U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jeroen Brouwers - Bezonken Rood.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1012 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1828 woorden.

Titel

Bezonken Rood



Auteur

Jeroen Brouwers



Jaar

1981



Plaats en Tijd

Het verhaal speelt zich voornamelijk af op drie plaatsen, namelijk het Tjideng-kamp, tevens in het stadje waar Liza woont, en in de woning van de ik-figuur.



Het kamp was een vrouwenkamp, waar ook jongetjes van tien jaar zaten. Hat kamp was een hiervoor speciaal ingerichte wijk. Er was veel te weinig ruimte voor de mensen. Men leefde met tientallen mensen in een huis. De familie van de ik-figuur bewoonde een aanrecht.



Het stadje x, is de plaats waar de ik-figuur Liza heeft ontmoet. Liza woont in een appartement boven een klokkenwinkel.



Het huis van de ik-figuur is omgeven door mist. Verder wordt er hierover weinig verteld.



Het verhaal speelt zich af in het Tjideng-kamp. Dit kamp is een Jappenkamp voor vrouwen, gedurende de Tweede Wereldoorlog. Maar niet tussen 1940 en 1945, want de oorlog ging in het Verre Oosten hierna nog door. Het verhaal speelt zich tussen 1940 en 1946.



Als er wordt verteld over het huis van de ik-figuur, is dit ongeveer 40 jaar na de oorlog, dus rond 1980.



Als er wordt verteld over Liza in haar stad, is dit ongeveer zes jaar voor het gebeuren rond de woning van de ik-figuur, dus rond 1974.



Samenvatting

De hoofdpersoon in het verhaal is de ik-figuur. Zijn moeder is in februari 1981 gestorven. Hij heeft haar nooit in het bejaardenhuis opgezocht. ‘s Ochtends wordt hij telefonisch op de hoogte gesteld van het overlijden van zijn moeder. Hij is niet bij de crematie aanwezig. Toen hij hoorde van de dood van zijn moeder begon hij te beven en kreeg hij niet koud van ontroering, maar van angst. Hij neemt hier een pil tegen.



Zes à zeven jaar geleden, toen hij een tamelijk onevenwichtig leven leidde, heeft hij Liza ontmoet. Met haar is hij slechts drie dagen omgegaan. Nu heeft hij een vrouw en kinderen. Voor de dood van zijn moeder heeft hij Liza nog een keer ontmoet. Na de dood van zijn moeder moet hij zowel aan zijn moeder als aan Liza denken, in dezelfde hoeveelheid van liefde als van afkeer (hartstochtelijk en onhartstochtelijk).



De ik-figuur heeft zijn ouders nooit gekend. Samen met zjin moeder, grootmoeder en zusje heeft hij in het Jappenkamp Tjideng gezeten. Dit was een kamp voor vrouwen en jongetjes tot tien jaar.

De commandant van het kamp, Kenitji Son, heeft zijn moeder een keer afgeranseld. Op dat moment is de ik-figuur gestopt met van haar te houden.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt de ik-figuur door zijn moeder naar de kostschool gestuurd, omdat hij door de oorlog ‘verwilderd’ was. Hij beschouwd dit als verraad van zijn eigen moeder.

Toen hij nog in het kamp zat was zijn grootmoeder overleden. Vele kampbewoners overlijden, maar hij voelt geen enkele gevoelens, zelfs niet als kampvriendjes overlijden.

De hoofdpersoon stelt zich voor wat zijn moeder allemaal op de avond voor haar door heeft gedaan.

Vanuit het bejaardenhuis wordt er gebeld of hij interesse heeft in de spullen van zijn moeder. Dat heeft hij niet, want hij wil niets ‘tjoepen’. Dit is een term die werd gebruikt in het Jappenkamp, voor het overnemen van spullen van overleden mensen.

Weken later krijgt hij een fotoalbum van zijn moeder. Hij kan zichzelf nauwelijks terugvinden in de foto’s. Op vrijdag 30 juni wordt zijn moeder om drie uur gecremeerd. Deze ceremonie wordt door hem uitgebreid beschreven. Die middag rijdt hij rond in zijn auto, zonder dat hij zijn pillen heeft ingenomen.

Hij verlangt naar Liza. Hij belandt in mist, en verdwaald. Dan stapt hij uit zijn auto en begint te lopen door het bos. Hij komt aan bij een zwart meer. Hier denkt hij aan zijn overleden moeder. Ook denkt hij terug aan het kamp. Hij wilde zijn moeder wel verzorgen, maar hij kon niets meer voor haar doen, dan voorlezen uit het boek Daantje. Nu zijn moeder dood is, hoopt hij dat Liza verschijnt. Maar ook zij is dood. Thuisgekomen gaat hij verder aan zijn studie over zelfdoding, maar die wil niet echt vlotten. Hij begint te drinken. Hoe meer hij drinkt, hoe minder hij trilt....



Figuren

De hoofdpersoon is de ik-figuur. Hij heeft als klein kind met zijn moeder, grootmoeder en zusje in het Jappenkamp gezeten. Hij heeft toen zijn gevoel verloren. Hij heeft sindsdien geen enkele gevoelens meer als iemand overlijdt, hij kent zelfs geen liefde jegens zijn moeder. Als de ik-figuur dit verhaal vertelt is hij rond de 45/50 jaar, en is een midlife-crisis. Hij vindt zichzelf niet optimistisch, vrolijk, maar wel asociaal en bang. Hij heeft veel last van angstaanvallen. Deze zijn te verklaren met het feit dat hij in het Jappenkamp heeft gezeten, en hier verschrikkelijke dingen heeft gezien en meegemaakt. Hij slikt hiertegen pillen.

Na de oorlog heeft hij in een kostschool gezeten. Dit beschouwt hij als verraad van zijn moeder. Hij heeft een kortstondige relatie met Liza, van drie dagen. Daarna trouwt hij en krijgt hij kinderen.



Thema’s

Moederrelatie. De ik-figuur heeft geen enige affectie met zijn moeder, en probeert die alsnog later bij een ander te vinden. Die vindt hij bij Liza. Dit mede doordat zijn moeder geen borsten had, en haar dus ook niet zag als een vrouw, en Liza daarentegen wel, die grote borsten heeft. Hij wordt bang naar haar overlijden en gaat dan angstvallig op zoek naar een vervangend moederfiguur. Maar ook Liza kan deze moederschap niet bieden. Want moederschap biedt iets van bescherming, iets dat alleen een moeder kan geven, en bij een ander niet gevonden zal worden. Daarom blijft de ik-figuur trillen en is hij bang, ook na het overlijden van Liza, die hij als een soort Heilige Maria ziet.



Bijzonderheden

Wat mij opviel was de gelijkenis tussen Liza en de Heilige maagd Maria. Liza heeft vaak blauwe kleding aan, de kleur van Maria. Tevens loopt Liza mee in een Maria-processie. Maria heeft de bijnaam Troosteres der bedroefden en Eerwaardige maagd. Liza probeert de ik-figuur te troosten tijdens hun ontmoetingen, en als Liza met de ik-figuur gaat vrijen, is ze nog maagd. En tijdens het vrijen spreken ze over de Toren van David en Ivoren Toren, wat met de Bijbel te maken heeft.



Titelverklaring

De titel ‘Bezonken Rood’ staat voor het bloed dat veel vloeide in het Jappenkamp. Ook de rode cirkel in de vlag van Japan staat voor het bezonken rood. Het land met bloed aan de handen. Tevens heeft de ik-figuur geprobeerd zijn verleden te verbergen. Hij dacht dat al het leed en het bloed wat hij heeft gezien bezonken is. Iets wat Japan zelf ook doet, door zijn verleden te verstoppen, en nooit een echte openbare schuldbekentenis af te leggen, omdat dit tegen hun cultuur indruist.



Motto + Voorwoord

Het verhaal heeft twee motto’s

‘Er aber, in seiner gewöhnlichen Art, hüllte sich in Geheimnisse, indem er mich mit grossen Augen anblikte und mir die Worte wiederholte: Die Mütter! Mütter! ‘s klingt so wunderlich!

(Johann Peter Eckermann, Gesprächen mit Goethe)
Vertaling: Hij echter, op zijn gewone manier, hulde zich in geheimzinnigheid, doordat hij mij met de grote ogen aankeek en mij de woorden herhaalde: Moeder! Moeder! Het klinkt zo wonderlijk!



‘Zoek mij terwijl ik er ben. Leer mij kennen, omdat ik er ben. Ik ben er immers. En toch is zeker dat ik er niet ben.’

(Dodenlied, Zuid Celebes)




Deze twee motto’s hebben betrekking tot zijn moeder. Omdat hij haar eigenlijk helemaal niet kent, sinds hij niets meer voor haar voelt. Hij kent haar dus helemaal niet meer. Het laatste motto geeft dus aan dat hij gaat zoeken naar haar, hij is nog in zijn gedachten, ondanks dat zij er zelf niet meer is.



Het eerste motto geeft aan hoe ver hij van zijn moeder verwijderd was tijdens haar leven. Iemand die om zijn moeder riep van hij wonderlijk en vreemd. Want dat deed hij immers nooit.



Vertelwijze

Het verhaal wordt verteld in de verleden tijd, vanuit het perspectief van de ik-figuur. De lezer is er de hele tijd van op de hoogte hoe de ik figuur zich voelt.



‘Ik vernam het bericht van haar dood telefonisch, om plusminus half negen in de ochtend: het telefoon-gerinkel scheurde mij weg uit een mistig of schemerig stadje waar ik liep: zes à zeven jaar jonger dan ik nu ben, er was een geliefde bij mij die zei: Het stalletje van Bethlehem, Het huisje van Nazareth- er rinkelde een belletje, dat was de telefoon’.

(blz. 10 r.12-18)



‘Verder voelde ik niets, -wat hetzelfde is als: verder dacht ik er niet aan. Beter is te schrijven: ik voelde niets.’

(blz. 11. r. 4-5)



Chronologie

Dit verhaal is niet chronologisch verteld, het bestaat namelijk uit flash-backs. Zo bestaan er eigenlijk drie stukken in het verhaal: het Jappenkamp(hfdst 5, 6, 8, 9, 12, 14 en 16), de relatie met Liza(hfdst. 4, 7, 10, 11, 13, 15, en 17) en bij de ik-figuur thuis(hfdst. 2, 3, 5, 7, 10, 13, 15, en 17). Zo is dus duidelijk te zien dat de drie onderdelen door de hoofdstukken heen geweven zijn en niet naadloos op elkaar overspringen. Hier is voor gekozen om de herinneringen terug te laten komen.



Tijdsbehandeling

Het verhaal speelt zich af binnen drie perioden. Wel te verstaan het Jappenkamp(‘40/’46), met Liza(‘74) en bij ik-figuur thuis (rond ‘80). Dus een tijdsperiode van rond de 40 jaar. Hier moet dus wel tijdverdichting zijn, want 40 jaar behandelen in 129 bladzijden is onmogelijk.



Werkelijkheid

Het enige echt herkenbare van het verhaal is het Jappenkamp. Deze hebben echt bestaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Veel Nederlanders die hier hebben gezeten hebben hier nog nare gevoelens en trauma’s aan overgehouden. Trauma’s als die van de hoofdpersoon.



Genre

Het betreft hier een psychologische roman. In het verhaal is goed te merken hoe de ik-figuur op zoek is naar een soort moeder-figuur, die hij als het ware heeft verloren tijdens in Jappenkamp. Goed is te merken hoe hij zich dan voelt tegenover Liza, wat hij voelt bij het overlijden van zijn moeder. Je kan tevens goed merken dat de figuur een beetje gedeprimeerd overkomt, vooral naar het einde toe, een vrij somber einde, dat hij als het ware aan de drank raakt.



Gemotiveerd Waardeoordeel

Ik vond het niet een super boek, omdat ik niet zo hou van boeken over Jappenkampen of Indonesië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vraag me niet waarom, maar het is zo. Het onderwerp is wel origineel vind ik, hoe iemand zijn moeder-figuur verliest, en als het ware hopeloos op zoek is naar een ander. Het eind vond ik dus vrij somber, met het vooruit zicht dat hij wel alcoholverslaafd zal raken, nadat hij heeft gemerkt dat zijn trillen stopt als hij drinkt. Het boek geeft een goed beeld hoe veel mensen littekens hebben overgehouden aan het Jappenkamp, een toch nog vrij onbekend terrein van de Tweede Wereld-oorlog voor veel jongeren denk ik. Er wordt veel meer verteld, geschreven en uitgezonden op tv over Nazi’s in Europa. De opbouw van het boek is goed, vrij afwisselend, wat vrij prettig leest.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen