U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : En De Mensapen - Zwemmen Ingezonden Door: Mij Categorie: Werk.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=217 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1201 woorden.

Zwemmen is een actieve voortbeweging in of aan de oppervlakte van een vloeistof. Nagenoeg alle landdieren kunnen, wanneer zij in het water geraken, zwemmen ; alleen de mens (en de mensapen) zakt zover naar beneden dat hij verdrinkt indien hij niet heeft leren zwemmen. De eigen veiligheid is dan ook een van de voornaamste oogmerken van het zwemonderwijs dat vooral in waterrijke landen op zeer jeugdrijke leeftijd begint. Voorts wordt zwemmen beoefend uit een oogpunt van hygiëne, als reactie, ten dienste van de lichamelijke opvoeding, als taak of uit roeping (reddend zwemmen) en ten slotte als wedstrijdsport.





Zwemsport





Zwemsport, een der ook internationaal meest beoefende takken van sport. Speicale facetten zijn o.a. duiken, schoonspringen, en kunstzwemmen ; voorts : waterpolo.





Geschiedenis





Ofschoon zwemmen als lichamelijke vaardigheid al zo oud is als de mensheid, heeft het wedstrijdzwemmen pas de laatste honderd jaar zijn vlucht genomen. Dit was mede het gevolg van het feit dat in de grote steden van West-Europa overdekte zwembaden werden gebouwd en zwemscholen gesticht. Aanvankelijk waren dit slechts gelegenheden voor de stedelingen (die er niet zouden aan denken in de rvier te duiken) om te leren zwemmen, maar ook de regelmatige bezoekers van de bad-inrichtingen gingen er al spoedig toe over onderling wedstrijden te organiseren en zich tot clubs aaneen te sluiten. De eerste Engelse zwemclub werd in 1867 in Londen opgericht, drie jaar later werd de Amsterdamsche Zwemclub gevormd. In 1875 zwom kapitein Matthew Webb als eerste over het Kanaal ; hij maakte gebruik van de schoolslag, die in de 19de eeuw het meest werd toegepast. Reeds in de eerste moderne olympische spelen in 1896 stond het zwemmen voor heren op het programma ; in 1912 ook voor dames. Bij het dames-zwemmen heeft Nederland steeds een vooraanstaande plaats ingenomen. Fameuze zwemsters warten o.a. : ‘Zus’ Braun, Willy de Ouden, Rie Mastenbroek, Nda Senff, Nel van Vliet en Geertje Wielema. Legendarische figuren uit andere landen zijn : o.A. : Florence Chadwick, de eerste vrouw die Het Kanaal in beide richtingen overstak (1950-1951), de Amerikaan Johnny Weismuller, die ook als de filmheld Tarzan wereldfaam verwierf, en de Zweed Arne Borg, die in de jaren 1922-1928 op de midden-en lange afstanden onverslaanbaar was en tientallen wereldrecords brak.











Organisatie





Het wedstrijdzwemmen wordt internationnaal geregeld door de Fédération Internationale de Natation Amateur (FINA), opgericht in 19O8. Er wordn Europese en nationale zwemwedstijden gehouden. De Zwemsport wordt ook beoefend door professionals, die voornamelijk ultra-lange afstanden zwemmen (Kanaalrace e.d.). Deze wedstrijden worden niet erjkend door d FINA.


In Nederland wordt de zwemsport georganiseerd door de (sedert 1933 : Koninklijke) Nederlandsche Zwembond (KNZB) , opgericht in 1888. De KNZB ijvert tevens voor de beoefening van het zwemmen in de ruimste zin. Bij de KNZB zij ca. 370 verenigingen aangesloten met in het totaal ca. 87000 leden.


In België zij ca. 80 verenigingen met in het totaal ca. 23000 leden aangesloten bij de (sedert 1927 : Koninklijke) Belgische Zwem- en Reddingsbond (KBZRB) die dateert uit 1902.





Wedstrijden





Internationale zwemwedstrijden moeten worden gehouden in 50 m-baden. Europese en wereldrecords worden slechts erkend indien ze zijn gemaakt in baden met minimaal 50 m lengte. Records worden erkend in de volgende sectoren : schoolslag, vlinderslag, rugslag, wisselslag en vrije slag ( de laatse twee zowel individueel als estafette).


Bij het schoonspringen worden wedstrijden gehouden vanaf een verende 1 m-plank en een verende 3 m-plank. Voorts vanaf een niet verende houten of betonnen platform, waarvan de gebruikelijke hoogt 5 m of 10 m zijn ; men spreekt in dit geval van torenspringen. Een jury kent voor elke sprong een punt toe (0-10) , dat wordt vermenigvuldigd met een moeilijkheidsfactor.


Kunstzwemmen, dat na de tweede wereldoorlog uit Noord-Amerika naar Europa kwam, en het eerst naar Nederland, is een vorm van ritmisch gymnastiek en dans te water . Wedstrijden bestaan uit verplicht en uit vrije oefeningen. Waardering als bij schoonspringen.








Zwemslagen





1. Schoolslag ; De meest traditionele en rustigste slag. De in de elleboog licht gebogen armen worden gelijktijdig in zij-onderwaartse richting bewogen, waarna de ellebogen nar de romp gaan en de handen de stuwbeweging nog met een roterende beweging in de pols voortzetten. Daarna worden de armen gestrekt naar voren gebracht, hetgeen ook onder de wateroppervlakte mag geschieden. De benen, op lichaamsbreedte gestrekt, worden zonder noemenswaardige spreiding licht gebogen in de knieën, waarna de onderbenen, ondersteund door de bovenbenen, een korte, felle omcirkelend beweging maken. Hierbij is de’zweep’-beweging belangrijker dan de sluitbeweging ; vaak worden de benen zelfs niet volledig gesloten. De inademing geschiedt aan het eind van de stuwbeweging der armen.


2. Samengestelde rugslag of rugcrawl ;Is als het ware een schoolslag op de rug. Bij geheel gestrekt lichaaam (de benen zijn gesloten) worden de armen uit de zijwaartse houding gestrekt en in beneden-voorwaartse richting naar de dijen en daarna met aangesloten handen omhoog gebracht. De benen maken een spreid-sluitbeweging.


3. Enkelvoudige rugslag of rugcrawl ; Is als het ware een borstslag op de rug. De armen worden afwisselend over het water heen gebracht en door het water getrokken ; de benen worden onder de waterspiegel snel op en neer bewogen.


4. Borstslag of borstcrawl ;Dit is de snelste slag en wordt dan ook meestal bedoeld als men spreekt over vrije slag. De armen worden één voor één doorgetrokken en over het water naar voren gebracht. De ‘stuw’-arm wordt in het verlengde van de schouder ingezet, waarbij de elleboog hoger wordt gehouden dan de hand die het eerst het water raakt. Op het moment, dat de stuwarm aan de doorhaal is begonnen, wordt de andere arm uit het water gehaald en ontspannen naar voren gebracht. De armbewegingen volgen elkaar ononderbroken en gelijkmatig op. De benen bewegen zich licht gebogen onafhankelijk van eklkaar in een op-en neergaande beweging. Een licht rollen van het lichaam is geoorloofd ter ondersteuning van de armdoorhaal en ter vergemakkelijking van de inademing die geschiedt naar de zijde afgekeerd van de stuwarm. Het uitademen geschiedt onder water.


5. Vlinderslag of butterfly ; De armen worden licht gebogen naar achteren doorgehaald, ontspannen uit het water gehaald en over het water naar voren gebracht. De benen worden gelijktijdig op en neer bewogen. De beenstuwing geschiedt door een felle neerslag van de onderbenen ondersteund door de bovenbenen. Het toepassen van de beenslag zoals bij de schoolslag is eveneens toegestaan. Het inademen geschiedt aan het eind van de doorhaal van de armen.


6. Bij de vlinderslag zowel als bij de schoolslag moet het keerpunt met twee handen gelijktijdig worden aangetikt, waarna snel wordt ingehurkt, gedraaid en afgezet. Bij de overige slagen behoeven keer- en eindpunt slechts met én hand te worden aangeraakt.








Schoonspringen





Alle sprongen kunnen gestrekt, gehoekt en gehurkt worden uitgevoerd. Volgens intrnationale maatstaven kent men zes groepen van sprongen.


1. Voorwaartse sprongen met halve , hele of meerdere draai- en om de breedte-as.


2. Achterwaartse sprongen met halve, hele of meerdere draaien om de breedte-as (a. : salto achterwaarts gehurkt)


3. Contra-sprongen : voorwaartse sprongen met draai achterover om d breedte-as (b : gehurte contrasalto)


4. Binnewaartse sprongen : achterwaartse sprogn met draai voorover.


5. Schroefsprongen : alle sprongen met halve , hele of meerdere draaien om de lengte-a ( c. zweefsprong voorwaats met halve schroef).


6. Sprongen uit handstand : sprongen die uitsluitend van het platform worden gemaakt. Men moet minstens drie seconden in de handstand blijven staan voor men de sprong aanvangt (d).
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen