U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Buch - Het Dolhuis.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1050 en is laatst upgedate op 02/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 754 woorden.

Boudewijn Büch, Het Dolhuis, Amsterdam, 1987, tweede druk.



Titelverklaring

Het dolhuis, zo noemde een Belgische vriendin de psychiatrische inrichting waar Winkler in zijn jeugd gezeten heeft en dat een grote rol in de rest van zijn leven heeft gespeeld speelde



Het verhaal

Het verhaal gaat over Winkler Brockhaus, een onbezorgde, vrolijke jongen. Hij heeft een goede band met zijn ouders en broers. Hij houdt veel van zijn vader, maar deze relatie is een beetje vreemd, Winklers moeder verwijt vader regelmatig dat hij ‘verboden gevoelens’ koestert voor zijn zoon. Winkler gaat vaak met zijn vader vissen bij de Zonnehoekbeek. Op een dag liggen ze samen nog na te genieten van het mooie weer, vader drukt de naakte Winkler tegen zich aan, maar schrikt. Hij twijfelt er op eens aan of het wel goed is, wat hij met z’n zoon doet.

Een jaar later reist Winkler met mevrouw Sprong naar een psychiatrische inrichting, Huize Kindervrede in Brabant. Winkler weet dan alleen nog niet dat het een gekkenhuis is, zijn moeder heeft gezegd dat hij op vakantie gaat. In ‘Huize Kindervrede’ gaat Winkler een vreselijke tijd tegemoet. Er heerst een strenge discipline in het tehuis, ze moeten drie keer per dag bidden, mogen niet lezen en heel weinig praten. Winkler snapt weinig van die vreemde regels, heeft een hekel aan de zusters en de strenge straffen. Hij moet vaak naar psychiaters, maar die gesprekken leveren niets op. Zij willen van hem weten wat er precies gebeurde als hij met zijn vader ging vissen, waar zijn vader hem kuste en hoe hij zich daarbij voelde. Op den duur beseft Winkler dat hij beter niks kan zeggen. De psychiaters vinden Winkler rare, moeilijk te genezen jongen. Na een paar jaar wordt Winkler dan ook ongenezen naar huis gestuurd, de zusters zijn van mening dat hij een schande voor het tehuis is en zijn opgelucht als hij weg is. Op de terugreis verbaast hij zich over de vriendelijkheid van het treinpersoneel en de lokettist, zoiets was hij in het tehuis niet gewend.

Na Winklers thuiskomt wordt hij zoveel mogelijk weggehouden bij zijn vader. Winklers moeder wil niet dat ze in één ruimte samen zijn. Winkler begrijpt het niet. Hij moet zelfs alleen eten, terwijl zijn broers gewoon bij hun ouders aan tafel mogen zitten.

Als Winkler volwassen is doet hij een zelfmoordpoging, vervolgens bezoekt hij een hele rits therapeuten en dokters, maar zij kunnen hem niet helpen. Waardoor Winkler nog meer gefrustreerd raakt, het gaat steeds slechter met hem. En hij raakt in een faillissement, wat jaren voortduurt.

Winkler verblijft voor zijn werk in Tunis. Op een dag krijgt hij het bericht dat zijn vader is overleden. Hij gaat onmiddellijk terug naar Nederland. Op de begrafenis ziet Winkler mevrouw Sprong weer. Ze praten over Winklers verblijf in Brabant. Mevrouw Sprong heeft al die tijd wel geweten dat Winkler het daar niet naar zijn zin had. Ze vertelt hem over de liefde tussen vader Brockhaus en hemzelf. Er werd in het dorp schande van gesproken, iedereen wist wat vader Brockhaus deed. Toen Winkler dit te horen kreeg, schokte het hem, een klein deel van de puzzel, waar hij z'n hele leven mee bezig was geweest was nu opgelost.

Het gesprek met mevrouw Sprong blijft Winkler bezighouden. Hij moet en zal weten waarom hij naar Huize Kindervrede werd gestuurd. Zijn moeder vindt echter dat hij moet stoppen met dat gewroet in het verleden.

Veel later besluit Winkler toch nog naar de inmiddels hoogbejaarde mevrouw sprong te gaan. Ze vertelt over de tijd dat ze bij Winklers familie kwam wonen. Ze had jaren vóór het huwelijk van vader Brockhaus al een verhouding met hem. Nadat hij met Winklers moeder was getrouwd, kwam mevrouw Sprong bij hen in huis wonen, als een soort huishoudster. Ze vertelt dat vader Brockhaus alleen maar gelukkig kon zijn door een ander pijn te doen. Winkler concludeert hieruit dat zijn vader dan wel een sadist moet zijn geweest.

Winkler gaat vervolgens naar zijn moeder en vertelt haar dat hij met mevrouw Sprong gesproken heeft, Winkler wil weten waarom zijn moeder nooit van vader gescheiden is. Ze onthult eindelijk de waarheid. Op 15-jarige leeftijd was moeder Brockhaus een hoer. Vader haalde haar uit de prostitutie. Hij bleek echter ziekelijke seksuele behoeftes te hebben. Het maakte niet uit met wie: kleine jongens, oude vrouwen… Vader dreigde echter bij een scheiding over moeders verleden te gaan praten.



Boudewijn Büch

Officiële naam: Maria Ignatius Büch

Geboren: 14 december 1948 te Den Haag

Genres: poëzie, roman, reisverslag.

Debuut: Nogal droevige liedjes voor kleine Gijs
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen