U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Theo Thijssen - Kees De Jongen.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=217 en is laatst upgedate op 01/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2452 woorden.

Bibliografische gegevens:

Theo Thijssen, Kees de jongen. 27e druk. Houten, 1988.



Motto:

Tous les enfants ont des imaginations hero‹ques:

ils se voient accomplissant des actions d'‚clat qui

leur valent la reconnaissance et l'admiration pupliques.

Les Contes de la Guerre



Alle kinderen zouden graag helden willen zijn: zij zien zichzelf, terwijl ze schitterende daden vervullen, die hen de erkenning en de bewondering van het publiek opleveren.



Dat is de gedachtenwereld van Kees.



Voorwerk:

Proloog. Schrijver legt uit dat hij over Kees wil schrijven, omdat niemand anders het doet: het had immers niet veel gescheeld of hij was een beroemdheid geworden. En hij heeft nu een zoon die de kans heeft beroemd te worden, dat zou hij toch ook aan zijn vader te danken hebben? En hij weet zeker dat sommige lezers zullen zeggen: "O, maar die jongen, die heb ik ook gekend, die is een tijd lang een speciaal vriendje van me geweest."

Er zit ook een soort opdracht in: "Het is aan die lezers, dat ik met een speciaal knipoogje, dit rara boek opdraag."



Jaar van verschijnen: 1923



Biografische gegevens schrijver:



Theo Thijssen werd geboren in de Jordaan, Amsterdam, in 1879. Zijn vader was schoenmaker. Toen Theo 11 was, overleed zijn vader aan tuberculose. De schoenmakerij werd verkocht en Theo's moeder begon een kruidenwinkel.

Toen Theo 15 was, werd hij toegelaten op een Rijkskweekschool, waar hij onder andere een schoolblaadje volschreef. In 1898 slaagt Theo voor zijn onderwijzersexamen.

De volgende 2 jaar vervult hij zijn militaire dienstplicht, waarna hij onderwijzer wordt. In 1906 trouwt hij met Johanna Maria Zeegerman. In 1908, kort voor het overlijden van zijn vrouw, krijgt Theo Thijssen een zoon, Theo.

Even daarvoor had Thijssen samen met een oude studievriend, Piet Bol, een tijdschrift "De Nieuwe School" opgericht. Daarin leverden zij kritiek op de toenmalige manier van lesgeven.

Toen Thijssen een jaar weduwnaar geweest was, hertrouwde hij met Geertje Dade. Ze kregen drie kinderen.

Tijdens WO. I wordt Thijssen gemobiliseerd. Later werd hij nog redacteur van enkele tijdschriften, waaronder "De Bode" en "School en Huis".

In 1921 stopt Thijssen met lesgeven en gaat hij zich wijden aan zijn taken als lid van "De Bond van Nederlandsche Onderwijzers". In 1933 wordt Thijssen onderwijsspecialist bij de SDAP en is hij een lid van de Tweede Kamer. Daarnaast was hij vakbondsbestuurder.

In 1941 wordt hij gearresteerd na de februaristaking en zit hij een tijd gevangen.

Thijssen overleed in 1943 aan de gevolgen van een longontsteking.



Genre: roman



Samenvatting:



Kees is de zoon van een schoenmaker uit Amsterdam. Hij fantaseert graag, bv: als hij naar de avondschool moet,

hoe het zou zijn als hij goed kon schilderen en wat echte schilders dan wel zouden zeggen. Een vriendje dat op gym zit, heeft hem een manier geleerd om sneller te lopen, de zwembadpas (omdat ze hem gebruikten als ze naar het zwembad gingen). Als hij schermen voor de gymleraar moet brengen, fantaseert hij hoe het zou zijn als hij de meester schermen zou leren (hij natuurlijk als natuurtalent). Als hij de spullen aan de meester geeft, wil deze hem een fooi geven, maar Kees, bescheiden als hij is, weigert dit.

Er is een nieuw meisje op school, Rosa Overbeek. Kees wil niet dat de andere jongens zien dat hij wat voor haar voelt, maar in stilte stelt hij zich voor dat ze samen boven de rest staan. Tijdens de gymles wordt Kees weggeroepen: zijn vader is ziek. Hij heeft bloedspuwingen na het hoesten en moet rusten, maar Kees mag 's middags al weer bij hem en is dus redelijk optimistisch.

Het gaat niet zo goed met zijn vader, want Kees moet vaak naar de dokter en de apotheker (Kees stelt zich voor hoe het zou zijn als deze hem latijn zou leren). Ook moet hij om de dag naar zijn grootouders; dit vindt hij niet zo leuk, want deze hebben altijd wel iets op hem aan te merken.

Zijn vader roept hem bij zich en zegt dat hij voor hem geld moet gaan brengen. Kees fantaseert dat het een gevaarlijke opdracht is, maar het valt hem vies tegen als hij merkt dat zijn vader geld heeft geleend en dat hij dat nu moet gaan terugbetalen.

Met zijn vader gaat het inmiddels weer steeds beter; hij gaat zelfs samen met Kees een dure atlas kopen, met als gevolg dat Kees zich al weer inbeeldt de beste van de klas te zijn.

Kees moet zijn broertje Tom wel eens van de bewaarschool halen. Er is daar een aankomend lerares, Mientje, die hij niet mag. Onderweg loopt hij te dromen dat hij haar zal negeren etc., maar als hij bij het schooltje komt, loopt hij toch liever een straatje om. Hij komt een trouwe zwerfhond tegen. Hij fantaseert dat hij met die hond iemand redt, dat de hond hem trouw blijft etc. De hond volgt hem echter maar even. Even later spreekt een Fransman hem aan maar hij stamelt maar wat. Als de Fransman weg is, bedenkt hij zich hele Franse zinnen en hij is van plan om vreemdelingen te helpen. Dat plan brengt hij meteen in praktijk, als hi geld van een cli‰nt moet hebben: hij spreekt 2 mensen aan in het Frans. Dit blijken gewone Nederlanders te zijn, die hem ook nog de weg wijzen naar zijn cli‰nt. Bij die cli‰nt, mevrouw Bogaarts, gaat alles goed en met het geld gaat hij terug naar huid. Zijn ouders zijn blij met het geld, maar toch zijn ze bang dat ze het niet redden.

Kees maakt zich zorgen om Rosa, omdat ze al lang niet op school is geweest. In zijn gedachten is ze al dood en dat hij dan de krans moet/mag leggen.

Kees moet bij zijn grootouders een mantel halen die vermaakt zal worden tot een pak voor hem. Hij vindt het erg lelijk en hoopt dat zijn moeder het met hem eens is. Dat is ze niet: ze is er zelfs blij mee. De vader is Kees' bondgenoot, maar heeft in dit geval niet veel te vertellen. Een tijd hoort Kees er niets meer over, maar dan komt de kleermaker, een kennis van opoe. Hij fantaseert dat het juist een heel apart buisje wordt, maar als de kleermaker nog een keer de maat komt nemen, ziet hij het helemaal niet meer zitten: alle jongens zullen hem uitlachen. Gelukkig voor hem verliezen zijn ouders de kleermaker uit het oog, omdat het een oplichter is. Pa regelt dat Moe voor hem gewoon een buis gaat kopen, ook al kan het er eigenlijk niet af.

Kees verzamelt postzegels, die hij dan een voorgedrukt album doet. Hij fantaseert vaak dat hij de voorgedrukte zegels heeft, vooral de "Kaapse schuine". De Veer zegt dat hij hem heeft, maar dat hij hem niet mag meenemen van pa. Hij neemt wel andere zegels mee. Ook heeft hij een "Grote Pers" gekocht voor 7« cent, wat veel te weinig is. Kees krijgt geld van oom Dirk om de "Grote Pers" te gaan kopen. Als hij hem heeft, blijkt zelfs Moe hem mooi te vinden.

Omdat ze in de 8e klas zitten, mogen ze hun 3e prijs zelf kiezen. De meisjes kiezen allemaal een naaidoos, maar Kees wil iets speciaals. Vader raadt hem een schaakspel aan, desnoods alleen stukken. Geen enkele jongen heeft ooit zo iets gekozen: hij is de eerste.

Kees' vader is weer ziek. Het is ernstig, want de dokter komt vaak langs. Moeder wil Kees niet in vertrouwen nemen. Pa voelt zich moedeloos en is erg aardig tegen Kees als hij zich goed voelt. Financieel gaat het ook slecht: ze moeten veel schoenen tegen aankoopprijs wegdoen.

Kees krijgt zijn prijs: bord met schaakstukken. Dit maal komen zijn fantasie‰n ten dele uit: iedereen heeft respect voor zijn keuze. Als hij thuis komt, is zijn vader weer zieker.

Kees zit nu bij de "oude garde". Als de meester vraagt wie de bel wil hebben, steekt hij zijn vinger niet eens op: de meester heeft toch al iemand in zijn hoofd. Maar juist hij wordt gekozen, met als gevolg dat hij zich zeer vereerd voelt. Ook zijn vader is erg trots. Kees voelt zich niet meer onzeker: hi weet dat hij superieur is ten opzichte van de aanscheller. Op een morgen is Rosa er opeens weer; ze komt met haar moeder. Kees brengt ze naar de hoofdmeester, maar hij doet dat te trots. Rosa zegt hem dat hij een opschepper is.

Van het schaken komt niet veel terecht, omdat zijn vader te veel vergeten is. Kees' ouders zitten in geldnood en Kees moet naar zijn grootouders om geld te lenen. Gelukkig worden deze niet kwaad en geven het geld, maar als ze beloven op visite te gaan, gaan ze ergens anders heen.

Rosa is weer op school en Kees is nog steeds verliefd. Ze zit vlak voor hem. Hij plaagt haar, maar Rosa lijkt dat wel leuk te vinden.

Kees' ouders moeten de opkamer verhuren aan juffrouw Dubois. Ze is een heel sentimenteel mens en doet heel slijmerig en kinderachtig tegen Truus en Kees. Pa mag haar ook niet zo, maar Moe wel. Juffrouw Dubois heeft voor alledrie de kinderen een cadeautje: voor Kees een echte gordel voor gymnastiek. Hij is er apetrots op en vindt haar een stuk aardiger. Kees vindt het ook niet erg meer dat ze daar is gaan wonen, hij doet zelfs erg zijn best om te laten merken dat ze een fatsoenlijk gezin zijn.

Zijn vader is weer erg slecht. Kees denkt eerst dat het wel meevalt, maar de dokter komt vaak en lang. Die middag moet hij bij juffrouw Dubois eten en Truus en Tom moeten uit logeren. Opeens zijn ze ook weer goed met de grootouders: opa en oom Dirk komen vaak (o.a. voor de winkel).

Pa is bijna niet meer bij kennis; voor Kees is hij een vreemde man geworden. Hij gelooft een moment dat zijn vader dood gaat, maar hij schaamt zich voor die gedachte. In stilte lacht hij iedereen uit die te sentimenteel doet.

Hij neemt zich voor om later aan zijn vader te vertellen dar hij en Truus niet zo gek deden.

Truus slaapt inmiddels al bij zijn tante en ook Kees moet daarheen. Als hij op een ochtend ligt te doezelen, hoort hij oom Dirk thuiskomen. Hij hoort hem zeggen "Het is afgelopen". Kees begrijpt het eerst niet en wil het daarna niet geloven. Hij voelt zich machteloos dat het toch allemaal gebeurt is.

Helemaal zonder inkomsten zitten ze niet, want pa heeft nog een verzekering afgesloten.

Opa, neef Breman en hij gaan naar de begrafenis. Hij is blij dat neef meegaat, want die weet hoe dit soort dingen moeten. Alleen buurman Peters komt. Thuis is het net een drukke visite; Kees is erg verward, want het is net of vader zo binnen kan stappen. Moe houdt zich flink. Kees hoort van een vriendje dat ze de winkel uit moeten.

De eerste dag op school is rot. De meester weet niet wat hij moet zeggen; Kees huilt hierdoor. De hele klas is abnormaal stil en als ze moeten zingen, schudt Rosa nee. Later geeft ze Kees ook een pen. Kees weet dat je je gedragen moet, maar als de jongens te laat zijn voor school, gaat hij ze toch maar roepen. Truus speelt even vrolijk als altijd, tot grote ergernis van Kees.

De mannen geven moe veel raad etc., maar helpen eigenlijk niet (Kees wordt overal buiten gehouden, maar hij vangt dingen op). Aan juffrouw Dubois heeft moe een hele steun. Ze beslist dat ze voor de winter de winkel kwijt wil en wil gaan verhuizen. Opa raadt het af en moe en opa hebben er ruzie over.

Toch gebeurt het en ze verhuizen naar een krappe, knusse bovenwoning. Moe wordt, via juffrouw Dubois, agente voor thee bij Stark & Co. Kees moet nu veel helpen: hij moet thee halen en wegbrengen.

Helemaal goed gaat het nog niet, want Kees moet vaak kleine beetjes halen. Het is bijna 5 december en Kees wou dat hij juffrouw Dubois of Rosa iets geven kon. Moe wil proberen om Kees tot maart op school te houden, want dan krijgt hij zijn getuigschrift. Zelf wordt moe naaister.

Het is Sinterklaas. De kinderen krijgen kleinere letters dan anders en de pakjes bestaan dit keer uit kleren. Als Kees weer thee moet halen, krijgt hij hele mooie plaatjes mee. Hij besluit er een aan Rosa te geven. Hij wacht haar 's middags op en geeft het. Ze is er blij en ze hebben nu verkering. Ze besluiten erg voorzichtig te zijn.

De buurt waar ze nu in wonen is erg armoedig. Rosa is er de volgende ochtend niet en Kees is erg ongerust dat iemand het plaatje heeft gezien en dat ze nu straf heeft. Als ze 's middags weer op school is, vertelt ze dat haar vader (stuurman) aangekomen is. Als Kees naar huis loopt, denkt hij dat hij zijn vader ziet. Hij mist het gevoel van veiligheid.

Het vriest en Kees moet kolen halen, maar er is eigenlijk geen geld voor. Ook moet Kees nu elke dag kleine beetjes thee gaan halen. Hij voelt dat moe het niet langer redt en hij reageert op het aanplakbiljet bij Stark en Co "jongste bediende gevraagd". Hij moet optellen en schrijven. De man ziet hem wel zitten en moe moet de volgende dag komen. Moe heeft er de pest in dat ze zover in de armoede is gezakt dat ze hem moet laten werken.

Ze is wel trots dat Kees dit zelf bedacht heeft en dus gaat ze. De volgende maandag kan hij komen. Moe is nog niet helemaal tevreden met Kees' loon, maar ze moet wel. Juffrouw Dubois vertelt dat het een solide bedrijf is en dat Kees kan "doorgroeien".

Als Kees van de laatste schooldag naar huis loopt, heeft hij er de pest in dat hij de veilige wereld van school verwisselt voor de enge wereld van kantoor. Hij wacht Rosa op en vertelt het. Ze had al wel gezien dat hij had zitten suffen en zoent hem en noemt hem lieverd. Daarna heeft hij het gevoel dat hij de hele wereld aankan.



Titel:

Kees de jongen; een gewone alledaagse jongen waar er veel van zijn (zie proloog)



Ruimte:

Plaats van handeling:

Amsterdam, begin deze eeuw, vertelde tijd: half jaar







Decor:

Eerst niet rijke maar toch nette buurt. Later in een arme buurt.



Structuur:

proloog, 30 hoofdstukken



Vertelperspectief:

personaal perspectief, chronologisch met flashbacks



Motieven:

- trots, niet willen toegeven aan de armoede

- fantasieën van een kind dat anders wil zijn (heldenrol)

- dood

- familieruzies

- armoede



Thema:

- fantasie‰n van een kind met zichzelf in de heldenrol

- aftakeling; in armoede raken (wat toen heel gewoon was)



Verhaalfiguren:

Kees; idealist maar bescheiden, lieve bezorgde jongen, wil iets goeds voor het gezin, eerlijk round

Moe; lieve vrouw, weet van aanpakken round

Truus, Tom; kleine kinderen, doen waar ze zin in hebben zonder zich iets van de problemen aan te trekken round

Vader: lieve/goede vader, bezorgd om winkel, denkt ondanks alle ellende toch nog aan Kees flat

Juffrouw Dubois; inwonend, steekt vaak de helpende hand toe, weet hoe moe geld moet verdienen flat

Rosa; lieve meid, minder verlegen dan Kees flat



Stijl:

spreektaal (parlando) => simpele, populaire woordkeus
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen