U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21272/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1637 woorden.

Boekverslag Hersenschimmen



Hersenschimmen

BERNLEF, J. (pseudoniem van H. Marsman)

Amsterdam 1990 (1984)



Motto



A touching dream to which we all are lulled

But wake from separately



Philip Larkin



Een mooie droom waar we alle maal in gewiegd worden, maar elk afzonderlijk uit wakker wordt. Het leven staat in het teken van de dood.



Opdracht



Er is geen opdracht.



Samenvatting



Maarten Klein is een man van 71 jaar, die samen met zijn vrouw Vera al vijftien jaar in Gloucester, Amerika, woont. Voordat Maarten met pensioen ging, werkte hij in Boston als secretaris bij een internationale visserij-organisatie. Hun twee kinderen, Kitty en Fred, wonen ver van hen vandaan.

Op een zondag staat Maarten uit het raam te kijken. Hij wacht op de kinderen die elke schooldag langs het huis lopen om met de bus naar school te gaan. Pas nadat zijn vrouw Vera hem vertelt dat het zondag is en de kinderen dus niet naar school hoeven, weet hij dat hij zich vergist heeft. Diezelfde dag blijkt Maarten steeds vergeetachtiger te worden. Hij bevindt zich plotseling in het washok, scheurt zonder enkele reden een krant aan stukken en kan de kruiswoordpuzzel niet meer oplossen.

De volgende dag - het is maandag - geeft hij zijn vrouw suiker bij de koffie, terwijl ze al meer dan tien jaar geen suiker meer gebruikt. Hij gaat met zijn hond Robert wandelen, maar hij verdwaalt. Tot overmaat van ramp raakt hij ook nog eens de hond kwijt. Maarten wandelt naar de antiquair en koopt een boek. De antiquair informeert naar zijn mening over de vorige aanschaf, maar Maarten weet niet waar de man het over heeft. Vera pikt hem uiteindelijk met de auto op, nadat hij al een halve dag van huis is geweest. Die avond beweert Maarten zich dingen te herinneren die volgens Vera nooit zijn gebeurd. De verwarring neemt toe als Maarten zich boven wil gaan scheren; iets wat hij al vijf jaar niet heeft gedaan. Maarten informeert bij Ellen Robbins naar haar (overleden) man. Een pijnlijke vergissing!

Maarten vindt plotseling een ansichtkaart van Kitty in zijn zak. Hij vraagt zich af wie dat is. Na een uitgebreid ontbijt vertrekt Maarten naar zijn werk - waar hij al vier jaar niet meer werkt. Om naar binnen te kunnen, forceert hij een gesloten deur en spreekt hij de denkbeeldige bestuurders van de visserij toe. Opeens beseft hij waar hij is en haast hij zich weer naar huis. Op advies van de huisarts toont Vera hem het familiefotoalbum. Maarten kan zich nauwelijks iets herinneren van al die mensen op de foto’s. Alleen de oude foto’s roepen vage herinneringen op. De huisarts komt langs en Maarten heeft ineens moeite met zijn Engelse uitspraak.

De vergissingen worden steeds omvangrijker. Maarten herkent zijn eigen huisarts niet meer en wantrouwt hem. Hij ziet zijn eigen vrouw aan voor zijn moeder en gooit, om de hond binnen te laten, een raam in. Uiteindelijk schakelt Vera de hulp in van een verzorgster en Maarten wordt vastgebonden op zijn bed. Vera en de verzorgster krijgen overal de schuld van en Maarten uit grof taalgebruik. Hij bevuilt zijn eigen bed en krijgt de kans om weg te lopen. Hij verdwaalt, maar de vuurtorenwachter brengt hem weer bij zijn vrouw terug.

Op de laatste dag - zaterdag - verscheurt Maarten alle foto’s uit het album in een poging om het lot af te wenden. Diezelfde dag brengt de ziekenwagen Maarten naar de inrichting.



Thema



Het thema van het verhaal is dementie. Maarten’s geheugen en bewustzijn brokkelt steeds verder af. Hij begrijpt dingen verkeerd, verliest de werkelijkheid uit het oog en probeert dingen die in het verleden gebeurd zijn opnieuw te beleven. Hij gaat bijvoorbeeld naar een vergadering van zijn werk terwijl hij al vier jaar met pensioen is. Hij doet dingen die hij zich enkele minuten later niet meer kan herinneren en hij vergeet Engels te spreken.



Idee



De schrijver wil met het thema zeggen dat dementie vooral voor mensen die het zelf hebben erg is. Maarten heeft op een gegeven moment wel door dat er iets niet goed met hem is. Hoe verder je in het boek komt, hoe duidelijker het ook voor hem wordt, ondanks dat hij andere dingen compleet vergeet.



Titelverklaring



De titel “Hersenschimmen” slaat op de herinneringen van Maarten aan het verleden. Doordat zijn gedachten steeds verder “vervagen” zijn het niet meer dan hersenschimmen.



(Tijds)opbouw



het verhaal verloopt in grote lijnen chronologisch, maar er zijn wel veel flashbacks. Een ander typerend iets van de tijd is dat er soms stukjes van worden weggelaten, doordat Maarten ze zelf niet echt beleeft. Het verhaal duurt ongeveer een week, maar door de vele flashbacks beslaat het eigenlijk ongeveer 65 jaar.



Perspectief



Het verhaal is geheel vanuit Maarten geschreven. Er wordt precies beschreven wat hij denkt. Het is een personaal perspectief vanuit een ikpersoon.



Ruimte



De plaats waar het verhaal speelt is Gloucester, in de VS. Oorspronkelijk komen Maarten en Vera uit Nederland, dus het is een vreemde omgeving voor hen, ondanks dat ze er al 15 jaar wonen. Dit maakt ook dat Maarten zomaar midden in een wandeling de weg kwijt raakt doordat hij zich weer terug in Alkmaar waant.

Een ander belangrijk gegeven is dat het winter is. Daardoor is alles wit en lijkt alles op elkaar. Dit kun je zien als een symbool voor Maarten’s gedachten. Hij kan zijn fantasie en de werkelijkheid, en het verleden en het heden niet meer uit elkaar houden. Hij heeft bovendien een hekel aan de winter, maar ik denk dat dit komt doordat hij niet wil dat zijn gedachten zo vervagen. De winter lijkt daarop en daarom haat hij die.



Symboliek



Een symbool dat in het boek voorkomt is het boek Our man in Havana. In het begin van het verhaal zegt Maarten dat hij er de film van heeft gezien of het boek gelezen. Hij zegt het tegen Vera maar die weet dat niet zo. Hij laat het daarna op de tafel liggen. Een tijdje later vind hij het boek terug, hij leest de titel en moet dan even nadenken waar hij het ook al weer van kende. Nog weer later ziet hij het boek liggen en merkt op dat die titel hem zo bekend voorkomt. Daarna ziet hij het boek nog een keer terug, nu kan hij echter niet eens meer de titel lezen en ziet alleen dat er palmbomen op staan, die hem heel vaag iets zeggen.

Dit boek is niet echt een symbool maar je kunt er wel heel goed het aftakelingsproces van Maarten door volgen. Het zou wel kunnen dat het boek een soort symbool is voor het leven dat om Maarten heen doorgaat, maar waar hij steeds minder van begrijpt.

Een ander symbool dat op diezelfde manier beschreven kan worden is de hond Robert, hoewel deze niet zo duidelijk is als het boek. Eerst vind Maarten vooral troost bij Robert. Hij lijkt Maarten ook te begrijpen als deze een groot gat in het raam maakt om Robert naar binnen te laten. Maar later zie je de hond niet meer terug in het verhaal komen, behalve één keer, als Maarten geblaf hoort en toch weer meteen aan Robert denkt.



Originaliteit



Dit boek is erg origineel. Er zijn wel meer boeken over dementie geschreven, maar nog nooit eerder over dementie vanuit de dementerende persoon. Het is natuurlijk niet zeker dat een dementerend iemand zich net zo voelt als Maarten, maar het klinkt allemaal zo logisch en realistisch dat het heel goed zou kunnen.



Relevantie



De relevantie van dit boek is dat ook een keer min of meer duidelijk wordt wat de patiënten van dementie voelen, zien en denken. Het is eigenlijk een ziekte waarvan we heel weinig weten doordat de mensen die het hebben het niet duidelijk kunnen omschrijven doordat ze die ziekte hebben, een soort vicieuze cirkel dus.



Stijl



De stijl van het boek is nogal opvallend. Doordat je alleen leest wat Maarten denkt krijg je een beeld vanuit een persoon die dementerend is. Eerst wordt er nog redelijk normaal verteld, maar later vallen er gaten in zijn gedachten en dan denkt hij bijvoorbeeld “Wat doe ik met een jas aan in huis?” Terwijl je nergens gelezen hebt dat hij een jas aandeed. Eerst vraagt hij bepaalde dingen nog steeds overnieuw of vraagt zich af of het nu morgen, middag of avond is. Later wordt het taalgebruik steeds brokkeliger. In het begin spreekt Maarten nog over zichzelf als “ik”, maar later noemt hij zichzelf “het” of “hij” of zegt steeds “je” als hij het over zichzelf heeft. Op het eind denkt hij alleen nog maar vage stukjes van zinnen met pauzes er tussen. Het is dan nog wel te begrijpen wat er gebeurd, maar de manier waarop Maarten het ziet is zo wel heel duidelijk. Het is dan wel de vraag of Maarten de gebeurtenissen nog wel beschrijft zoals ze zijn. Er wordt ook nogal afgewisseld in de tegenwoordige en de verleden tijd. Dit leidt bij het lezen ook wel tot verwarring.



Mening



Ik vond het een erg mooi boek. Je leeft als je het leest heel erg mee met de hoofdpersoon. Je weet niet meer dan hij weet en daardoor voel je je heel erg bij hem betrokken. Alleen op het laatst in het boek als je tussen de regels door leest snap je wat er gebeurt, maar Maarten snapt het niet.

Ik heb zelf een oma gehad die ook op een gegeven moment dement begon te worden. De dingen die Maarten doet herken ik daarom duidelijk. Alleen doet hij nog veel raardere dingen zoals fotoboeken verbranden. Mijn oma pakte dingen op en verstopte die, bijvoorbeeld achter schilderijen, en dan verbaasde ze zichzelf erover dat het daar lag. Dit komt niet letterlijk in het boek voor, maar situaties als waar Maarten plotseling zijn jas binnenshuis aanheeft en het zelf niet eens doorheeft zijn daarmee te vergelijken.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen