U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend/anoniem - Mariken Van Nieumeghen.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/8483582/ en is laatst upgedate op 16/12/2003.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1937 woorden.


Vertaald door Willem Wilmink

1998

Inleiding


‘Het is of je de krant van gisteren openslaat, vol klachten over een keiharde, materialistische samenleving, waar niemand meer iets voor een ander over heeft, waar alleen het ‘grote geld’ … het voor het zeggen heeft…’



In ‘Indecent Proposale’ wordt Demi Moore gevraagd om voor tien miljoen dollar te slapen met een miljonair. In eerste instantie zegt ze nee, maar het ‘grote geld’ ligt op haar te wachten en het duurt niet lang of ze kan de verleiding niet weerstaan. Wanneer ze het geld binnen heeft, verandert ze van een lieve sociale vrouw in een geldwolf met dollartekentjes in haar ogen.

Ik moest aan deze film denken tijdens het lezen van het toneelstuk ‘Mariken van Nieumeghen’. Ook zij is een vroom, lief meisje dat op een dag haar miljonair tegen het lijf loopt, de duivel. Wanneer zij na zeven jaren tot inkeer komt en naar de paus gaat voor vergiffenis vraagt hij haar: ‘Hoe kon je je met de duivel misdragen als je wist dat hij het was?’ (zin 1031). Haar antwoord: ‘Vader, de weelderige dagen, het grote geld, het grote bezit dat hij me gaf, ik verzeker u dit, maakte dat ik deed wat me nu doet rillen. Aan al mijn wensen, aan al mijn grillen, is hij steeds tegemoetgekomen…’ (zin 1036 tot 1040).

De wereld is vijf eeuwen flink veranderd, maar geld en macht hebben nog steeds dezelfde invloed op ons!



In 1471 wordt hertog Arnold van Gelre uit zijn gevangenschap in Buren bevrijd, deze gebeurtenis wordt in ‘Mariken van Nieumeghen’ verhaald. Dit geeft een tijdsindicatie van wanneer het stuk geschreven is. Er wordt geen jaartal in het stuk genoemd en de schrijver is ook onbekend. In die tijd was het niet gebruikelijk om je naam te zetten op stukken die je zelf gemaakt had.

Samenvatting van het verhaal


Mariken woont bij haar oom Gijsbrecht als hij haar voor boodschappen naar Nijmegen stuurt. Het lukt haar niet om voor het donker terug te keren en ze vraagt haar tante of ze een nachtje mag logeren. Deze scheldt haar uit voor onzedelijk gedrag. Mariken besluit te gaan slapen onder een boom, maar wordt daar verrast door de duivel vermomd als een mens, die zich voorstelt als Moenen. Hij belooft haar de zeven wetenschappen te leren als zij zijn vrouw wordt. Wel moet ze haar naam veranderen en mag ze geen kruizen meer slaan. Na enig twijfelen geeft ze toe en gaat ze met hem mee naar Antwerpen met een kleine tussenstop in Den Bosch. Ze blijven zeven jaar in Antwerpen wonen waar er veel mensen sterven door hun toedoen. Mariken, dan Emmeken geheten, weet dat ze in zonde leeft en dat Moenen slecht is, maar ze denkt dat het al te laat is om berouw te tonen? Als ze op een dag terug gaan naar Nijmegen blijkt het wagenspel van Masscheroen gespeeld te worden. Emmeken haalt Moenen over om het spel te bekijken en komt vervolgens tot inkeer. Ze wil niet meer met Moenen mee. Moenen wordt kwaad, tilt haar mee de lucht in en laat haar vallen. Als een wonder overleeft ze de val. Samen met haar oom Gijsbrecht gaat ze op zoek naar een bisschop die haar van haar zonden kan ontdoen. Uiteindelijk komen ze terecht bij de Paus in Rome die haar drie ijzeren banden geeft om haar armen en hals die alleen door Gods toedoen los konden gaan. Hierna reist ze naar Maastricht waar ze non wordt in het klooster voor bekeerde zondaressen. Pas na vele jaren stuurt God een engel naar haar toe om de banden te verwijderen. Twee jaar later sterft ze.

Conclusie


Al heeft een mens nog zo gezondigd in zijn leven, wanneer hij oprecht berouw heeft van zijn daden en hiervoor boet, kan hij gerechtvaardigd worden door God. God blijkt zo barmhartig dat hij de ergste misdaden nog wil vergeven.

Typering van de personages


Mariken/Emmeken:


Mariken is een mooie jonge maagd dat sinds de dood van haar moeder bij haar oom woont die priester is. Ze is aardig en beleefd. Wanneer ze door haar tante onterecht wordt beschuldigd van hoererij, is ze verdrietig en verward. Hierdoor sluit ze zonder verzet een verbond met de duivel. Ze verandert haar naam in Emmeken (kleine ‘M’), zodat ze in ieder geval de eerst letter van haar eigen naam behoudt en er nog steeds een verwijzing is naar de naam ‘Maria’. Als een mak schaap gaat ze vervolgens met hem mee. Ze is mentaal niet sterk genoeg om bij hem weg te gaan in de jaren die volgen. Pas wanneer ze letterlijk heeft gehoord dat God haar zal vergeven, komt ze in opstand tegen de duivel. Vanaf dan is ze vastberaden: ze zal boeten voor haar zonden. Dit houdt ze haar hele verdere leven vol.

Kennis, geld en liefde zijn erg belangrijk voor haar.



Ik vind Mariken in het begin van het verhaal naïef. Ze blijft aardig tegen haar tante, terwijl die de smerigste dingen over haar zegt. Waarschijnlijk is Mariken beschermd opgevoed door haar oom, als deze scheldkanonnade haar zo raakt, want ze weet werkelijk niet meer wat ze moet doen. Waarschijnlijk is dat de reden dat ze zonder er bij na te denken mee gaat met een vreemde man. Ik kan in de tekst niet terugvinden dat ze bang is dat haar oom ongerust wordt. Zeer vreemd als je je bedenkt dat Gijsbrecht haar op heeft gevoed en waarschijnlijk als een vader voor haar is. Pas na zeven jaar gaat ze hem missen!



Ook Mariken weet, net als Oedipus uit ‘Koning Oedipus’ van Sophocles, haar zonden waardig te dragen. Ze wil alles doen en heeft er alles voor over om vergiffenis van God te krijgen.

Moenen:


Moenen is de duivel. Hij heeft zich vermomd als mens om zo Mariken in te kunnen palmen. Hij heeft vanaf het begin slechte plannen met haar. Overal waar hij komt zaait hij dood en verderf en weet dit altijd zo te draaien dat het lijkt of hij onschuldig is. Heel soms komt zijn ware ‘ik’ in het bijzijn van Mariken naar boven.

Moenen had Mariken al snel willen vermoorden, maar dit lukte niet omdat Gijsbrecht voor haar bleef bidden.

Wanneer Emmeken naar het wagenspel wil kijken, heeft Moenen al door dat ze tot inkeer komt en dat wil hij juist voorkomen. Wanneer ze zegt dat ze niet meer met hem verder wil, raakt hij zijn geduld kwijt. Hij wordt kwaad. Op dat moment wordt het echt een duivel en laat haar zonder een spoortje twijfel van een grote hoogte vallen. Wanneer hij merkt dat ze niet dood is, komt hij opnieuw ‘zijn bezit’ opeisen. Gijsbrecht dreigt met een spreuk, waarbij Moenen zijn eigen hachje wil redden, zijn ‘prooi’ loslaat en verdwijnt.



Af en toe praat Moenen tegen Lucifer. Naar mijn weten is Lucifer ‘de duivel’, dus zou Moenen dat zelf zijn. Ik concludeer hieruit dat er meer duivels zijn. Hoe kan het ook anders dat hij zeven jaar lang bij Mariken is. De andere duivelse praktijken moeten doorgaan. Voor haar tien anderen, zou ik denken.

Moenen doet zich op het eerste gezicht slecht voor, maar toch lees ik tussen de regels door dat hij toch wel om Mariken geeft, omdat hij haar meerdere malen haar zin geeft. Zoals bij het terugkeren naar Nijmegen en het aanschouwen van het wagenspel en ook met haar naam sluit hij een compromis.

Gijsbrecht:


Gijsbrecht is een vrome priester en de oom van Mariken. Hij voedt haar op sinds zijn zus is overleden. Hij is een zorgzame man die veel van Mariken houdt. Als Mariken een aantal dagen weg is, wordt hij ongerust en gaat naar haar op zoek. Zijn zuster in Nijmegen liegt tegen hem hoe het Mariken is vergaan en zijn hart is gebroken. Toch blijft hij voor haar bidden.

Toevalligerwijs is Gijsbrecht erbij als de duivel Mariken laat vallen. Hij herkent haar pas als zij op de grond ligt. Hij denkt in eerste instantie dat ze dood is, maar als ze beweegt is hij zeer gelukkig. Hij is degene die de duivel weg weet te jagen, doordat hij thuis een boek heeft met formules en bezweringen, waarvan hij er een voor noodgevallen bewaart op een velletje in zijn gebedenboek die hij bij zich draagt.

Wanneer Mariken genezen is van haar val, reist hij overal met haar heen om ervoor te zorgen dat ze van haar zonden wordt verlost en later als ze in het klooster zit, bezoekt hij haar steevast een keer per jaar tot hij overlijdt.



Ik vind Gijsbrecht een lieve man. In het verhaal komt hij over als een vader waar je altijd bij terecht kan.

Tante:


De tante van Mariken uit Nijmegen is een naar mens. Door haar toedoen komt Mariken op het slechte pad terecht. Niet veel later pleegt ze om politieke redenen zelfmoord.

Taal


Op de linkerbladzijdes staat het stuk geschreven in het oud-Hollands, zoals Willem Vorsterman het in de zestiende eeuw heeft uitgegeven. Op de rechterbladzijdes staat de versie die vertaald is door Willem Wilmink rond 1998 in modern Nederlands. Bij het lezen van de vertaalde tekst houd ik toch het gevoel dat het een oud stuk is. Er worden veel woorden gebruikt die niet alledaags zijn, zoals deernis, bakkes en devoot.

De hoofdtekst is geschreven in rijm. Het grootste gedeelte is geschreven in AABB-vorm, alleen de monoloog van Mariken, wanneer ze weggaat bij haar tante is gekruist, de ABAB-vorm. De neventekst is niet in rijm.

Titel


De titel verwijst naar de naam van de hoofdpersoon: Mariken. In die tijd hadden mensen nog geen achternamen. ‘Van Nieumeghen’ duidt de plaats aan waar ze vandaan komt. Tegenwoordig zouden we de titel van dit stuk vertalen als: De Nijmeegse Marieke.

Eigen mening


Het verhaal is simpel. De hoofdpersonen worden niet uitgediept en de afloop is voorspelbaar. Toch vind ik het leuk om te lezen. Tussen de regels door kun je lezen hoe Mariken van een jong meisje verandert in een vrouw. En haar opstand tegen de duivel is herkenbaar. Hoeveel vrouwen blijven tegenwoordig nog steeds getrouwd met een ‘slechte’ man? Zelfs mishandeling is voor sommigen geen reden voor een scheiding. Wat dat betreft vind ik het knap dat ze besluit weg te gaan bij Moenen, terwijl ze op dat moment al jaren met hem samenleeft.

De manier waarop ze voor het eerst voor Moenen kiest vind ik minder geloofwaardig. Zij heeft op dat moment al het gevoel dat hij niet helemaal te vertrouwen is en toch gaat ze met hem mee, terwijl hij haar nota bene vraagt haar naam te veranderen en geen kruizen meer te slaan.



Wat ik interessant vind aan dit toneelstuk, is dat er veel symboliek in voorkomt. Zo leeft Mariken zeven jaar samen met de duivel en wil hij haar de zeven wetenschappen leren. De namen Mariken en Emmeken hebben beiden zeven letters. Zeven is een bijbels getal. Ook het getal drie komt vaker voor: de goddelijke drie-eenheid, de drie ringen, drie jaar na de zelfmoord van haar tante keert Mariken terug naar Nijmegen. Vreemd vind ik het wel dat ze nog maar twee jaar leeft, nadat haar ringen zijn afgevallen.Het getal twee staat meestal symbool voor de duivel, terwijl het toch twee goede jaren in vergiffenis zouden moeten zijn geweest.



Gijsbrecht zegt in dit toneelstuk een hele mooie zin: ‘Geen is verloren dan wie zich als verloren beschouwt.’ (regel 952) Veel mensen verliezen zichzelf in zelfmedelijden, ook Mariken deed dat in de jaren dat ze bij Moenen in Antwerpen woonde. Toch vond zij de weg terug naar God. Nu geloof ik niet in God, maar in mijzelf en ook jezelf kun je soms kwijt zijn. Voor die momenten is het goed om deze zin te onthouden, want er is altijd nog hoop, als je er zelf maar in gelooft!

Literatuurlijst



  • Auteur onbekend, ‘Mariken van Nieuwmeghen & Elckerlijc, zonde, hoop en verlossing in de late Middeleeuwen’, vertaald door Willem Wilmink, Uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 1998

  • http://www.vanderpluijm.demon.nl/titel/nieumeghen.html

  • http://studenten.samenvattingen.nl/search/open/1452555/

  • http://web.inter.nl.net/users/L.de.Groot/Nederlands/Literatuur/Analyses/marikena.ht

  • http://scholieren.samenvattingen.nl/search/open/3462295/






Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen