U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Büch - De Kleine Blonde Dood.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21157/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2906 woorden.

A Verwachtingen en eerste reactie





Verwachting

Ik wist in eerste instantie niet welk boek ik wou gaan lezen. Ik heb de lijst van de top honderd meest gelezen boeken door scholieren erbij gepakt en gekeken welke boeken we thuis hebben. ‘De kleine blonde dood’ sprak me al snel aan. Het boek is door Boudewijn Büch geschreven en ik vind dat gewoon een rare man. Het boek is een autobiografie, dus werd ik alleen maar nieuwsgieriger. Ik had verwacht dat het een heel ontroerend boek zou zijn. Ook dacht ik dat het boek over Boudewijn z’n jaren 20-30 zou gaan.



Eerste reactie

Ik vond het heel raar om dit boek te lezen, omdat je de schrijver kent van tv en dergelijke. Hij is dan zo open over zijn leven en dan lees je wat voor een vreselijke jeugd hij heeft gehad. Ik kijk nu met hele andere ogen naar die man. Ik vond het boek heel ontroerend. In het begin vond ik het nog niet zo leuk, maar verder in het boek wou ik maar doorlezen. Het boek werd steeds mooier en meeslepender. Ik vond alleen het einde een beetje raar. Het werd niet echt afgerond. Ik heb ook gehoord dat er een film van het boek gemaakt is, dus ik ben erg nieuwsgierig geworden naar de film.

Ik vond het boek dus erg mooi en geef het boek een 8. Ik vond het een goed origineel verhaal en meeslepend.





B Samenvatting en analyse





Samenvatting



Het verhaal wordt vanuit Boudewijn Büch verteld, eigenlijk zijn het twee verhalen die door elkaar heen lopen. In het ene verhaal vertelt Boudewijn over zijn getraumatiseerde vader en zijn jeugd in Wassenaar, en andere verhaal gaat over de herinneringen aan zijn eigen zoontje Mickey. De twee verhalen lopen door elkaar.

Ik vertel het verhaal in twee delen en begin bij het verhaal over zijn eigen jeugd.



Het boek begint wanneer Boudewijn op schoolreisje gaat naar Nijmegen. De klas zal ook een stapje over de Duitse grens mogen zetten, behalve Boudewijn, hij mag van zijn vader, die een trauma heeft overgehouden aan Tweede Wereldoorlog, absoluut niet naar Duitsland. Als Boudewijn een vlinder ziet en hem wil vangen zet hij per ongeluk toch een paar stappen op Duitse bodem, hij vangt de vlinder. Maar hij is verdwaald en wordt door twee militairen terug naar de bus gebracht. Als hij thuis de vlinder aan zijn vader wil geven en het verhaal opgewonden verteld wordt die boos en vertrapt de vlinder (hij hoeft geen Duitse vlinders). Daarna praat hij een week niet meer tegen Boudewijn.



Op Prinsjesdag gaat Boudewijn met zijn vader (een groot fan van het koningshuis) naar Den haag. Als de koets langskomt draait zijn vader door en wil de koets aanvallen, maar hij wordt opgepakt door de politie die hem een tijdje vasthoudt.

In de krant wordt over hem geschreven.



Boudewijn’s moeder probeert het in huis nog wat gezelliger te maken maar dat mislukt meestal door de woedeaanvallen van Boudewijn’s vader.



Als Boudewijn’s vader een keer weer een paar weken weg is. Kijkt een van Boudewijn’s broertjes in de ‘verboden kast’ op de kamer van vader. Hij ziet allemaal foto’s van concentratiekampen en gemartelde mensen, als vader terug is van zijn reis ontdekt hij meteen dat er iemand in zijn kast is geweest. Het broertje dat het gedaan heeft wordt geslagen en geschopt.



Zijn vader werkt ook nog bij de reservepolitie, daar bekeurt hij Duitsers om het

kleinste foutje. Hij laat zijn mannen marcheren. Als ze met Koninginnedag in de optocht moeten marcheren gedraagt hij zich erg overdreven, er wordt weer over hem in de krant geschreven.



Als Boudewijn met zijn vader in het legermuseum is loopt het weer eens uit de hand, hij wil wild iets veranderen aan een pop van een militair, hij wordt meegenomen door twee suppoosten. Als hij 200 gulden betaalt loopt het met een sisser af.



Omdat Boudewijn altijd begon te schreeuwen als zijn ouders weer eens ruzie hadden dachten zijn ouders dat hij gek geworden was. Hij werd voor bijna een jaar in een gekkenhuis gestopt, het ergste vond hij nog dat hij daar niet mocht lezen.

Zijn ouders zochten hem niet een keer op. Zijn oma heeft wel eens gezegd: voordat je naar het gekkenhuis ging was je zo’n leuk ventje, daarna heb ik je nooit meer blij gezien.

In die tijd dat hij in het gekkenhuis verbleef kreeg hij heel erge last van buikkrampen, hij werd onderzocht door verschillende doktoren in een gewoon ziekenhuis, maar die konden niets vinden. Als hij naar huis mag en laten zijn ouders hem door de vervanger van hun huisarts onderzoeken, die constateert dat hij een buikvlies ontsteking heeft die ontstaan is uit een blinde darmontsteking is ontstaan. Boudewijn raakte in coma en bleef daar een paar weken in.

Als hij ontwaakt zit zijn vader huilend naast hem. Hij heeft boeken, een speelgoed bulldozer (die Boudewijn al heel lang wou hebben) en zijn mooiste medaille meegenomen. Hij leest Boudewijn elke dag voor.

Na een jaar wordt Boudewijn uit het ziekenhuis ontslagen, als hij thuiskomt wordt hij door de hele lagere school toegezongen.



Als ze met het hele gezin naar een beekje gaan blaast een van de zonen een kikker op, vader wordt hier zo kwaad om dat hij zijn zonen voorleest uit een boek waarin wordt geschreven over de martelingen van de Joden, dit grijpt de jongens erg aan.



Als zijn ouders al een geruime tijd gescheiden zijn krijgt Boudewijn een brief van zijn moeder met ingesloten een kopie van een rouwkaart: zijn vader is gestorven, zelfmoord blijkt later. Het grijpt hem toch wel erg aan.

Een paar weken na zijn overlijden krijgt Boudewijn een brief van zijn vader, deze wordt een obsessie voor hem. Voordat zijn vader stierf was Boudewijn nog een keer bij hem langs geweest, hij vertelde dat hij een kind kreeg en dat hij homo was, zijn vader vond dat niet leuk.



Het tweede verhaal gaat over Micky, het zoontje van Boudewijn en Mieke. Mieke is 14 jaar ouder als Boudewijn en zijn lerares. Mieke en Boudewijn wonen niet samen, omdat Boudewijn homo is. Mieke heeft een drankprobleem.

Boudewijn doet veel met Micky samen. Ze gaan naar Artis, naar de oma van Boudewijn, op vakantie naar Italië. In Artis vraagt Micky Boudewijn de oren van zijn kop. Ze beleven een gezellige tijd samen en later wil hij hem terug brengen naar Mieke. Als Mieke daar bezopen op de bank ligt, zoals wel vaker, besluit Boudewijn dat Micky voorlopig maar bij hem moet wonen. Onderweg en thuis is Micky misselijk en kotst alles onder. Als Micky 5 is gaat Boudewijn voor een paar dagen, naar Parijs met vrienden. De avond voordat hij naar Parijs gaat brengt hij Micky bij Gerda, een vriendin van Mieke. Ondanks dat Boudewijn tegen Gerda heeft gezegd dat ze Micky absoluut niet aan Mieke mee mag geven, doet ze dat toch. Als Micky bij Mieke is, knapt er iets in zijn hersenen en valt daarna van de trap. Hij ligt in coma. Als Boudewijn uit Parijs terugkomt hoort hij het verhaal en gaat naar Mieke en scheldt haar de huid vol. Daarna gaat hij naar het ziekenhuis. De dokter legt hem uit dat het gezwel in zijn hoofd is geknapt. Hij vertelt ook dat zijn zoon eigenlijk dood is en dat het geen zin meer heeft om hem in leven te houden. Boudewijn besluit na veel nadenken en verdriet om de behandeling te stoppen. Hij heeft veel moeite met het verwerken van zijn verdriet. Hij besluit om Micky te laten cremeren. Hij kwelt zichzelf hier nog meer mee, hij wil dat er geen spoor meer van Micky op aarde blijft bestaan. Boudewijn wil in zijn eentje op de crematie zijn. Omdat Boudewijn gek is op de Rolling Stones, net als Micky, werd op de begrafenis het lievelingsnummer van Micky 'Out of time' gedraaid. Later, zes jaar na de dood van Micky, bezoekt hij het crematorium nog een keer om een artikel te schrijven. Hij beseft dan dat hij de dood van Micky nog steeds niet verwerkt heeft.







Analyse





1. Thema

Het thema van het verhaal is de dood en alles wat er mee te maken heeft. Verdriet, teleurstelling, boosheid. In het boek gaat de vader van Boudewijn dood, hij pleegt zelfmoord. Boudewijn heeft daar veel verdriet van, maar hij is vooral boos. Hij snapt het allemaal niet en kan het niet verwerken. Het boek vertelt ook over de dood van zijn zoon Micky. Hij hield erg veel van zijn zoon en was erg voorzichtig met hem. Hij probeerde zijn zoon zo goed mogelijk te beschermen voor de bijna altijd dronken moeder (Mieke) van Micky. Als Boudewijn een tijdje in Parijs zit en hij bij thuiskomst hoort dat Micky bij Mieke is geweest en er een ongeluk is gebeurd, wordt hij woedend. Als Micky dan ook overlijdt heeft hij erg veel verdriet en kan ook deze dood niet verwerken.



2. Titel

In het boek komt een aantal keer duidelijk naar voren waarom dit de titel van het boek is. Zo probeert Boudewijn Mieke tijdens haar zoveelste dronkenschap te overtuigen van de risico’s van haar drankprobleem: (..) Als je zo doorgaat heb je straks niet alleen geen man, maar ook geen zoon maar! (..) Soms schrik ik ‘s nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood. (..) Mieke lalde: Da’s een mooie titel voor een boek.

Zo is de angst om zijn kleine zoon te verliezen de titel van het boek geworden. Dit is vooral toepasselijk omdat zijn zoon ook echt dood is gegaan.



3. Tijd

Het verhaal speelt zich enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog af, waarschijnlijk in het begin van de vijftiger jaren. De gevolgen van de oorlog zijn in het boek duidelijk te merken. De vader van Boudewijn is hoofd, of onderhoofd van de reservepolitie. Ook wordt er nog veel over de gruweldaden van de oorlog gesproken en was er nog niet in ieder huishouden een televisie aanwezig.

De vertelde tijd is ongeveer twintig à vijfentwintig jaar. Het verhaal begint als Boudewijn een jongetje is van 5 à 6 jaar. Op het moment dat hij zelf vader werd was hij nog student, ongeveer 20 jaar. Het verhaal in het boek eindigt als Micky als 5jarige jongen overlijdt.

Er zijn veel tijdsprongen in het verhaal, wat eigenlijk bestaat uit vele flashbacks, die de band tussen Boudewijn en zijn vader, en Boudewijn en zijn zoontje duidelijk proberen te maken.

Het boek telt 196 bladzijdes, waar ik ongeveer 2,5 uur over heb gedaan om ze te lezen. Er kan uit geconcludeerd worden dat het boek lekker doorleest. Het hele boek is dus opgebouwd uit flashbacks maar ook flashforwards. De schrijver geeft kleine vooruitwijzingen als: ‘Als ik dat geweten had, dan…’





C Verwerkingsopdracht





A. Persoonlijk no. 1



Als iemand me zou vragen of ik een boek weet, dat over honderd jaar nog steeds gelezen zou kunnen worden, zou ik zeker "De kleine blonde dood" noemen. Dit boek vind ik namelijk echt een aanwinst voor de literatuur en dus moet het bewaard blijven zodat het nog gelezen kan worden over honderd jaar.

Het boek zelf is op zich niet zo' n tijdloos boek. Over honderd jaar zal de manier van schrijven waarschijnlijk al behoorlijk ouderwets zijn en het taalgebruik verouderd. Maar het belangrijkste zal niet veranderd zijn namelijk de motieven.

In dit boek komen motieven voor die de mensheid al eeuwen en eeuwen bezighouden. Het motief liefde is niet meer weg te denken uit de literatuur, maar ook een motief als dood of verdriet om de dood mag je niet vergeten.

Ik vind dat in dit boek het onvermogen lief te hebben duidelijk naar voren komt. Dit wordt heel mooi beschreven in dit boek. Je merkt duidelijk aan de vader van Boudewijn dat hij het heel moeilijk vindt om zijn liefde voor zijn kinderen te uiten. Ik heb twee dialogen overgenomen: 'Hij stond op en begon mij te slaan. Hij sloeg maar door. "Hij is in Duitsland geweest, hij is in dat verdomde Duitsland geweest! Je bent mijn kind niet meer! Ik wil geen Duitse vlinders. Je gaat naar een tehuis. Hoor je dat, moeder, hij is in Duitsland geweest!" Deze felle reactie heeft allemaal te maken met het oorlogstrauma dat zijn vader heeft opgelopen. In het hele boek komen dit soort dingen naar voren, en daarom vond ik de volgende dialoog heel mooi en het laat ook direct zien dat de vader van Boudewijn toch van hem houdt: "Dag Vati," zei ik zachtjes. Praten deed pijn. Mijn vader zag er wit uit, hij was heel mager in zijn gezicht. "Bent u ziek?" vroeg ik. "Nee," fluisterde hij, "dat komt omdat ik drie weken niet geslapen heb. Ik heb hier maar zitten wachten tot je wakker zou worden." En opnieuw begon hij te huilen. Hij gaf me een kus op mijn voorhoofd en beloofde gauw terug te komen: "Over een paar uur ben ik weer bij je." In deze twee stukjes wordt duidelijk beschreven, dat zijn vader het heel moeilijk vindt om te uiten dat hij van hem houdt, maar aan de andere kant kan hij op sommige momenten juist wel weer uiten dat hij van hem houdt.

Het begrip dood komt in dit boek ook heel mooi aan de orde. Ook hier heb ik weer twee delen uit het boek overgenomen: 'De brief was een obsessie geworden. In steeds meer dronken buien had ik hem steeds weer herlezen. Ik droomde over de brief. Bedgenoten hoorden mij hele stukken in mijn slaap opzeggen en vroegen de volgende ochtend: "Wat lag je vannacht allemaal te lallen?" Dit is een brief die Boudewijn van zijn vader heeft gekregen, na diens dood. Hieruit blijkt wel dat hij het moeilijk heeft met de dood van zijn vader, maar toch niet weet hoe hij ermee moet omgaan. Dit is een dialoog als Boudewijn besluit dat Micky echt dood mag gaan: "Voelt hij het?" "Uw zoon slaapt. Als we de kunstmatig processen stopzetten, slaapt hij dieper en dieper in. Hij voelt niets" "Kunt u hem toch niet verdoven? Een prik geven?" "Als u daar prijs op stelt…." Doet u het dan maar." "Heel verstandig, meneer." Is dood verstandig? - dacht ik en raakte onmiddellijk in twijfel. Ik zag mijn vader kronkelen door de badcel.' Zijn vader heeft zelfmoord gepleegd en onwillekeurig denkt hij er aan terug, nu zijn zoontje ook dood is.

Doordat deze motieven in dit boek zo duidelijk naar voren komen denk ik dat het belangrijk is dit boek te bewaren. Als je het over honderd jaar wil lezen zal het wel even wennen zijn, maar dat hebben wij ook als wij een boek van honderd jaar geleden lezen, dat tot de wereldliteratuur behoort.

Ik hoop dat mensen over honderd jaar er eens over nadenken over hoe het honderd jaar geleden was. Dat lijkt dan al zo' n hele tijd. Ik kan me ook niet voorstellen, hoe het is om dit boek over honderd jaar te lezen, maar ik weet wel dat het zeker de moeite waard zal zijn. Ouderwets taalgebruik of niet, het doel van het schrijven van dit boek is duidelijk!





D Eindoordeel en evaluatie





Eindoordeel

Ik vond dit een heel mooi en aangrijpend boek. Het laat echt zien wat de 2e wereldoorlog heeft gedaan met sommige mensen en dat het niet alleen verschrikkelijk is voor de ie mensen zelf maar ook voor de omgeving. Ik vind de vader van Boudewijn wel een hele interessante man. Hij had gewoon twee persoonlijkheden en het werd mooi beschreven hoe hij plots van de een in de andere kon veranderen.

Ik van dit boek geleerd dat er veel verschillende soorten gevoelens van liefde kunnen zijn. De liefde tussen Boudewijn en zijn vader is zo anders dan die tussen Boudewijn en Micky en toch is het allebei liefde.

Het aangrijpendste vond ik het stukje dat Boudewijn besluit Micky echt los te maken van die apparaten. Hij moest het helemaal alleen beslissen, want Mieke lag weer dronken in bed. Soms heb je wel een dat je niet door een boek heen kan komen, maar bij dit boek en vooral bij dit deel kon ik het boek gewoon niet weg leggen.



Evaluatie

Ik vond het dit keer leuk om aan mijn leesverslag te werken. Ik vond het niet zo moeilijk, omdat we het nu al een aantal keer hebben moeten doen. Tijdens het lezen heb ik al gelet op de verschillende aspecten die behandeld worden bij een boekverslag. Ik vond het nog wel moeilijk om het thema van het boek te vinden. Maar uiteindelijk is het me wel gelukt. De verwerkingsopdracht vond ik leuk om te doen. Het is makkelijk om een boek aan te prijzen als je echt het gevoel hebt dat het de moeite waard is.

Door het maken van een leesverslag ga je veel dieper op het boek in. Je denkt dan beter na over de gebeurtenissen in het boek en de achterliggende gedachtes. Ik ben het boek ook meer gaan waarderen na het maken van dit leesverslag.





E Recensie







Primaire bibliografie





1. Yvonne Keuls, De moeder van David S., geb. 3 juli 1959, Ambo Baarn, 20e druk, 1980



2. Harry Mulisch, Twee vrouwen, Wolters-Noordhoff, Groningen, (de Grote Lijsters) 1997, 1e druk 1975.



3. Boudewijn Büch, De kleine blonde dood, Wolters-Noordhoff, (de Grote Lijsters) 1995, 1e druk 1985.







Secundaire bibliografie





1. Samenvatting: www.scholieren.nl

Recensie: literom



2. Samenvatting: www.scholieren.nl

Recensie: www.devolkskrant.nl

Informatie schrijver: www.mulisch.nl, het boek: twee vrouwen



3. Samenvatting: www.scholieren.nl

Recensie: literom



Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen