U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Ferdinand Bordewijk - Bint.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/969 en is laatst upgedate op 03/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1346 woorden.

Het verhaal speelt zich af in de 20e eeuw. Ergens rond 1950, maar het zou zich ook nu kunnen afspelen; het is niet speciaal aan een bepaalde tijd verbonden. De tijd waarin het geschreven is alleen belangrijk voor de invloed op de stijl van het boek, maar is niet erg belangrijk voor het verhaal zelf. Bordewijk schrijft namelijk in de tijd van de Nieuwe Zakelijkheid en het opkomende fascisme. Dit kan je merken aan zijn korte, staccato zinnen.

Het speelt zich af op een school; een maatschappij in het klein. Hier probeert Bint 'reuzen' te vormen. Dit is heel belangrijk voor het verhaal, want daar draait het hele boek om; kinderen opleiden tot een persoon met zelftucht en één wil met de anderen.

Bordewijk schrijft in de hij/zij-vorm. Je kijkt door de ogen van iemand die buiten het verhaal staat. Hierdoor krijg je veel informatie, maar het is toch wel allemaal gezien vanuit de Bree. Ik vind het heel prettig in de hij/zij-vorm, want je kan nu niet in de war raken met personen waarover wordt gesproken en zo voel ik me er wel bij betrokken; iemand verteld gewoon alles aan me.

De ondertitel is: Roman van een zender. Bint is de zender en de Bree ontvangt, en geeft dat vervolgens door aan de leerlingen. De boodschap (van Bordewijk) is zelftucht. Zelftucht om je te wapenen tegen het leven en de angst. De angst van niet weten wat er gaat gebeuren en daar dan ook niets tegen kunnen doen. Zolang je jezelf maar genoeg tuchtigt maak je je eigen wereld waarin je alles kan voorspellen. Maar tucht alleen

is niet genoeg: je moet een persoonlijkheid slijpen en het individu onder laten gaan in de groep.



2 Sleutelbegrippen in BINT:

1. Tucht => zelftucht is wapening tegen leven voor zelfbehoud

2. Angst => voor individu. Dat de mens niks voorstelt omdat het zich niet kan wapenen tegen het leven



Ik denk niet dat Bordewijk mij een boodschap wil geven, maar dat het meer een onderzoek van hem is hoe hij het beste kan overleven.



De hoofdpersonen zijn: Bint en de Bree.

BINT

Bint heeft op school een nieuw systeem ingevoerd: stalen tucht jegens zijn leerlingen, om sterke persoonlijkheden te vormen zodat ze later een goede positie in de maatschappij kunnen innemen. Hij verwacht van leerlingen dat ze klimmen en dat een leraar niet daalt; leerlingen moeten niet vragen en een leraar moet zeker niet antwoorden! De hel (= een klas) is zijn meesterwerk, omdat ze één gehoorzame wil hebben. Hij heeft een stalen wil, maar geen stalen lijf, want hij gaat onder zijn eigen tucht door en verlaat school. Ik lijk in het geheel niet op Bint: ik probeer geen wereldverbeteraar te zijn. Ik geloof ook helemaal niet in zijn manier van denken. Maar als ik op zo'n manier zou denken, zou ik het waarschijnlijk ook zo aanpakken; bij de basis (op school) beginnen met mensen vormen zodat ze naar mijn idee sterk genoeg zijn voor het leven.



De Bree

De Bree is in het begin bezig met een onderzoek naar een vrouw, omdat het hem interesseerd. Maar hij vindt zichzelf wel a-seksueel: hij voelt geen liefde voor een vrouw. Dit valt achteraf toch tegen. Hij krijgt gaandeweg bewondering voor Bint en begin \t het met hem eens te zijn: hij zou maar voor één jaar blijven, maar hij verandert dat in 2 jaar. Hij laat gelijk voelen wie de baas is om als het ware Bint trots te maken =. hij verklaart de oorlog aan de hel. Hij ziet leerlingen ook als groepen die hij een naam moet geven. Hij ziet leerlingen niet als individu, maar als dingen; monsters.



Het verhaal gaat over een leraar, de Bree, die voor een jaar een andere leraar op de school van Bint vervangt. Zijn eerste klas is 4D, die de hel noemt. Het is de trots van Bint en een verschrikkelijke klas met kinderen die een onmogelijke naam hebben. Ze worden omschreven als beesten. De Bree verklaart de eerste dag hun al de oorlog als middel om hen in de hand te houden. Zijn andere klassen zijn makkelijk. Bint krijgt een hekel aan: Jérome Fléau (een leerling), de leraar Keska en aan de conciërge met zijn werkster. Hij wordt ingelicht door een andere leraar over het nieuwe systeem wat Bint ingevoerd had en wat hij van elke leraar eiste; stalen tucht.

Op een rapportvergadering wordt er gepraat over van Beek. Een leerling die zich van kant dreigt te maken vanwege onvoldoendes op zijn rapport. Bint kan het niet schelen. Ook Jérome Fléau, de onruststoker wordt besproken. Van Beek pleegt inderdaad zelfmoord en onder leiding van Jérome en de conciërge ontstaat er een oproer. Maar de hel slaat deze neer en Bint is trots: zijn school is weer gezuiverd, doordat van Beek, Jérome en de conciërge van school zijn.

Er komt een schoolreisje en de Bree krijgt de helft van de hel mee. Hij vindt dit een pracht kans om zichzelf te bewijzen en hij heeft er duidelijk plezier in. Als ze een kortere route nemen i.p.v. de lange omwille een zieke leerling zijn twee leerlingen ongehoorzaam aan de groep en fietsen de lange. Ze worden collectief gestraft door de klas die het als belediging opvatten.

Het jaar is om, maar de Bree bedenkt zich en blijft op verzoek van Bint nog een jaar. De eerste schooldag blijkt alleen dat Bint ontslag had genomen. Hij kon zijn eigen tuchtbeleid niet aan. De Bree gaat in gedachte voort van Bint met de hel. Als hij Bint wil opzoeken wordt hij aan de deur geweigerd.



Een belangrijke bladzijde is blz. 66. De Bree ontdekt dat Bint iedereen wel tucht oplegt, maar daar zelf te zwak voor is => hij lijkt wel een blad. Dit is een vooruitwijzing naar de zwakte van Bint, waardoor hij uiteindelijk van school gaat, want hij gaat ten onder aan zijn eigen zwakte door z'n tucht. Een stalen wil, geen stalen lijf.



Ook blz. 31/32 is belangrijk. Daarin zegt Bint dat, om jezelf te leren kennen; je wil te kennen en omhoog te komen, je regels nodig hebt; je wil onderwerpen aan een ander en vernederd te worden om zo goed te kunnen leven. Het individu moet onder gaan in de groep en één wil hebben. Het moet gehoorzaam zijn, niet machtig.

Tucht en menselijkheid; daar draait het om.



Ik denk trouwens niet dat ik op basis van dit boek meerdere boeken van Bordewijk zou willen lezen. Hij schrijft erg kortaf met weinige tierelantijntjes, en ik houd juist van uitgebreid schrijven. Ik kan me ook helemaal niet plaatsen in het idee van Bordewijk, hoewel ik het wel interessant vind dat hij zo denkt en vooral waarom en wat hij ermee wil bereiken. Ook vind ik het verhaal niet erg geloofwaardig, en het moet of helemaal fantasie zijn zodat er geen hout van klopt als je het met de realiteit vergelijkt, of het moet gewoon kunnen, ook qua (uitvoeringing van) ideeën.



F. Bordewijk

Bordewijk is ervan overtuigd dat het leven ongrijpbaar is, dat betekent gevaarlijk. Om dat gevaar zoveel mogelijk te beperken moet je jezelf zoveel mogelijk in de hand houden. Als je dat doet, dan heb je het leven ook in de hand en kan je het gevaar beperken, omdat je invloed op het leven krijgt.



Bordewijk toont een gedeformeerde werkelijkheid. Door dwang ben je de hele wereld de baas.



Bordewijk zijn stijl is vertegenwoordigd door de nieuwe zakelijkheid waarin hij leefde (= jaren 30 waarin ruimte was voor het moderne leven ). Het is eenvoudig en minimaal; korte, kernachtige stijl met staccato zinnen.



Bordewijk heeft angst, doordat hij niet weet wat er gaat gebeuren. Zijn hoofdpersoon probeert zichzelf daartegen te beschermen d.m.v. zelftucht => man van staal worden.



Twee sleutelbegrippen die Bordewijk vaak gebruikt:

1. Tucht => zelftucht is een wapening tegen het leven voor zelfbehoud.

2. Angst => voor het individu. Dat de mens niks voorstelt, omdat het zich niet kan wapenen tegen het leven.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen