U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Bint.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/980 en is laatst upgedate op 25/11/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1923 woorden.

persoonlijke reactie en waardeoordeel

Ik vond het niet zo'n boeiend boek, want je kon een aantal dingen al voorspellen. Bijvoorbeeld dat Bint van school zou gaan en dat de Bree zijn systeem door zou zetten. Er zat ook weinig spanning in, wat in combinatie met de korte zinnen, nogal een saaie, slaperige indruk geeft.

De namen zijn echter best komisch, waarvan er maar weinig zullen bestaan. Een aantal namen zijn: 'Whimpysinger, Schattenkeinder, Kiekertak, Bolmikolke en Klotterbooke'.



Complete titelbeschrijving

Auteur: Het boek is geschreven door Ferdinand Bordewijk (1884-1965).

Titel: De titel van het boek is Bint met als ondertitel Roman van een zender.

Uitgeverij: Bint is uitgegeven door uitgeverij Nijgh & van Ditmar in 1949 in Den Haag.

Verdeling: Het boek bevat 76 bladzijden. Het boek is onderverdeeld in hoofdstukken, die elk hun eigen titel hebben. De hoofdstukken zijn echter niet genummerd.

Omslag: Op de omslag staat een vage tekening. Het boek bevat echter ook 'Blokken' en 'Knorrende beesten'. De omslag zou dus ook best op een van deze andere boekdelen kunnen slaan.

Motto: Het boek heeft geen motto.



SAMENVATTING

Een stalen tucht. De Bree gaat voor het eerst les geven op de school van Bint. Deze laatste geeft hem een korte samenvatting van zijn idee, zijn systeem.



De hel. De Bree maakt kennis met 4D. Hij verklaart deze leerlingen de oorlog.



De genoten. Hij maakt kennis met enkele collega's.



De bloemen. Hij geeft zijn eerste les in deze makke klas.



De strafdag. Leerlingen van de hel komen voor straf een middag terug.



Bint. De Bree spreekt Remigius over Bint. Vijf jaar geleden is Bint met zijn nieuwe systeem begonnen.



De Bree. De Bree werkt aan een studie over Anna Maria van Schuurman. De school heeft hij nu als afleiding en om meer met de werkelijkheid in contact te komen.



Bruinen, grauwen, de hel. De grauwe klas is goedaardig, arbeidzaam, kleurloos en slecht. De Bree is streng, omdat zo'n klas 'eensklaps kon omslaan tot tuchteloosheid, rebellie'. De bruine klas is alle andere klassen voor. Hierin schuilt het gevaar van de hoogmoed. Daarom is De Bree ook hier streng. In de hel geeft hij nu zijn vierde les; de drie eerste lessen heeft hij niet gedoceerd, alleen maar 'getemd'.



Naar kerstmis. Als hij onwillekeurig naar de werkster kijkt, staat Bint spottend toe te zien. Als De Bree de volgende keer opzettelijk niet naar de werkster kijkt, kijkt Bint weer spottend. Dat leert De Bree om alleen te leven voor zijn werk. Een deputatie van de hel komt vragen om vrede, maar hij weigert.



De samenkomst. Op de leeraarsvergadering bekijkt De Bree zijn collega's eens nader.



De samenkomst, de toespraak. Men debatteert over de leerling Van Beek, die overspannen is en met zelfmoord heeft gedreigd als hij een onvoldoende krijgt. Hij krijgt een onvoldoende. Bint waarschuwt voor moeilijkheden, vooral aan de kant van Fleau.



Het herbegin. Van Beek pleegt zelfmoord. Voor het begin van de lessen na de kerstvakantie komen de leraren bijeen.



Het oproer. Bint voorspelt het verzet van de leerlingen. Bij de eerste bel komt de hel alleen de school in. De andere leerlingen roepen en gooien met sneeuwballen naar de school. De hel, door Bint 'losgelaten', drijft hen de school in. De leraren gaan naar de klassen, maar zeggen volgens Bints opdracht geen woord. Bint bedankt de hel.



Daarna. Het blijkt, dat de conciërge de leerlingenlijst heeft gegeven aan Fleau en dat deze de leerlingen heeft aangezet tot oproer. De Bree overdenkt of Bint misschien de dood van Van Beek heeft geprovoceerd om zo de school van de conciërge en anderen te kunnen zuiveren. Daarna, de hel. Bint drijft de conciërge de school uit. Hij trakteert de hel op sigaretten. Het blijkt nu, dat 4D de avond voor het oproer bij Bint is geweest. De hel krijgt 's middags vrij.



Naar Pasen. De Bree gaat met de helft van de hel op schoolreis.



De tocht. Zij rijden door Zeeuws-Vlaanderen.



De tocht. De route door Vlaanderen wordt bekort om Te Wigchel, die ziek is.



De Rustdag. Heiligenleven en Punselie zijn verdwenen. De Bree en de rest van de klas zijn woedend. In Ronse voegen de 'deserteurs' zich weer bij het gezelschap. De twee hadden het oorspronkelijke, hun heilig geworden, en terwille van Te Wigchel veranderd plan uitgevoerd. Voor straf moeten ze 'meneer' zeggen tegen De Bree.



De tocht, het einde. Ze komen nog even in Frankrijk. Ze eten in Brussel.



Naar zomer. De hel leert nu goed. De Bree verbiedt de bruinen nog vragen te stellen. De conciërge en de werkster komen. De Bree om steun vragen, maar hij weigert die.



Het afscheid. De Bree, die de school zal verlaten, loopt nog eens door het hele gebouw. Als hij Bints kamer binnentreedt, zit deze daar. De Bree mompelt een verschuldiging en gaat weer; Bint zwijgt.



Examens. De Bree surveilleert bij het eindexamen. Het examen vindt hij 'een grote verdoemenis van deze tijd,'. 'Een woord van Bint moest voldoende zijn.' Allen slagen. Bij de diploma-uitreiking meent De Bree op te merken, dat Bint even wankelt: hij heeft een stalen wil, maar geen stalen lijf.



Vakantie. Bint zegt De Bree, dat hij herbenoemd kan worden, maar deze weigert. Thuis zijn manuscript herlezend is hij er niet tevreden over. Hij vraagt alsnog herbenoeming en krijgt die.



Het herbegin. Bint heeft ontslag genomen. Keska zegt, dat het om Van Beek is, hetgeen Donkers later tegenover De Bree bevestigt. De Bree neemt zich voor, verder te werken in de geest van Bint. De leerlingen van de hel zijn vermenselijkt, gerijpt. De Bree denkt aan Bint, die gegaan is, en aan zijn systeem, dat blijft. De klas wordt rumoerig. Hij verklaart, dat het nog steeds oorlog is tussen hem en hen.



Bints paragraaf. De Bree doet twee pogingen Bint nog te spreken te krijgen. Het lukt hem niet; Bint is (zogenaamd?) niet thuis. Weer op school voelt De Bree eerbied voor de ziel van Bint, die hier nog leeft.



Titel en ondertitelverklaring

Bint is de naam van de rector van de school. Hij wil een systeem van stalen tucht handhaven, waaraan hij zelf echter te gronde gaat.

De ondertitel 'Roman van een zender' slaat op Bint en de Bree. Bint wil zijn systeem van stalen tucht doorzetten. Hij is hier de zender. De Bree neemt na het aftreden van Bint dit systeem over. De Bree is dus de ontvanger. De roman gaat over Bint en hoe hij zijn systeem van stalen tucht wil handhaven à Roman van een zender.



Motto

Het boek heeft geen motto.



Genre

Het genre is epiek, met als subgenre een roman. Het is een korte roman van de tucht.



Thema

Het thema is het chaotische in het leven en de angst voor die chaos, waar de tucht als een negatief tegenover staat. De tucht is juist het omgekeerde van de chaos: de orde, die juist nodig is om jezelf te redden in de maatschappij. De maatschappij is hard en je moet dan wel sterk in je schoenen staan, wil je iets bereiken. Bint wil een soort van orde scheppen in deze chaos, waar volgens hem niets anders opzit dan het doorvoeren van een stalen tucht. 'Ik eis van ieder; tucht. Ik ben hoogst modern. De tijd is voorbij van gemoedelijkheid, van verbroedering.' (blz. 78). De mensen zullen dan later de leerlingen van Bint kunnen onderscheiden met de rest. 'En men herkende later de mannen van de school van Bint.' (blz. 141).



Motieven

1) Stalen Tucht: Volgens bint moet er tucht zijn, om zo voorbereid te zijn op het harde maatschappelijke leven. Iedereen moet zich helemaal onder controle hebben en geen emoties tonen. Iedereen moet dus een hele goede zelfbeheersing hebben. " Ik eis van ieder; tucht. Ik ben hoogst modern. De tijd is voorbij van gemoedelijkheid, van verbroedering. " (blz. 78)



2) Dood: Een van de leerlingen pleegt zelfmoord. Later blijkt dat Bint dit niet verwerkt heeft en doet net of hij dood is. "Het is waarschijnlijk, dat de leerling Van Beek zelfmoord zal beproeven, misschien zal plegen." (blz. 105)



3) Meester-leerlingmotief: De leraar staat ver boven de leerling. Een leerling moet respect hebben voor de leraar. "De leerlingen mag alleen klimmen, de leraar niet dalen."



4) Opstandigheid/frustratie: De leerlingen durfde in het begin niet zo goed in opstand te komen. Maar later kwamen de leerlingen juist allemaal, behalve de "Hel" in opstand. "Er was soms begin van opstand, maar nooit collectief" (blz. 100) "Op het plein stroomden de scholieren ongewoon vroeg tezamen. Zij stonden ook meer bijeen. Er was geschreeuw en gefluit, maar meer nog niet. Zij armgebaarden naar de drie kapotte ruiten in de voorgevel." (blz. 110)



5) Schuld: Bint vindt dat alles wat de leerlingen verkeerd doen aan de ouders en de maatschappij ligt. Op het laatst van het boek voelt hij zich toch wel schuldig over de dood van Van Beek. "De school krijgt de schuld, de ouders hebben de schuld. Mijn kweek kenmerkt zich door evenwichtigheid." (blz. 106)



6) Generatie kloof: Bint vond dat de tijd waarin de jeugd nu leefde niet goed was. Het was niet streng genoeg. "De oorzaak zit in de tijd zelf, in het slechte daarvan. De tijd hangt fanatiek aan leuzen, de een zo hol als de ander. De leus vervangt het beginsel."



7) Seksualiteit: De leraar de Bree vindt dat hij a-seksueel is. Maar op de manier waar hij naar de werkster kijkt, vermoedt hij dat dat niet zo is.

"Hij was vrijwel a-seksueel. Hij begreep volstrekt niet wat een vouw in een man zag." (blz. 95) "De werkster kwam langs. Hij keek even. Het was volstrekt onwillekeurig. Hij keek even naar haar. Ze moest denken dat hij om haar keek." (blz. 99) "Hij dacht wel eens aan de werkster." (blz. 108)



8) Chaos en verwildering: 'Er was soms begin van opstand, maar nooit collectief.' (blz. 100). 'Op het plein stroomden de scholieren ongewoon vroeg tezamen. Zij stonden ook meer bijeen. Er was geschreeuw en gefluit, maar meer nog niet. Zij armgebaarden naar de drie kapotte ruiten in de voorgevel.' (blz. 110).



9) Zelfmoord van Van Beek. 'Het is waarschijnlijk, dat de leerling Van Beek zelfmoord zal beproeven, misschien zal plegen.' (blz. 105).



Personages

Bint: Het uiterlijk van Bint, "droog, rietmager, kaarsrecht," is in overeenstemming met zijn innerlijk. Hij heeft een afschuw van de gemoedelijkheid, verbroedering, bandeloosheid en verwildering van zijn eigen tijd. De moderne groepsverbanden brengen slechts schijnbaar een remedie hiervoor: ze leren geen gehoorzaamheid en zelftucht, maar macht. Bint wil reuzen kweken, niet in wetenschappelijk opzicht, maar maatschappelijk



De Bree: De Bree is de figuur vanuit wiens gezichtspunt de lezer alles meemaakt, maar niet in ik-figuur, maar in hij-figuur. De Bree lacht nooit. De school neemt hij uit nieuwsgierigheid, voor afleiding en om zijn krachten te meten aan de werkelijkheid. Hij gaat in Bints systeem geloven: tucht en gehoorzaamheid. De Bree begrijpt van vrouwen weinig of niets. Hij beschouwd zich als aseksueel. Maar zijn door Bint bespotte blik naar de werkster doet hem daaraan twijfelen.



De hel (4D): Deze klas is door Bint gevormd uit 30 nogal gekke kinderen. Het zijn geweldige schobbejakken, ze neigen tot losbandigheid, maar niet tot verzet. Ze erkennen Bints systeem.



De bloemen: Een vredige klas, maar met de gevaarlijke Fleau erin.



BRONVERMELDING

Uitrekselboeken: Lexicon van Literaire werken

Uitgelezen 3
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen