U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Renate Dorrestein - Buitenstaanders.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/21155/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 5637 woorden.

Leesverslag Nederlands: ‘Buitenstaanders’





1. Het boek Buitenstaanders is geschreven door Renate Dorrestein. Deze schrijfster is geboren op 25 januari 1954 in Amsterdam. Ze werd opgevoed in een rooms-katholiek gezin. Door haar eigen fantasie bracht ze kleur in haar leven en leidde een gelukkige jeugd.

In 1972 behaalde ze haar gymnasiumdiploma, waarna zij gelijk probeerde van haar droom werkelijkheid te maken: schrijfster worden.

Eerst werkte ze bij een paar verschillende tijdschriften waar ze ervaring opdeed. Renate probeerde met haar columns en artikelen in allerlei tijdschriften de wereld wakker te schudden en te provoceren. Ze zette zich in voor het feminisme en daaraan gerelateerde zaken en stelde door haar krachtige taal de positie van de vrouw in de maatschappij aan de kaak. In haar romans is ook altijd feminisme te herkennen; al moet daar onmiddellijk aan worden toegevoegd dat zij het uitleggen en verdedigen van haar standpunten voor haar columns bewaart. In haar romans komen thema’s aan bod als het idee dat een vrouw pas voor vol wordt aangezien als zij getrouwd is en kinderen heeft. Bovendien spelen mannen in haar romans in de regel alleen bijrollen.

Hoewel ze toen als journalist werkte, wilde Renate Dorrestein het liefst boeken schrijven. Nadat ze jaren tevergeefs had geprobeerd haar boeken gepubliceerd te krijgen, ontdekte een uitgeverij in 1983 eindelijk haar talent en verscheen haar debuutroman Buitenstaanders. Deze roman werd een groot succes en haar titel als schrijfster was gevestigd. Hierna volgden de romans Vreemde streken en Noorderzon.

Renate heeft veel verschillende genres geschreven. Onder andere autobiografieën, non-fictie verhalen, novelles maar vooral romans. Van de romans die in de loop van de jaren verschenen zijn, zoals Een nacht om te vliegeren, Het hemelse gerecht, Ontaarde moeders, Een sterke man, Verborgen gebreken en Een hart van steen, zegt ze zelf dat het nogal aparte boeken zijn. Voor haar gevoel hoort haar schrijfstijl nergens bij en maakt ze niet deel uit van een literaire beweging.

Net als in haar columns verwerkt Renate in haar boeken vaak een boodschap aan de wereld. Zo ook in haar autobiografisch werk Heden ik, waar ze haar worsteling met de ziekte ME, maar nog meer met de manier waarop de maatschappij tegen ME aankijkt, beschrijft. Een ander autobiografisch werk over een van haar eigen worstelingen is Het perpetuum mobile van de liefde. In dit boek beschrijft ze haar verwerkingsproces na de zelfmoord van haar zus. Hoewel het boek vooral gaat over haar eigen verdriet, maakt Renate hier ook nodige kritische kanttekeningen over de samenleving en haar ingeburgerde patronen.

Niet alleen in Nederland is Renate Dorrestein een succes, ook in het buitenland is ze gewild. Haar boeken zijn al verschenen in het Engels, Duits, Spaans, Japans, Italiaans, Zweeds, Frans, Fins en Deens en de rechten van Een hart van steen werden in 2000 voor 220.000 gulden verkocht aan de Amerikaanse uitgeverij Viking.



Bibliografie:

1. Buitenstaanders,1983 (roman)

2. Vreemde streken, 1985 (roman)

3. Noorderzon, 1986 (roman)

4. Een nacht om te vliegeren, 1987 (roman)

5. Korte metten, 1988 (columns)

6. Het perpetuum mobile van de liefde, 1988 (roman)

7. Voor alles een dame, 1989 (kalenderboek)

8. Het hemelse gerecht, 1991 (roman)

9. Ontaarde moeders, 1991 (roman)

10. Heden ik, 1992 ( documentaire)

11. Addergebroed, 1994 (roman)

12. Een sterke man, 1994 ( roman)

13. Verborgen gebreken, 1996 (roman)

14. Want dit is mijn lichaam, 1997 (boekenweekgeschenk)

15. Een hart van steen, 1998 (roman)



2. Je komt er niet precies achter wat de schrijfster nou bedoelt met de titel. Er zijn verschillende verklaringen te bedenken. Bijvoorbeeld:

- De bewoners van het fasehuis zijn buitenstaanders voor de normale wereld. Het gezin van Agrippina is helemaal afgesloten van de rest van de wereld en bestaat uit gestoorde mensen, buitenstaanders van de gewone wereld.

- Laurie is een buitenstaander in haar eigen gezin. Tussen haar twee zoons, die te jong zijn om zich zorgen te maken, en haar man die altijd doet of er niets aan de hand is, zit zij alleen met haar verdriet om haar huwelijk, dat niet is zoals het zou moeten zijn.

- De beide gezinnen zijn buitenstaanders voor elkaar. Het gezin van Laurie komt plots binnenvallen in het leven van ‘Agrippina’s gezin’ en hoort er helemaal niet thuis.

- Wibbe is een buitenstaander in het fasehuis. Hij doet zich voor als één van de gestoorden die in het huis woont, maar eigenlijk is hij de enige normale. Wibbe is de opzichter die het leven van Agrippina’s gezin moet observeren.





3. Buitenstaanders is een (psychologische) roman. Het speelt zich namelijk af in een open afdeling van een psychiatrische inrichting. Het boek wordt ook gerekend tot de feministische literatuur omdat Laurie een vrouw is die onderdrukt wordt door haar man.

Dorrestein wil de bestaande werkelijkheid herscheppen. Ze wil duidelijk maken dat er meer is dan wat iedereen kan zien en dat niemand zich hoeft te laten wijsmaken dat zoiets niet bestaat. Het verzet tegen de opvatting dat de werkelijkheid zoals wij die kennen de werkelijkheid is, is één van de drijfveren achter haar romans, die nadrukkelijk de verwarring aan de orde stellen tussen “wat we dromen en wat er domweg is” (Dorrestein).

Het thema van het boek is samen te vatten in twee vragen: “Wat is werkelijkheid?” en “Wat is normaal?” Tijdens het lezen van het boek spoken die vragen voortdurend door je hoofd. Je vraagt je af of alle gebeurtenissen in het boek tot de realiteit behoren en die twijfel wordt nog meer versterkt op het einde van het verhaal.



4. In het boek komen niet zo veel verschillende personages voor. Maar zij hebben elk hun invloed op het verhaal. Elk personage wordt ook uit verschillende standpunten door andere personages beschreven. Een echt hoofdpersonage is moeilijk aan te duiden. Aan het einde merk je pas dat Laurie waarschijnlijk de hoofdpersoon was doordat zij moet kiezen: of het een nachtmerrie was of een echte gebeurtenis. Andere belangrijke personages zijn Agrippina, Lupo, Max , Wibbe en de meisjes Biba, Ebbe en eigenlijk ook de overleden Sterre. Bijpersonages zijn de twee zoontjes, Marrie en de hond Evertje Polder.



Laurie is het type van de onderdrukte vrouw, die niet is opgewassen tegen haar echtgenoot, ze vertoont allerlei traditionele vrouwelijke kenmerken. Ze heeft een minderwaardigheidscomplex en heeft erge medelijden met zichzelf. Ze vind haar leven vrij saai vindt en is op zoek naar avontuur. Ze vult haar dagen met het verzorgen van haar man Max en hun twee zoontjes.

Als ze Lupo ziet, denkt ze dat al haar problemen in één keer zullen verdwijnen. Ze denkt dat hij verliefd is op haar en ze doet er alles voor om dit duidelijk te maken aan haar echtgenoot, die zich hier echter niets van haar aantrekt en haar zelfs uitlacht.

Laurie is het enige personage in het boek dat een evolutie ondergaat. Ze krijgt namelijk een ander beeld van haar relatie met Max en durft uiteindelijk meer op te komen voor zichzelf.



Max is getrouwd met Laurie, hij is het prototype van de bazige, arrogante, irritante echtgenoot, die alleen is gesteld op carrière maken en gelijk krijgen. Hij ergert zich aan Laurie’s zieligheid en vindt dat een keertje 'plat' gaan niks met je huwelijk te maken heeft. Hij is een egocentrische macho. Hij blijft alleen bij Laurie vanwege de kinderen en het schandaal, en vindt dat ze er blij om moet zijn dat hij zijn verplichtingen als echtgenoot nakomt. Hij houdt veel van vrouwen en laat zich ook onmiddellijk verleiden door Ebbe.



Agrippina is een dame van in de 70. Agrippina is schijnbaar de baas in het huis. Ze ziet de bewoners ervan als haar kinderen en kleinkinderen, al is enkel Lupo haar bloedeigen zoon.

Vroeger is ze misbruikt door een wat oudere man. Hij had haar volkomen in haar macht. Voor haar was deze man haar enige grote liefde ooit. Deze man, die ze de Allesplakker noemde, is overleden. De Allesplakker is de vader van Lupo.

Agrippina probeert haar rot jeugd de baas te worden maar is daardoor psychisch al helemaal in de vernieling. Zij en haar zoon worden in een inrichting opgesloten na een paar gebeurtenissen. Hier komen ze terecht in een fasehuis.

Ze heeft een obsessie om jong te willen blijven en daarom drinkt ze vers bloed, volgens haar het enige middel waar je echt jong van blijft. Ze kleedt zich raar, praat met haar hond en staat het liefst altijd in de belangstelling.

Nu heeft ze ook nog een hersentumor, waardoor ze waanideeën krijgt.



Lupo houdt zich bezig met het gelukkig maken van mensen met liefdesproblemen. Hij schrijft nl. liefdesbrieven. Dit doet hem zich heel gelukkig voelen. Voor hem is liefde het belangrijkste dat er bestaat en hij houdt van iedereen.



De drieling wordt door Agrippina beschouwd als opgedrongen kleinkinderen. Ze zijn erg op elkaar gericht en communiceren zelfs in een eigen verzonnen taaltje waar anderen gek van worden. Elk van hun heeft specifiek karaktertrekken.

Biba bezit een engelengeduld en is erg handig. Zij is de “doener” van de drie. Niemand vindt het moeilijk om van haar te houden. Ebbe is een erg koppige meid die zich erg op haar uiterlijk gericht is en haar volwassen worden alsmaar uitstelt. Ze stelt zich erg sensueel op tegenover mannen, zo verleidt ze Max. Ebbe is de denker van de drie. Sterre is enkele jaren geleden gestorven toen ze uit het zolderraam sprong. Ze pleegde zelfmoord omdat ze niet kon leven met de zogenaamde viezigheid die in haar leefde. Ze had de indruk dat er iets in haar buik huisde dat haar ziek en smerig maakte waarmee ze de ongesteldheid bedoelde. Ze kon het moeilijk verwerken dat de puberteit bij haar eerder begon dan bij haar zussen. Hierdoor voelde ze zich anders dan hen. Zij was de voeler van de drie. De herdenking van haar dood is ook de reden van het feest dat gegeven wordt in het huis.



Wibbe wordt eerst beschreven als de stille klusjesman waarvan iedereen denkt dat hij uit een instelling is ontsnapt. Maar bij de ontknoping van het verhaal wordt duidelijk dat hij juist de enige normale in het fasehuis is. Hij is namelijk psychiater en houdt zich bezig met een project dat geesteszieke personen de kans geeft buiten de instelling in een fasehuis afgesloten van de buitenwereld te leven, zonder al te veel dokters in de buurt. Hij hoopt dat dit project een enorme wending zal geven aan zijn carrière als psychiater.

Om het project niet in de weg te lopen, maar toch een oogje in het zijl te kunnen houden, doet hij zich voor als een gestoorde klusjesman tegenover de mensen in het huis.



Er is bij sommige personages wel een verband tussen uiterlijk en innerlijk. Agrippina is bijvoorbeeld een vreemd persoon en ze kleed zich ook apart. Laurie is erg onzeker over zich zelf en dat straalt ze ook eigenlijk wel uit. Haar haar zit slordig, ze is aan de dikke kant doordat ze begint te eten om te vluchten voor haar problemen.



5. Het verhaal zou zich nu af kunnen spelen, dus in de tegenwoordige tijd. Dit kun je opmaken uit het feit dat er auto’s zijn en speciale inrichtingen voor geestelijk zieke mensen. Het boek strekt zich uit over 2 dagen. Alle gebeurtenissen worden heel uitgebreid beschreven, dat blijkt wel uit het feit dat je zo’n boek kunt schrijven over zo’n korte tijd.

Het is in de verleden tijd geschreven. Dit valt niet echt op en het leest makkelijk.

Het verhaal is niet chronologisch. Eigenlijk zijn de 2 dagen wel in gewone volgorde achterelkaar aan verteld maar er zitten bijvoorbeeld ook herhalingen in van een gebeurtenis. Soms beleef je de gebeurtenissen namelijk twee keer (maar wel twee keer door verschillende ogen gezien). Het is ook zo dat je in het begin eigenlijk twee verhalen volgt. Dat van het gezin van Laurie en Max en dat van de mensen in het fasehuis. Het boek begint met Max en Laurie en dan is het al middag. Maar daarna krijg je een deel waarin je bij Agrippina bent en dan is het ’s ochtends. Er zijn ook veel flashbacks waarin over het verleden van de personages wordt verteld.



6. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in een huis met geblindeerde ramen, bij de rivier. Het is het fasehuis, waar de inwoners een therapeutisch gezin zijn. Dit fasehuis ligt afgelegen van de bewoonde wereld.

Er wordt redelijk veel van ruimtebeschrijving gebruikt gemaakt om het verhaal te versterken. Het wordt bijvoorbeeld goed beschreven hoe het fasehuis eruit ziet wanneer het gezin van Laurie en Max daar aankomen.



7. Het is geschreven in het hij/zij perspectief (auctoriaal). Er is dus een verborgen verteller die het hele verhaal verteld, ook de flashbacks. Hierbij krijg je ook alle meningen, gedachten, en gevoelens van bijna alle personen die iets met de gebeurtenissen te maken hebben te weten.



8. Het boek is in 4 hoofdstukken verdeeld waarvan de laatste opvallend kort is. Deze zijn gewoon genummerd maar hebben geen titel. De hoofdstukken zijn uiteraard in alinea’s verdeeld maar buiten dat wordt de tekst soms ook gescheiden door een witlijn en een streepje. De hoofdstukken worden dus ook weer onderverdeeld in kleine stukjes.

Bij dit verhaal kun je spreken van een open einde. Voor sommige dingen krijg je namelijk geen verklaring. Bijvoorbeeld wat de twee zoons met Marrie hadden gedaan. Of wat er met Agrippina is gebeurd. Maar de grootste vraag blijft wat Laurie nou moet geloven van wat ze heeft meegemaakt.



Samenvatting: Ergens in een drassig gebied stond een zogeheten fasehuis. Dit huis was een onderdeel van een provinciaal psychiatrische inrichting die verderop in het bos lag. In dit huis, dat iets weg had van een spookhuis, woonden vijf patiënten en hun psychiater Wibbe. Wibbe werd door de anderen als een gestoorde klusjesman gezien. Hij hield zich van de domme, zodat hij de anderen goed kon begeleiden en hun gedrag onderzoeken. Wibbe was de bedenker van het gezinsproject en gaf onopvallend leiding aan dit gezin.

De oudste van de vijf bewoners was Agrippina, een vrouw van in de 70 die in het verleden slachtoffer was geworden van geweld en seks. Ook had ze waanvoorstellingen die door een hersentumor werden veroorzaakt. Na Agrippina was haar zoon Lupo de oudste - hij werd na zijn geboorte ondergebracht bij een andere vrouw en was dus niet door zijn moeder opgevoed. Vroeger trouwde hij met een lelijke vrouw uit medelijden. Ze kregen een mismaakt kind. Over het leven dat hij toen leidde schreeft hij veel gedichten waardoor hij erg bekend werd. Door bepaalde gebeurtenissen raaktte hij betrokken bij de dood van zijn vrouw. Hierbij raakte zijn dochter ook zwaar gewond en belandde in het ziekenhuis. Er zou waarschijnlijk niet veel van het kind overblijven áls ze zou herstellen. Uit medelijden vermoordde Lupo haar. Doordat Lupo zo bekend is komt dit ook naar buiten. Lupo en zijn moeder worden als gek verklaard en komen terecht in het fasehuis. Hier schrijft hij liefdesbrieven voor mensen die hem een bepaalde opdracht geven.

Biba en Ebbe zijn een tweeling en belanden via een lange weg het fasehuis. Ze komen uit een probleemgezin en waren eerst met z'n drieën, maar hun drielingzuster Sterre heeft zelfmoord gepleegd. Sterre dacht dat er een monster in haar huisde en ze wilde Biba en Ebbe niet besmetten. De jongste in het huis is Marrie, een mongooltje. Zij is door Wibbe uit een tehuis voor alleenstaande moeders gehaald en in het fasehuis geplaatst. Iedereen houdt van haar omdat ze liefdevol is. Alles is voor haar volmaakt, maakt niet uit of het leeft of niet.



Agrippina was al in de 70, maar ze wilde graag jong blijven en daarvoor was veel vers bloed het beste medicijn. Zij trok er die dag in alle vroegte al op uit met de stokoude hond Evertje Polder om te kijken hoe het stond met het nest jonge zwanen langs de waterkant. Die dag was het herdenkingsfeest van Sterre omdat het haar sterfdag is. Agrippina had een hekel aan feesten waarop zij niet in het middelpunt stond. Ze wilde vreselijk graag haar verhalen vertellen, maar niemand wilde naar haar luisteren. Ze besloot om zelf voor publiek te zorgen door een gevarenbalk, die ergens op de dijkweg langs de rivier stond, in het water te gooien.

Max, Laurie en hun twee zoontjes gingen op vakantie naar Elba, ze vormden een standaard gezin voor de buitenwereld maar in werkelijkheid hadden ze een slecht huwelijk. Max had een vriendin buiten zijn huwelijk waar Laurie vanaf wist. Ze had dit volgens Max maar goed te keuren want ze moest blij zijn dat hij nog bij haar was.

Ze raakten van de weg en kwamen met de auto in het water terecht doordat Agrippina een gevarenbalk weg had gehaald. Ze besloten Marrie te volgen die daar langsloopt en kwamen terecht bij het fasehuis. Hier wisten ze echter niets vanaf en denken bij een gewoon gezin te zitten.

Max was erg van streek door het ongeluk en werd in het bed van de tweeling gelegd. Laurie kreeg een kopje thee, en de jongens kregen zwembroeken en werden door Lupo naar het botenhuis gebracht. Ze gingen roeien samen met Marrie. De jongens treiterden haar de hele tijd, zij had dit niet echt in de gaten en vond het alleen maar leuk. Ze bleef maar lachen. De jongens vonden dit prachtig. Ze merkten dat het heel makkelijk was om zomaar de baas over iemand te spelen.

Biba en Ebbe gingen bloemen plukken voor Sterre's feest. Toen ze terugkwamen, vonden ze een vreemde man (Max) in hun bed. Toen Max ontwaakte en hij de naakte Ebbe voor zich zag, dacht hij eventjes dat hij hallucineerde. Maar hij had al gauw zijn positieven bij elkaar en probeerde haar te verleiden. Ebbe vertelde Max over Marrie, Wibbe en Sterre, Max geloofde er niets van, zodat Ebbe haar verhalen niet afmaakte.

Laurie vertelde aan Lupo dat ze ongelukkig was. Max had een vriendin en zij deed alles verkeerd, niemand begreep haar. Laurie maakte Lupo duidelijk dat ze eigenlijk nog wel even wilde blijven maar daar wou Lupo niets van weten.

Lupo en later Laurie zagen de naakte Ebbe en Max samen toen ze wouden gaan kijken hoe het met Max ging. Laurie wilde meteen weg, tot opluchting van Lupo. Wibbe trok met een tractor de auto uit het water en repareerde hem. Eindelijk konden ze vertrekken. Laurie ging achter het stuur van de auto zitten wachten op Max. Toen ze wouden wegrijden begaf de auto het weer. Hij moest in het dorp gerepareerd worden. Max ging met Wibbe naar het dorp. Laurie hielp Agrippina het huis versieren voor het herdenkingsfeest van Sterre. Agrippina vond Laurie een stompzinnig wezen. Ze vroeg of Lupo haar mee wilde nemen. Lupo dacht dat ze Evertje Polder bedoelde. Hij nam haar mee, Laurie sjokte achter hen aan. Ze begon te huilen en Lupo voelde zich verplicht om haar te troosten. Lupo wilde alleen maar Evertje Polder uit haar lijden helpen, maar Laurie dacht dat hij haar wilde beminnen. Ze had zich al bijna uitgekleed, toen jaar jongens er opeens aankwamen. Ze hadden Marrie vreselijk toegetakeld. De jongens en Marrie werden weggestuurd en Lupo schoot Evertje Polder dood. Daarna schoot hij een zwaan neer. Hij wilde de zwaan gebruiken voor Sterre’s feest. Laurie wilde helpen, maar was Lupo alleen maar tot last. Ebbe en Biba knipten Marries haar en zorgden ervoor dat ze op een jongen leek. Dit deden ze omdat Sterre ook gezegd had dat ze liever een jongen wilde zijn.

Agrippina vond het vreselijk dat Evertje Polder en haar zwaan dood waren. Lupo had haar helemaal verkeerd begrepen. Ze ging de jonge zwaantjes ophalen. Op weg naar het nest kwam ze de jongetjes en Marrie tegen. Ze vroeg hen om te helpen de zwaantjes mee te nemen. Dit moest wel een geheim blijven. Dat vonden de jongens goed, ze voelden zich er heel bijzonder door. Om het nog mooier te maken wilden ze een geheim verbond sluiten, waarbij ze elkanders bloed moesten drinken. Dit kwam Agrippina maar goed uit! Ze prikten een wondje op hun vinger wat de ander dan moest drinken. Terwijl ze dit deden hadden ze niet gemerkt dat Marrie was weggelopen met het laatste zwaantje.

Lupo begroef Evertje Polder. Hij besloot een liefdesbrief voor Laurie aan Max te schrijven, omdat hij dacht dat Laurie dat van hem verlangde. Deze brief stopte hij later ongemerkt in Max’s zak.

Toen Laurie Max zag vertelde ze hem dat ze een verhouding met Lupo had. Max moest er alleen maar om lachten. Hij vertelde Laurie wat Wibbe hem had verteld: dat ze in een gesticht terechtgekomen waren. Iedereen was gek, behalve Wibbe, die een beetje toezicht hield. Wibbe had hem dat allemaal verteld toen ze naar het dorp waren geweest. Laurie geloofde hem niet en zei dat Max het verzon omdat hij jaloers was omdat ze iets met Lupo had.

Eindelijk was de lange middag voorbij en gingen ze Sterre’s feest vieren. Ebbe, Biba en Lupo hielden toespraken. Sterre had uit liefde zelfmoord gepleegd. Ze vond zichzelf vies en walgelijk omdat ze telkens weer ongesteld werd en ze wilde haar zusjes niet aansteken (ze dacht dat het besmettelijk was). Ze was van het dak gesprongen en Biba en Ebbe hadden daarbij geholpen ook al snapten ze Sterre niet helemaal.

Op de herdenkingsceremonie herleefden Biba en Ebbe dat moment door op het dak een ritueel met de zwanen vogels uit te voeren. Max wist niet dat dit als herdenkingsritueel bedoeld was en dacht dat zij zouden springen. Wibbe wist het eveneens niet en raakte in paniek. Hij verstoorde hun ceremonie en werd daarom door Biba en Ebbe op zolder opgesloten. Toen ze gingen afwassen, zagen ze de lijkjes van de jonge zwanen die Agrippina uit hun nest had gehaald. Toen merkten ze ook dat Agrippina weg was en de kinderen ook. Lippo, Biba en Ebbe vreesden het ergste.

Max werd opgesloten in de kelder omdat hij alles alleen maar erger zou maken volgens Biba en Ebbe. Vooral als hij erachter zou komen dat zijn zoons waren verdwenen. Ondertussen hadden de jongens besloten Marrie uit te schakelen omdat ze haar bloed niet geofferd had. Agrippina zag de jongens het bos in gaan en kreeg ontzettend zin in hun bloed. Ze ging ze achterna het bos in. Dit hadden de jongetjes in de gaten en klommen in een boom om haar te misleiden. Agrippina raakte ze kwijt.

Wibbe kon er niet tegen om opgesloten te zitten, waarmee hij zijn eigen stelling bewees, namelijk dat het onmenselijk is om iemand op te sluiten. Ook Max had het er moeilijk mee. Hij was tussen de muizen van Agrippina terechtgekomen. Toen hij ging nadenken over wie hem had opgesloten leek het hem voor de hand liggend dat Laurie dat had gedaan. Hij werd razend. Max vond de liefdesbrief in zijn zak van Laurie (maar geschreven door Lupo). Hij las hem en besloot eerst aardig voor Laurie te zijn om haar dan vervolgens langzaam gek te maken.

Laurie kreeg een lachbui toen ze in de gaten kreeg dat Max opgesloten zat. Lupo, Biba en Ebbe gingen Agrippina en de kinderen zoeken. Gelukkig zagen ze de jongens bezig in Marrie’s kamer, zij waren in ieder geval weer terug. Nu Agrippina nog, ze gingen het bos in om te zoeken. Laurie ging Lupo achterna het bos in.

Ondertussen had Agrippina de merkwaardigste visuele gewaarwordingen gekregen door haar hersentumor. Ze begreep opeens niet wat ze in het bos deed en ging terug naar huis. Toen ze Max in de kelder hoorde schreeuwen, dacht ze dat het een muis was die wraak wilde nemen. Agrippina gaf niet toe en deed net alsof ze het niet hoorde. Ze ging gauw naar bed.

Laurie was verdwaald in het bos toen ze Lupo achterna ging. Ze bleef uren in het bos ronddwalen en er was ook nog eens hartstikke slecht weer. Uiteindelijk kwam ze terecht bij een gebouw dat een inrichting bleek te zijn. Ze kreeg een giechelbui en werd voor een patiënt aangezien. De psychiater die met haar kwam praten, vertelde haar dat het huis een fasehuis was, een dependance van de inrichting. Het was een project van Wibbe. Hij had zichzelf uitgegeven voor het gekke broertje, omdat hij niet wilde dat de vrijheid van de patiënten beknot werd door de aanwezigheid van artsen, terwijl er toch enigszins toezicht moest worden gehouden, vooral na de dood van Sterre. Opeens was Laurie helemaal niet vrolijk meer. Ze kwam erachter dat Max weer eens gelijk had en dat ze zichzelf volkomen voor gek had gezet. Laurie kwam tot de conclusie dat de toestand in het huis op dit moment dan erg gevaarlijk kon zijn. Ze vertelde de psychiater dat Wibbe en Max opgesloten zaten en dat Agrippina en de kinderen verdwenen waren. De psychiater riep Wibbe op met een zender. Hij vond het onverantwoord dat Agrippina verdwenen was. Zij was gevaarlijk omdat ze een hersentumor had. Wibbe meldde dat hij alles in de hand had en dat Laurie een hysterica was die onzin uitkraamde. Hij loog omdat anders zeer waarschijnlijk zijn hele project werd afgebroken. De psychiater geloofde hem en Laurie werd platgespoten.

In het huis besloten Biba, Ebbe en Lupo dat Wibbe en Max inmiddels wel weer vrijgelaten konden worden. Max vroeg aan Wibbe of die gekken soms besmettelijk waren waar de meisjes en Lupo bij waren. De anderen waren kwaad op Wibbe omdat hij ze had verteld dat ze niet een normaal gezin waren maar in een inrichting zaten.

Toen ze zich weer bezig gingen houden met de verdwenen bewoners besloot Wibbe te gaan kijken of Agrippina in bad lag. Agrippina zag en hoorde niets. Ze keek alleen maar wild uit haar ogen en krabde zichzelf. Wibbe besloot haar onmiddellijk met zijn motor naar de inrichting te brengen. Max zocht zijn kinderen, maar ze waren verdwenen. Ook het vleesmes was weg. De jongens hadden Marrie overmeesterd en afgevoerd naar het botenhuis. Ze achten een wrede straf rechtvaardig.

Ondertussen leverde doktor Wibbe Agrippina af bij de inrichting en nam de knikkebollende Laurie weer mee terug. Max vertelde Lupo, Bibba en Ebbe ondertussen dat Wibbe in werkelijkheid hun arts en bewaker was. Ze geloofden hem niet en lachte hem uit. Ze zochten de kinderen en gingen nog even in het botenhuis kijken. Biba opende de krakende deur. 'Aanvankelijk zag ze niets'…

Laurie droomde over verschillende dingen. Onder andere dat ze met Wibbe op de kermis was. Ze zat met hem in de achtbaan en er leek geen einde aan te komen. Daarna gingen ze naar een griezelkabinet. Er waren drie dwergen. De kleinste van de drie werd gevild met een mes door de andere twee.

Toen Laurie weer bijkwam, zat ze met Max en de kinderen op een terras. Max zei dat ze dadelijk de auto op zouden kunnen halen. Ze wilde ze van Max weten wat er die nacht was gebeurd. Max zei alleen dat ze in de inrichting verdoofd was, waardoor ze allerlei nachtmerries had gekregen. Laurie wou terug naar het huis om iedereen dag maar Max wilde niet meer terug, nu ging eindelijk hun vakantie beginnen. Laurie herinnerde zich nog wel iets van die nacht, maar ze vroeg zich af of ze haar herinneringen moest laten kloppen. “Ze moest kiezen: ofwel alles was waar gebeurd, inclusief jaar nachtmerrie, ofwel alles was een droom geweest”. Het was een keus tussen de echtheid van het bestaan en het tot een illusie verklaren van haar hele leven. Geluk was er niet mee gemoeid, het was alleen de vraag met welke leugen ze liever wilde leven. Aan de auto die de garage uitdraaide, was niet te zien dat er ooit iets mee was gebeurd.



9. Buitenstaanders is geschreven in een zeer levendige taal. Het boek is geschreven in een originele stijl, die heel goed past bij het bizarre verhaal. Het is een mengeling van overdrijving, herhaling en origineel taalgebruik, met veel zwarte humor. De woordkeus was op zich niet moeilijk. Het las makkelijk door en er werden korte bondige zinnen gebruikt. Er werden af en toe wel woorden gebruikt waarvan ik de betekenis niet van wist zoals het woord ‘ergo’. Maar je kon uit de tekst wel opmaken wat de betekenis was dus dat gaf geen problemen.



10. Dit verhaal hoort bij de moderne Nederlandse literatuur. Bewijs dat het boek hierbij hoort is dat het gaat over een bizar experiment van een psychiatrische inrichting. Zo’n experiment hadden ze in de vorige eeuw nog niet zo snel gedaan!

Dorrestein hoort bij de feministische schrijfsters. Dus dit boek hoort ook bij vrouwenliteratuur want dat gaat vooral over vrouwen en hun positie, hun beleving van hun bestaan. Dat is bij Buitenstaanders zeker het geval doordat Laurie zo goed beschreven wordt.



11. Ik heb de informatie uit samengevatte recensies verwerkt in mijn recensie. Op deze site stonden dus meerdere recensies. Deze informatie heb ik gevonden op de Internetsite:

http://www.internetcollege.nl/index_mainframe.php?top=NO&mainframe=http://www.internetcollege.nl/studiemateriaal/index.php?categorie=recensies



Recensie:



Ik vond het een heel erg goed maar apart boek. Toen ik er aan begonnen was vond ik het moeilijk om door te lezen. Waarschijnlijk was dit omdat ik het totaal niet snapte en dacht dat dat aan mij lag. Na wat motivatie te hebben gekregen van een klasgenoot die zei dat zij het in het begin ook helemaal niet begreep maar het uiteindelijk een heel goed boek vond heb ik toch doorgelezen. Mijn klasgenoot kreeg hier helemaal gelijk in. Bij de eerste bladzijde dacht ik dat het een heel verhaal zou worden over de gewone dagelijkse gebeurtenissen in een gezin. Maar daarin heb ik heel erg verkeerd gedacht.

In het begin zat ik heel erg te twijfelen of het nou allemaal werkelijkheid of fictie was. Dat begon toen Max alleen nog maar kon kwaken toen hij het auto-ongeluk had gehad en toen je ineens in het verhaal van Agrippina kwam die van vers bloed hield werd mijn twijfel nog groter. Pas toen werd verteld dat het huis waarbij Max en Laurie terecht waren gekomen en psychiatrische inrichting was werd duidelijk dat alles werkelijkheid was.

Wat ik heel erg apart vond was hoe ik de mensen in het huis bekeek zonder dat ik wist dat ze geestelijk gestoord waren. Vooral Lupo kwam bij mij heel normaal over. En Ebbe en Biba hadden hele aparte karaktereigenschappen, maar toch, dat ze in een inrichting zaten had ik niet verwacht. Dat vond ik ook het leuke aan dit boek. Het is zo onvoorspelbaar!

Wat een grote indruk op mij heeft gemaakt was dat ik meer respect voor de bewoners van het fasehuis had dan het gezin van Max en Laurie. De ‘gekken’ waren veel aardiger, begripvoller en simpeler terwijl het ‘normale gezin’ overal moeilijk over zat te doen en nou niet bepaald aardig was tegen Agrippina en de rest.

Max vind ik een de onsympathiekste personage in dit boek. Hij is een heel oppervlakkig, egoïstisch en arrogant mens! Alles moet volgens zijn waarden en normen gaan en hij vind praktische dingen zoals geld en eer belangrijker dan liefde. Ook de twee zoontjes van Max vond ik onsympathiek. Ze begonnen het mongooltje Marrie te terroriseren en hadden daar ook de grootste plezier in. Ze vonden het prachtig om te zien dat ze iemand die geestelijk minder dan hen waren zo maar in hun macht konden krijgen.

Max vind dat hij degene is die zijn zoontjes perfect opvoed en wil ze voor van alles beschermen. Volgens mij is hij juist de persoon die zo van z’n eigen kinderen criminelen maakt zonder het zelf te weten.

De manier waarop hij met Laurie omgaat is ook ongelofelijk gemeen. Laurie is in zijn ogen minder dan hem en heeft alles maar te waarderen. Hij blijft bij haar om het voor de kinderen makkelijk te houden en om zijn ‘eer’ hoog te houden. Het lijkt mij dat hij het voor de kinderen alleen maar slecht opvoed door hen verschillende ideeën over onderwerpen geeft. Bijvoorbeeld dat hij door zijn gedrag te laten zien dat vrouwen minder zijn.

Je vraagt je tijdens het lezen voortdurend af ‘wat is eigenlijk normaal?’ wat ook de bedoeling van Dorrestein is geweest.

Het is ook erg interessant dat de gekken het enige normale mens tussen hen een gek vinden.

De opbouw is tijdens het lezen soms moeilijk te volgen, want aan het begin snap je bijna niets en lijkt het alsof er geen verband zit tussen de twee verhalen. Je weet ook niet dat de mensen uit de groep eigenlijk gek zijn, je merkt alleen dat ze af en toe vreemde dingen doen. Dan heb je de ‘normale’ mensen nog, en ga je je ook bij hun af vragen of ze nou normaal of ook een beetje gek zijn. Achteraf kun je alles echter wel begrijpen.

De gebeurtenissen vloeien logisch uit elkaar voort. Alles in het boek heeft een functie en blijkt vroeg of laat een betekenis te hebben. Ik vind het heel erg knap als je zo kunt schrijven! Als je dan begint aan het schrijven van een boek moet je eigenlijk alles van te voren al hebben uitgedacht.

Ik vond het aan de ene kant wel een beetje jammer dat er een open einde aan zat. Dat je jezelf moet gaan afvragen of Laurie het nou allemaal heeft gedroomt of niet vind ik niet echt erg, maar dat je bijvoorbeeld niet weet wat de jongetjes met Marrie hebben gedaan of wat er met Agrippina is gebeurd had ik wel graag nog willen lezen. Aan de andere kant is dat ook wel weer zo speciaal aan dit boek. Dat alles toch nog een beetje vaag blijft. Want het lijkt alsof je het hele verhaal snaptte toen alle verleden tijd was uitgelegd, maar aan het eind komen er toch weer vragen bij.

Buitenstaanders is het soort boek dat je niet in het kort kan samenvatten. Er zouden dan teveel details verloren gaan.

Ik ben eigenlijk wel verbaasd dat ik het zo’n mooi boek vond. Het geeft mij zelfs motivatie om weer meer te gaan lezen wat ik dus nauwelijks meer doe sinds ik op de middelbare school zit.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen