U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ellen Tijsinger - Morgenster.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=251 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2965 woorden.

Samenvatting

1:Waarom heb je dit boek gekozen?

* Ik heb dit boek gekozen omdat de voorkant er wel leuk uitzag. Toen heb ik de achterkant gelezen. Dat kwam me bekend voor. Ik kwam er toen achter dat ik al eens een stukje ervan gelezen had. Stond volgens mij in het Nederlandse boek. Dus dacht ik "ik moet hem maar lezen".



2: Beschrijf wat er op de voorkant van het boek staat.

* Een blond meisje dat in een container zit te rommelen en er een pak appelsap uit haalt. Erachter fietst een jongen met een rode sjaal die schrikt.



Wat heeft de illustratie op de voorkant van het boek met de inhoud van het boek te maken?

* Het is een gebeurtenis in het boek:

Door een onverwachte windvlaag fietste hij tegen een vuilniston aan. Toen pas zag hij het meisje. Ze graaide tussen het afval en peuterde een pak appelsap verder open. Teleurgesteld gooide ze het weg. In een papieren zak zaten schillen. Ze haalde er een klokhuis tussenuit, propte het in haar mond en zocht verder naar eetbare restjes. Thomas schrok.



3: Geef een titelverklaring

* Het boek Morgenster komt van Rosa Morgenster. Dat is het meisje die over de straaten zwerft. Zij heeft ook best wel een grote rol in dit boek.



4: Tot welke genre behoort het boek?

* psychologische roman



5a: Wat is het onderwerp (thema) van het boek?

* Pesten, weglopen, eenzaamheid en daklozen.



5b: Welke bedoeling heeft de schrijver met het boek?

* Hoe het kan lopen als je gepest word. Deze jongen word gepest wil niet meer naar school en gaat zwerfen. Dus om mensen duidelijk te maken wat pesten voor gevolgen heeft en hoe het leven op straat eruit ziet. Het is denk ik ook gewoon een stuk amusering.



6: Is het een interessant onderwerp? Leg je andwoord uit.

* Ja, ik vind van wel omdat het wat anders is dan andere boeken. Er zijn best veel boeken waarin kinderen gepest worden. Maar niet dat het zo word dat die persoon gaat zwerfen. Meestal worden ze in die boeken depressief en willen zelfmoord plegen. Dus dit is ook wel weer iets anders.



7: Wie waren de hoofdpersonen in diet boek? Beschrijf kort hun karakter en zeg iets over hun uiterlijk.

* Thomas: Hij is een gevoelige jongen van 14 jaar en die er erg mee zit dat zijn moeder er niet meer is. Hij word ook gepest op school. Hij heeft altijd oude kleren aan omdat ze thuis niet veel geld hebben. Hij word op school ook Thomas Tweedehands genoemt. Hij heeft bruin haar en bruine ogen.

* Rosa: Is een zwerfster en is heel direct. Ze denkt dat ze 16 jaar is. Ze heeft ook heel vaak woede uitvallen. Ze heeft lichtblauwe ogen. Blond haar. Heeft afgetrapte sportschoenen, en altijd vieze rouwrandjes onder haar nagels. Ze is tenger en heeft smalle voeten.



8: Vertel kort waar het boek over gaat.

* Thomas is 14 jaar en wordt heel erg gepest omdat hij er armoedig uitziet. Echte vrienden heeft hij niet waardoor hij zich eenzaam voelt. Vader is werkloos en zijn echte moeder is dood. Thomas ontmoet Rosa, een meisje zonder huis of thuis en raakt met haar be-vriend. Rosa komt een tijdje bij Thomas in huis wonen maar omdat Rosa weer vaker last van haar driftbuien heeft gaat Rosa weer terug naar haar oude plekje. Thomas zou haar daar brengen. Toen hij daar was wou hij niet meer terug en begint ook te zwerven. Want op school werd hij toch gepest en thuis zouden ze hem vast ook niet missen. Na 2 weken zegt Rosa dat hij terug naar huis moet gaan. Toen ze voor zijn huis stonden wou Thomas niet maar en rende weg. Joke (de stiefmoeder van Thomas) weet hem op het laatst te vinden en neemt hem mee naar huis. Hij is blij dat hij weer thuis is en zijn vader is ook helmaal niet boos.



9: Geef je beargumenteerde mening over het boek.

* Het is een super leuk boek maar ook niet een slecht boek. Je kunt ongeveer wel raden wat er telkens gaat gebeuren. Je zit wel helemaal in het boek. Als je 1 keer bezig bent kun je niet meer ophouden. Het is ook jammer dat het boek een openeinde heeft. Daar vind ik niet zoveel aan.


Wat vind je het mooiste, leukste, interessantste, engste, opvallendste deel van het boek? Geef aan waarom je dat deel gekozen hebt. Wat vind je het minst goede aan het boek?

* Het interessantste deel van het boek vind ik toch dat hij zwerfer is. Hij leert allemaal dingen als zwerfer zijnde. Die ik dan ook nog niet wist. Hij komt ook met andere zwerfers in aanraking en die mensen zijn ook weer allemaal anders. Het engste deel van het boek vond ik het deel dat Thomas hout moest zoeken en dan iets vindt. Een veter, schoen en aan de schoen zit een voet. Dat blijkt dan ook een zwerfer te zijn. Hij was zwaaronderkoelt en Thomas red zijn leven. Het minst goede van het boek vind ik het einde. Rosa komt in het ziekenhuis te liggen. En als Thomas daar komt ziet Thomas een vrouw naast het bed van Rosa liggen. Die vrouw blijkt de moeder van Rosa te zijn en is dus helmaal niet dood. Maar je komt nu niet te weten of Rosa met haar mee naar huis gaat. Dat ze geen zwerfster meer is en die soort zaken. Ook weet je aan het einde niet dat als Thomas weer naar school toe gaat dat hij dan niet meer gepest word en dat is erg jammer. Het beste van het boek is hoe de schrijvster het verhaal vertelt. Je komt de gevoelens van Thomas te weten. Zij beschrijft dat heel erg goed vind ik. Ook vind dat er geen overbodige dingen in staan. Alle dingen die ze schrijft hebben ook werkelijk wat met het boek te maken. Je heb soms ook boeken waar ze proberen er een dik boek aan te maken en allemaal overbodige dingen in zetten. Dan word het moeilijk om er door heen te komen. Het leest dan niet. Dat boek las heel simpel het taalgebruik was goed. Ik heb het ook in 1 keer uitgelezen.


Wat kun je van dit boek leren?

* Dat je niet moet pesten. Je leest hoe Thomas daar onzeker van word. De thuis situatie word er daardoor ook niet beter op. Hij word Thomas tweedehands genoemt omdat hij geen mooie kleren heeft. Alleen maar tweedehandse. Hij kan ook geen betere kleren krijgen omdat zijn vader geen werk heeft. Daardoor begint hij te schelden op zijn vader. Ook Joke Thomas' stiefmoeder komt er onder te lijden. Want zij is zijn tweedehandse moeder. Joke probeert wel om hem te overtuigen dat zij echt van hem houdt maar dat helpt helmaal niks. Thomas scheld haar ook uit. Ook gaat Thomas zwerfen omdat hij niet meer naar school wil omdat hij daar gepest word. Daar word hij ook niet beter van. Hij word ook ziek. Hij verandert zijn uiterlijk ook door een nieuw kapsel en andere kleren. Om maar niet meer herkent te worden. Dat kost hem ook heel veel geld. Alleen maar omdat hij gepest word dus ik denk dat dat de hoofdgedachte achter het boek is. Niet pesten want daar krijg je alleen maar problemen mee.

Gaat het boek over een onderwerp waar je wel eens overnagedacht heb of iets van gelezen hebt? Heeft het boek je nieuwe kanten van het onderwerp laten zien? Ben je het eens met de mening die uit het boek over het onderwerp blijkt.

* Ik heb wel eens over het onderwerp pesten nagedacht en ook wel eens wat van gelezen. Ook is er op school wel eens een toneelstukje over pesten geweest. Op de televisie is was er ook een reclame spotje over pesten "Game over" Pesten is geen spelletje. Maar over het onderwerp zwerfen heb ik niet echt overnagedacht of iets van gelezen. Je denkt dat overkomt mij toch niet of wat kan mij dat schelen. Als je een zwerfer ziet zitten, loop je er toch meestal maar met een grote boog omheen. Anders gaan ze misschien bedelen en ik heb daar geen geld voorover. Door dit boek te lezen kom je over het echte leven van een zwerfer. Altijd gevaar voor de dood en de kou die er in de winter ook altijd is. Ik ben het dus wel eens met de mening die uit het boek blijkt. Die is niet pesten daar komt alleen maar narigheid van. Op de basisschool werd ik niet echt gepest maar ze scholden me wel altijd uit. Dat vond ik altijd al niet zo leuk. Dus als je banden worden leeg geprikt of je tas word aan flarden gescheurd en er komt iemand met een mes op je af, kan ik me voorstelen dat Thomas niet meer naar school toe wil. En om alles toe ontlopen hij gaat zwerfen. Al voelt hij zich daar doodongelukkig en eenzaam. Zelf zou ik het denk ik niet doen. Ik zou proberen er met iemand over te praten. Misschien kunnen ze dan iets aan de situatie doen. Maar ik begrijp Thomas zijn keuze wel.


Stel: je mag een dag ruilen met één van de verhaalpersonen. Met welke verhaalpersoon zou je ruilen en waarom?

* Met Rosa, ik zou best eens willen weten hoe het daar op straat is. Om op straat te slapen, ijzer bij elkaar te zoeken voor wat geld. Rosa haar karakter staat me ook wel aan. Ze heeft een eigen willetje maar is ook tegelijk ook best wel kwetsbaar. Ze heeft ook heel veel fantasie. Ook heeft ze overal vrienden. Ze is ook heel erg snel tevreden met de situatie. Lijkt me ook heel gemakkelijk in het leven.

Ook zou ik wel eens een dagje Joke willen zijn. Ze word vaak uitgescholden door eigenlijk haar kind want zo beschouwt ze Thomas. Dat lijkt me wel heel zwaar als moeder dat je 'eigen' kind je verot scheld. En aan het einde van het boek hoe ze Thomas weet terug naar huis haalt. Hoe rustig ze blijft omdat ze van Thomas houd. Dan ziet Thomas dat ook eigenlijk in en accepteerd Thomas het dat zij zijn 'tweedehands moeder' toch een beetje zijn moeder is.



Maak zelf of zoek een kort uitreksel.

*De veertienjarige Thomas zit in de tweede klas van het vwo. Hij kan goed leren, maar wordt vreselijk gepest door zijn klasgenoten. Dat komt voor een deel doordat hij versleten en tweedehands kleding draagt. Thuis hebben ze het niet breed: zijn vader is al een tijd werkeloos.

Thomas' moeder is overleden toen hij heel jong was en jaren later is zijn vader hertrouwd met Joke. Thomas kan haar maar moeilijk accepteren, hoewel ze laat blijken dat ze veel van hem houdt. Thomas denkt vaak aan zijn moeder. Hij voelt zich eenzaam.

Op een ochtend, als hij zijn krantenwijk doet, ziet Thomas een meisje bij de afvalcontainers rondsnuffelen. Hij maakt kennis met haar. Ze blijkt Rosa te heten en is ongeveer zestien jaar. Ze leeft op straat. Binnen een paar dagen ontmoeten ze elkaar verschillende keren en langzamerhand groeit er een zekere vriendschap. Rosa woont in een oude ziekenwagen en Thomas bezoekt haar daar regelmatig.

Jongens van zijn school zien hem er een keer als ze langsfietsen en vernielen. Rosa's 'huisje'. Ze vlucht en vindt voorlopig onderdak en een opvanghuis voor daklozen. Daar zoekt Thomas haar op. Rosa is erg in de war. Thomas neemt haar mee naar zijn huis. Daar blijft ze een poosje, maar het is geen gemakkelijke tante. Ze heeft vaak vreemde woedebuien. Thomas' ouders maken duidelijk dat ze liever willen dat Rosa vertrekt.

Thomas brengt haar weg naar Amsterdam, waar ze een 'oom' kent. Als ze bij de oudijzerhandelaar, die Japie heet, aankomen en overnachten, besluit Thomas er ook te blijven. Hij heeft genoeg van het gepest op school en thuis voelt hij zich ook niet op zijn gemak. Japie geeft Thomas wat werk en dat bevalt hem eerst goed, maar het straatleven is toch zo zwaar dat hij ziek wordt. Dan vindt Japie het genoeg en zegt dat Thomas naar huis toe moet.

Rosa brengt Thomas naar huis. Vlak voordat ze er aankomen, vlucht hij. Hij durft zijn ouders eigenlijk niet onder ogen te komen omdat hij denkt dat ze heel erg boos zijn en zegt dat hij toch liever op straat leeft. Hij komt in een buitenwijk terecht, waar hij in contact komt met een groepje zwervers. Die avond redt hij een van de mannen van de bevriezingsdood. De volgende dagen zwerft hij in zijn eentje door de stad. Hij begint te twijfelen of hij hiermee moet doorgaan. Langzamerhand verlangt hij weer naar huis.

Op een avond zoekt hij de zwerversgroep weer op, die net samen met de gemeente een daklozenproject heeft opgezet en dat wordt feestelijk gevierd. Daar duikt Thomas' stiefmoeder op. Ze overtuigt hem ervan dat hij beter naar huis kan terugkeren. Dat besluit hij tenslotte te doen. Achteraf blijkt zijn vader helemaal niet boos te zijn en het viel allemaal wel mee Als Thomas Rosa opzoekt ligt ze in het ziekenhuis. Er zit een vreemde vrouw naast die haar moeder blijkt te zijn. Rosa had altijd vertelt dat die dood was. Maar dat bleek dus niet zo te zijn.


Zoek in de bibliotheek een recensie over het boek. Schrijf bij de recensie een kort commentaar waarin je op de volgende vragen andwoordt: Wat vindt de recensent van het boek? Waarom vindt hij/zij dat? Wat is jouw mening in vergelijking met die van de recensent?

*(Jelmer de Jager 13 jaar) Ik vond het een erg meeslepend verhaal, omdat ik goed kon meeleven met Thomas die allerlei ellende meemaakte. Ook met de andere personen kon ik wel meeleven ondanks dat het niet over hun gevoelens gaat, behalve met Rosa, want zij heeft nogal een gecompliceerde persoonlijkheid waardoor ik haar niet goed snapte.

Ik vond de meeste gebeurtenissen voorspelbaar, bijvoorbeeld dat op het eind Thomas niet meer rijker hoeft te zijn, zo gaat het heel vaak in boeken en films. Het heeft me aan het denken gezet, dat er blijkbaar in elke stad zwerfjongeren zijn. Ik vond de opbouw heel begrijpelijk, gewoon in de goede volgorde.Ook het taalgebruik was begrijpelijk, geen moeilijke woorden ofzo. Het heeft erge indruk op me gemaakt hoe erg Thomas gepest werd. Natuurlijk ben ik wel eens ergens geweest waar iemand gepest werd, maar zo erg heb ik het nog nooit meegemaakt. De pestkoppen vernielden Thomas' spullen, leegden een beker koffie in zijn tas en schopten hem zelfs tegen zijn hoofd. Ik vond het een heel mooi boek, de 'moeite van het lezen' waard.

*Ik ben het grotendeels met Jelmer eens, alleen dat hij Rosa niet begrijp snap ik niet. Misschien omdat ik een meisje ben en hij een jongen dat hij de meisjes dingen niet snapt ofzo. Ook vond ik het boek ook heel voorspelbaar, taalgebruik vond ik ook heel goed. Ik vond het ook een mooi boek en ook de moeite van het lezen wel waard.



Zoek zoveel mogelijk informatei voer de schrijver en het boek

* Ellen Tijsinger werd op 7 september 1947 geboren in Utrecht. In 1970 trouwde ze en ze kreeg een dochter en een zoon en heeft zelfs al een kleindochter, Eline Myrthe waar ze heel blij mee is. Ze houdt ervan om in een oude spijkerbroek en een slobbertrui door het bos of de duinen te zwerven: daar en in haar dromen worden haar boeken geboren.



Op school vond ze het nooit zo leuk. Je moest veel en mocht weinig. Dus ging ze achter in de klas zitten en schreef verhaaltjes en gedichtjes in haar rekenschrift. 's Avonds las ze alles aan haar zusjes voor.



Ze besloot lerares te worden in een leuk vak. Een aantal jaren heeft ze les gegeven in handenarbeid op een Havo en Atheneum. Later gaf ze bij het Middelbaar beroeps Onderwijs les in kinderpsychologie, kinderliteratuur en spelleiding. Vanuit haar vakkennis schreef ze een cursus Kinderpsychologie, en een cursus Kinderverzorging en spelleiding voor een schriftelijke onderwijsinstelling en artikelen voor Club, Ouders van Nu en Psychologie.



Voor Benny Vreden schreef ze vroeger liedjes en andere teksten voor grammofoonplaten. In die tijd verschenen er ook boeken over opvoedkunde en psychologie. Maar ineens besloot ze kinderboeken te gaan schrijven. Eerst kleuterboeken en later boeken voor de oudere jeugd. Ze geniet echt van het boeken schrijven. Het is haar werk, maar vooral haar hobby! Ze zou niet zonder kunnen!



De inspiratie voor de boeken die ze voor oudere jeugd maakt haalt ze vaak uit de reizen die ze maakt.

Ze is met een hulpgoederentransport naar Hongarije en Roemenië geweest en schreef toen ze thuis kwam "Vijandig vuur". Daarna trok ze met haar man door Nicaragua, dat leverde het boek "De zwarte vulkaan" op. Na een bezoek aan Burkina Faso in Afrika reisde ze met haar dochter Mariëtte door India voor het boek "Zonnekind".



Ze is erg geïnteresseerd in andere culturen en komt in haar boeken vaak op voor de zwakkeren in de maatschappij. Vriendschap, het maken van keuzes en jezelf ontdekken zijn aspecten die in haar werk een belangrijke rol spelen. Ze schrijft op een gevoelige, kwetsbare manier die kinderen, maar ook veel volwassenen aanspreekt.


Haar boeken voor kinderen van 5-9 jaar zijn:

- 1984 Soms ben ik boos

- 1985 Ben je belupklupt

- 1986 Soms is het feest




Haar boeken vanaf 10-12 jaar en ouder zijn:

- 1988 Word toch Wakker genomineerd door de Nederlandse Kinderjury in 1989 en in België bekroond met het Bronzen boek in 1990.

- 1989 Nikolaj genomineerd door de Nederlandse Kinderjury in 1990 en in België bekroond met het Bronzen boek in 1991.

- 1992 Dat had je gedroomd

- 1993 De tuin zonder eind

- 1994 Vijandig vuur

- 1995 Morgenster bekroond door de Nederlandse Kinderjury in 1996.

- 1996 De zwarte vulkaan

- 1997 Kaper op de vlucht

- 1998 Zonnekind

- 1999 Speurtocht naar het verleden

- 2000 Lotus brengt geluk

Ellen Tijsinger won voor diverse boeken veel Kinderjury's in het land en een paar titels werden vertaald in het Duits.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen