. Een tijdje later wordt hij op het eiland wakker en kan niet meer lopen door de vreselijke pijn in z’n knie en denkt te zullen sterven. Hij ziet Gwyn nog steeds aan de overkant staan. William zwaait met zijn hemd naar Gwyn. Even later rent hij weg, maar wel de verkeerde kant op, denkt William. William valt in slaap en wordt later weer wakker. Hij denkt dat het de engel des doods is die hem wakker heeft gemaakt. Maar het is een man van de reddingsbrigade en hij ziet dan ook een helikopter die boven hem vliegt. William heeft een gebroken been en moet naar het ziekenhuis. Als hij op de laatste dag van de vakantie uit het ziekenhuis komt zit zijn been in het gips. Gwyn en William zitten naast elkaar. Gwyn vertelt dat hij een kalf heeft gekregen omdat hij William heeft gered door de reddingsbrigade op te roepen. En niemand komt er ooit achter dat William het jonge zeehondje heeft gered.



Schrijver

Aidan Chambers

Andere boeken die hij heeft geschreven

Je moet dansen op mijn graf

Tirannen

Eigen mening

Ik vond het een leuk boek om te lezen, er gebeurde spannende dingen. Het zat ook niet zo ingewikkeld in elkaar dus je kon alles goed begrijpen wat er bedoeld werd. En het loopt gelukkig allemaal goed af.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen