U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Gerard Reve - De Vierde Man.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=222 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1971 woorden.

Inhoud

Gerard vertelt aan zijn vriend Ronald dat hij jaren geleden een verhouding had "met een jonge weduwe van het vrouwelijk geslacht". Dan volgt in de hoofdstukken II tot en met X het verhaal van die verhouding en de verwikkelingen eromheen.



Schrijver is uitgenodigd om in de Zuidnederlandse havenplaats V. een lezing te houden voor de plaatselijke notabelen. Hij gaat erheen met de trein en valt door het regelmatig ritme van de wielen in slaap. Hij droom akelig van en lange gang waarin een kloppend geluid naderbij komt "zoals in een film de nadering van gevaar" wordt aangekondigd.



De lezing verloopt goed, schrijver meent zelfs dat hij zeer geestig is geweest die avond. Na afloop heeft hij weinig zin op in een plaatselijk hotel te overnachten. Dat komt goed uit, want de penningmeester van de vereniging die hem voor de lezing had gevraagd, nodigt hem uit bij haar te logeren. Christine is de naam van de penningmeester. Ze is een mooie, jonge en aantrekkelijke weduwe. Gerard raakt er opgewonden van, hoewel hij gewoonlijk de herenliefde bedrijft. Christine blijkt in een groot huis naast haar kapperszaak (Dames Coiffure "Modern") en de Bijoux - Ornamentale Kunst "Sphinx" te wonen. Het idee dat zij wellicht ook nog rijk is, windt Gerard nog meer op. Ze gaan met elkaar naar bed en ondanks Gerards betrekkelijke onervarenheid op het gebied van de hetero-seksuele liefde, zijn Gerard en Christine zeer voldaan. 's Nachts heeft hij weer een nare droom over een mager, zwarte man (de Dood) met een sleutel die zingt "Tierelierelier ... wie is nummer vier ...?"



De volgende ochtend ziet hij op het bureau van Christine een brief en een foto van een knappe jongen. Direct wordt hij op deze jongen verliefd. Deze Herman uit Dusseldorf moet en zal hij bezitten. Christine zal hem daarbij moeten helpen. Als Christine hem vraagt of hij het volgende weekend, tegen betaling, op haar huis wil passen, zegt hij dat meteen toe, want hij meent op die manier met die mooie Herman in contact te kunnen komen.



Het volgende weekend zal Christine naar Herman toe gaan, maar als Gerard bij haar is, aarzelt ze met vertrekken. Ze is niet zo zeker van Herman. Hij is weliswaar al lang verliefd op haar maar hij drinkt veel (net als Gerard) en is in bed nogal snel en woest. Gerard went occulte gaven voor om allerlei dingen van Herman te weten te komen (het "verhoormotief") en stelt voor dat ze Herman meeneemt naar huis onder het voorwendsel dat hij met zijn helderziende gaven wellicht van dienst kan zijn bij het bepaln van hun onderlinge verhouding. In werkelijkheid barst Gerard van verlangen om Herman in levenden lijve te aanschouwen. Als Christine zaterdagochtend is vertrokken, probeert Gerard te gaan schrijven, maar het grote, lege huis benauwt hem. Hij gaat een wandeling maken in de hoop de jongen te ontmoeten die hij de vorige dag in de kamperfoeliestraat heeft gezien. Deze jongen komt hij niet tegen, maar voor de plaatselijke bioscoop pikt hij Laurens (een operettezanger) op, een lieve, blonde knaap die hij meeneemt naar het huis van Christine. In een klein logeer kamertje vrijen ze met elkaar waarna Laurens weer weg gaat. In het kamertje achter een stapel kappersvakbladen vindt Gerard een rechthoekig kistje. Met een sleutel zoals hij die in zijn droom in handen van de Dood had gezien, maakt hij het kistje open. Hij vindt naast diploma's en garantiebewijzen papieren, brieven en foto's van drie overleden minnaars van Christine (Gerard Verdonk [dienstplichting soldaat], Johan Ludovicus Overdijk en Gerrit Marinus Eberhard Lunderts). Alle drie vertonen grote gelijkenis met Gerard en alle drie waren ineens dood.



Gerard vlucht in paniek terug naar zijn eigen huis in A., zich realiserend dat zijn dromen hem gewaarschuwd hebben. Christine belt hem later op en vertelt dat ze Herman inderdaad heeft meegenomen. Ook vertelt ze dat Herman in V. een zwaar auto-ongeluk heeft gehad. Hij is tegen een schip gereden met de auto van Christine, hij is zwaar verminkt en mist een oog. Gerard herinnert zich, dat hij van dit ongeluk een visioen heeft gehad, toen hij voor Christine de helderziende speelde. Hij is de dans dus bijtijds ontsprongen. Weer later verneemt hij dat Christine met een Canadees is getrouwd, van wie ze ook al weer weduwe is. Dan is het verhaal uit en in hoofdstuk XI (het laatste) vraagt hij Ronald wat die ervan vindt. Alleen het versje dat de Dood zong is hem ontschoten! Het oordeel van Ronald komen we overigens niet te weten.



Personen

De hoofdpersonen zijn Gerard Reve en Christine (volledige naam: Christine Halsslag). Gerard heeft duidelijk een round character. Hij beschrijft met diepgang zijn gedachten en zijn fantasieën, vooral zijn wisselingen van heteroseksuele fantasieën naar homoseksuele fantasieën zijn kenmerkend voor zijn ‘round character'. Christine heeft een flat character. Reve beschrijft alleen haar uiterlijk, en de manier waarop ze dingen zegt. Deze dingen blijven het hele verhaal hetzelfde. Gerard is ouder dan Christine, en omdat het boek verteld wordt door de ogen van Gerard merk je alleen de gedachten van Gerard. Gerard is een naar de buitenwereld stille, maar eigenlijk heel onstuimige schrijver, die heel veel homo- en heteroseksuele gedachten heeft. Christine is een knappe, jonge weduwe die het hele verhaal heel mysterieus blijft, omdat je niet weet hoe ze dingen ziet en wat ze er van vindt. Gerard en Christine hebben een korte verhouding, terwijl Christine een vriend heeft.



Het is heel bijzonder om een vrouwenfiguur aan te treffen in een boek van Reve, die hier aangeduid wordt als "de jonge weduwe van het vrouwelijke geslacht".



Tijd

Heden, 196?, 8 dagen, chronologisch verhaal Het verhaal speelt zich af in de jaren zestig.

Ronald en Gerard praten met elkaar over dit verhaal een lange tijd na dat het zich heeft afgespeeld, maar een exacte tijd wordt niet gegeven. Tussen het begin en het einde zitten 3 weken, waarvan de tweede niet wordt genoemd. Het hele verhaal is eigenlijk een grote flashback. Vanaf het moment dat Gerard het verhaal tegen Ronald begint te vertellen tot het moment dat hij klaar is is een flashback. Er is 1 sprong in de tijd, de tweede week van het verhaal wordt helemaal niet genoemd. Hij begint met: ‘Een week later...'

Ruimte

Het verhaal speelt zich af in de Zuidnederlandse havenstad V. Waarmee waarschijnlijk Vlissingen wordt bedoeld (trein, in slaap vallen in IC A'dam - Vl). Het verhaal speelt zich voor het overgrote merendeel af in het grote, mysterieuze huis van Christine. Het huis bepaald voor een groot deel de stemming waarin de schrijver verkeert. Wanneer hij weg wil, komt dat vooral omdat het huis eng op hem overkwam.



Thema

De thema's van het boek, homofilie en angst voor de dood, zijn voor de lezers van Reve's boeken bekende thema's. Aanvankelijk lijkt her erop dat Reve voor de veranderingen de geschiedenis van een liefdesrelatie tussen hemzelf en een vrouw (christine) gaat beschrijven. Halverwege het boek blijkt de herenliefde toch belangrijker. Schrijver wordt verliefd op Herman, die hij slechts van een foto kent. Reve valt dan weer terug op zijn vertrouwde terminologie, waarbij Herman de "liefdesprins" is en Christine "getuchtigd" moet worden om Herman te veroveren.



De angst voor de dood is een ander thema. De minnaars van Christine sterven snel achter elkaar. Misschien is Christine wel een "femme fatale", een heks of een moderne sphinx (een combinatie van de namen van haar kapsalon en haar bijouterie) die op geheimzinnige wijze haar mannen de dood injaagt.



Gewaarschuwd door een visioen vlucht Reve van Christine weg. In de dromen van de ik-figuur speelt de dood een grote rol. Het kistje waarin hij de foto's en papieren van zijn drie overleden voorgangers aantreft, doet hem denken aan een doodskist. Ook het kamertje waar hij dit kistje vond, doet hem daaraan denken.



Motieven

Een motief dat in het boek voorkomt is dat van het "verhoor". In deze roman fantaseert de ik-figuur dat christine een heks is en dat ze moet bekennen "in een martelkamer, zoals het behoorde".

Christine verwijst min of meer naar de "femme fatale". Ze heeft al drie minnaars gehad die inmiddels allemaal op vrij jonge leeftijd gestorven zijn. Ze ziet er goed uit en het lijkt er op dat ze rijk is.

Motief van sex en dood: Dit is een motief uit de Zwarte Romantiek die de verbinding aangeeft tussen sex en dood. Het gaat dan om de drie minnaars van Christine die op middelbare leeftijd gestorven zijn.

Horrormotief: Ook uit de Zwarte Romantiek, komt voor bij het ongeluk van Herman, die verminkt is en een oog mist. De ik-figuur heeft het namelijk over een jongen die niet zomaar één verdorde arm heeft, maar met zijn halve kop eraf en met nog maar één oog.

Titelverklaring

De vierde man betekent; de vierde man die aan de beurt was om te sterven als minnaar voor Christine.



De titel roept associaties op met de roman "The third man" van Graham Greene, de thriller waarvan vooral de verfilming wereldberoemd is geworden. In 1983 is ook "De vierde man" verfilmd.



Opbouw

Zogenaamde raamvertelling. Het raam is dat de ik-figuur aan zijn vriend Ronald verteld dat hij iets bijzonders heeft meegemaakt. Op het eind van het boek vraagt de ik-figuur naar het oordeel van zijn vriend over het verhaal en vertelt hem de ontknoping. Hij besluit met de mededeling dat hij het verhaal wellicht eens een keer zal opschrijven. Door het gebruik van dit raam zouden de gebeurtenissen waarheidsgetrouwer kunnen lijken, maar aan het slot wordt alles tot in het absurde doorgetrokken, waardoor het tegenovergestelde gebeurd. Wellicht heeft Reve tevens getracht met deze compositie het verhaal wat meer gewicht te geven. In het laatste hoofdstuk oordeelt de ik-figuur zelf dat het verhaal wat weinig body heeft.

Er zit Revistische sex in, sadomasochistiche verhoudingen die op zeer persoonlijke wijze beschreven worden. Dat gebeurt wanneer hij met Laurens in het huis van Christine met hem sex heeft. Hij houdt hem dan een foto voor van Herman (de vriend van Christine uit Düsseldorf), die hij moet kussen. De ik-figuur denkt daarbij aan de toekomst, wanneer ze wellicht met zijn vieren (Herman, ik-figuur, Laurens en Christine) sex kunnen hebben.

"Tierelierelier... Wie is nummer vier...? Komt uit Winnie de Poe.

Verder valt op aan de stijl dat die zeer plechtstatig is, zoals in "Wat was dit nu weder? Maar ik gevoelde dat ik bloosde".

Revisme

Het Boek Van Violet En Dood gaat over een protestantse jongen die een beetje artistiek is, tragisch om het leven komt en een protestantse begrafenis krijgt. Verder zit het boek vol met opwindende revistische rêverieën aangaande jongens, wat die allemaal met elkaar doen, tegennatuurlijke en wrede handelingen, maar niets specifiek katholieks. Het Revisme wint overal terrein, maar het is niet door de R.K. Kerk uitgevonden. Gelukkig is het niet in strijd met de katholieke geloofsleer, want dat zoude ik vervelend vinden. (geschreven door het Libris-Magazine) Zie ook motieven



Auteur

Gerard Kornelis van het Reve, zoals hij tot 1973 heette, werd geboren te Amsterdam (Watergraafsmeer). Hij bezocht enige jaren het gymnasium en de Grafische School en kwam daarna in de journalistiek. Hij komt uit een communistisch milieu; in 1966 trad hij toe tot de rooms-katholieke kerk.



Van het Reve schreef romans, verhalen, novellen, een toneelstuk, gedichten, boeken met reisbrieven en liefdesromans. Zijn werk is realistisch en vaak sterk autobiografisch. Veel voorkomende thema's zijn: eenzaamheid, agressie, droefheid, ergernis, innerlijke en uiterlijke onttakeling van de mens, homofiele relaties en angst voor de dood. Grote bekendheid kreeg van het Reve (die zich later "Reve" zou noemen) door zijn autobiografische roman "de avonden" (1947). Een jaar eerder verscheen zijn aangrijpende novelle "De ondergang van de familie Boslowits, handelend over de ondergang van een Joods gezin uit Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog.



Enkele andere werken: - Op weg naar het einde (1963) - Nader tot U (1966) - Oud en eenzaam (1978) - Moeder een zoon (1980) - Wolf (1983)



Boekenweekgeschenk

Dit boek was oorspronkelijk geschreven als boekenweekgeschenk, maar werd afgewezen door de Commissie collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB), op ethische gronden.

Richard Cornelissen
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen