U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Herman Brusselmans - Guggenheimer Wast Witter.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1022 en is laatst upgedate op 24/01/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 7118 woorden.

Titel
Guggenheimer wast witter

Auteur
Herman Brusselmans

Pagina's
255

Uitgever
Prometheus

Jaar uitg.
1996

Plaats uitg.
Amsterdam

Andere werken
De man die werk vond (1985), Heden ben ik nuchter (1986), Vrouwen met een IQ (1995), De terugkeer van Bonanza (1995), Autobiografie van iemand anders (1996)

Tekstbeleving


Onderwerp
Het thema van deze roman is niet echt origineel omdat veel schrijvers kritiek leveren op de huidige samenleving. Het onderwerp van de gebeurtenissenlaag was daarentegen wel origineel en interessant, omdat Brusselmans over een persoon schrijft die eigenlijk erg antipathiek is, maar waar je om de een of andere reden toch niet echt een hekel aan krijgt. Ik ben niet van mening veranderd of aan het denken gezet door het boek, maar ik vond de manier waarop Brusselmans Guggenheimer 'neerzette' wel vermakelijk.

Gebeurtenissen
De nadruk ligt vooral op de gebeurtenissen in het boek. De verschillende zaken die Guggenheimer aan zijn hoofd heeft worden langzaam maar zeker opgelost. De gevoelens van de hoofdpersoon komen natuurlijk ook aan bod, maar hier wordt niet echt psychologisch of diep op ingegaan. Zijn gedachten dienen meer op een beeld van hem te schetsen. De gebeurtenissen zijn vaak ongeloofwaardig en absurd en hebben dan ook weinig herkenbaars, maar juist daardoor is het boek erg humoristisch. Het toeval speelt een zeer grote rol, wat het boek onwaarschijnlijk en vermakelijk tegelijk maakt.

Bouw
Het verhaal begint meteen interessant. Je vraagt je gelijk af wie die Guggenheimer is en waarom hij midden in de nacht zijn vader aan het begraven is. De vreemde gedachtensprongen en het typische karakter van Guggenheimer worden meteen al een beetje duidelijk. Het verhaal is niet ingewikkeld opgebouwd: eerst stapelen de problemen en ongemakken zich op en vervolgend worden ze stuk voor stuk weer opgelost. Ik had wel het gevoel dat aan het einde van het boek al deze problemen een beetje afgeraffeld werden en dat alles maar snel aan elkaar werd gebreid. De manier van schrijven wordt dan ook anders: Brusselmans geeft minder vreemde uitwijdingen en schijnbaar zinloze details, en dat is nou juist wat ik zo leuk vond aan dit boek.

Personages
Guggenheimer en in zeker mate Debbie zijn wel voor mij gaan leven en maakten een 'echte' indruk op me. De andere personages zijn slechts karikaturen die een bepaalde groep in de samenleving moeten verbeelden waarop kritiek wordt gegeven. Alle personages reageerden voorspelbaar hun gedachten hebben me niet echt beïnvloed. Dit is niet per se een nadeel, omdat dit ook niet echt een boek is wat je leest omdat je er geestelijk rijker van wilt worden, maar meer als onschuldig vermaak

Stijl
De roman wemelt van de vloeken, scheld- en schuttingwoorden. Guggenheimers monologen zitten vaak vol van krankzinnige vergelijkingen en geestigheden. Zijn manier van schrijven is eenvoudig, zakelijk, nuchter, zuinig en beknopt. Het verhaal is beschouwend en bevat veel natuurlijke dialogen. Er is niet veel beeldspraak en er is sprake van ironie en humor, wat dit boek luchtig maakt en het een perssonlijke verteltrant geeft.

Conclusie
Ik vind dit boek persoonlijk geen literair hoogstandje en ik kan ook niet zeggen dat ik er iets van geleerd heb. Ik heb me daarentegen wél vaak heel erg vermaakt en ik heb me tijdens het lezen geen seconde verveeld. Of je dit dus een goed boek kan noemen hangt van je criteria af, maar persoonlijk vond ik het erg geslaagd!

Samenvatting
hoofdstuk 1 (blz. 5-37)
De stiefvader van de schatrijke televisiemagnaat Guggenheimer was op 84-jarige leeftijd gestorven. De open kist waarin het lijk lag, was in de hal van Guggenheimers huis in de Baudelostraat opgesteld. Met zijn broer Gugg en een rabbi (Goldsilberman) stond hij om half drie 's nachts bij de kist. Het nieuwe dienstmeisje (Conchita) had zijn dode stiefvader de dag ervoor gevonden en Guggenheimer had haar meteen ontslagen. Sinds zijn vrouw Ellen ervandoor was gegaan met een pruikenfabrikant (De Nockere) had hij met zijn stiefvader, zijn broer en wat personeel in bet huis gewoond. Zijn kokkin Elvire was een goedlachse boerenweduwe, die na een fataal ongeluk van haar man bij Guggenheimer was ingetrokken. Alma, zijn 45-jarige was- en poetsvrouw, was een invalide ex-landmachtofficier en had een relatie met Elvire. Omdat Guggenheimer het Mexicaanse mokkel Conchita de bons had gegeven, zat hij nu zonder dienstmeisje. Het vierde personeelslid, Jules de tuinman, stond soms 's nachts naakt en helemaal ingesmeerd met modder naar de volle maan te blaffen.

De rabbi prevelde gebeden en maakte rare gebaren bij de doodskist. Guggenheimer had de laatste tijd, vooral sinds hij psychologische begeleiding had, vaak 'plotse zinloze gedachten' (blz. 9) Nu dacht hij aan flamingo's. Toen de rabbi begon te zingen, schold Guggenheimer hem uit. Daarna begon de rabbi de kist 84 keer te kussen; hij noemde dit bet 'Goldsilberman-ritueel', waar hij patent op had genomen en een foldertje in negentien talen van had laten drukken. Om kwart voor vier spijkerde de rabbi de kist dicht. Gugg kreeg de opdracht met de begrafenisondernemer mee te gaan naar het exclusieve Gentse kerkhof Campo Santo. Die begrafenis midden in de nacht had Guggenheimer geregeld met Frank Beke, de burgemeester van Gent, van wie hij wist dat hij regelmatig een bordeel in Kortrijk bezocht en dat hij zich schuldig maakte aan corruptie.

In Guggenheimers woonkamer keek de rabbi zijn ogen uit en gaf hij een geheel eigen interpretatie van een schilderij van Donaat De Riemaecker (de afgebeelde kapstok was volgens hem een flamingo). Ze wilden wat drinken en nadat Guggenheimer op een toetsenbord de E had ingedrukt, kwam Elvire de kamer binnen. Zij en de rabbi vielen in elkaars armen; rabbi Friedrich Goldsilberman was de beste vriend van haar overleden man Dolf geweest. Guggenheimer maakte een driedubbele prince (wodka met veel ijs en een paar schijfjes kiwi) voor zichzelf klaar en stak zijn vingers in zijn oren omdat hij hun 'debiele' gesprek niet wilde horen. Even later luisterde hij via een koptelefoon naar 'The Gold Experience' van Prince. Zijn psychologisch begeleidster (Phaedra) was een enorme fan van Prince, met wie ze ooit eens bijna een minuut over antiek had gepraat. Sindsdien adviseerde ze haar patiënten naar muziek van Prince te luisteren, kiwi's te eten en boeken over antiek te lezen. Guggenheimer was langzamerhand uitgekeken op Prince en op zijn mooie psychologe, maar hij wilde eerst een keer met haar naar bed voor hij haar de bons gaf.

Elvire hing inmiddels op de schoot van de rabbi. Snikkend bekende ze dat zij en Friedrich al jarenlang verliefd op elkaar waren. Alma, die wakker geworden was, sloeg Elvire tegen de grond en probeerde de rabbi te wurgen. Guggenheimer droeg Jules op de vechtenden te scheiden. Toen de rust was weergekeerd, gaf Guggenheimer Elvire en Alma tekst en uitleg over de dood van zijn stiefvader en de nachtelijke rouwdienst. Hij deelde mee dat Elvire haar relatie met Alma moest stopzetten en een verhouding moest beginnen met Goldsilberman. Hij bood hen een LAT-relatie aan en beloofde ervoor te zorgen dat Goldsilberman van zijn vrouw afkwam.

Toen de rabbi vertrokken was, vertelde hij Alma dat hij voor haar op zoek zou gaan naar een ander 'lekker wijf' (blz. 35). Hij stuurde de vrouwen naar bed en dacht nog wat na. Voor Alma had hij al iemand op het oog: zangeres en presentatrice Yasmine die met haar geaardheid in de knoop zat. Verder wilde hij zijn televisiestation B.O.N.A.N.Z.A. aan Gugg overdragen en zelf met iets nieuws beginnen: een reclameburean. Hij stelde Gugg, die eindelijk terugkeerde van de begrafenis, daarvan op de hoogte.

Hoofdstuk 2 (blz. 38-87)
Tussen 1989 en 1996 verschenen en verdwenen in Vlaanderen allerlei televisiestations. Uiteindelijk bleven de BRTN, VTM, VT4 en B.O.N.A.N.Z.A. (met als eerste grote hit de Vlaamse versie van de mythische westernreeks Bonanza) over. Guggenheimer had B.O.N.A.N.Z.A. gekocht, broer Gugg directeur gemaakt en Willem Versluis de leiding gegeven van GIP (Guggenheimer International Productions b.v.). Het leek hem leuk met zijn eigen reclamebureau alle spots voor B.O.N.A.N.Z.A. te gaan maken.

In zijn privékantoor in een chic herenhuis aan het Sluizeken droeg Guggenheimer zijn secretaresse Debbie (een 28-jarige schoonheid) op een afspraak met headhunter De Volder te maken, zijn vroegere legermaatje. Debbies vriendje (Rick) was tot levenslang veroordeeld na een driedubbele moord en zijn verblijf in de cel maakte haar somber. Ze maakte een drankje klaar, ging weer lezen in Salammbõ van Gustave Flaubert en pijpte Guggenheimer op diens verzoek. Yasmine had ze nog niet kun- nen bereiken.

Guggenheimer ging te voet naar een restaurant. In het voorbijgaan aaide hij even over het dak van zijn glanzende Mercedes S 600 Coupe. Om zich van andere Mercedesrijders te onderscheiden, had hij de beroemde ster op de motorkap laten vervangen door een miniatuurbeeldje van Manneke Pis met een stijve piemel, die hij onder stroom had laten zetten.

In Eethuys Den Baard Van Mozes bestelde hij het standaardmenu en herinnerde hij zich de orgasmes en daarmee gepaard gaande winden van Anne de Baetzelier, ex-omroepster van VTM. Hij liet de kelner een blonde seksbom, die in gezelschap van drie heren was, een prince brengen en even later kwam ze naar hem toe. Ze heette Sissi Mabilde, had jarenlang in het reclamevak gezeten en vertelde dat ze haar geestelijk zieke broer hielp bij het leiden van een fabriek. Tijdens hun gesprek waren een man en vrouw vlak bij hen gaan zitten. Guggenheimer joeg met zijn grove opmerkingen het stel de zaak uit, wat Sissi's bewondering opwekte. Ze praatten over het reclamevak en Guggenheimer vroeg Sissi voor hem te komen werken. Hij wilde haar zeisenfabriek dan wel saneren en van zeisen een modieus product maken. Toen hij met haar naar huis liep, moest hij denken aan het gebruik van zijn tenen en liet hij Sissi aan Manneke Pis voelen (ze ging bijna twee meter de lucht in).

Thuis snauwde hij Elvire en Alma af en trok hij zich met Sissi terug in zijn slaapkamer. In zijn peperdure waterbed met afstandsbediening (waarin hij ook met zangeres Dana Winner, ex-VTM-presentatrice Marlène de Wouters d'Oplinter en Anneke, de vrouw van Bart Peeters, seks had bedreven) vrijden ze tot de stukken eraf vlogen, waarbij Sissi schreeuwde en gilde. Daama nam Guggenheimer een douche en trok hij dure kleren aan. Hij gaf Sissi zijn kaartje en sprak met haar voor de volgende dag af op zijn kantoor. Een half uur later was Sissi eindelijk weg. Guggenheimer be- loofde Elvire dat hij een nieuw dienstmeisje zou zoeken en voor Alma een nieuwe verloofde. Hij nam zich verder voor met Paul De Nockere en Ellen af te rekenen en Goldsilbermans vrouw op een slimme manier uit de weg te laten ruimen. Alma maakte hij duidelijk dat ze wat geduld moest hebben: de vrouw die hij voor haar op het oog had, was moeilijk te bereiken. Ze was een paar weken het liefje van Margriet Rermans geweest, die Guggenheimer had ontmoet tijdens een afscheidsfeest van een BRTN-topman. Gugg gaf hem een computeruitdraai met de kijkcijfers van de week en hij zag dat B.O.N.A.N.Z.A. achttien programma's in de top-twintig had.

Na een aantal glazen prince en een bord frieten beval hij Elvire Goldsilberman naar hem toe te sturen. Hij mijmerde wat over het modieus maken van zeisen en het reclame maken voor twee verschillende producten tegelijk, zeisen en pruiken. Goldsilber- man kwam de kamer binnen met een koptelefoon op: hij was inmiddels in de ban geraakt van Prince. Guggenheimer bood hem een cognacje aan tegen betaling van 120 frank en viel woedend uit toen de rabbi over zijn honorarium voor de rouwdienst begon. Goldsilbermans vrouw, Solange wilde niet scheiden en begon iets te vermoeden van zijn buitenechtelijke relatie; ze moest dus uit de weg geruimd worden. Toen de rabbi de kamer uitgesloft was, vroeg Guggenheimer Jules hem naar Kortrijk te brengen.

Hoofdstuk 3 (blz. 88-127)
Tuinman/chauffeur/manusje-van-alles Jules was lid geweest van de Bende van Nijvel. Of Daniël Van Haemel, die met een paar handlangers Antonieken De Clerck ontvoerd had, ook tot die bende behoord had, wist Jules niet. Het zwarte schaap van het roemruchte textielgeslacht De Clerck was Martha, een alcoholische nymfomane die de prostitutie in ging. Guggenheimer had in Kortrijk een bordeel voor haar gekocht, Het Viegend Tapijt. Na veel aandrang van Martha had hij toegestaan dat ze de 12-jarige Antonieken als travestiestripper in dienst nam. Guggenheimer bezocht zijn bordeel enkele keren per week, niet alleen om de zaken te controleren, maar ook om Jules, die een relatie met Martha had, een plezier te doen. In het bordeel was het vrij rustig. Martha bestelde twee princen bij barman/bodyguard Pietje, die stuntman was geweest in Bonanza. Guggenheimer kende slechts een van de vier aanwezige klanten, de be- jaarde schrijver Jef Geeraerts. Omdat de muziek van Prince op zijn zenuwen werkte, droeg hij Martha op voortaan iets anders te draaien, als het maar niet de liederen van Helmut Lotti waren, 'dat half debiele ventje uit Heusden of die kanten' (blz. 95).

Op verzoek van Martha ging Guggenheimer in kamer zeven een nieuw Pools meisje, Simona, 'uittesten'. Dokter Tuba was al bij haar geweest in het kader van zijn onderzoek naar de G-plek, waarmee hij ooit de Nobelprijs wilde winnen. Guggenhei- mer had zo zijn eigen methode om erachter te komen of een hoertje wel geschikt voor haar vak was: hij stak zijn neuspunt in haar mond om te controleren of haar adem niet bedorven was en hij keek of ze geen bruine streep in haar slipje had. Simona had een bruine streep, net als indertijd zangeres Dana Winner, ex-Miss België en televisieomroepster Anne de Baetzelier, ex-televisiesterretje Marlène de Wouters d'Oplinter en de vele andere vrouwen met wie Guggenheimer intiem was geweest. Hij was bereid de Poolse een tweede kans te geven. Simona, die eerst gebeefd had van schrik, was in een halfuur stapelverliefd op Guggenheimer geworden, maar die hield de boot af. Hij stopte haar in bed en liep kamer één binnen, waaruit hij gesnik had gehoord. Antonieken De Clerck zat te grienen omdat hij zich zo ongelukkig voelde. Guggenheimer gaf hem een prince (die hij in een thermoskan mee had genomen). Antonieken had last van allerlei kwalen als gevolg van zijn ontvoering, die een hel geweest was.

Op de trap kwam Guggenheimer Teuteke met de ex-voorzitter van de Vlaamse liberalen, Guy Verhofstadt, tegen. Omdat Guy high was, mocht hij in Teutekes kamer slapen. In de bar zag Guggenheimer Frank Beke zitten, de burgemeester van Gent, bedolven onder drie meisjes. De lelijke, kale Beke wilde er graag wat aantrekkelijker uitzien en Guggenheimer adviseerde hem een De Nockere Headsticker-pruik te gaan dragen. Dat deed zijn collega van Antwerpen, Léona Detiège ook volgens Guggenheimer en Bill Clinton stond voor zo'n pruik op de wachtlijst. Guggenheimer beloofde het haarstuk voor Beke te versieren, als die op zijn beurt zorgde voor een vrije parkeer plaats voor zijn Mercedes S 600 Coupé.

Toen Beke weg was, sprak kalkoenhandelaar Van den Borre uit Langemark Guggenheimer aan over het ontslag van zijn dochter Conchita. Guggenheimer liet hem na een scheldtirade door Jules naar buiten smijten. Toen flitste een gedachte over een mus door zijn hoofd en hij stuurde Jules naar buiten om te kijken of er een mus van het dak was gevallen. Peinzend dronk hij zijn prince. Vanaf het begin had hij verbo- den dat B.O.N.A.N.Z.A. erotische programma's zou uitzenden en hij was niet van plan in zijn reclamecampagnes halfgeklede dames op te laten treden. Plotseling begon op een klein podium Antonieken een stripshow te geven, maar na enkele minuten liep het ventje huilend weg. Nadat Jules Guggenheimer een dode mus had gebracht, verscheen de plompe en benevelde dokter Tuba. Volgens hem had Guggenheimers 'mompelziekte' iets te maken met volume. Guggenheimer wilde dat Tuba voortaan wat minder hardhandig te werk zou gaan bij zijn onderzoek naar de G-plek en vroeg hem advies over het op medisch verantwoorde wijze doden van iemand. Ze spraken af dat Tuba door een collega, die zijn doktersdiploma gekocht had, Goldsilbermans vrouw zou laten vermoorden en dat Jules ervoor zou zorgen dat dat doktertje daarna verongelukte. Tuba was ook bereid in een pruik een middel aan te brengen waarvan de drager een vervelende aandoening kreeg.

Met Jules verliet Guggenheimer het bordeel. Voor ze in de auto stapten, ging hij in de bosjes plassen. Hij hoorde gekreun en gaf de toegetakelde Van den Borre nog een trap. Weer thuis keek Guggenheimer naar het nachtnieuws op B.O.N.A.N.Z.A. De nieuwslezer, die nog met Gugg in de gevangenis had gezeten, had een getatoeëerde jodenster op zijn voorhoofd. Omdat hij Ellen bij tijden erg miste, besloot hij haar voor zich terug te winnen.

Hoofdstuk 4 (blz. 128-176)
De volgende morgen op kantoor bleek dat Debbie Yasmine nog steeds niet te pakken had kunnen krijgen. Ook al zou ze zeggen dat ze koningin Paola was, dan wilden ze haar bij VTM nog niet te woord staan. Guggenheimer, die het wel eens met Paola zou willen doen, had besloten Phaedra de bons te geven. Toen hij zei dat Debbie er bleek en afgeleefd uitzag omdat ze te veel las, werd ze woedend. Hij probeerde haar ervan te overtuigen dat Rick niet deugde: op de set van Bonanza had hij seks gehad met schminkster Isabelle A., met regie-assistente Lynn Wezenbeek en met Willy Sommers. Ze kon Rick maar beter vergeten. Guggenheimer droeg haar op een geschikt dienstmeisje te zoeken en stond haar toe een wit wijntje te nemen.

Twee uur later was Debbie zo teut als een jeneverstruik; Guggenheimer was in slaap gevallen. Om half twee schrokken ze wakker van de bel: Sissi Mabilde meldde zich. De kennismaking met Debbie was koel. Guggenheimer liet Sissi vertellen welke ideeën ze had. Als naam van hun reclamebureau stelde ze Mabilde & Guggenheimer voor, maar Guggenheimer koos Saatchi & Troost (afgeleid van Saatchi & Saatchi en Loewe-Troost, twee van de vele reclamebureaus waarbij Sissi gewerkt had). Sissi vond dat ze geschikt personeel moesten zoeken, maar Guggenheimer wilde niet verder gaan dan het aantrekken van een copywriter, die dan tevens de nieuwe partner van Debbie kon worden. Hij droeg Debbie op een afspraak te maken met headhunter De Volder, zijn ex-legergabber. Als derde punt stelde Sissi de strategie aan de orde. Ze besloten te beginnen met tv-spots. Terwijl Debbie drankjes klaarmaakte, schoot Guggenheimer een gedachte over dromen te binnen. Hij besprak met Sissi nog de stiji van hun toekomstige reclameclips (van een slecht voorbeeld iets goeds maken) en stelde haar loon vast op drieduizend frank per maand. Met Saatchi & Troost zouden ze zeisenhandel Mabilde uit de rode cijfers halen. Guggenheimer wilde die fa- briek wel eerst even zien en met Sissi's broer praten. Hij gaf Debbie een aantal opdrachten en liet beide dames zich vervolgens uitkleden om hem eens lekker te verwennen.

Twee uur later was hij op weg naar zijn therapeute. Onderweg liet hij het dochtertje van de Turkse restauranthouder aan Manneke Pis voelen en zag hij ex-VTM-omroepster Daisy van Cauwenberghe lopen. Resoluut stapte hij even later Phaedra's kabinet binnen. Hij schopte een patiënt (meneer Verschaal) de deur uit en vroeg aan Phaedra: 'Hoe zit het? Gaan we eens neuken?' (blz. 147). Toen ze weigerde, schold hij haar uit. Voor hij het pand verliet, sloeg hij Verschaals tanden uit zijn mond. In restaurant Le Progres bestelde hij een prince en een dubbele portie eten. Na de maaltijd zag hij in een hoek Yasmine en een ander meisje zitten. Hij sprak haar aan, maar ze bleek Katelijne te heten en hem niet te kennen. Terwiji de vriendinnen ruzieden over hun al dan niet lesbische geaardheid verliet Guggenheimer het restaurant, zonder te betalen. De kelner die hem achtenakwam wierp hij een biljet van tweeduizend frank voor de voeten. Het werd weggegrist door een vieze jongeling met een rastakapsel.

Terug op kantoor vertelde Debbie dat Elvire en Phaedra gebeld hadden. Guggenheimer gaf Debbie opdracht Elvire terug te bellen; ze moest die avond kreeft en kaviaar klaarzetten. De huilende Phaedra had hem haar spijt willen betuigen. Guggenheimer werd om acht uur bij De Volder verwacht. Hij prees Debbie, droeg haar op een paar De Nockere-pruiken voor hem te kopen en vroeg haar Mercedes-E te leen. Onderweg naar De Volder dacht hij na over dubbelgangers. De drie ex-vrouwen van De Volder en Cherry, zijn vierde, leken sprekend op elkaar. De Volder zelf was een 'spitting image' van de zwarte voetballer Daniël Amocachi. Op de oprit van de villa van De Volder remde Guggenheimer zo hard dat Cherry geschrokken naar buiten kwam gerend. Het was net zeven uur en De Volder was nog niet thuis. Nadat ze op de vloer van het tuinhuisje de liefde hadden bedreven, gingen ze binnen wat drinken. De drei- nerige tweeling Tim en Tiny maakte ruzie en omdat het Russische dienstmeisje Ivaninka een week vakantie had, moest Cherry hen wel uit elkaar halen. Zittend op de Frank De Clerck-bank deed de verliefde Cherry Guggenheimer een huwelijksaanzoek. Toen hij dat afwees, begon ze hysterisch te schreeuwen en te huilen. Guggenheimer adviseerde haar wat op bed te gaan liggen. Hij haalde de vechtende tweeling uit eikaar en zette de kinderen met een piepklein princeje voor de televisie. Ongeveer een jaar geleden had hij drie bars aan de kust van De Volder overgenomen en ze meteen weer doorverkocht aan een halfgare Rus. De Volders derde vrouw, Tina, had zelfmoord gepleegd. Toen Tim en Tiny in slaap gevallen waren, zette hij de tv af en viel zelf ook in slaap. Om half twee in de nacht werd hij wakker en even later kwam De Volder binnen. Na wat gepraat over raskenmerken lichtte Guggenheimer hem in over zijn nieuwe reclamebureau. Vooral zijn opmerking dat Cherry had laten door- schemeren dat De Volders zaken niet meer zo goed liepen, wekte de woede van De Voider op. Guggenheimer verzocht hem een nette copywriter voor hem te zoeken en vertrok. Nadat hij Debbies auto geparkeerd had wandelde hij naar huis. Hij at wat kreeft en kaviaar, riep de blaffende Jules naar binnen en luisterde het antwoordapparaat af. Er stonden twee smeekbeden van Phaedra op. Vervolgens drukte hij de E- en de A-toets in. Even later verzocht hij Elvire en Alma de rest van de nacht op hun buik c.q. rug te slapen en de volgende dag hun dromen op te schrijven. Voor het slapen gaan kwam Gugg nog even vertellen dat hij een optie genomen had op alle programma's van Mark Uytterhoeven.

Hoofdstuk 5 (blz. 177-208)
De volgende dag las Guggenheimer de dromen van Elvire en Alma. Uit de doos met pruiken die Debbie gehaald had, selecteerde hij voor Beke een woest exemplaar met grote rosse krullen. Aan de binnenkant liet hij Debbie met viltstift 'Head- sticker' schrijven. Even later kwam Sissi op kantoor, gekleed in een nieuw mantelpakje. Voor Guggenheimer met haar naar de zeisenfabriek in Waarschoot vertrok (in haar Ford Mondeo), gaf hij Debbie opdracht een afspraak te maken met dokter Tuba, burgemeester Beke en Yasmine. Onderweg vertelde Sissi honderduit over haar levensloop en carrière, terwiji Guggenheimer nauwelijks luisterde en wat zat te mijmeren over onder andere de reclamespot voor Santanasmeerkaas. Sissi had zich altijd kapotgewerkt en was van haar man Bert gescheiden nadat hij door een bootongeluk in een rol- stoel belandde. Ze woonde voorlopig bij haar broer, maar wilde binnenkort naar Gent verhuizen.

In het woonhuis naast de zeisenfabriek dronk Guggenheimer eerst een paar princen. Daama ging Sissi haar broer Karel halen, een zwakbegaafde man die voortdurend met zijn hoofd schudde. Tijdens het gesprek met Guggenheimer raakte Karel over zijn toeren; Sissi gaf hem wat pillen, waarna hij in slaap viel. Ze vertelde dat de voorman ervoor zorgde dat Karel geen zeisen in handen kreeg, want toen hij eens een nieuwe zeis demonstreerde had hij per ongeluk een kippenboer onthoofd. Karel zat meestal te breien en knopen aan te naaien. Guggenheimer stond erop dat Sissi voortaan 's morgens de fabriek ging leiden en Karel uit de buurt hield; 's middags kon ze dan voor Saatchi & Troost werken. Hij gaf haar de rest van de dag vrij en reed in haar auto terug naar kantoor.

Debbie had Yasmine nog steeds niet kunnen vinden en vertelde dat Phaedra maar bleef bellen en met zelfmoord dreigde. Ook Rick had weer gebeld. Nadat Debbie Guggenheimer had bevredigd, ontving hij dokter Tuba en besprak hij met hem het aan te brengen middel (gortepap) in de pruik en de moord op Goldsilbermans vrouw door dokter Barceaux. Toen Tuba vertrokken was, dacht hij na over wat hij nog alle- maal moest regelen. Op weg naar de auto van Sissi kwam hij de Turk van zijn restaurant tegen; hij kreeg hem zover dat hij aan Manneke Pis voelde. Thuis at Guggenheimer een pan gortepap. Net toen hij een dutje wilde gaan doen, stapte Goldsilberman binnen. Die begon over geld voor zijn nieuwe folders en Guggenheimer gaf hem een muilpeer. Nadat hij de rabbi had ingelicht over de moord op Solange, stuurde hij hem weg en riep hij Alma op. Zij dacht dat het misschien wel zou klikken tussen haar en Solange, maar Guggenheimer maakte haar duidelijk dat ze op hem moest vertrouwen.

Hoofdstuk 6. blz. 209-233)
Guggenheimer liet Elvire een dikke laag gortepap aan de binnenkant van de pruik aanbrengen. Daarna lichtte hij Jules in over de Barceaux-moord en liet hij Elvire de pruik met een lekker luchtje bespuiten. Met de pruik wandelde hij naar het stadhuis, waar hij meteen doorliep naar het kantoor van de burgemeester. Toen een vrouw (Marleentje) hem tegen wilde houden, stak hij zijn wijsvinger in haar linkeroog. Beke paste de pruik en liet zijn secretaresse een spiegel brengen. Beiden waren enthousiast. Guggenheimer wilde geen geld voor de pruik hebben en Beke bedankte hem hartelijk.

Een kwartiertje later kreeg Guggenheimer op kantoor De Volder aan de telefoon. De headhunter had een copywriter gevonden: het supertalent Ivo De Vos. Guggenheimer adviseerde Debbie om zich open te stellen voor een nieuwe relatie omdat ze de laatste tijd niet goed functioneerde. Na een telefoontje van Beke liep Guggenheimer naar het stadhuis. Beke had de pruik afgedaan en wreef over zijn schedel die vol jeukende bob- beltjes zat. Volgens Guggenheimer lag de schuld bij De Nockere en hij adviseerde Beke de pruikenfabrikant te breken door zijn fabriek te sluiten wegens overtreding van de milieuvoorschriften. In dat geval wilde Guggenheimer de fabriek wel opkopen voor een schappelijke prijs. Daarna zou hij ervoor zorgen dat Beke een perfecte pruik kreeg. Debbie had de eerste groep dienstmeisjes geselecteerd; om vijf uur zouden ze voor een gesprek komen. Phaedra had weer gebeld; Guggenheimer vond dat hij er niets aan kon doen dat vrouwen op hem vielen: hij was nu eenmaal zeer aantrekkelijk en had macht.

Ivo De Vos meldde zich en Guggenheimer herkende hem meteen: hij was een mislukte schrijver die ooit bij B.O.N.A.N.Z.A. had gewerkt. Debbie toonde geen enkele belangstelling voor de harige minkukel. Guggenheimer nam Ivo mee naar Vincent Sa- loon en liet zijn hoofd door Yves helemaal kaalscheren. Op de terugweg naar kantoor polste hij Ivo's belangstelling voor Deb bie en liet hij hem aan Manneke Pis voelen. Plotseling kwam Sissi hijgend aanlopen. Guggenheimer stelde haar aan Ivo voor en ze werden op slag verliefd op elkaar. Debbie deed op kantoor heel koel tegen Ivo en Sissi. Nadat Guggenheimer het verliefde stel vrijaf had gegeven, ontving hij in een lege kamer een voor een de geselecteerde dienstmeisjes. De eerste kandidaat (Imelde) was een afzichtelijk mormel; de tweede (Martine) vond hij te lang; de derde had een spraakgebrek; de vierde (Fifi) leed aan vallende ziekte en was lid van een sekte. Hij stuurde ze allemaal weg en gaf Debbie een dreun op haar hoofd met Salammbõ omdat ze slecht werk had geleverd.

Hoofdstuk 7 (blz. 234-240)
Dokter Barceaux was bij Tuba met een aantal bezwaren tegen het moordplan komen aanzetten. Bij de bestudering van zijn 'object' had hij ontdekt dat ze bloeddonor was en dat bracht hem op het idee lucht bij haar in te spuiten nadat ze bloed had gegeven en dus toch al een gaatje in haar arm had. Tuba en Guggenheimer waren ten slotte akkoord gegaan met zijn plan en hij bracht het zonder problemen om drie uur 's nachts ten uitvoer. Toen hij na de moord in zijn auto stapte, had Guggenheimer Jules een lichtsignaal gegeven en die was naakt en overdekt met een laag modder voor Barceaux' auto gesprongen. De dokter raakte in paniek, rukte zijn stuur om en reed de Leie in. De rabbi had de nacht van de moord in de joodse tempel doorgebracht. Barceaux' lijk was na twee dagen door een binnenschipper gevonden. Guggenheimer had een soort verlovingsfeestje voor Goldsilberman en Elvire georganiseerd. Met hulp van Beke had hij inmiddels de pruikenfabriek van De Nockere overgenomen. Karel had zelfmoord gepleegd. Sissi en Ivo gingen de zeisenfabriek leiden, Goldsilberman en Elvire de prui- kenfabriek. Uit de lijst van kijkcijfers bleek dat B.O.N.A.N.Z.A. nu alle top-twintig programma's bezat.

Hoofdstuk 8 (blz 241-253)
In de lege kamer ontving Guggenheimer de nieuwe lichting kandidaat-dienstmeisjes, die dit keer bloedmooi waren. Hij nam het vierde meisje aan: de ex-VTM-presentatrice Yasmine! Vanaf het moment dat ze hem voor het eerst ontmoette, had ze naar hem verlangd en hem gezocht. Toen ze op de vloer de liefde bedreven hadden, drong het opeens tot haar door dat ze lesbisch was en zo kreeg Alma een nieuwe partner. Guggenheimer had nu al voor veel mensen goed werk gedaan en hij voelde zich uitzonderlijk moe. Debbie was echter nog niet gelukkig; Rick bleef haar lastig vallen. Guggenheimer voelde zich oud, leed aan hoofdpijn maar weigerde naar een dokter te gaan. Toen Phaedra weer belde, vertelde hij haar dat hij een nieuw baantje voor haar had en haar die avond om tien uur zou komen halen. Daama belde hij Vermeulen en verzocht hem om half elf in Het Vliegend Tapijt te zijn.

Onderweg naar het bordeel spraken Guggenheimer, Jules en Phaedra geen woord. Eenmaal binnen stelde Guggenheimer Phaedra aan Martha voor als de plaatsvervangster van de vertrokken Teuteke. Hij had in kamer drie gemeenschap met haar en schopte vervolgens Herman De Croo, die in kamer zeven bij Simona was, de deur uit. Simona had geen bruine streep meer in haar slipje. Beneden verzocht Guggenheimer gevangenisdirecteur Vermeulen Rick Godefroid z'n tong uit te rukken. In het toilet liet hij De Nockere, die met een stel zatteriken was binnengekomen, door Jules aftuigen en via de achterdeur op de parking smijten. Niet lang daarna reed hij met Jules terug naar huis.

Diezelfde nacht werkte hij zijn reclamecampagne uit en liet die aan Gugg zien. De slogan die hij bedacht had luidde: 'Zet allemaal een Guggenheimer-pruik op uw kop en koopt u een Guggenheimer-zeis' (blz. 252). Op een schets waren zes figuren te zien met een pruik en een zeis (Alma en Yasmine, Elvire en Goldsilberman, Sissi en De Vos). De productie van de clip liet hij aan Gugg en Versluis over. De volgende morgen kondigde Yasmine tijdens het ontbijt een dame aan: Ellen. Na een kort gesprekje zei Guggenheimer dat ze mocht blijven.

Hoofdstuk 9 (blz. 254-255)
Een paar maanden later had Guggenheimer in Het Vliegend Tapijt een feestje georganiseerd vanwege de grote successen van zijn firma's. ledereen was vrolijk, zelfs Debbie die voor de charmes van Pietje leek te vallen. Toen Antonieken met zijn show begon, sloop Guggenheimer ongemerkt naar buiten. Hij leunde tegen zijn Mercedes, werd duizelig, dacht aan het graf van zijn vader en zakte in elkaar.

Titel, ondertitel en motto
De titel van dit boek is Guggenheimer wast witter. Guggenheimer is de hoofdpersoon in dit verhaal en de titel slaat dan ook op hem. Verder verwijst de titel, een soort van wasmiddelreclameleus, naar het thema van de 'geestelijke hygiëne' waarmee het in Vlaanderen slecht gesteld is. De titel moet dus cynisch worden opgevat.

De titel komt ook nog in het boek zelf terug, en wel op blz. 171: 'Een reclamebureau?' zei De Volder gefascineerd. 'Wat moet jij ineens met een reclamebureau? Of dient het om geld wit te wassen, klootzak?' 'Geld witwassen? Ik was nooit geld wit, Volder. En ik zal je zeggen waarom. Omdat ik geen zwart geld heb. Waarom heb ik zwart geld nodig? Ik heb zonder zwart geld al zo veel geld dat het gênant is. Ik zal je dit zeggen, Volder, jij met je gelul over zwart geld en witwassen, en knoop het goed in je oren: Guggenheimer wast witter dan wie ook, zonder dat het iemand, wie ook, een frank zal kosten die hij niet kwijt wilde.'

Het boek bevat geen ondertitel en geen motto's. Op de 4e, ongenummerde bladzijde staat wel: Iedere gelijkenis tussen personages in dit boek en bestaande personen berust op toeval. Dit moet cynisch worden opgevat, omdat veel bestaande personages in deze roman op de hak worden genomen.

Genre
Het genre van deze roman is een satire. Brusselmans neemt bekende Vlamingen en de media- en reclamewereld in zijn geheel op de hak en schetst een beeld van de machtswellusteling Guggenheimer. Verder zijn de beschreven gebeurtenissen vaak zo absurd dat de roman veel weg heeft van een slapstick.

Thema, motief en wereldbeeld
Het thema van deze roman is de huidige 'morele zuiverheid' in Vlaanderen. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de corruptie bij politie en justitie en de kinderpornozaak Dutroux. Brusselmans bekritiseert niet alleen gelovigen, reclamemensen, buitenlanders, kunstkenners, enzovoorts, maar ook bestaande, bekende personen. Niets en niemand deugt en in dit opzicht is de roman als sterk maatschappijkritisch te beschouwen.

Enkele motieven in het boek zijn:
- het jodendom en het geloof: Guggenheimer is zelf joods, maar hij geeft af en toe wel kritiek op het jodendom en op geloof in het algemeen. Toch zegt hij ook positieve dingen over joden: 'Ach, zo heeft ieder ras wel zijn eigen specifieke onvolkomenheden. Mijn ras, om er maar een te noemen, het joodse ras dus, is heel slecht in tangodansen.' 'En dat is zeker jullie enige onvolkomenheid?' vroeg de Volder, sarcastisch grijnzend. 'Nee, toch niet,' zei Guggenheimer, 'we zijn evenmin grote lichten op de schaatsen. Geen enkele jood heeft ooit een belangrijke schaatswedstrijd gewonnen. Voor de rest mogen we niet klagen.' (blz. 170); -
seks: Guggenheimer heeft met veel verschillende vrouwen gemeenschap en is naar eigen zeggen een fantastische minaar. Wanneer hij een mooie vrouw ontmoet, zoals bijvoorbeeld Phaedra, zijn psychologe, dan wil hij per se met haar naar bed en vervolgens hoeft hij haar niet meer te zien; -
kritiek op bekende personen: Guggenheimer heeft o.a. kritiek op de volgende personen: de koning en de koningin van België, de textielbaronnen De Clerck, de burgemeester van Gent (Frank Beke), ex-nieuwslezeres van de VTM Nadine de Sloovere, ex-omroepster van VTM Anne de Baetzelier, zangeres Dana Winner, de vrouw van Bart Peters (Anneke), presentratrice en zangeres van de BRTN Margriet Hermans, Veerle Claus, de schrijvers Jef Geeraerts en Hugo Claus, Daisy van Cauwenbergh, Andrea Croonenberghs, Herman de Croo, Guy Verhofstadt en zanger Helmut Lotti; -
telkens terugkerende, vreemde gedachten: Guggenheimer heeft steeds vreemde gadchten die hij plotseling krijgt en die geen enkel verband hebben met wat op dat moment gebeurt. Een voorbeeld daarvan het volgende citaat: Ineens schoot Guggenheimer de volgende gedachte te binnen: Ik ben totaal flamingoloos. Ik bezit geen enkele flamingo. Maar dat is geen reden om er mij een aan te schaffen. (blz. 9) . Deze gedachten zijn steeds cursief gedrukt en komen door het hele boek heen voor.

Symbolen, beelden en verhaallagen
Het boek bevat niet veel symbolen of beelden. Het is vrij verhalend geschreven en is meer bedoeld als kritiek dan om de lezer diep te laten nadenken. Je zou kunnen zeggen dat Guggenheimer als persoon symbool staat voor 'de slechte mens' die geen rekenig met anderen houdt. De andere personages in dit boek symboliseren allemaal een bepaalde groep in de samenleving waar Brusselmans kritiek op heeft. Sissi Mabilde staat bijvoorbeeld symbool voor de reclamenmensen, Alma voor de lesbiennes, Phaedra voor de psycholgen en ga zo maar door.

In het boek zijn twee verhaallagen te onderscheiden:
- de gebeurtenissenlaag waarin het verhaal van Guggenheimer wordt verteld;
- de thematische laag waarin kritiek wordt gegeven op de samenleving.

Opbouw, structuur en spanning
De gebeurtenissen in het boek worden chronologisch verteld. Er zijn geen terugblikken of vooruitverwijzingen. Er is niet echt sprake van samenhang in het boek, omdat het meer een aantal dagen uit het leven van Guggenheimer zijn waarin je de kritiek op de samenleving kunt lezen dan een verhaal met een thema waarnaar de verschillende motieven verwijzen en mer een zo zorgvuldig mogelijk gekozen vorm die aansluit bij het onderwerp.

Het verhaal is opgebouwd rond één verhaallijn, namelijk het doen en laten van Guggenheimer tijdens het opzetten van zijn reclamebureau. Alle gebeurtenissen hebben direct hiermee te maken en de hoofdpersoon treedt in alle scènes op. Er is niet echt sprake van opbouw van spanning, omdat er niet echt een centraal probleem is dat moet worden opgelost. Er zijn wel een aantal dingen die Guggenheimer gedurende het boek moet regelen en waar 'zijn hoofd van omloopt', zoals de vrouw van Goldsilberman vermoorden, Alma aan een geliefde helpen en Debbie aan een nieuwe vriend koppelen, en deze worden aan het einde van het boek (in hoofdstuk 8) opgelost. Er is dus sprake van een lange spanningsboog. Het climaxmoment ligt denk ik aan het einde van het boek, wanneer Guggenheimer ter aarde stort door alle dingen die hij aan zijn hoofd heeft. Het boek heeft dan ook een open einde.

Het boek begint enerzijds in medias res, omdat het boek De terugkeer van Bonanza al aan dit boek vooraf is gegaan en al het een en ander bekend wordt verondersteld. Anderzijds kan je ervoor pleiten dat het boek ab ovo begint, omdat het in dit boek draait om het reclamebureau van Guggenheimer en er nog geen gebeurtenissen aan het begraven van de vader van Guggenheimer vooraf zijn gegaan die van belang zijn voor het verhaal. Het motorisch moment is in het begin van het boek, wanneer Guggenheimer besluit dat hij genoeg heeft van de media en dat hij zich in de reclamewereld wil storten.

Personages
Guggenheimer zou je kunnen beschouwen als het prototype van de 'slechte mens'. Hij vloekt en drinkt erop los, is brutaal als de beul, vernedert mensen, laat zich op zijn wenken bedienen door mooie vrouwen en veegt met iedereen de vloer aan. Toch heeft hij, ondanks zijn meedogenloze gedrag, iets sympathieks. Hij 'beantwoordt aan het diepste in onszelf: de schoft die we allemaal naar de hel wensen, maar wiens lef we tegelijkertijd benijden', meent Karel Osstyn in De Standaard.

De bijpersonen zijn eigenlijk allemaal karikaturen en oppervlakkige, rare types zoals de zwijgzamen broer Gugg, rabbi Friedrich Goldsilberman, de invalide lesbienne Alma, kokkin Elvire, de geschifte tuinman Jules, de mislukte schrijver Ivo de Vos, de verknipte ex-presentratrice Yasmine, de corrupte burgemeester Frans Beke, de hysterische psychologe Phaedra, de gestoorde artsen Tuba en Barceaux, het travestietje Antonieken en de geestelijk gestoorde Karel, de broer van Sissi.

De personages Sissi Mabilde en secretaresse Debbie zijn iets minder oppervlakkig beschreven. Sissi is een carrièrevrouw die enerzijds zoveel mogelijk succes wil hebben, maar anderzijds ook zorgzaam is, bijvoorbeeld voor haar broer Karel. Debbie is de enige vrouw die nog enigszins tegen Guggenheimer is opgewassen. Ze heeft een ex-vriend die in de gevangenis zit vanwege een driedubbele moord en hierover is ze vaak nog ontdaan omdat ze hem mist. Ze leest steeds in het boek Salammbô van Gustave Flaubert en gehoorzaamt vaak aan Guggenheimer.

Tijd
De gebeurtenissen spelen zich af in onze tijd (ongeveer 1996). De vertelde tijd is een aantal maanden. Vanaf hoofdstuk 7 wordt het verteltempo hoger en komen er grotere tijdsprongen voor, bijvoorbeeld tussen hoofdstuk 8 en 9. Er is dan ook sprake van een niet-continu tijdsverloop. De verteldtijd is 255 blz. en is dus korter dan de vertelde tijd. Over het algemeen is er sprake van scènisch vertellen, maar in hoofdstuk 9 wordt er wat panoramischer verteld. Het verhaal is chronologisch opgebouwd. Er zijn wel enkele korte herinneringen in het boek, maar deze kunnen niet echt als flash-backs beschouwd worden. Tot slot is er in dit verhaal een vision par derrière.

Perspectief
Er is sprake van een auctoriële vertelsituatie, waarbij het perspectief hoofdzakelijk bij de hoofdpersoon ligt. Verschillende keren geeft de verteller ook weer wa andere personages denken of voelen. Vooral in de laatste alinea van de roman komt de 'alwetendheid' van de verteller naar voren.

Ruimte
De belangrijkste plaatsen van handeling zijn Gent (met onder andere het luxueuze huis en het kantoorpand van Guggenheimer), de zeisenfabriek en het huis van Sissi Mabilde aan de rand van Gent en Kortrijk (in het bijzonder het bordeel Het Vliegend Tapijt).

Taalgebruik en stijl
De roman wemelt van de vloeken, scheld- en schuttingwoorden. Guggenheimers monologen zijn vaak doorspekt met krankzinnige vergelijkingen en geestigheden. Ook maakt Brusselmans gebruik van neologismen zoals 'ommigheid' en van archaïsmen zoals geplogenheid (gewoonte). Zijn manier van schrijven is eenvoudig, zakelijk, nuchter, zuinig en beknopt. Het verhaal is beschouwend en bevat veel natuurlijke dialogen. Er is niet veel beeldspraak en er is sprake van ironie en humor, wat dit boek luchtig maakt en het een persoonlijke verteltrant geeft.

Herman Brusselmans
Herman Frans Martha Brusselmans werd op 9 oktober 1957 in Hamme geboren. Na de afronding van zijn studie Germaanse filologie aan de Rijksuniversiteit van Gent (met Engels als hoofdvak en Nederlandse literatuur als bijvak) was hij negen maanden werkloos. Daarna werkte hij tot 1 januari 1987 als bibliothecaris in de ontspanningsbibliotheek van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Brussel. Na zijn huwelijk in 1981 vestigde hij zich in Iddergem, later (in 1986) betrok hij een flat in een van de 'hipste' buurten van Gent, waar hij met zijn vrouw Tania en hondje Woody nog steeds woont. Naast beroepsschrijver is hij drummerin een rockgroep, The Smiling Disease.

Brusselmans debuteerde in 1982 met de verhalenbundel Het zinneloze zeilen. Inmiddels heeft hij 21 boeken op zijn naam staan, waaronder De man die werk vond (1985), Heden ben ik nuchter (1986), De geschiedenis van de Vlaamse Letterkunde (1988), De Geschiedenis van de Wereldliteratuur (1989), Vrouwen met een IQ (1995), De terugkeer van Bonanza (1995) en Autobiografle van jemand anders (1996). Samen met Tom Lanoye schreef hij het toneelstuk De Canadese muur (1989). Zijn werk is merendeels autobiografisch van aard en wordt verder gekenmerkt door zwartgalligheid, cynisme, groteske humor en openhartige taal. Hoofdthema is 'een existentiele, verlam- mende huiver voor eenzaamheid, geweld en dood' (Ed van Eeden in Kritisch Literatuur Lexicon). In een interview met Corine Koole in Het Parool merkte Brusselmans op: '1k beschouw mezelf als een professioneel uitdrager van een negatieve levenshouding.' In zijn romans, interviews en recensies neemt hij een provocerende zelfbewuste houding aan en geeft hij onomwonden zijn mening. Vooral voor J.D. Salinger en Gerard Reve heeft hij grote bewondering.

De literaire kritiek heeft weinig of geen waardering voor zijn werk, het (vooral Vlaamse) publiek des te meer! Guggenheimer wast witter is een vervoig op De terugkeer van Bonanza (1995), een satire op de mediawereld. Er zal nog een derde boek over Guggenheimer volgen (in 1998), dat volgens de auteur (in een interview met Ruby Vandendaele in Humo) 'ernstiger' wordt.

Bibliografie
Primaire literatuur
- Guggenheimer wast witter, Amsterdam: Prometheus, 1996

Secundaire literatuur
- Gerritsma, Cor en Ritske van de Veen, Prisma uittrekselboek 5, Nederlandse literatuur 1994-1996, Het spectrum, Utrecht, 1997
- Osstyn, Karel, De formule Brusselmans, in: De Standaard, 5-9-1996
- Bergh, Thomas, [recensie Guggenheimer wast witter], in: Het Parool, 9-10-1996
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen