U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - De Val.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21228/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2306 woorden.

Motto

'I imagine, sometimes, that if a film could

be made of one's life, every other frame

would be death. It goes so fast we're not

aware of it. Destruction and resurrection in

alternate beats of being, but speed makes it

seem continuous. But you see, kid, with

ordinary consciousness you can't be even

begin to know what's happening.'

Saul Bellow (The Dean's December)

Dit kun je vertalen met:



'Ik stel me soms voor dat als er een film van

iemands leven zou kunnen worden gemaakt, dat

alles wat je niet ziet , de dood voorstelt. (Het

raamwerk om het beeld zelf, wat je door de

snelheid niet ziet.) Het gaat zo snel dat we er niet

bewust van zijn. Ondergang en verrijzenis in

afwisselend tempo van het bestaan, maar de

snelheid maakt het dat het onafgebroken schijnt.

Maar je ziet, kind, met het gewone bewustzijn

kun je niet eens beginnen te begrijpen wat er

aan de hand is.'



Een film bestaat uit beelden en een kader eromheen. Doordat een film snel wordt afgespeeld zie je dat kader niet en weer je dus niet wat er gebeurt. Het leven is dus onberekenbaar omdat je niet kan overzien wat er gaat gebeuren, zoals wanneer je dood gaat. Dit versterkt het centrale thema toeval. Alles in het leven wordt bepaald door het toeval.



Schrijver



Marga Minco wordt op 31 maart 1920 als Sara Minco in Ginneken geboren in een orthodox-joods gezin. Al spoedig laat ze zich in plaats van Sara, Selma noemen. Na haar schooljaren treedt ze in 1938 in dienst van de Bredasche Courant als verslaggeefster. Daar werkt ze tot het moment dat de directie verplicht wordt joodse personeelsleden te ontslaan. In deze tijd ontmoet ze de journalist en auteur Bert Voeten, die haar echtgenoot zal worden.



In het begin van de oorlog verblijft ze in Assen, Delft en Amsterdam. Ze krijgt een lichte vorm van tbc en belandt in ziekenhuizen in Utrecht en Amersfoort. In het najaar van 1942 komt ze terug in Amsterdam bij haar ouders die inmiddels op last van de bezetter wonen in het zogenaamde 'Judenviertel'.



Dan komt de dramatische gebeurtenis die haar leven ingrijpend verandert en haar toekomstige literaire werk bepaalt: haar ouders worden opgepakt, zelf heeft ze de kans te ontkomen. Ze verblijft de rest van de oorlog op onderduikadressen en woont, voorzien van geblondeerd haar en een nieuwe naam (Marga Faes, de voornaam houdt ze aan), vanaf de zomer van 1944 met Bert Voeten in Amsterdam. Ze is de enige van haar familie die de oorlog overleeft: haar ouders, broer en zus worden door de Duitsers omgebracht.



De val is een novelle geschreven naar aanleiding van een krantenbericht over een oude vrouw die door een val in een put van de stadsverwarming om het leven kwam.



Thema

Toeval is het belangrijkste thema.

De grote rol die toeval in dit verhaal speelt, is al vanaf het begin duidelijk. Het toeval dat Frieda niet gepakt is en haar familie wel omdat zij voor een kleinigheidje even naar boven was gelopen. Het toeval van de Duitsers die haar familie mee hadden genomen, die misschien alleen maar naar hun huis waren gegaan omdat Kessels argwaan had gewekt door zo snel te fietsen.

Het toeval van de plotselinge windvlaag waardoor Frieda haar evenwicht verliest en de dood vind. Het toeval van het niet plaatsen van hekjes voor de put wat ze anders wel altijd deden



Fragment dat mij het meeste aansprak

Het moment dat ze denkt hoe het is gekomen dat ze haar man en 2 kinderen is kwijt geraakt.

En dan vooral blz. 31 en blz. 32

De gedachtes worden hier heel mooi beschreven. Haar hele leven heeft ze een schuldgevoel. Ze is alleen achtergebleven, ze heeft het overleefd, terwijl haar man en kinderen door de bezetters zijn gepakt. Dat vind ik een belangrijk stuk, en dat is mij ook bijgebleven.



2 Andere fragmenten

Een ander fragment dat me is bijgebleven is natuurlijk de val in de put die Frieda maakte op de dag voor haar verjaardag. Dat is me bijgebleven omdat daar eigenlijk heel het verhaal omdraait. Blz. 69 en 70 tot: 'In ieder geval heeft ze niet meer dan twee, drie stappen gedaan voor ze de grond onder haar voeten voelde verdwijnen.

Ik vind dat heel mooi beschreven. Hoe het zo toevallig is dat ze juist op die plek loopt, bij een put zonder hekje, en dan die inschattings tijd, of haar verkeerde ogen, alles bij elkaar heeft het toch tot haar dood geleid.



Nog een ander bijgebleven fragment, is het moment dat Ben Abels en Hein Kessels met elkaar praten. Ook zij komen op de toevallig heden terecht. En hebben elkaar ook toevallig ontmoet, omdat Kessels inviel voor een andere zieke ambtenaar.

Blz. 85 Hij zat er al' t/m 92 'had hij gezien dat hij mankte.

Het is best bizar. De lezer komt nu precies te weten hoe het vroeger is gebeurd. Ook allemaal berust op toeval. Maar de hoofdpersoon, Frieda, heeft het nooit geweten, en zou het ook nooit meer te weten komen.



Herkenning van iemand in het verhaal

Ik herken eigenlijk niemand. De oude vrouw kan ik niet echt met mijn oma vergelijken. Ze hebben niemand verloren in de oorlog. En ze hebben er ook nooit over gepraat. Dus van hun heb ik nooit verhalen gehoord.

Wel zou ik misschien iemand herkennen in het vrouwtje met die groene jurk. Mijn oma zit in een verpleegtehuis voor demente mensen. En daar lopen ook mensen rond die best wel ontactloos kunnen zijn. Mezelf herken ik er in ieder geval niet in, ik ben natuurlijk ook een stuk jonger.

Onderwerp

Zie thema.



Symboliek en beeldspraak

In de verschillende gebeurtenissen in het verhaal, wordt het onderwerp door middel van symboliek en beeldspraak verduidelijkt. Er zijn kleine dingen die gebeuren voordat het toeval weer toeslaat. Als Frieda het vest van Olga gevonden heeft, luistert ze naar de duiven die koeren (vrede). Plotseling wordt dat geluid verstoort, en hoort ze deuren dichtslaan en blijkt dat iedereen in het huis is opgepakt behalve zij' Het warme vest geeft overbezorgdheid aan (dit wordt haar fataal')

Verder neemt Frieda de foto van haar man overal mee naar toe. Ook legt ze vaak alle foto's die ze nog heeft, uit op tafel. Deze foto's betekenen erg veel voor haar. Maar deze foto's werden haar dood, want doordat ze de foto's in haar tasje had, wilde ze haar tasje niet openmaken om er een zakdoek uit te pakken, om haar tranen te drogen. Hierdoor bleven haar ogen een beetje nat, zodat ze waarschijnlijk een wazig beeld voor zich had, en zo de put in tuimelde. Later werden de doorweekte foto's gevonden en in een asemmer gegooid. Dit betekent een dubbele ondergang (eerst de val in de put, later in de asemmer).

Ook de ruiten van de bestelwagen zijn symbolisch. De ruiten zijn beslagen. Dit betekent dat Frieda haar leven niet goed kan overzien.

Het vieze, stormachtige weer op de dag van Frieda's dood en op de dag van de verdwijning van haar man en kinderen, is ook symbolisch:

'Het was een kille, regenachtige aprilavond.' (blz. 21)

Hier een voorbeeld van het slechte weer op het tijdstip dat Frieda in de put valt:

'De wind was overal' hij cirkelde om haar heen, hij achtervolgde haar tot ze tussen de muur van het kantoorgebouw en de auto stond.' (blz. 69)



Hoe ik zelf om zou gaan met dit onderwerp

Dat zou ik eigenlijk niet weten. Ik heb nog nooit in zo'n soortgelijke situatie gestaan. Ik heb de oorlog niet meegemaakt. Heb ook nog geen echte dierbaren verloren. (Behalve 2 opa's en een oma, maar toen was ik ook nog jonger).

Maar ik denk dat Frieda ook niet veel anders had kunnen doen. Alles is berust op toeval, en daar kan je nou eenmaal niks aan veranderen.



Climax

- De val waardoor Frieda's man en kinderen werden opgepakt

- De val in de put met kokend water, waardoor Frieda overleed

Deze gebeurtenissen worden goed beschreven want de schrijver vertelt precies waarom ze nou net boven was, (ze moest een vest ophalen) toen de rest van de familie werd opgepakt en waarom ze daarover straat liep, (ze moest gebakjes halen).

De gebeurtenissen zijn op zich niet spannend want je voelt het aankomen. Je had het bijvoorbeeld al kunnen verwachten dat ze in de put zou wandelen want de titel is "de Val" en vanaf het begin ben je ook steeds op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen die zich bij de gemeentewerkers afspeelden.

De gebeurtenis die de grootste indruk op mij heeft gemaakt was de val die Frieda in de oorlog van de trap maakte, omdat je tot aan het eind niet wist hoe het nou eigenlijk gelopen was.

Het leuke aan het boek vond ik dat de schrijver zo geheimzinnig deed over de verdwijning van de familieleden waardoor je aan het denken werd gezet.



Hoofdepersonen

Frieda Borgstein: Frieda is een oude, beetje eenzame vrouw van 84 jaar. Ze woont in een bejaardencentrum. Het is daar voor oude mensen heel leuk, maar Frieda vindt het daar soms ook heel saai en ze gedraagt zich ook niet zo oud als de rest. Ze komt nog wel kwiek over en gaat liever haar eigen gang en raakt daardoor ook geïrriteerd door de bezorgdheid en de vriendelijkheid van het personeel. De andere mensen in het tehuis bemoeien zich met van alles en nog wat, maar zij niet. Zij wil nog wel heel zelfstandig zijn, dat kan ze ook wel, maar tot op zekere hoogte. Frieda heeft de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en heeft daar een verschrikkelijke herinnering aan. Zij is de enige van haar familie die de oorlog heeft overleefd. Deze herinnering beheerst haar leven, het is een soort trauma voor haar geworden. Ze leeft ook heel erg in het verleden, kijkt vaak naar de foto`s die ze nog heeft van haar familie en beleeft alles in gedachten opnieuw. Na de oorlog is ze boekhoudster geworden op een groot handels kantoor. Daardoor is ze verslaafd aan rekenen en doet dit op de vreemdste momenten en met de raarste dingen.



Andere belangrijke personen:

Ben Abels: Hij werkte vroeger bij Frieda haar man op het makelaarskantoor als hulpje. Nu is hij manusje-van-alles in het bejaardencentrum waar Frieda woont. Ook hij denkt nog vaak terug aan het verleden, maar niet op dezelfde manier als Frieda. Hij is een goede vriend van Frieda geworden.

Baltus: Een van de gemeentewerkers die aan de putten moet werken tegenover het bejaardencentrum. Hij komt niet erg tevreden over, een beetje een zeur.

Verstrijen: De andere gemeentewerker. Hij is een man van ongeveer 35 jaar die vaak ruzie heeft met zijn vrouw.

Hein Kessels: Vroeger was hij een vriend van Frieda`s man. Hij was degene die hen zou helpen met hun ontsnapping naar Zwitserland.

Het kan zijn dat hij de verrader is. Want hij komt nogal vaag over. Ook zegt hij, dat hij al zo';n rustige zondag, 21 april had uitgekozen, maar 21 april viel dat jaar op een dinsdag. Als lezer veronderstel je dus dat hij de verrader is.



Ontwikkeling en onderlinge relaties

De hoofdpersoon, Frieda Borgstein, maakt geen ontwikkeling door in het verhaal. De lezer weet maar 1 dag uit haar leven, de dag voor haar verjaardag. De rest kom je te weten uit haar gedachte.

De rest van de personages zie je dus ook maar 1 dag en maken dus ook geen ontwikkeling door.

De onderlinge relaties vallen ook wel mee.

Ben Abels werd vroeger geadoreerd door de dochter van Frieda. Nu ze hem bij toeval weer tegenkomt, omdat hij bij haar in het bejaardentehuis werkt, krijgen ze wel een speciale band.

Verder hebben Verstrijen en Kessels een werkrelatie.



Korte samenvatting

De 84-jarige Frieda Borgstein gaat in tegenstelling tot andere jaren haar verjaardag wel vieren. De tijd voor dat ze weggaat, denkt ze nog over allerlei dingen. Bijvoorbeeld hoe ze haar man en kinderen is kwijtgeraakt in de oorlog.

Ze gaat alleen op stap om nog wat dingen te regelen. Niemand gaat met haar mee omdat ze allemaal met andere dingen bezig zijn. Frieda valt op haar weg naar het centrum in een openstaande put en dat wordt haar dood.



Aanbeveling

Aan de ene kant zou ik het boek wel aanbevelen.

Het is makkelijk te lezen. Er staan geen moeijke woorden in. Het is totaal niet dik, en het verhaal is opzich wel mooi. Een doodgewone dag van een bejaarde vrouw. Je leest haar herinneringen en gedachtes.

Maar aan de andere kant beveel ik het ook weer helemaal niet aan. Het verhaal is gewoon té toevallig en heel voorspelbaar.



Onopgeloste vragen

- Waarom doorzochten de Duitsers het huis niet, op zoek naar overgebleven familieleden?



- Is Frieda ooit op zoek gegaan naar familie die de oorlog wel hadden overleefd? Wist ze bijvoorbeeld van Hein Kessels bestaan af?



- Hoe heeft Frieda de rest van de oorlog overleefd?



- Wat is de rol van Carla in het verhaal?



Titelverklaring.



De titel 'De Val' kan meerdere figuurlijke en letterlijke betekenissen hebben.



Letterlijke betekenissen:

- Frieda Borgstein struikelt in het verleden op één van de onderste treden over een losliggende roe en even later ook nog over een citybag in de gang, ze valt dus waardoor kostbare tijd verloren gaat en de grijze auto met haar man en kinderen, die ze daarna nooit meer terug zal zien, zonder haar vertrekt.

- Frieda valt letterlijk in een verwarmingsput die net leeggepompt wordt door gemeentewerkers.



Figuurlijke betekenissen:

- Nadat haar man en kinderen opgepakt zijn, heeft Frieda haar verdere leven gedacht dat ze in de val is gelokt door de man die haar naar Zwitserland zou brengen.

- De val van de familie Borgstein, die zelfs twee keer wordt verteld in het verhaal. Ten eerste de letterlijke val (ondergang) in het concentratie kamp waar ze waarschijnlijk in terecht zijn gekomen. Ten tweede de figuurlijke val, wanneer de doorweekte foto's van de familie Borgstein in de asemmer worden gegooid.

- Tenslotte kan de val ook 'toeval' betekenen. Het woordenboek geeft een gezegde dat luidt: 'naar de val gaat het af', wat betekent: alles hangt af van de omstandigheden, van het toeval. Het was toeval dat Frieda struikelde over de onderste trede van de trap, en het was toeval dat ze in de put viel.



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen