U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Buch - Het Dolhuis.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1051 en is laatst upgedate op 11/04/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3097 woorden.

Uittreksel Het Dolhuis van Boudewijn Büch



Boekbeschrijving



Auteur: Boudewijn Büch

Titel: Het Dolhuis

Druk: 15e

Uitgever, plaats, jaar: De Arbeiderspers, Amsterdam, 1994

Jaar van eerste druk: 1987

Aantal pagina’s: 186

Indeling: hoofdstukken

Motto’s:

‘Krankzinnigheid is eene ziekte, waarbij de werkzaamheid van geest en gemoed, gewoonlijk zonder koorts, zoodanig belemmerd is, dat de lijder, in meerdere of mindere mate beroofd van het vrije gebruik van rede, verstand en wil, verkeerd spreekt en verkeerd handelt’ – Geïllustreerde Ecyclopaedie (…) onder hoofdredactie van A. Winkler Prins (Rotterdam 1886, negende deel, p. 593)



‘Kind (Infans), das menschliche Individuum von seiner Geburt an bis zum Eintritt der geschlechtlichen Entwicklung.’ – Brockhaus’ Konversations-Lexikon (Berlin und Wien 1898, zehnter Band, S. 337)



‘Niets werd er voor hogere wijsheid gehouden dan het streven god te dienen. Daaraan moest, van de vroege ochtend tot de vroege avond, alles ondergeschikt worden gemaakt.’ – Anoniem (1981)



Samenvatting



Winkler Brockhaus is een jongetje van negen jaar en woont in Den Haag. Hij is een vrolijke jongen, die heel veel praat, en daardoor af en toe een beetje nerveus overkomt. Hij kan goed opschieten met de mensen die bij hem in huis wonen, zijn broers, zijn ouders en mevrouw Sprong, een oude mevrouw. Met zijn vader heeft hij een aparte band. Toen ze op een dag gingen vissen bij de Zonnehoek, een natuurgebied in de buurt, hadden ze samen naakt tegen elkaar aan gelegen. Winkler dacht toen dat dat gewoon hoorde bij een normale relatie tussen vader en zoon.

Soms gaat hij ook op bezoek op de kamer van mevrouw Sprong, de grootste van het hele huis. In zijn jeugd wordt het Winkler nooit helemaal duidelijk wie mevrouw Sprong nou precies is. Hij weet wel dat hij het er goed naar zijn zin heeft als hij in haar kamer is, en zijn broers ook. Het is een soort toevluchtsoord voor hem als zijn ouders ruzie hebben. Soms komt mevrouw Sprong een lange tijd haar kamer niet uit. Meestal is dat omdat ze ruzie heeft gemaakt met de vader van Winkler.

Regelmatig hoort Winkler zijn vader tegen zijn moeder zeggen dat hij vindt dat Winkler naar een tehuis moet, omdat hij zo nerveus is. Winkler vindt zichzelf helemaal niet nerveus, hij praat alleen veel. Toch moet hij naar een gekkenhuis voor kinderen, Huize Kindervrede, wat in Brabant ligt. Winkler krijgt te horen dat hij naar een vakantiekolonie gaat als hij in de zomer met mevrouw Sprong in de trein stapt. Al snel heeft hij door dat dit niet het geval is. Als hij aankomt bij Huize Kindervrede ziet hij een naargeestig gebouw. Eenmaal binnen wordt het er ook niet echt vrolijker op. Hij wordt ‘ontvangen’ door zuster Makela, een zeer strenge vrouw die hem meteen een klap geeft als hij zegt dat hij helemaal niet ziek is. Zuster Makela noemt Winkler steevast ‘patiëntje Brockhaus’ en geeft bevelen door Winkler aan te spreken met ‘we’, wat hem na een tijdje enorm irriteert. Al snel heeft Winkler door dat er in dit huis een strak regime heerst. De kinderen mogen niet met elkaar praten en ze moeten vaak naar de kerk. In het begin van zijn verblijf valt het Winkler zwaar om weinig te praten en niet tegen de zusters in te gaan, maar na verloop van tijd leert hij dit snel af. Bij elke opmerking die de zusters niet bevalt krijgt hij een oorvijg.

Op een dag moet Winkler aardappels schillen met Tommie, een ander jongetje uit het gekkenhuis. Als de aardappels geschild zijn, moeten ze in de pan gegooid worden. Tommie laat zijn aardappelschilmesje vallen in de grote pan met kokend water en hij moet het met zijn blote handen eruit halen. Als hij over de rand buigt, valt hij in de pan en wordt gekookt. Zuster Makela geeft Winkler de schuld van het ongeluk, omdat hij volgens haar beter had moeten opletten. Winkler richt vervolgens de Tommie-club op, samen met de andere jongens. Ze zullen Tommie voortaan vereren als een heilige.

Winkler vraagt regelmatig aan zuster Makela of hij een brief aan zijn vader mag schrijven. Meestal mag het niet, en als het mag, dan wordt de brief streng gecensureerd door de zuster, zodat er een brief overblijft waar alleen maar onbenullige dingen instaan. Gesprekken die Winkler heeft met de psychiaters van het gekkenhuis leveren ook niets op. Zij zijn al net zo streng voor hem als zuster Makela. Ze willen vooral weten wat er gebeurde toen Winkler met zijn vader ging vissen. Op den duur beseft Winkler dat de psychiaters zijn relatie met zijn vader helemaal niet zo normaal vinden en hij besluit ze niets meer te vertellen. Op zijn laatste behandeluur met zijn psychiaters krijgt hij te horen dat hij in een paar dagen naar huis mag. Ze beschouwen hem absoluut niet als genezen, maar ze zeggen dat ze de ‘kronkeling in zijn hersens’ niet kunnen vinden en dat er genoeg andere patiëntjes zijn die hun hulp harder nodig hebben. Als Winkler het huis verlaat weigeren de psychiaters en zuster Makela hem een hand te geven of op welke manier dan ook hartelijkheid te tonen.

Tijdens zijn reis naar huis verbaast Winkler zich erover hoe vriendelijk en blij iedereen is. Dat is hij helemaal niet meer gewend. Thuis merkt Winkler al snel dat de relatie met zijn vader heel anders is geworden dan hij altijd geweest was. Waar zijn vader eerst altijd nog hartelijk en aardig tegen hem was, is hij nu onverschillig en ongeïnteresseerd. Ze doen helemaal geen leuke dingen meer samen en Winkler eet zelfs alleen omdat zijn moeder dat beter voor zijn rust vindt.

Als Winkler volwassen is geworden is hij een bekend en geslaagd aardrijkskundige geworden. Hij publiceert vaak in kranten en tijdschriften en verschijnt soms zelfs op tv. Het lukt hem alleen niet een geschikte vrouw te vinden. Hij heeft wel vaak vriendinnen, maar de meesten verlaten hem na verloop van tijd omdat ze genoeg hebben over zijn eindeloze gepraat over zijn verblijf in Huize Kindervrede. Als volwassene tobt Winkler nog steeds ontzettend over de reden van zijn verblijf en het heeft een slechte uitwerking op hem. Hij drinkt heel veel en hij is zwaar depressief. Hij heeft zelfs verschillende zelfmoordpogingen ondernomen. Zijn vrienden worden ook een beetje moe van zijn gezeur over het verblijf in het gekkenhuis.

Winkler doet talloze pogingen om de nawerking van het verblijf in het tehuis kwijt te raken. Hij bezoekt dozijnen psychiaters en hij gaat op zoek naar het graf van Tommie. De dood speelt een grote rol in zijn leven, ook omdat hij altijd is blijven zitten met de dood van Tommie

Als Winkler voor zijn beroep in Tunis is, krijgt hij te horen dat zijn vader is overleden. Hij gaat terug naar Nederland en ontmoet op de begrafenis mevrouw Sprong. Zij vertelt hem dat het hele dorp altijd geweten had over Winklers relatie met zijn vader.

Later brengt hij een bezoek aan mevrouw Sprong, die ondertussen in een bejaardentehuis woont. Ze vertelt dat ze een relatie met zijn vader had, zelfs al voordat hij met Winklers moeder trouwde. Toen ze gingen verhuizen is mevrouw Sprong meeverhuisd, als huishoudster. Ondertussen ging Winklers vader gewoon door met zijn relatie met mevrouw Sprong. Ze vertelt Winkler dat zijn vader alleen gelukkig kon zijn als hij anderen pijn kon doen.

Winkler brengt wel vaker bezoeken aan zijn moeder, alleen nu wil hij absoluut de waarheid boven tafel krijgen, iets wat hem eerder nog nooit gelukt is. Na veel aandringen vertelt zijn moeder dat zijn vader haar uit de prostitutie heeft gehaald toen ze vijftien was. Hij heeft haar verder gebruikt als haar persoonlijke privé-hoer. Ook mevrouw Sprong gebruikte hij voor zijn ziekelijke behoefte aan seks, en later ook Winkler. Ook zijn moeder vertelt dat zijn vader mensen gewoon gebruikte, en ze dumpte als hij geen behoefte meer aan ze had. Ze vertelt dat ze nooit bij hem is weggegaan omdat hij dan aan het hele dorp zou vertellen dat ze ooit hoer was geweest. Winkler Brockhaus gaat naar zijn vaste café en drinkt De hele nacht door.



Thema



Incest tussen vader en zoon.



Titelverklaring



De titel ‘Het Dolhuis’ heeft te maken met het gekkenhuis waar Winkler een gedeelte van zijn jeugd in doorbrengt. ‘Dolhuis’ is eigenlijk een synoniem voor ‘gekkenhuis’. De diepere betekenis van de titel is waarschijnlijk dat Huize Kindervrede Winkler juist gek maakt. ‘Dol’ staat in ‘Dolhuis’ voor de absurde dingen die Winkler er meemaakt.



Analyse



Personages

Winkler Brockhaus

De hoofdpersoon van het boek, de lezer komt alles te weten over zijn gedachten en belevenissen. Als kind is hij vrolijk en druk, en hij leidt een normaal leven. Na zijn verblijf in Huize Kindervrede wordt hij echter een stil, teruggetrokken jongetje. Eenmaal als volwassene heeft hij een goede baan als aardrijkskundige, maar hij is wel zwaar depressief. Hij heeft vaak een vriendin, maar die houden het nooit lang bij hem uit. Hij heeft zijn verleden met het gekkenhuis nooit kunnen verwerken en hij vertelt daarom tegen iedereen hoe ellendig het voor hem geweest is. Hij krijgt weinig begrip van zijn vriendinnen en kennissen. Hij heeft wel vrienden, maar bij geen enkele kan hij zijn gevoelens uiten, waardoor hij eigenlijk heel eenzaam is. Hij is voortdurend op zoek naar antwoorden over de relatie met zijn vader, over wat er echt gebeurd is, en vooral waarom.

Hij is een round character, omdat de lezer al zijn gedachten en gevoelens meemaakt.



Vader Brockhaus

Winkler heeft voor zijn verblijf in Huize Kindervrede goed opschieten met zijn vader. Dit komt echter alleen maar omdat zijn vader hem uit wil buiten. Hij is geobsedeerd door seks en hij wil iedereen hiervoor gebruiken. Daardoor komt het dat Winkler, nadat zijn vader genoeg van hem heeft, naar een gekkenhuis gestuurd wordt. Op deze manier buit hij ook zijn eigen vrouw uit, en mevrouw Sprong, de oude mevrouw die in Winklers ouderlijk huis woont, met wie hij een relatie onderhoudt. Hij wordt pas gelukkig als hij grote macht heeft en mensen ongelukkig kan maken. Hij heeft grote macht over zijn vrouw, omdat hij haar chanteert met haar verleden als prostituee, en over Winkler, doordat Winkler enorm tegen zijn vader opkijkt.

De vader van Winkler is een flat character, omdat hij een groot gedeelte van het boek een beetje een mystieke figuur blijft. Het wordt lange tijd niet precies duidelijk wat hij precies voor een rol speelt in Winklers leven en wat hij doet met Winkler. Later pas wordt verteld hoe hij werkelijk was, door de moeder van Winkler en mevrouw Sprong.



Moeder Brockhaus

Zij wordt gechanteerd door de vader van Winkler en accepteert daarom wat hij met Winkler en haar doet, en zelfs dat hij een relatie heeft met mevrouw Sprong. Ze durft niet bij hem weg te lopen terwijl ze eigenlijk niets liever wil. Zelfs als haar man dood is, wil ze Winkler nog niet de waarheid vertellen over haar verleden als prostituee en over de ware aard van zijn vader.

De moeder van Winkler is een flat character, omdat nooit dieper in wordt gegaan op haar gevoelens en gedachten. Het hele boek is geschreven vanuit het perspectief van Winkler, wat alle andere personen eigenlijk flat characters maakt.



Mevrouw Sprong

Zij is de minnares van de vader van Winkler, terwijl ze veel ouder is dan hij. De reden waarom ze tot de dood van de vader van Winkler in zijn huis blijft wonen, terwijl ze het een machtswellusteling vindt, wordt niet echt duidelijk. Misschien is ze tot het einde toch verliefd gebleven, en kon ze zich niet losmaken van hem.

Mevrouw Sprong is een flat character, ze illustreert de obsessie voor seks die de vader van Winkler heeft.



Zuster Akela

Voor Winkler is zuster Akela een ware kwelgeest in Huize Kindervrede. Met haar harde klappen slaat ze alle levenslust uit Winkler. Zuster Akela is een type, een kwelgeest en echte ‘slechterik’.



Perspectief



In dit boek wordt een hij/zij-perspectief gebruikt.



Tijd



Het verhaal speelt zich af in Winklers jeugd, als hij een jaar of negen is, en sommige gedeelten een paar jaar later, als hij teruggekeerd is uit het gekkenhuis. Andere stukken spelen zich af als Winkler volwassen is, ongeveer een jaar of 35-40.

Het tijdverloop is in het begin van het boek op een bepaalde manier geordend. Na elk hoofdstuk wat zich afspeelt in zijn jeugd, komt er een hoofdstuk wat zich afspeelt als hij volwassen is. Later in het boek wordt deze volgorde niet meer gebruikt, en worden verschillende tijden uit Winklers leven willekeurig verteld. Jeugd en latere periodes worden nog wel afgewisseld, maar niet meer volgens het strakke schema uit het begin van het boek.



Ruimte



Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich af in Huize Kindervrede, het gekkenhuis waar Winkler in zit als kind. Er heerst een steriele, angstige sfeer. Alles is koud en kleurloos ingericht. De kamer van mevrouw Sprong is een andere ruimte waar Winkler af en toe komt. Dit is juist weer het tegenovergestelde van Huize Kindervrede. Winkler ziet deze kamer als een toevluchtsoord en hij voelt zich hier op zijn gemak. Behalve Huize Kindervrede en de kamer van mevrouw Sprong spelen ruimtes een kleine rol in dit boek. Het gaat vooral om Winklers overpeinzingen over zijn tijd in het gekkenhuis.











Beoordeling



Het Dolhuis is een zeer realistisch boek, wat vrij logisch is aangezien het een autobiografie is. Het knappe van dit boek is dat er niet echt wereldschokkende dingen in gebeuren, of hele spannende dingen, maar dat het boek toch interessant blijft van begin tot eind. Het boek is zo plezierig om te lezen, omdat je het leven volgt van een gewoon Nederlands jongetje die een rotjeugd heeft. Er gebeuren geen ongeloofwaardige dingen in het boek, en daardoor blijft het verhaal goed herkenbaar voor de lezer. Een boek mag bepaalde fantastische elementen bevatten, maar moet herkenbaar blijven voor de lezer.

Boudewijn Büch weet gebeurtenissen die eigenlijk best dramatisch zijn, zo te brengen dat het geen stroperige, sentimentele beschrijvingen worden. Het boek blijft een droog relaas van zijn jeugd. Ook als Tommie sterft, een ander jongetje uit het huis, word het geen trieste, ontroerende beschrijving, maar krijg je vooral te lezen hoe Winkler erover denkt en hoe hij zich af vraagt waarom dit gebeurd is. Een goed boek heeft geen sentimentele beschrijvingen.

In Het Dolhuis staan de verschillende perioden uit Winklers leven dwars door elkaar heen. In het begin leest dit een beetje irritant, maar al snel wordt duidelijk waarom dit zo is. In de hoofdstukken waar Winkler al volwassen is, lees je voortdurend dat Winkler psychisch op instorten staat. In het begin van het boek vind je het maar overdreven dat hij zo ingestort is door een verblijf in een gekkenhuis voor kinderen, maar als je meerdere hoofdstukken over zijn jeugd leest en over zijn verblijf in het tehuis, krijg je steeds meer begrip voor Winklers geestelijke staat. In zekere zin is dus een bepaalde samenhang tussen de hoofdstukken te ontdekken. Waar het ene hoofdstuk laat zien hoe Winkler er als volwassene aan toe is, geeft het andere hoofdstuk een verklaring hiervoor. In een boek moet een duidelijke structuur en samenhang tussen de hoofdstukken te ontdekken zijn.

Dit boek is ook tamelijk vernieuwend, omdat er bijna geen boeken over incest geschreven worden. Een goed boek hoeft niet per se vernieuwend te zijn, het is alleen prettig om af en toe over een nieuw onderwerp te lezen. Ook het onderwerp van psychiatrische inrichtingen voor kinderen komt niet vaak voor. Ook is uniek dat je als lezer iets te weten komt over de gedachten van een misbruikt kind. Die gedachten zijn anders zoals ik, en waarschijnlijk de meeste mensen, ze zouden voorstellen. In plaats van een angstig, schichtig kind dat bang is voor zijn vader, vindt Winkler de dingen die hij gedaan heeft met zijn vader doodnormaal. Ook dit is een sterk punt van Het Dolhuis. Een pluspunt van een boek is als het een bepaalde situatie vanuit een geheel andere invalshoek laat zien, op een manier waarop de meeste mensen er nooit over hebben nagedacht.

Het boek is simpel geschreven, wat heel prettig leest. Het boek bestaat over het algemeen uit korte zinnetjes die geen overbodige informatie bevatten. In dit boek vind je ook geen paginalange beschrijvingen van ruimtes of personen, waardoor Het Dolhuis alleen maar prettiger wordt om te lezen.



Informatie over boek en schrijver



Boudewijn Büch groeide met vijf broers (waarvan vier ouder dan hij) op in Wassenaar. Eén van zijn broers is Menno Büch, o.a. bekend geworden met een erotisch tv-programma. Boudewijn Büch had een moeilijke jeugd. Het huwelijk van zijn ouders was slecht en zijn vader leed aan oorlogstrauma’s. Toen hij elf was werd hij in een psychiatrische inrichting in Brabant geplaatst, en in 1960 kwam hij weer thuis. Zijn ouders waren toen gescheiden. Uiteindelijk pleegde zijn vader zelfmoord.

Hij maakte het gymnasium niet af, maar ging Nederlandse en Duitse Letteren studeren in Leiden. Hij studeerde ook filosofie en middeleeuwse geschiedenis. Hij debuteerde in 1976 met de gedichtenbundel ‘Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs’. In 1981 verscheen ‘De blauwe salon’, zijn prozadebuut. Hij werkte enige tijd als redacteur van een advertentie -en copywritebureau.

Boudewijn Büch kreeg grote landelijke bekendheid door zijn tv-programma’s. Van 1982 tot 1988 presenteerde hij het literaire programma ‘Büch’. Later kwamen er reisprogramma’s zoals ‘De wereld van Boudewijn Büch’. Ook in deze programma's steekt hij zijn liefde voor eilanden, bibliotheken, Mick Jagger en Goethe niet onder stoelen of banken.

Thema’s in zijn werk zijn: psychiatrie, de verhouding met een vader, de dood van zijn zoontje en homoseksualiteit. De vaak terugkerende kleur blauw staat voor dood en verlangen. In 1995 ging Boudewijn Büch met een soloprogramma langs de theaters: ‘Büch denkt hardop’, en in 1998 met het programma ‘Hoe word ik schrijver? Een cursus van Boudewijn Büch’. Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het Museum van het Boek in Den Haag stelde hij in 1998 een tentoonstelling samen uit de collectie tot 1850. Tentoongesteld werden veel reisboeken en boeken over ontdekkingsreizen. De tentoonstelling liep van 11-12-98 tot 07-03-1999.



Het Dolhuis, wat in 1987 verscheen, schreef Boudewijn Büch naar aanleiding van zijn eigen jeugd. Ik weet niet precies in hoeverre alles waar is, maar hij heeft in ieder geval als kind in een psychiatrische inrichting gezeten.



Je kan merken dat het boek in deze tijd geschreven is door de aanwezige treinen, auto’s enzovoorts. Aan het moderne onderwerp kun je ook zien dat het in deze tijd geschreven is, want vroeger werden niet veel romans geschreven over psychiatrie en incest.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen