U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Buch - De Hel.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1035 en is laatst upgedate op 05/04/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1425 woorden.

Titel

De Hel



Schrijver

Boudewijn Büch



Jaar

1990



Genre

Novelle



Samenvatting

Laroux Brockhaus is de oudere broer van Winkler, die ook voor komt in andere boeken van Boudewijn Büch. Het gesprek thuis gaat over het gymnasium. Laroux verteld er de ergste verhalen over (het boek begint ook met: “Je gaat naar de Hel”), die Winkler heel bang maken. Zo zouden tijdens de gymles jongens uren in de touwen moeten hangen, met een klein stoffertje het hele schoolplein moeten vegen en met gestrekte armen een volle schooltas het hoofd houden. De eerste schooldag van Winkler bevestigt wat Laroux zei. Het is een somber gebouw en het stinkt er als de hel. Moeder prijst de school aan. Zelf had ze er graag heen gewild. Voor meisjes was school een soort ‘hemel op aarde’ zegt moeder, je kunt er namelijk dokter worden of advocaat. Zelf was ze achter de wastobbe gebleven.



Maar voor Winkler was het de hel. Fietsen over het schoolplein wordt de eerste dag al bestraft en er zijn toespraken in de kantine, het reglement word voorgelezen. Wanneer de rector binnenkomt gaat iedereen staan ‘Een blok beton stond in de deuropening.’ In het reglement staat dat er geen meisjes in of bij het schoolgebouw lopen, jongens mogen geen nauwe vriendschappen hebben (homofiel zijn), het kleinste plooiinkje word op school net zo bestraft zoals de russen de Hongaarse opstand neersloegen. Winkler en zijn vriendje Alexis moeten al de eerste week bij de rector komen. Als straf het hele geschiedenis boek overschrijven. Alex vindt de rector geen aardige man, Winkler vindt het een gek. Van de conrector krijgen ze er nog een straf bovenop: De eerste 100 pagina’s overschrijven van het aardrijkskunde boek. Laroux zegt er thuis van: “Ze hebben in een paar dagen al een wrak van je gemaakt.” Winkler wil tegen de zin in van zijn moeder naar de ambachtsschool en laat voor dertig gulden zijn fiets nakijken en er nieuwe banden opzetten. Liever dan naar het gymnasium gaat hij naar Frankrijk om er te werken. De fietsenmaker vertrouwd het niet en licht moeder in. Zij stapt naar de rector. Die zal wel eens ‘met dat weglopertje’ praten. Hij moet voortaan op school zijn huiswerk maken onder toezicht van een aardrijkskunde leraar.



De naam Goethe valt. Winkler heeft die naam wel eens eerder gehoord uit een boek van zijn vader. Zijn ouders zijn gescheiden. Zijn vader is uit de ouderlijke macht gezet, spreekt Duits, maar is geen Duitser. Hij is gevlucht. Hij is een Jood. Winkler voelt soms een groot verlangen naar zijn vader, hoewel vroeger de omstandigheden thuis wel eens moeilijk waren, zelf onverdraaglijk waren. In een brief aan zijn vader klaagt hij over antisemitisme op school en vraagt hij hem naar de rector te gaan. De wiskunde leraar zegt dat er ook wel domme joodjes zijn en klaagt over rock en roll muzikanten. Winkler overtreft iedereen tenslotte in brutaliteit door de wiskunde leraar een plakkop te noemen. ‘Hier werd een durf geëtaleerd die ongekend was en die Winkler in de pauzes tot de held van de school zou maken, maar waarvan de consequenties naar verwachting diepgaand zouden zijn.’ De leraar stuurde hem naar de rector met de boodschap dat hij hem het hele jaar niet meer in de klas wilde zien. Op de rectors kamer omhelsde Winkler zijn vader. Die eist genoegdoening van de rector voor de antisemitische uitspraken van twee leraren. De rector stelt een gesprek voor, waar Winkler volgens zijn vader bij aanwezig moet zijn. Thuis vertelt hij over de actie van zijn vader, waarop zijn moeder antwoordt: ”Je weet hoe je vader is die maakt van alles een verschrikkelijke stampij(…) We zijn toch niet voor niets katholiek geworden(…) Ik ben juist van je vader gescheiden, omdat ik rust in het gezin wilde. Die verdomde oorlog haalt onze familie uit elkaar.” Winkler zoekt in een encyclopedie de betekenis van het woord antisemitisme op. Zijn vader is in mei 1940 uit Nederland gevlucht. De oorspronkelijke voornaam van Winkler was Lothar. Zijn achternaam ‘Mantoua’ is Brockhaus geworden. Toen de jongens vijf en zes waren, zijn ze katholiek omgedoopt. Het gesprek van vader, moeder, Winkler, de twee leraren en de rector loopt helemaal uit de hand. De leraren stamelen excuses en vertellen over onaangename ervaringen met Joden. De rector schorst de leraren, maar Winklers vader eist ontslag. Ze gaan voor onbeperkte tijd met ziekteverlof. De hele school weet binnen twee dagen alles. Winkler wordt plotseling een even grote zeldzaamheid als de enige neger die de school rijk is. Hij kan klieren wat hij wil, maar word niet meer de klas uitgestuurd. Op last van de rector gaan de leraren het een en ander over de oorlog vertellen. De leerlingen zien gruwelijke films. Winkler heeft er een wereld bij gekregen. Hij wordt toegesproken als een overlever van de oorlog hoewel hij in 1948 geboren is. Intussen word van hem verwacht dat hij de hele geschiedenis van de twintigste eeuw paraat heeft. De beul van de school, de gymleraar Staal, blijkt in een Jappenkamp gezeten te hebben en een rails in Birma aangelegd te hebben. Toch gaat van deze gymleraar een geheime dreiging uit: ”Je hebt twee van mijn collega’s het ongeluk in gestort omdat je ouders toevallig een goed verhaal hadden.” Winkler wordt met een stok de touwen in geslagen. Een van de leraren wordt steeds gekker. De rector beschuldigt jongens ervan deze man ‘aan het eind van zijn verstand’ gebracht te hebben. Bij de leraar Latijn opent Winkler een traangasampul. De leraar sluit de klas op in prikkelende stank en gaat er zelf vandoor. De rector, de leraren en de conciërge kijken van buiten toe. “Jullie ras verloochent zich nooit” aldus de rector. Hij verwijdert Winkler van school. “Jij gaat naar de bodem van deze maatschappij,” krijst zijn moeder. Winkler begrijpt zijn moeder, de wereld en zichzelf niet meer. Winkler wordt als meteropnemer aangenomen en leert al snel het verschil tussen de lucht in arbeiderswoningen en villa’s. Het verschilt ook tussen spruitjes lucht en fris gewreven marmer.



Na een half jaar gaat hij opnieuw naar een middelbare school, ditmaal een avondopleiding. Hij haalt zijn eindexamen gymnasium en gaat Nederlands studeren. Hij maakt zijn studie eerder af dan de meeste van zijn voormalige klasgenoten. Op zijn veertigste is hij op enkele gebieden een gezaghebbend man. Die leraren hebben mooi toch ongelijk gekregen: hij ís iemand geworden. Hij verschijnt zelfs op de televisie als panellid en word gevraagd voor spelletjes. Het gekke is dat allerlei mensen zijn succes claimen. De saaiste leraar Nederlands zegt dat hij vroeger zulke fraaie opstellen schreef, terwijl hij van hem nooit hoger kreeg dan een vijf. Als hij na jaren een reunie van de school bezoekt, blijkt er van alles verandert te zijn. Er zijn jongens en meisjes, er wordt hasj gerookt, er is bier en er wordt gevreeën én er is een condomenautomaat. In de fietsenkelder ontmoet Winkler zijn oude gymleraar Staal, die in een invalidenwagentje zit. “Ik heb jou getreiterd en nou sar je terug.” “Waarom deed U altijd zo rottig?” Staal ging zijn hele leven gebukt onder de frustratie over de stokslagen van de Japanners. Winkler zegt dat hij het slachtoffer was van antisemitisme, terwijl hij niet eens wist dat hij Joodse ouders had. “Bij jou thuis was het een hel” zegt Staal. “De school was een hel en ik zat zelf in de hel.” Er komt een soort verzoening tussen beide. De leerlingen moeten hem “Ronnie” noemen. Winkler ontmoet een leraar die toen ontslagen werd. Hij verloor een jaar na zijn ontslag zijn vrouw, die zelf Joods was. De andere docent die toen ontslagen werd blijkt zich toen uit pure wanhoop voor een auto gegooid te hebben, na zijn hele bezit aan de staat Israël te hebben geschonken. Zijn vader was oostfrontstrijder. Op het journaal ziet Winkler dat zijn oude leraar Frans gehuldigd wordt. Hij was een Engelse oorlogsvlieger, is neergeschoten, verloor zijn arm en heeft in de oorlog joodse kinderen laten onderduiken. Zijn oude leraar geschiedenis pleit als rechts-nationalist voor een Nederland zonder buitenlanders. Zijn vroegere tekenleraar woont naast Winklers vriend. Die is gaan speculeren en vele malen miljonair geworden maar in de oorlog heeft hij zijn vrouw, zijn kinderen en zijn huis door een V-1 verloren. Die slag is hij nooit meer te boven gekomen. De conciërge is als eigenaar van een gokhal intussen steenrijk. De kantine jufrouw verongelukte op straat kort na haar pensionering. Zijn leraar Nederlands opende een bar in België. De aardrijkskunde leraar werd landelijk bekend als een spinetbouwer. De rector is na zijn emiraat in kaapstad hoogleraar geworden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen