U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Karakter.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/989 en is laatst upgedate op 11/01/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2961 woorden.

Auteur

F. Bordewijk



Titel

Karakter, roman van zoon en vader



Uitgever

Eerste druk: Nijgh en van Ditmar Den Haag, 1938. Gelezen: 31ste druk; serie Salamander Klassiek, Querido Amsterdam/ Nijgh en van Ditmar Amsterdam.



Inhoud

Jacob Willem Katadreuffe is de onwettige zoon van de achttienjarige dienstbode Joba Katadreuffe, in dienst bij de deurwaarder A.B. Dreverhaven. Dreverhaven staat bekend als "het zwaard zonder genade voor iedere schuldenaar die hem in handen viel". Joba was indertijd bezweken voor de kracht van Dreverhaven, hij voor "haar onschuldig schoon". Joba weigert Dreverhaven echter als vader te erkennen, en vertrekt nadat ze ontdekt dat ze zwanger is. De bevalling viel Joba zwaar, maar ze kwam haar te boven. Dreverhaven stuurt Joba enkele malen geld, maar ze stuurt het steeds retour, ook op een aantal huwelijksaanzoeken gaat zij niet in. Joba woont inmiddels zelfstandig met haar zoontje, dat ze Jacob Willem heeft genoemd. Een later huwelijksaanzoek van de eenvoudige, maar oprechte schipper Harm Knol Hein wijst ze ook af, "zij was een weinig sprekende, straffe, onbuigzame, harde moeder, maar zij was goed." Sinds haar ontslag bij Dreverhaven verdient Joba wat geld bij met het maken van handwerk, en ze verhuurt een kamer aan de fabrieksarbeider Jan Maan, die duidelijk communistische gevoelens heeft. Deze periode was voor Joba en Jacob een periode van armoede, "de jonge Katadreuffe herinnerde zich deze jaren als diep zwart". Jacob wordt vrienden met Jan Maan, en blijft het voor altijd. De jongen is driftig en durft te vechten, maar op de lagere school gaat het hem minder goed af, op zijn achttiende is hij nog even ver als toen hij begon. Na de lagere school mag Jacob van zijn moeder geen vak leren, " hij moest zichzelf door de wereld slaan", net als zij. Jacob leest erg graag, het liefst uit een oud Duits lexicon waarvan de laatste delen ontbreken. Zijn ontwikkeling krijgt hierdoor enige vorm. Als Jacob volwassen is, neemt hij een sigarenzaakje over in Den Haag. Het geld hiervoor leent hij van de 'Maatschappij voor Volkskrediet', een nogal duister bankje dat hem, in tegenstelling tot andere banken, niet afwijst op grond van gebrek aan onderpand. Het sigarenzaakje loopt echter niet goed, en na een jaar gaat Katadreuffe failliet. Zijn moeder wil hem niet helpen, hij moest het zelf maar uitzoeken, en van Jan Maan accepteert hij geen hulp. Op het kantoor van zijn curator, mr. de Gankelaar, ontmoet hij voor het eerst zijn vader, die daar deurwaarder is: "ja, dat zag je zó, een kerel als een beest...." Jacob's faillissement wordt opgeheven bij gebrek aan baten. De Gankelaar, die sympathie heeft voor Jacob, bezorgt hem een baantje op zijn kantoor. Het is een advocatenkantoor van vijf associés, van wie mr. Stroomkoning de voornaamste is. Jacob raakt gefascineerd door deze werkplek, "het ware was niet een winkeliertje te worden, maar dit". Hij besluit tevens dat "moeder en zoon ver van elkaar, zo ver mogelijk" moeten, hij gaat in huis wonen bij Graanoogst, de conciërge. Jacob leert vlot typen en stenograferen, maar zijn doel ligt hoger. Omdat Dreverhaven de deurwaarder van het kantoor is, komt hij veel over hem te weten. Opnieuw wordt echter het faillissement van Katadreuffe aangevraagd. Katadreuffe had hierop niet gerekend, hij redeneerde: faillissement van de baan, schulden van de baan. Katadreuffe heeft nog steeds schuld bij de Maatschappij voor Volkskrediet, dat het woekerbankje van Dreverhaven blijkt te zijn. Katadreuffe bezoekt zijn vader, maar zijn vader beschouwt hem als niet meer dan een debiteur die betalen moet. Hij probeert hoe ver hij met Katadreuffe kan gaan, en schuift hem over zijn bureau een dolkmes toe. Katadreuffe grijpt het mes en stoot het in het tafelblad, waarna hij "een ploert bent u !" schreeuwt en wegrent. De volgende dag heeft Katadreuffe een onderhoud met Stroomkoning, die hem salarisverhoging belooft zodra het op zijn salaris in te houden bedrag vastgesteld is. Als alle schulden afbetaald zijn, bezoekt Katadreuffe zijn vader opnieuw, hij moet geld lenen voor zijn privaatlessen, die hij nodig heeft om het staatsexamen te halen. Hij weet dat hij tegen woekerrente zal moeten lenen, en bovendien kan zijn vader de lening ieder moment opheffen en het geleende bedrag terugvorderen. Katadreuffe wil echter zijn vader trotseren, hem laten zien dat hij niet bang voor hem is. Katadreuffe krijgt promotie op het kantoor, en neemt de plaats van chef de bureau Rentenstein in, die ontslag kreeg wegens geldverduistering. Oorzaak: Dreverhaven, die hem aan het drinken en gokken had gebracht. Opnieuw wordt geprobeerd Katadreuffe faillietverklaard te krijgen, maar Katadreuffe meent dat hij niet gepakt kan worden; hij heeft immers maar één schuld. Maar De Gankelaar had hem ten tijde van zijn eerste faillissement achttien gulden geleend voor zijn boeken, maar had er verder niet meer over gesproken. Katadreuffe's betrekking en toekomst staan nu op het spel, maar het verzoek tot faillissementsverklaring wordt afgewezen. Later ontmoeten vader en zoon elkaar op straat. Katadreuffe beseft goed welke rol zijn vader in dit faillissementsverzoek speelde, Dreverhaven biedt hem ook deze keer weer het dolkmes aan. Katadreuffe gooit het echter in een waterput. Als Katadreuffe voor zijn staatsexamen geslaagd is, neemt hij van het hele kantoorpersoneel gelukwensen in ontvangst. Op het feestje dat voor hem wordt georganiseerd spreekt Katadreuffe enkele woorden: "Laten we toch allen van ons leven maken wat we kunnen....Ik wil niet anders dan graag vooruitkomen...." Daardoor vergeet hij de secretaresse Lorna te George, die hem beslist niet onverschillig laat en die meer dan sympathie voor hem heeft. Zij kan er niet meer tegen dat Katadreuffe alleen voor zijn ideaal leeft, en neemt ontslag. Vlak voor zijn doctoraal examen rechten ontmoet hij haar nog eens, ze is inmiddels getrouwd. Hij begrijpt dat hij het belangrijkste in zijn leven heeft verzaakt, zijn moeder informeert later naar Lorna en concludeert: "...je bent een grote ezel geweest, Jacob" Na zijn examen moet Katadreuffe nog beëdigd worden. Er zijn wel enkele bezwaren aangetekend: hij is een onecht kind, hij zou communistische sympatieën hebben die in strijd zijn met de grondwet, hij heeft meerdere schulden gehad...Katadreuffe begrijpt dat zijn vader ook hier weer roet in het eten gooide, geen van alle bezwaren wordt echter steekhoudend gevonden, en de beëdiging vindt plaats. Diezelfde avond bezoekt Katadreuffe zijn vader. Hij komt hem vertellen dat hij beëdigd is, en dat zijn vader hem niet klein gekregen heeft. Hij biedt zijn excuses aan voor het destijds gebezigde "ploert", maar deelt hem tevens mee dat hij Dreverhaven niet meer als vader erkent. Hij weigert de hand van Dreverhaven, die hem alleen maar tegengewerkt heeft. "Of méégewerkt" zegt zijn vader hem... Vervolgens gaat Katadreuffe naar zijn moeder. Hij realiseert zich dat er slechts vier mensen in zijn leven zijn geweest "en het was alles een droefheid": Jan Maan met zijn hart en warmte, voor wie hij te weinig zorg toonde; Lorna te George, "de vrouw wier warmte hij heeft versmaad" ; zijn moeder, die al haar geld aan hem naliet en nog maar kort te leven had; en zijn vader Dreverhaven, als een boom : "hij zag zich met de bijl die teakboom vellen, hij had met zichzelf ook die manmens geveld". Uiteindelijk ontdekt hij dat hij altijd een eenzaam mens is gebleven.



Hoofdfiguren

Jacob Willem Katadreuffe, in het boek vooral met zijn achternaam aangeduid, "op zijn Nederlands uit te spreken". Hij heeft slechts één streven: zich via keiharde studie boven de chaos van het volkse bestaan uit te werken. Hij begint zijn loopbaan als kantoorklerk, om als beëdigd advocaat te eindigen. Katadreuffe heeft wel enige sympathie met het gewone Rotterdamse volk, dit krijgt o.m. gestalte via zijn vriendschap met de communistische machinebankwerker Jan Maan. Katadreuffe komt tot het voornemen zich in de advocatenwereld op te werken na het faillissement van zijn sigarenwinkeltje: "Het ware was niet een winkeliertje te willen worden, maar dit". Tevens besluit hij zijn weg volkomen zelfstandig te beginnen, daarom moeten "moeder en zoon ver van elkaar, zo ver mogelijk". Katadreuffe is een volhouder, met grote ijver gaat hij studeren, maar gaandeweg verliest hij hierdoor zijn menselijke, gevoelige kant. Dit komt o.a. tot uitdrukking in zijn extreme bescheidenheid, loonsverhogingen en bepaalde giften kunnen door hem slechts na aanhoudend aandringen geaccepteerd worden. Dat deze karaktertrek soms op het onbeschofte af is, erkent hij later wel. Katadreuffe wordt in zijn loopbaan voornamelijk tegengewerkt door zijn vader, die via mr. Schuwacht hem meerdere malen failliet probeert te verklaren, en uiteindelijk zijn beëdiging tot advocaat zelfs probeert te voorkomen. Tussen Katadreuffe en zijn vader komt het twee keer tot een hoogtepunt als zijn vader hem het dolkmes aanbiedt, waarop Katadreuffe niet ingaat. Katadreuffe toont, in tegenstelling tot zijn vriend Jan Maan, geen tot weinig belangstelling voor het vrouwelijk geslacht. Ook als de secretaresse Lorna te George hem duidelijk haar gevoelens laat blijken gaat hij daar niet op in, later trouwt Lorna met een ander. Aan het eind van loopbaan, als hij advocaat is, beseft hij dat hij geen van de enige vier personen (zijn vader, zijn moeder, Jan Maan en Lorna te George) in zijn leven echt heeft kunnen bereiken: "Toen zag Katadreuffe dat er vier mensen in zijn leven waren, en het was alles een droefheid". Katadreuffe is een karakter. Zijn karakter ontwikkelt zich vanaf het moment dat zijn sigarenzaakje failliet gaat, en hij besluit om aan de lange weg naar de top van het kantoor te beginnen. Het opvallende is dat zijn karakter zich van veel- naar eenzijdig ontwikkelt. Arend Barend Dreverhaven, de vader van Katadreuffe. Dreverhaven wordt afgeschilderd als een echt onmens. Hij is "het zwaard zonder genade voor iedere schuldenaar die hem in handen viel", zijn werk als deurwaarder verschaft hem een groot plezier. Net als Katadreuffe vertoont hij een groot doorzettingsvermogen. Dit blijkt o.a. uit de passage waarin hij in de Rotterdamse haven in het water springt om een Italiaanse schipper die aan hem probeert te ontkomen alsnog aan te houden. Als er in de Rotterdamse binnenstad rellen uitbreken waarbij zelfs het leger ingeschakeld wordt, werkt hij zich onder het tonen van "de zilveren penning met 's Rijks wapen" door de barricades en ontruimt hij alsnog een huis. Het plezier dat hij heeft in het laten ontruimen neemt soms zelfs demonische vormen aan, bijv. op het moment dat hij een heel appartementencomplex midden in de winter laat ontruimen, met als aanleiding dat hij het lawaai van een van de buren niet kon verdragen. Dreverhaven probeerde de moeder van zijn onwettig kind in het begin geld aan te bieden, en deed haar ook enkele huwelijksaanzoeken, maar zij ging daar niet op in. Als zijn zoon aan zijn zelfstandige leven begint begint Dreverhaven hem bewust tegen te werken: "Bij God (...) ik zal hem wurgen, ik wurg hem voor negen tienden, en dat ene tiende dat ik hem laat, dat kleine beetje asem zal hem grootmaken (...). En dat ene tiende, dat kleine beetje asem knijp ik hem misschien ook nog uit." Dreverhaven koestert een doodswens, dit blijkt uit de momenten dat hij, in confrontatie met zijn zoon, Katadreuffe ertoe over probeert te halen hem met een dolkmes te doden. Van zijn eigen dood heeft Dreverhaven een vast idee: "Hij zou nimmer, nimmer ziek zijn, dat was voorbeschikt, (...) maar hij zou neerploffen, opeens, onverwachts, en de grond zou dreunen waar hij viel". Dreverhaven is een type, dat van de absolute, duivelse kwaadaardigheid: "Want niet de voorafgaande exploten (...) maar de executie was zijn lust en zijn leven (...) in naam van de Hoogste God, het Geld.", hoewel soms blijkt dat hij zijn zoon op een bepaalde manier toch verder wil helpen door hem te harden. Joba Katadreuffe, de moeder van Jacob. Op haar achttiende verwekte Dreverhaven een kind bij haar, nadat ze was bezweken voor zijn kracht. Dat dit heeft kunnen gebeuren neemt zij zichzelf zeer kwalijk, en om boete aan zichzelf te doen weigert zij iedere hulp na de geboort van haar zoon. Ook Joba heeft de harde karaktertrekken die Katadreuffe en Dreverhaven vertonen, en ook zij probeert aan het armoedige bestaan te ontkomen. Joba spreekt weinig, soms op het botte af, wanneer Jacob bijv.. aankondigt het sigarenwinkeltje over te nemen, zegt ze alleen: "je doet maar" Haar rol in het verhaal is belangrijk voor de verdere weg die Katadreuffe gaat: zelfstandig. Na het sigarenfaillissement weigert ze hem te steunen, hij moet het zelf maar uit zoeken. Met haar commensaal, Jan Maan, bouwt ze juist een sterke band op, Jan noemt haar na een tijd gewoon "moeder", terwijl Katadreuffe zijn moeder in gedachten met "haar" of "zij" aanduidt. Joba is een type, dat van de keiharde moeder.



Bijfiguren

Jan Maan, de commensaal van Joba en tevens vriend van Katadreuffe. Hij interesseert zich voor de meisjes en de communistische partij, en is hiermee de tegenpool van Katadreuffe. Hij is uit het gewone arbeidersvolk afkomstig en wenst zich hieruit ook niet op te werken, ook hier ligt een groot verschil tussen hem en Katadreuffe. Jan Maan is de schakel tussen Katadreuffe en het gewone volk waaruit hij afkomstig is. Katadreuffe staat niet afwijzend tegen dit milieu, maar naarmate hij zich verder opwerkt wordt het contrast tussen hem en Jan sterker. Dit leidt soms tot conflicten waarbij Maan hem bijvoorbeeld spottend "bourgeois" noemt, maar deze conflicten duren nooit lang. Jan Maan probeert Katadreuffe na het sigarenfaillissement te helpen, maar deze hulp wordt door Katadreuffe geweigerd.



Lorna te George, de hoogste secretaresse in het kantoor van Stroomkoning. Zij heeft sterke gevoelens voor Katadreuffe, die echter door hem onbeantwoord blijven . Als Katadreuffe in een toespraak stelt dat hij slechts voor zijn ideaal leeft, is dit voor Lorna aanleiding om ontslag te nemen bij Stroomkoning. Het eerste wat ze tegen Katadreuffe zegt is: "u moet niet ál te hard werken".



Plaats/tijd

Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Rotterdam. De binnenstad waar Dreverhaven woont en kantoor houdt, wordt als een duistere plaats afgeschilderd, de plaats van het kantoor waar Katadreuffe werkt, wordt echter lichtend afgeschilderd. Dit wordt gebruikt om de loopbaan van Katadreuffe te symboliseren. De vertelde tijd is gelijk aan de leeftijd van Katadreuffe aan het eind van het boek, 28 jaar. Het verhaal wordt chronologisch verteld met een enkele uitzondering voor het zevende hoofdstuk. Het verhaal speelt in de crisisjaren, zo rond de jaren dertig, en speelt in een reële tijd. Enkele historische details, zoals de rellen n.a.v. de executie van Sacco en Vanzetti, wijzen hierop. De plaats is reëel, er worden enkele details genoemd van de binnenstad (bijv. straatnamen zoals de Boompjes), die ook in het leven van de auteur zelf een rol speelden.



Vormaspecten

Katadreuffe wordt van binnenuit belicht, veel beschrijvingen van personen en de omgeving worden vanuit zijn standpunt beschreven. Soms wordt deze vertelsituatie ook bij andere personen toegepast.



Thema

Hoofdthema is de strijd tussen vader en zoon. Dit thema wordt bijzonder door de speciale karaktereigenschappen van de twee hoofdpersonen. Dreverhaven werkt zijn zoon tegen, omdat hij hem haat. Deze haat is oprecht, al ontdekt Dreverhaven later dat hij zijn zoon hiermee ook verder hielp, omdat zijn zoon hierdoor juist gehard werd. Door de bijna-moord op de vader en de belangrijke rol van haat en liefde wordt een bijna-volledig Oedipusmotief opgebouwd, hoewel het initiatief tot moord van de vader uitgaat. De tegenstelling goed-kwaad speelt in het verhaal ook een belangrijke rol. Katadreuffe weet zijn doel te bereiken, ondanks/dankzij de tegenwerkende krachten van de duistere Dreverhaven. Stroomkoning ('goed') en Dreverhaven ('kwaad') danken hun posities aan elkaar. Katadreuffe weet zijn maatschappelijke doel te bereiken, maar verliest daarbij zijn menselijke trekken. Dit laatste wordt nog eens onderstreept, door het motto van S.T. Coleridge aan het begin van het boek: "A sadder and wiser man / he rose the morrow morn" ( "de volgende morgen stond hij droever en wijzer op"). Dit motto slaat op de somberheid van Katadreuffe aan het eind van het boek.



Titelverklaring

Het verhaal gaat over drie mensen die 'karakter' hebben: Jacob Willem katadreuffe, zijn moeder en zijn vader. Onder 'karakter' wordt hier vooral verstaan dat ze onder een ijzeren zelfdiscipline gebukt gaan. Ze zijn hard voor anderen, maar ook voor zichzelf. Daarnaast zou je onder het 'karakter' van Katadreuffe kunnen verstaan dat hij aan het eind van zijn loopbaan zijn doelstellingen wat weet te relativeren, hoewel het dan voor veel mensen al te laat is.



Over de auteur

Ferdinand Bordewijk werd in 1884 in Amsterdam geboren. Hij studeerde rechten in Leiden en was de rest van zijn leven advocaat in Den Haag. Hij debuteerde onder het pseudoniem Ton Ven met een dichtbundel, Paddestoelen, waarmee hij niet erg succesvol was. Bordewijk schreef later onder meer Blokken, Knorrende beesten en Bint. In de laatste krijgt zijn typische korte, zakelijke stijl een hoogtepunt. Karakter is, na Bint, het populairste werk van Bordewijk. Al in 1920 schreef hij de novelle Katadreuffe en Dreverhaven, die als een voorstudie van Karakter beschouwd kan worden, hoewel het pas in 1981 als afzonderlijk werk werd gepubliceerd. In 1953 ontving Bordewijk de P.C. Hooftprijs, in 1957 de Constantijn Huygensprijs. Hij overleed in 1965.



Autobiografisch/Niet-autobiografisch

Hoewel Bordewijk voor veel details van de advocatenwereld uit zijn eigen ervaring zal hebben geput, denk ik niet dat zijn roman volledig autobiografisch is. De hoofdfiguren komen onwerkelijk over, maar door de gedetailleerde beschrijving van de binnenstad en bepaalde overeenkomsten tussen Katadreuffe en Bordewijk ( beide advocaat, beide gestudeerd in Leiden ), denk ik dat de auteur toch bepaalde autobiografische elementen in zijn roman heeft verwerkt.



Genre

Karakter is een psychologische roman. De passages cocncentreren zich steeds op een klein aantal personen, en er wordt veel aandacht besteed aan het voortdurende conflict tussen Katadreuffe en Dreverhaven. Hoewel er duidelijke historische elementen in zitten, is het geen uitgesproken historische roman.



Bronnen

  • Literama, van der Kerk/Poolland, pag. 150 t/m 152



  • Boeken uit onze eeuw, Dijkstra/Schut, pag. 87 t/m 90



  • Boekenlijst Nederlands, F. Lodewijks, pag. 8 en 9



  • Prisma Uittrekselboek 1880-1945, pag. 53 t/m 62



  • het nawoord in de Salamander Klassiek-uitgave, van A.H. den Boef, pag. 249 t/m 264.
  • Andere boeken van deze auteur:


    Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen