U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Eclips.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/4400376/ en is laatst upgedate op 19/03/2001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1664 woorden.


ALGEMEEN:




Titel: Eclips




Titelverklaring: Een eclips is een verduistering van de zon of een ander hemellichaam. Kees voelt in het begin van het verhaal zijn linker lichaamshelft niet maar dat gevoel komt later weer terug, net als bij een echte eclips waarbij het hemellichaam ook weer terugkomt.




Auteur: J. Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman).




Uitgever: Em. Querido’s Uitgeverij Amsterdam.




Druk: 1e druk 1993




2e druk, 1993. (heb ik gelezen.)




Illustraties: Op de voorkant van de kaft is een foto te zien van een Electro® -spel. Dit heeft te maken met het feit dat het Electro® -spelmotief een belangrijke rol in het verhaal speelt.




Op de achterkant van de kaft is een foto te zien van J. Bernlef.




De omslag is gemaakt door J.Tapperwijn.




Motto: Het boek heeft geen motto. Het wordt ook niet aan iemand opgedragen.




Wat voor boek: roman.




Genre: Psychologisch.




INHOUD EN BOUW:




Inhoud: Als op een dag het brein van Kees hapert rijdt hij met zijn auto het kanaal in.




Wonder boven wonder komt hij er uit en merkt hij dat hij geen gevoel in zijn linker lichaamshelft heeft. Hij loopt door een grasland tot hij bij een omheind gebouw komt. Hij wil daar wat gaan vragen maar wordt daar voor een zwerver aangezien en word weg gestuurd. Hij loopt tot hij bij wat volkstuintjes aankomt en wast zich bij een pomp. Als hij daarmee klaar is, gaat hij op de grond liggen en valt in slaap. Als hij wakker wordt, ziet hij een radiootje liggen. Terwijl hij het radiootje aanzet en de muziek hoort, voelt hij het linker deel van zijn lichaam terug komen. Wanneer de radio uitgaat, gaat dat gevoel ook meteen weg. Door een vrouwenstem die Trees roept, herinnert hij zijn eigen naam weer: Kees.




Dan komt de eigenaar van het tuinhuisje eraan en stuurt Kees weg. Kees loopt wat rond tot hij bij een snackbar komt. Daar ontmoet hij Toos, ze is een zwerver. Samen trekken zij er op uit en eten uit vuilnisbakken en overnachten in de nieuwbouw. De volgende dag vinden ze een oude naaimachine op de vuilnisbelt, Toos besluit het ding te verkopen en laat Kees achter. Na een tijdje stopt er een auto en Kees verstopt zich. Uit de auto stappen twee mannen die nummerplaten verstoppen tussen het vuil.




Kees wordt ontdekt door de twee mannen en ze nemen hem mee naar een autokerkhof waar de twee mannen wonen. Kees moet het autokerkhof bewaken tegen nieuwsgierigen als Cor en Karel (zo heten ze) weg zijn. Na een tijdje begint Kees weer beheersing te krijgen over zijn linker lichaamshelft. Op een nacht wordt Kees door Cor uit zijn bed gehaald omdat hij hen moet helpen met een klusje. Kees moet bij een boerderij op de wacht staan als Cor en Karel bezig zijn. Op de weg terug naar het autokerkhof wordt Kees uit de auto gegooid.




Kees komt weer bij als iemand hem aanraakt. Hij gaat met de man mee naar zijn huis. De man heet IJe. Het is een arme man die in het leven blijft door dingen die hij vindt te ruilen voor natuurproducten en af en toe krijgt hij iets van de boeren uit de omgeving. Omdat IJe geen douche heeft mag hij op zaterdag de douche in het lijkenhuis gebruiken.




Als IJe zich gaat douche gaat Kees weer weg. Hij loopt tot hij een fiets ziet die niet op slot staat, en fiets erop weg. Hij stopt bij een boekenwinkel, hij herkent deze winkel en gaat daar naar binnen. De verkoper herkent Kees en besluit de politie te bellen omdat Kees niet helemaal normaal deed. De politie vindt Kees op het strand, hij is dan inmiddels weer helemaal normaal.
























Overheersende elementen:




Een overheersend element in dit verhaal is de achtergrond waar het verhaal zich afspeelt. De hoofdpersoon bevindt zich overwegend in ordeloze ruimten: braakland, weilanden, een vuilstortplaats, een autokerkhof etc. De hoofdpersoon kan zich er moeilijk oriënteren.




Vanaf het moment dat Kees zich weer in de bewoonde wereld bevind kan hij zich ook weer oriënteren.






Hoogtepunt: het hoogtepunt is als Kees Zomer met zijn auto het kanaal inrijdt. Dit kwam omdat alles aan de linkerkant van de wereld en zijn lichaam opeens weg waren. Hij had een herseninfarct gehad.




De rest van het verhaal is gebaseerd op deze gebeurtenis.




Personages: Kees Zomer is de hoofdpersoon. Hij heeft een flat character. Hij is getrouwd en heeft een zoon Wouter. Aan het begin van het verhaal heeft hij een herseninfarct. Dingen aan de linkerkant en aan de linkerhelft van zijn lichaam zijn "weg". Dit komt later wel weer allemaal geleidelijk terug.




Bijpersonen:




Toos: Zij is een zwerfster die zich ontfermt over Kees.




Karel en Cor: Zij zijn twee criminele broers die een autokerkhof beheren. Karel is nors en




praat weinig, hij is duidelijk de baas. Cor is nerveus en praat veel, hij heeft




al eens in de gevangenis gezeten en zou het liefst in de maatschappij




terugkeren maar hij krijgt van Karel geen kans.




Ije: IJe is een oude vreemde man die ver van de bewoonde leeft.




Richard Fielemieg: Hij is een boekhandelaar in Bergen aan Zee, hij kent Kees en belt de




politie.




Karakter hoofdpersonen:




Het karakter van de hoofdpersoon, Kees Zomer, is niet uit het verhaal te halen omdat de hoofdpersoon zichzelf niet is door de herseninfarct.




Houding van de auteur t.o.v. de hoofdpersoon:




De hoofdpersoon Kees wordt door de schrijver als een slachtoffer van zijn herseninfarct neergezet. => Neutraal




Door zijn herseninfarct wordt Kees echter gezien als een gek, een idioot.




Mogelijke bedoeling van de auteur:




De schrijver heeft als bedoeling de lezer te vermaken en te informeren over de situatie van mensen die een herseninfarct hebben gehad.




Thema: Het thema is desoriëntatie.




Kees Zomer heeft een herseninfarct gehad en loopt in zekere zin verloren in tijd en ruimte rond. Op het politiebureau herinnert Kees zich ook niets meer van de afgelopen dagen. Belangrijk is dat Kees zijn herinneringen en zijn taalvermogen is kwijtgeraakt. Hij kan niet verder denken dan zijn ogen zien.




Motieven: Een van de motieven is dat Kees telkens gedesoriënteerd wordt doordat zijn linkeroog en linkeroor niet werken.




Een ander motief is het Electro® -spelmotief. De hersens van de mens zijn voor de wetenschap nog grotendeels onbekend gebied. Bij het Electro® -spel (zoals weergegeven op de kaft) gaat het erom woordjes en plaatjes te verbinden doormiddel van twee stroomdraadjes. Kees Zomer lukte het lange tijd niet die verbinding te maken.




Perspectief: Het perspectief ligt bij de hoofdpersoon, Kees Zomer. Er is sprake van een ik-verteller, ook Kees Zomer.




Tijd: De verteltijd is 168 bladzijden, 7 hoofdstukken, dus een paar uur lezen. De vertelde tijd is 11 dagen, van 2 augustus tot 13 augustus.




Het verhaal loopt in chronologische volgorde. Er zijn wel een paar flashbacks als Kees aan vroeger denkt.




Ruimte: Het verhaal speelt zich af tussen Bergen aan Zee en Heemstede. De hoofdpersoon bevindt zich overwegend in ordeloze ruimte. Het zijn plaatsen waar dingen hun betekenis grotendeels verloren hebben. Vanaf het moment dat Kees weer in de bewoonde wereld komt is hij ook weer beter in staat zich te oriënteren.




AUTEUR EN DE KRITIEK:




Informatie over de auteur:




J. Bernlef is het pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. Hij is geboren op 14 januari 1937 in Sint-Pancras en bracht zijn jeugd door in Amsterdam en Haarlem. Na het eindexamen HBS in 1955 studeerde hij een half jaar aan de Politiek-Sociale faculteit van de universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn militairen dienst debuteerde hij met het verhaal "Mijn zusje Olga" in het tijdschrift "Hoos". Van 1958 tot 1960 woonde hij in Zweden, waar hij o.a. werkte aan "Stenen Spoelen" en "kokkels". Hij was een van de oprichters van het blad "Raster". Bekende boeken zijn onder andere Eclips(1993), Hersenschimmen(1984) en Publiek Geheim (1987 AKO-prijs).




Als dichter debuteerde hij in 1960 met de bundel Kokkels. In 1994 kreeg hij de P.C.-Hoofdprijs voor zijn gehele poëtische oeuvre. Een veel voorkomend verschijnsel in Bernlefs boeken is het thema "vergeten". In Eclips is het vergeten in de zin van verdwijnen en weer terugkomen. Het bewustzijn en geheugen van Kees Zomer, de hoofdpersoon, "verdwijnt" en komt langzamerhand weer terug.




De reacties bij het uitkomen (en later).




De kritiek bij het uitkomen van ‘Eclips’ was lovend en prijzend. Het boek werd met open




armen ontvangen.




T. van Deel: ‘Bernlefs roman is een prestatie. Net als in ‘Hersenschimmen’ lukt het hem om het betogende, essayerende karakter dat nu eenmaal aan het thema kleeft te verbinden met het verhalende. De tocht die de man onderneemt en die ten slotte leidt tot zijn terugkeer in de wereld, is gelardeerd met zoveel subtiele en helder onder woorden gebrachte reflecties aangaande tijd, ruimte, taal, realiteit, geheugen, melancholie, chaos, spreken, dat ‘Eclips’ met gemak een tweede en derde lezing doorstaat. Het wordt er alleen maar meer door dan het toch al was.’ (Trouw, 25-2-1993)




Anthony Mertens: ‘Wat ik van Bernlef telkens weer knap vind, is dat hij op zo’n sobere manier een beeld weet te geven van een verbijsterd bewustzijn waarin de voorstelling van de wereld in het ongerede is geraakt. Ook in deze roman weet Bernlef treffend de vaak mistastende pogingen van het bewustzijn om de werkelijkheid (weer) in de greep te krijgen, onder woorden te brengen.’




(De Groene Amsterdammer, 10-3-1993)




Verband van dit boek met andere werken van deze auteur?




Een veelvoorkomend verschijnsel in Bernlefs boeken is het thema "vergeten".(Zie eind ‘informatie over de auteur’.)




Welke andere werken van deze auteur ken je?




Hersenschimmen.




LEESERVARING:




Waarom dit boek/onderwerp?




Een reden waarom ik dit boek koos was om de titel. Het is een mysterieuze titel, dat vind ik een pluspunt van het boek. Een andere reden was dat dit onderwerp mij aanspreekt.




Waar heb je dit boek vandaan?




Ik heb dit boek geleend uit de openbare bibliotheek van Zuid-Scharwoude.









Hoe heb je dit boek gelezen en waarom zo?




Ik heb dit boek gelezen in de auto toen we op vakantie gingen. Ik had toen genoeg tijd en heb het boek in é é n keer uitgelezen.




Wat vind je goed en niet goed aan het werk.




Ik vind het een goed boek. Het verhaal is boeiend, goed te begrijpen voor iedereen en de zinsbouw is ook goed al zitten er wel rare zinnen bij.




ROMANTISCH OF REALISTISCH?




Het is een realistisch boek omdat het in de werkelijk ook zo zou kunnen gebeuren.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen