U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag :  - In De Ban Van De Ring.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21164/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2898 woorden.

Uittreksel van J.R.R. Tolkien’s “In de Ban van de Ring”,

i.p.v. een hoofdstukindeling.



I. Algemene informatie



In de ban van de ring is een epos over goed tegen kwaad, en beslaat zes boeken. Het verhaal begint in Balingshoek in de Gouw, het huis van Frodo Balings. Frodo is een Hobbit: dat zijn kleine wezens met haar op hun voetzolen en een enorme eetlust, die zich bovendien niet gauw in wilde avonturen storten. Frodo heeft ooit van zijn oom Bilbo een gouden ring gekregen. Die had hem “gevonden”, nadat een wezen met de naam Gollum die had verloren. De lotgevallen van Bilbo en Gollum zijn uitvoerig beschreven in Tolkien’s “De Hobbit”.



II. Balingshoek



De tovenaar Gandalf vertelt Frodo over de magische elfenringen, en dat de zijne de “Ene Ring” is, die ze alle regeert. De duistere heerser Sauron had hem lang geleden gesmeed, maar vermoedde, dat hij vernietigd was. Nu voelt hij, dat de Ring terug is. Sauron zoekt de Ring, om hem naar zich toe te trekken in Mordor. Als dat lukt zal hij over heel Midden-Aarde heersen. Frodo moet de ring naar het oosten brengen, naar Rivendell, waar over zijn lot beschikt zal worden. Sauron heeft zijn negen zwarte ruiters, de Nazgûl, opdracht gegeven om Midden-Aarde te doorzoeken en de Ring te vinden. Hij heeft pas van ene “Balings” gehoord, en daarop Nazgûl naar de Gouw gestuurd. Frodo moet snel en heimelijk vertrekken. Sam, zijn tuinman, en twee andere Hobbitvrienden, Peregrijn Toek en Meriadoc Brandebok, ook wel Pepijn en Merijn genoemd, vergezellen hem. Een vijfde Hobbit, Dikkie Burger, blijft achter om hun sporen uit te wissen.

De Hobbits bereiken het dorp Breeg, waar ze de nacht doorbrengen in de herberg De Steigerende Pony. Frodo verblijdt de aanwezigen met een lied, en doet argeloos de Ring aan zijn vinger, waardoor hij onzichtbaar wordt, hetgeen voor de nodige ophef zorgt. Stapper, een doler, onthult zichzelf als Aragorn, de rechtmatige koning van Gondor, het rijk der mensen. Deze biedt zijn hulp aan. Merijn heeft intussen twee zwarte ruiters in het dorp gezien, waardoor de Hobbits bedenken dat het onveilig is om in hun kamers te slapen. Het is een wijs besluit om dat niet te doen, want die nacht wordt hun kamer bestormt en hun beddengoed kapotgesneden. De Hobbits en Aragorn verlaten Breeg en trekken naar de Weertop, waar ze Gandalf hopen te ontmoeten. Ze merken, dat hij al vertrokken is. Dan worden ze overvallen door de Nazgûl. Frodo voelt zich genoodzaakt om de Ring aan te doen, maar daardoor valt hij de vijand nog meer op. Een ervan steekt Frodo met een dolk, waardoor hij ernstig gewond raakt. Aragorn slaat de Nazgûl met vuur van hen af, en ze weten te ontsnappen. Frodo’s wond verslechterd en hij zal snel in veiligheid gebracht moeten worden. Terwijl het gezelschap zich haast om een doorwaadbare plaats in de rivier te bereiken, en naar Rivendell te gaan, worden ze achtervolgd door alle negen Nazgûl. Juist als Frodo gevangen dreigt te worden, stijgt het schuimende water, en worden de zwarte ruiters door de onstuimige rivier meegesleurd.













III. Rivendell



Frodo ontwaakt in Rivendell in het huis van Elrond, heer van Rivendell. Hier wordt hij herenigd met zijn oom Bilbo, die Frodo zijn betoverde zwaard Prik en een kostbaar maliënkolder van Mithril geeft. Aragorn’s zwaard, dat gebroken is, wordt opnieuw gesmeed en krijgt de naam Anduril. De Raad komt bijeen om over het lot van de Ring te beslissen. Na rijp beraad is iedereen het met elkaar eens, dat hij vernietigd moet worden door hem in de krater van de Doemberg, een vulkaan in Mordor, te werpen. Frodo biedt zich met enige terughoudendheid aan om de Ring te dragen, terwijl hij zegt: “Ik zal de Ring naar zijn bestemming leiden, hoewel de weg mij niet bekend is”. Elrond kiest de lotgenoten, die hem zullen vergezellen. Naast de Hobbits en Gandalf zullen de vrije volken vertegenwoordigt zijn: Legolas van de Elfen, Gimli van de Dwergen en Aragorn en Boromir van de Mensen. Zo wordt het gezelschap van de Ring gevormd, negen sterk, om de negen Nazgûl het hoofd te kunnen bieden. Ze beginnen aan hun gevaarlijke reis naar Mordor.



IV. Moria



De enige manier, om aan de andere kant van de bergen te komen, is om door de mijnen van Moria te trekken. Dit is een netwerk van grotten en schachten, die ooit door dwergen zijn uitgehakt. Als het reisgenootschap de ingang bij een stil water bereiken, vinden ze de deuren van de dwergen magisch gesloten. Erop staat geschreven: “Zeg vriend, en treed binnen”. Het reisgenootschap slaagt er niet in om het raadsel op te lossen, totdat Gandalf plots opspringt en in elfentaal het woord “vriend” spreekt. Terwijl de deuren zich openen, grijpt een slijmerige tentakel van de Wachter in het Water Frodo bij zijn enkel. Sam hakt hem eraf en samen springen ze naar binnen. Achter hen slaan de deuren hard dicht, waardoor er geen weg terug is. Gandalf verlicht de weg door de donkere slingerende gangen met zijn staf, terwijl hij zijn zwaard Glamdring klaarhoudt.

Terwijl het reisgenootschap tijdens hun eerste nacht in Moria rust, laat Pepijn zomaar een steen in een put vallen. Daarop komen er van heel diep tikgeluiden, alsof er geseind wordt. Het gezelschap brengt de volgende nacht in de Hal door, waar ze het boek van Mazarbul vinden en lezen. Daarin staat beschreven hoe de dwergen, die in Moria werkten en leefden, in een val liepen en gedood werden. Dan klinkt het geluid van trommels uit de diepte: “Doem, doem!”, het gezelschap zit in het nauw. Orks vallen hen aan, nadat ze dwars door de deuren breken. Het gezelschap levert een achterhoede gevecht, terwijl ze haastig wegvluchten. Ze bereiken, achterna gezeten door een Balrog, een kloof, waarover zich slechts een smalle brug bevindt. Gandalf stuurt de anderen ook over de brug. Als hij zich ook terugtrekt, draait hij zich midden op de brug om, en roept: “Je mag er niet langs!”. Het enorme monster stapt naar voren, gehuld in vlammen. Gandalf verheft zijn staf en slaat ermee op de brug, die in elkaar zakt en met de twee in de afgrond zakt. “Vlucht, dwazen!” zijn Gandalf’s laatste woorden.





V. Lothlorien



Rouwend om het verlies van Gandalf bereikt het gezelschap Lorien, huis van de elfenkoningin Galadriel. Hier kunnen de reisgezellen bijkomen. Galadriel geeft ze kostbare geschenken, en test hen dan om te beoordelen of ze waardig zijn om de Ring te dragen. Aarzelend vertrekt het gezelschap om hun reis per boot langs de rivier de Anduin te vervolgen. Terwijl ze reizen volgt Gollum hen, aangetrokken door de kracht van de Ring.









VI. De watervallen van Rauros





Nadat ze bij de watervallen van Rauros aan wal gaan, overlegt het gezelschap hoe ze verder zullen gaan. Frodo besluit om naar Mordor te gaan, maar Boromir wil de Ring tegen Sauron gebruiken, en deze niet vernietigen. Overweldigt door hebzucht, probeert hij de Ring van Frodo af te pakken. Deze doet hij om zijn vinger en wordt onzichtbaar. Samen met Sam gaat hij naar Mordor, achtervolgt door Gollum.

Orks van het leger van de slechte tovenaar Saruman vallen Merijn en Pepijn aan. Boromir sterft in een poging hen te redden. De Hobbits worden gevangen genomen. Aragorn, Legolas en Gimli achtervolgen de orks in de hoop de Hobbits te kunnen bevrijden. De ruiters van Rohan, een land ten noorden van Gondor, patrouilleren onder leiding van Eomer het gebied en vallen de orks aan. Daardoor kunnen Merijn en Pepijn naar het bos Fangorn ontsnappen, waar ze de hulp krijgen van grote boomachtige wezens die zich Enten noemen. Samen vallen ze Isengard aan, de versterkte burcht van Saruman.





VII. De Helmsdiepte



Aragorn, Gimli en Legolas blijven de Hobbits zoeken en zijn verbaasd dat ze een geheel in het wit gehulde Gandalf ontmoeten, van wie ze dachten dat hij dood was. Hij vertelt ze hoe hij met de balrog vocht, en deze uiteindelijk vernietigde. Ze bezoeken Theoden, koning van Rohan, en bevrijden hem van de invloed van zijn adviseur Grima, ook bekend als Slangtong. Gandalf ontmaskert Slangtong als een spion van Saruman en stuurt hem weg. De dankbare Theoden schenkt Gandalf zijn paard Schaduwvacht, het snelste paard in Rohan. Eomer, de zoon van Theoden biedt deze zijn zwaard aan. Theoden roept: “Sta op, ruiters van Theoden!”. Dan trekken de ruiters van Rohan ten strijde.

Gandalf raadt de groep aan om zich voor de verdediging van de Helmsdiepte in te zetten, een vesting van Rohan die door de legers van Saruman wordt bedreigd. Hij zelf rijdt eerst naar Isengard. De ruiters van Rohan komen net op tijd aan. Van achter de muren zien ze de Orks aanvallen. Een dodelijke regen van pijlen valt op de Orks. En nog rukt de vijand op. Met boomstammen als stormram vallen ze de poort aan. Eomer en Aragorn slaan ze terug maar raken zelf in het nauw. Gimli stort zich woest in de strijd met zijn strijdbijl, en brengt hen in veiligheid.

Keer op keer vallen de Orks aan. Ze storten zich op de muren. De Orks stormen voorwaarts en dwingen de verdedigers zich schuil te houden in het fort. Aragorn waarschuwt de aanvallers dat ze zich moeten terugtrekken. De vijand lacht en is ervan verzekerd, dat ze de Helmsdiepte zullen veroveren. Theoden, Aragorn en de Ruiters van Rohan vallen aan, en dringen diep in de stellingen van het leger van Isengard door. Dan komt Gandalf uit het veroverde Isengard met versterkingen. De vijand slaat in doodsangst op de vlucht, recht op het leger van Enten af dat plotseling op de vlakte is verschenen. Ze zijn nooit teruggezien.



















VIII. Shelob’s Nest





Intussen hebben Frodo en Sam tijdens hun lange tocht Gollum gevangen en hem vastgebonden met elfentouw. Hij moest zweren, dat hij de meester van zijn “liefste”, de Ring, zal dienen. Ze laten Gollum daarop los en dragen hem op hen naar Mordor te leiden. Terwijl ze ’s nachts reizen en overdag rusten, trekken ze eerst door de Dode Moerassen. Er is weinig meer te eten dan de voedzame Lembas, een geschenk van de Elfen. Gollum leidt ze door het verraderlijke moeras. Terwijl ze voortploeteren vliegt een Nazgul, gezeten op een vliegend beest, hoog boven hen. Zijn gekrijs bereikt Frodo en Sam, en het is duidelijk dat hij op de drager van de Ring jaagt.

Op de vijfde dag komen ze aan in de troosteloze Asvlaktes. Giftige dampen verstikken hen terwijl ze vermoeid voortploeteren naar de bergrug, die hun weg verspert. Gollum wordt wanhopig om de Ring te bezitten, maar is door zijn belofte gebonden om Frodo te dienen.

Hij weet dat hij kan doen wat hij wil als hij de Ring heeft, en besluit de Hobbits langs een pad te leiden dat zeker hun dood zal worden. Hij leidt ze naar Cirith Ungol, het nest van de reuzespin Shelob.

Terwijl ze het land van Ithilien doortrekken, worden Frodo en Sam door Boromir’s broer Faramir geholpen die de met een klein leger de troepen van Sauron tegenhoudt. Faramir leidt ze naar hun schuilplaats, waar ze hem over hun missie vertellen. Gollum, die zich voor de mannen verstopt had, wordt gevonden bij een poel. Faramir waarschuwt Frodo tegen zijn plan om door Cirith Ungol te trekken, want hij vermoedt dat Gollum iets in zijn schild voert. Frodo heeft echter geen keus. Frodo, Sam en Gollum zetten hun reis voort, en komen na twee dagen aan bij Minas Morgul, de stad van de Nazgul. Ze beklimmen de bergwand boven de vallei terwijl de bliksem om hen heen flitst. Dan zien ze de heer van de Nazgul met een leger van ondoden en geesten. De Hobbits verschuilen zich onder een rots, terwijl het leger verder trekt. En dan gaan de Hobbits door met klimmen, totdat ze besluiten die nacht in een donkere grot te rusten. Gollum sluipt weg om Shelob te vertellen dat ze zo bezoek krijgt.

De volgende morgen leidt Gollum hen door een donkere tunnel waar ze zich ingesloten vinden in een doodlopende gang. Frodo haalt een flesje met licht (een geschenk van Galadriel) uit zijn zak, waardoor ze Shelob achter zich zien. Ze schrikken haar af met het licht, maar terwijl ze de tunnels verlaten valt Shelob hen aan. Sam begrijpt dat Gollum hier voor verantwoordelijk is en gaat een gevecht met hem aan, maar dan ziet hij dat Frodo door Shelob wordt meegenomen. In uitbarsting van woede pakt Sam Frodo’s zwaard, Prik, dat op de grond ligt, en valt Shelob aan. Terwijl ze boven hem staat voor een dodelijke aanval, grijpt Sam het flesje en verblindt haar met het licht. Dan snijdt hij met zijn zwaard haar ogen eruit. Met haar laatste kracht probeert Shelob zich op Sam te storten, maar Sam steekt zijn zwaard omhoog, en terwijl Shelob op hem stort doorboort het zwaard haar huid en ingewanden. Dit zou Sam nooit op eigen kracht kunnen doen. En zo kwam Shelob aan haar einde, dodelijk gewond door haar eigen kracht.

Sam denkt dat Frodo dood is, en neemt zijn Ring om de reis zelf door te zetten. Hij hoort een troep Orks aankomen, doet de Ring om, wordt onzichtbaar en volgt hen als zij het lichaam van Frodo ontdekken. Hij merkt dat Frodo niet dood is, maar alleen verlamd door Shelob’s gif. Dan dragen de Orks Frodo naar een wachttoren aan het einde van de bergpas.





















IX. Mordor





Sam sluipt de toren in, en redt Frodo, die van zijn harnas van Mithril en zijn elfenmantel ontdaan is. Intussen maken de Orks onderling ruzie. De Hobbits vermommen zich als Orks om niet ontdekt te worden terwijl ze naar de Doemberg trekken, achtervolgd door Gollum.

Intussen zoekt de rest van het Reisgezelschap hulp in de Strijd tegen Sauron. Aragorn, Gimli en Legolas reizen over de paden der doden om het Leger van Ondoden bij elkaar te brengen. Gandalf en Pepijn gaan naar de hoofdstad van Gondor, Minas Tirith, waar Pepijn zweert om Denethor, de heerser van Gonder, en vader van Boromir en Faramir, te dienen. Denethor realiseert zich, dat Minas Tirith op het punt staat belegerd te worden door Sauron’s troepen. Hij stuurt een boodschapper naar Theoden, met de vraag of de Ruiters van Rohan Gondor snel te hulp kunnen schieten. Eomer’s zus, Eowyn, reist als man vermomd met de ruiters mee en voert Merijn mee op haar paard. Theoden moet snel reizen, zonder door de vijand gezien te worden. Een wildeman, Ghan-Buri-Ghan, leidt de Ruiters van Rohan door de wouden, uit het zicht van de uitkijkposten van de vijand.

Als de Ruiters bij Minas Tirith aankomen, merken ze dat deze wordt belegerd door een groot leger van de heer van de Nazgul. Theoden leidt een aanval tegen de vijand. De heer van de Nazgul valt Theoden aan, erop vertrouwend dat hij niet door mensen gedood kan worden. Hij stort zich gezeten op zijn vliegende beest uit de lucht, maar wordt met hulp van Merijn gedood door Eowyn. De slag raast rondom de muren van Minas Tirith, en alles lijkt verloren als vijandelijke schepen over de rivier de Anduin naderen. Terwijl Eomer zijn mannen verzamelt, ontrolt zich op het voorste schip een elfenstandaard, gemaakt door Arwen, de dochter van Elrond. Aragorn springt aan wal, vergezeld door Legolas en Gimli. Ze snellen voorwaarts en drijven de vijand weg. En zo wordt de strijd gewonnen, maar de Ring moet nog altijd vernietigd worden.

Om de aandacht van Frodo en Sam af te leiden, leidt Aragorn een leger van Minas Tirith om Sauron uit te dagen. Na dagenlange reis bereiken ze de poort Morannon, die toegang geeft naar Mordor. Aragorn, Gandalf en de andere kapiteins rijden naar de poort en dagen de verdedigers uit. De poort wordt geopend, en een boodschapper van Sauron komt naar buiten. Hij lacht naar het leger, en toont hen Frodo’s elfenmantel en zijn harnas van mithril. Hij dreigt dat Frodo gemarteld zal worden als het leger zich niet terugtrekt. Gandalf grijpt de voorwerpen en drijft de boodschapper terug. Het leger van Sauron stormt door de poort, totdat de Orks en wildemannen het leger geheel hebben omsingeld.

Al die tijd strompelen Frodo en Sam door naar de voet van de Doemberg, van schuilplaats naar schuilplaats, met Gollum achter zich aan. Hoe dieper ze Mordor intrekken, hoe zwaarder de last van de Ring wordt. Als Fordo te vermoeid wordt om door te gaan, neemt Sam hem op zijn rug. Wanneer ze de top naderen, wordt Frodo steeds meer aangetrokken door de Ring. Als ze uiteindelijk op de rand van de krater staan, kan Frodo het niet meer weerstaan en doet de Ring om zijn vinger, waardoor hij zichtbaar wordt voor Sauron. Opeens bespringt Gollum hem, en bijt Frodo’s vinger er met Ring en al af. Dan raakt hij zijn balans kwijt en stort hij samen met de Ring in de vulkaan.

















X. De terugkeer naar de Gouw en de Grijze havens





De vernietiging van de Ring betekent de nederlaag voor Sauron en zijn legers. Gandalf stuurt adelaars om Frodo en Sam van de uitbarstende vulkaan te halen en terug te brengen naar hun vrienden. Samen beginnen ze aan de lange tocht terug naar de Gouw.

Saruman wordt ontdekt terwijl hij door de Gouw zwerft, maar Frodo spaart zijn leven. Uiteindelijk wordt hij vermoordt door zijn spion Slangtong. Terwijl de Hobbits hun eigen leven hervatten, vaart Frodo samen met Gandalf over de eindeloze oceaan naar het westen, naar het thuisland van Gandalf, de Grijze Havens, waar rust en vrede heerst.







Bram v. Gorp

Gym 1A



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen