U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hella S. Haasse - Oeroeg.
Deze versie komt van http://www.boekverslag.nl/Verslag/Oeroeg/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2322 woorden.

Titelverklaring


Het verhaal draait om de vriendschap tussen de ik-figuur en de Indische jongen Oeroeg.

Over de auteur


Hélèna Serafia van Lelyveld-Haasse wordt op 2 februari 1918 geboren in Batavia. Na een jaar vertrekt het gezin voor een twee jaar durend verlof naar Nederland. Als moeder Haasse op Soerabaja ziek wordt, vertrekt het gezin naar Europa. Hella verblijft bij haar grootmoeder in Heemstede en vervolgens in een kinderpension in Baarn. In 1928 keren ze weer terug naar Batavia. Hella bezoekt het lyceum en maakt kennis met de Nederlandse literatuur. Na haar eindexamen besluit ze naar Amsterdam te gaan en studeert ze Scandinavische Taal- en Letterkunde. In 1941 geeft ze haar studie op om aan de Amsterdamse Toneelschool te gaan studeren. Deze studie wordt in 1943 succesvol afgerond en het jaar daarop trouwt ze met Jan van Leliënveld. Hella debuteert in 1945 met de gedichtenbundel Stroomversnelling. Grote bekendheid krijgt ze met Oeroeg (1948, verfilmd in 1993), dat wordt uitgegeven als boekenweekgeschenk. Naast poëzie en romans schrijft Hella novellen, toneelstukken, essays en reisbeschrijvingen. In 1981 ontvangt ze de Constantijn Huygensprijs voor haar gehele oeuvre. In datzelfde jaar gaat Hella met haar man in Frankrijk wonen. Twee jaar later ontvangt ze de P.C. Hooftprijs, vijf jaar later gevolgd door het Eredoctoraat in de Letteren. In 1994 wordt opnieuw een boek van haar uitgegeven als boekenweekgeschenk, getiteld Transit.



De verborgen bron (1950), Huurders en onderhuurders (1971), Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter (1978), Berichten van het blauwe huis (1986), Heren van de Thee (1992), Zwanen schieten (1997).

Literaire stroming


Moderne Nederlandse literatuur.

Genre


Novelle.

Samenvatting


De ik-figuur denkt aan zijn jeugd in Nederlands-Indië.



De ik-figuur (zijn naam komen we niet te weten) speelt veel samen met de Indonesische Oeroeg. Het liefst spelen ze op de kampong bij het huis van Oeroeg. De vader van de ik-figuur vindt dat zijn zoon door zijn vriendschap met Oeroeg te weinig Nederlands praat. Ieder Nederlands woord wordt afgewisseld met een Soendanees woord. Vader en moeder besluiten dat de ik-figuur tot aan het schooljaar (hij is immers al zes jaar) enkele uren per dag privéles krijgt om zijn Nederlandse taal op te vijzelen. Oeroeg is erg nieuwsgierig naar de lessen en volgt ze dan ook via een open raam. De lessen van meneer Bollinger hebben resultaat, maar zelfs jaren later heeft de ik-figuur nog een Soendanees accent. De vader van de ik-figuur heeft liever dat zijn zoon niet meer op de kampong speelt. Oeroeg moet maar bij hun huis op Kebon Djati komen spelen. De ik-figuur speelt liever niet thuis, maar Oeroeg vindt het prima.



Er worden voorbereidingen getroffen voor het eerste schooljaar van de ik-figuur. Hij krijgt nieuwe kleren en schoenen. Van zijn vader krijgt hij een echte schooltas. De ik-figuur reist vanaf  nu iedere dag met de trein naar zijn school in Soekaboemi. Hij is wel teleurgesteld dat Oeroeg niet naar dezelfde school als die van hem gaat. De moeder van de ik-figuur verklaart dat dat logisch is, want Oeroeg is immers een inlandse jongen.



Op een dag krijgen Oeroegs ouders visite. De bezoekers, waaronder meneer Bollinger, dineren bij het gezin. Later wordt voorgesteld om een rit te maken naar Telaga Hideung (=het Zwarte Meer). De ik-figuur wordt enthousiast. Hij kent het Zwarte Meer alleen van spannende verhalen, waarin gesproken wordt over monsters en spoken. Bij wijze van uitzondering mag de ik-figuur mee. Onderweg worden Deppoh en de tuinman Danoeh met de auto opgepikt. Bij aankomst is de ik-figuur enigszins teleurgesteld. Het meer is niet zo eng als hij verwacht had. De heren nemen hun badkleding mee naar een bamboehuisje aan het water. De ik-figuur en de dames klimmen op een vlot, terwijl de heren zich in het bamboehuisje omkleden. Na een korte zwempartij klimmen de mannen ook op het vlot. De heren spelen haasje-over en willen jonassen. Door de wilde bewegingen van de volwassenen, scheurt het vlot en valt de ik-figuur in het donkere water....



De ik-figuur ontwaakt in zijn bed. Hij denkt dat hij alles gedroomd heeft, maar niets is minder waar. Na de val van het vlot is de ik-figuur bewusteloos te water geraakt. Deppoh is bij de reddingsactie om de ik-figuur te vinden, overleden . De ik-figuur voelt zich schuldig dat de vader van zijn beste vriend is gestorven om hèm te redden. Korte tijd later verhuist de familie van Oeroeg. Ze gaan bij een familielid inwonen in een desa op de berg. Oeroeg gaat bij zijn achterneef, een huisjongen van de familie van de ik-figuur, inwonen. De ik-figuur en Oeroeg reizen nu samen met de trein naar Soekaboemi. Ze gaan nog wel naar verschillende scholen. De vader van de ik-figuur betaalt de schoolopleiding van Oeroeg.



Als de ik-figuur in de vierde klas van de lagere school zit, gaat zijn moeder weg. Volgens vader moet ze voor onbepaalde tijd op reis. Pas later beseft de ik-figuur de ware reden van haar vertrek.  Meneer Bollinger wordt vervangen door Gerard Stokman. De jongens kunnen goed met Gerard opschieten. Hij neemt hen regelmatig mee op expedities. Oeroeg en de ik-figuur bewonderen de jachthut in de bergen, die Gerard helemaal gerestaureerd heeft. Regelmatig neemt hij de jongens mee voor een varkensjacht. Daarbij worden ze begeleid door de koeli Ali.



De ik-figuur kan slecht met zijn vader overweg. Ze leven als vreemden naast elkaar. Vader begrijpt niet dat zijn zoon ontdekkingsreiziger wil worden. Een paar dagen voor zijn elfde verjaardag, praat vader met zijn zoon. Hij heeft enkele maanden verlof en wil gaan reizen. Vader denkt erover zijn zoon naar Nederland te sturen, zodat die naar de kostschool kan. De ik-figuur herinnert zich de verhalen van Gerard over Nederland en wil bij Oeroeg blijven. Na enkele woordenwisselingen wordt besloten dat de ik-figuur tot aan zijn toelatingsexamen voor de HBS in Indië kan blijven. De ik-figuur wordt in een huis in Soekaboemi ondergebracht. Hij wordt verzorgd door een voormalige Nederlandse verpleegster, genaamd Lida. De ik-figuur beseft dat zijn vader op deze manier probeert hem bij Oeroeg weg te houden. Hij is verbitterd en wil zo weinig mogelijk met zijn vader te maken hebben. De ik-figuur en Oeroeg spijbelen veel om bij elkaar te kunnen zijn. Na een paar maanden verhuist Oeroeg eveneens naar het pension van Lida. Oeroeg krijgt het schooladvies om naar de MULO of AMS te gaan. De vader van de ik-figuur denkt dat Oeroeg weinig beroepskansen heeft en weigert dan ook voor zijn opleiding te betalen. Lida raakt meer en meer op Oeroeg gesteld en besluit hem te helpen. Ze vertelt hem over het beroep van arts en Oeroeg is zeer enthousiast.



Na een jaar keert de vader van de ik-figuur terug. Hij is inmiddels getrouwd met Eugenie. Vader beslist dat de ik-figuur de zomervakantie moet doorbrengen op Kebon Djati. Oeroeg blijft in Soekaboemi. De ik-figuur heeft een hekel aan zijn stiefmoeder. Hij verafschuwt haar autoritaire gedrag ten opzichte van het personeel. Regelmatig ontsnapt hij om Oeroeg op te zoeken. Lida heeft inmiddels een pension in Batavia overgenomen en in september trekken zij en Oeroeg daar naartoe. Oeroeg gaat naar de MULO en de ik-figuur gaat in Batavia naar de HBS. De ik-figuur komt in een internaat terecht. Regelmatig brengt hij een bezoek aan het pension van Lida. Oeroeg krijgt meer en meer kenmerken van een Europese jongen. Hij wil nauwelijks nog herinnerd worden aan zijn verleden en praat alleen nog maar Nederlands.



De puberteit brengt de ik-figuur in verwarring. Hij heeft, in tegenstelling tot Oeroeg,  problemen om met meisjes om te gaan. Oeroeg en de ik-figuur praten over de toekomst. De ik-figuur wil ingenieur worden. Oeroeg wil naar de Nederlands-Indische Artsenschool in Soerabaja. Hij droomt ervan om naar Amerika te gaan, want daar wordt een mens niet beoordeeld op zijn ras en afkomst. Lida heeft intussen grote moeite met de opvoeding van Oeroeg. Ze zorgt ervoor dat hij opgenomen wordt in het internaat van de HBS, waar de ik-figuur ook woont. Oeroeg heeft grote problemen met de afwijzingen van de 'Europese' jongens. Hij voelt zich anders. In deze periode ontstaat een verwijdering tussen Oeroeg en de ik-figuur. Oeroeg bouwt een vriendschap op met een jongen van Arabische afkomst (Abdullah), die eveneens naar de NIAS gaat.



Een bezoek van de ik-figuur aan Kebon Djati loopt uit op een teleurstelling. Gerard is met verlof en moeder schrijft de ik-figuur waarbij ze doet alsof hij nog een kleine jongen is. De ik-figuur voelt zich zelfs een vreemde in het huis van Sidris (de moeder van Oeroeg). De volgende dag keert hij weer terug naar Batavia. Oeroeg studeert aan de NIAS en woont met Abdullah bij familie. Lida raakt meer en meer teleurgesteld in haar pensionverblijf en verlangt ernaar bij Oeroeg te zijn. Na enkele maanden verkoopt ze haar pension en verhuist ze naar Soerabaja. De ik-figuur heeft dan alleen nog maar via brieven contact met hen.



De ik-figuur slaagt op zeventienjarige leeftijd voor zijn eindexamen en bespreekt de toekomst met zijn vader. Hij wil graag ingenieur worden en gaat nog datzelfde jaar naar Delft om te studeren. Voor zijn vertrek gaat hij naar Soerabaja om afscheid te nemen van Oeroeg en Lida. De ik-figuur merkt dat nu alles anders is. De vertrouwelijkheid is er niet meer en het bezoek eindigt met een felle discussie over de Nederlandse onderdrukking.



Tijdens en na de beëindiging van zijn studie, denkt de ik-figuur veel na over het lot van Oeroeg, Lida, zijn vader en het gezin. Na de capitulatie van Japan hoort de ik-figuur dat zijn vader overleden is. Ondanks alle inspanningen kan hij geen contact krijgen met Oeroeg en Lida. De ik-figuur verlangt naar zijn geboorteland Indië. Hij solliciteert naar een betrekking en reist af naar Batavia. Tijdens een patrouille reist hij mee richting Kebon Djati. De thuiskomst is teleurstellend. De onderneming van zijn vader is volledig verwaarloosd en verwilderd. Het landschap geeft een spookachtige indruk. Alleen de bergen en het meer zijn nog hetzelfde gebleven. Plotseling hoort de ik-figuur een geluid naast zich. Hij draait zich om en kijkt recht in de ogen van Oeroeg. Oeroeg draagt een wapen en dreigt de ik-figuur neer te schieten. De ik-figuur beseft dat een gesprek niet mogelijk is. Als hij even omkijkt, is Oeroeg plotseling weer verdwenen. Later twijfelt de ik-figuur of het Oeroeg wel was.











Tijd en tijdvolgorde


De gebeurtenissen zijn één grote flash-back, maar worden chronologisch beschreven. Ze spelen zich af in de jaren '40 en '50. De totale vertelde tijd is ongeveer 15 jaar, beginnend bij het zesde levensjaar van de ik-figuur. De vertelde tijd eindigt als de ik-figuur naar Indië terugkeert, kort na het beëindigen van zijn opleiding in Delft. Hij is dan ongeveer 21 jaar.

Plaats/ruimte


Het verhaal speelt zich af in Nederlands-Indië. De jeugd van de ik-figuur speelt zich voornamelijk af op Kebon Djati en de kampong van Oeroegs ouders. Daarnaast is er de lagere school in Soekaboemi, het internaat in Batavia en de school in Delft.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling


Ik-figuur:



De ik-figuur is gedurende lange tijd bevriend met de inlandse Oeroeg. Ondanks de verschillen in afkomst, ziet de ik-figuur Oeroeg als zijn gelijke. Na de lagere school gaat de ik-figuur naar het internaat van de HBS in Batavia. In deze periode beginnen Oeroeg en hij uit elkaar te groeien. Dit betreurt hij zeer. De relatie met zijn ouders is niet bijzonder goed, Oeroeg is zijn enige vriend. De ik-figuur is een rond karakter.



Vader:



De vader van de ik-figuur is een drukke zakenman. Hij is administrateur. Vader heeft weinig contact met zijn zoon en bemoeit zich weinig met de opvoeding. Als hij van zijn vrouw scheidt, stuurt hij zijn zoon naar een pension in Soekaboemi. Later hertrouwt hij en krijgt zijn vrouw Eugenie nog twee kinderen. De vader van de ik-figuur is een rond karakter.



Moeder:



De moeder van de ik-figuur is vaak ziek en verveelt zich op Kebon Djati. Ze heeft een verhouding met meneer Bollinger en vertrekt later met hem naar Europa. De moeder van de ik-figuur is een vlak karakter.



Oeroeg:



Oeroeg is een inlandse jongen, van dezelfde leeftijd als de ik-figuur. De vriendschap met de ik-figuur verloopt lange tijd goed. Op latere leeftijd krijgt hij grote moeite met de cultuurverschillen. Hij distantieert zich steeds meer van alles wat Europees is en sluit vriendschap met een jongen van Arabische afkomst. Oeroeg studeert voor arts en gaat bij het Rode Kruis werken. Hij is een rond karakter.



Deppoh:



Deppoh is de vader van Oeroeg. Hij is de mandoer van de administrateur. Hij overlijdt bij de reddingsactie van de ik-figuur. Deppoh is een vlak karakter.



Sidris:



Sidris is de moeder van Oeroeg. Ze is de vriendin van de moeder van de ik-figuur. Sidris is bijzonder trots op haar zoon, zelfs nadat hij geadopteerd wordt door Lida. Sidris is een vlak karakter.



Lida:



Lida is de pleegmoeder van Oeroeg. Ze is pensionhoudster in Soekaboemi. De ik-figuur verblijft enige tijd in haar pension en later komt ook Oeroeg er logeren. Lida is een voormalige verpleegster uit Nederland. Ze ontfermt zich over Oeroeg en zorgt ervoor dat hij kan studeren. Ze interesseert hem voor de medische wereld. Lida is een rond karakter.



Meneer Bollinger:



Meneer Bollinger is de privéleraar van de ik-figuur. Hij krijgt een verhouding met de moeder van de ik-figuur. Na enige tijd gaan ze samen naar Europa. Meneer Bollinger is een vlak karakter.



Gerard Stokman:



Gerard vervangt meneer Bollinger. Hij sluit al snel vriendschap met de ik-figuur en Oeroeg. Hij neemt ze vaak mee op expedities en varkensjachten. Gerard is een vlak karakter.

Onderlinge relaties


Oeroeg is de beste vriend van de ik-figuur. Hun moeders zijn tevens goede vriendinnen. De moeder van de ik-figuur krijgt een verhouding met meneer Bollinger. Oeroegs vader is de mandoer van de vader van de ik-figuur. Lida is de pleegmoeder van Oeroeg.

Geloofwaardigheid van het verhaal


...

Thematiek


Vriendschap:



De vriendschap tussen de Nederlandse ik-figuur en de Indische Oeroeg staat in dit boek centraal. Ondanks hun achtergrond zijn de twee jongens grote vrienden.



Cultuurverschillen:



De tegenstellingen komen meer en meer naar voren. Dat is onder andere te zien in de verschillende scholen waar de beide jongens les krijgen. Later staan ze als vijanden tegenover elkaar.

Motto


Geen.

Taalgebruik


Het eenvoudige taalgebruik van Haasse wordt soms afgewisseld met enkele Indische woorden, zoals blijkt uit de volgende zin: "De baboe trok mij een van mijn schoolpakken aan.".

Opdracht


Geen.

Vertelsituatie


Ik-vertelsituatie.

Perspectief


Ik-perspectief.

Verhaalopbouw


Het verhaal is niet opgebouwd uit hoofdstukken, maar de tekstfragmenten worden gescheiden door witregels.

Eigen mening


...








Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen