U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Erich Remarque - Im Westen Nichts Neues / All Quiet On The Western Front.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/113 en is laatst upgedate op 18/08/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1596 woorden.

Boek 2: Im Westen nichts Neues (3p)



A. Algemene vragen



1. De titel van het boek ‘Im Westen nichts Neues’ heeft betrekking op het bericht aan het eind van het boek: ‘Im Westen sei nichts Neues zu melden.’. Verder zou het ook nog betrekking kunnen hebben op de situatie aan het front. Het front verplaatst zich nauwelijks en elke dag gebeurt er weer hetzelfde. Er is dus niets nieuws.

2. De auteur van het boek is Erich Maria Remarque. Hij heeft de Duitse nationaliteit.

3. Het boek is voor het eerst verschenen in 1929.



B. Vragen over de inhoud van het boek



1. In 1916 komt Paul Bäumer samen met zes vrienden in de oorlog. Ze zijn door hun leraar Kantorek al helemaal ‘warm’ gemaakt. Hij zei ook dat als je niet mee zou gaan je erg laf was. De jonge soldaten hebben zich de oorlog geïdealiseerd.



Ze gaan eerst voor tien weken naar een trainingskamp. Paul komt samen met Kemmerich, Kropp en Müller in dezelfde groep o.l.v. Stanislaus Katczinsky. De groep is een onderdeel van het negende korporaalschap aangevoerd door Himmelstoß. Iedereen heeft een hekel aan hem. Het negende korporaalschap is weer een onderdeel van de tweede compagnie.



Als ze aan het front komen, is het heel anders dan ze zich voorgesteld hebben. Men vecht er niet meer voor het vaderland maar voor zichzelf. Je moet ervoor zorgen dat je zelf overleeft. Er sterven veel soldaten, maar het voedsel wat daarvoor bestemd was, kunnen de soldaten goed gebruiken. Al snel raakt de eerste van de vriendengroep gewond: Kemmerich. Hij heeft een bovenbeenschotwond en zijn been wordt geamputeerd. Hij sterft in een veldlazaret, in Pauls bijzijn. Paul heeft beloofd Kemmerichs moeder te schrijven over zijn overlijden. Müller krijgt de laarzen van Kemmerich.



Ondertussen komen er steeds jongere soldaten aan het front, het zijn nog kinderen. Het

leven aan het front wordt steeds onmenselijker, men vecht er als dieren. Het enige dat telt is doden en overleven. De groep heeft veel angst. Als ze niet aan het front zijn, spreken ze vaak over vrede. Ze krijgen ook een keer ruzie met Himmelstoß, waarna Kropp en Tjaden straf krijgen.



De samenwerking onder de Duitsers wordt steeds slechter, de Fransen en Engelsen zijn erg sterk. Ze vechten alleen nog maar om zelf te overleven. Als Paul alleen is, denkt hij vaak na over zijn vroegere leven, wat letterlijk en figuurlijk erg ver weg van zijn huidige ‘leven’ staat. Himmelstoß komt ook aan het front. Van de tweede compagnie zijn nu nog maar 32 van de 150 soldaten in leven. Omdat dit erg weinig is worden ze opnieuw ingedeeld. Haie Westhus is ondertussen ook omgekomen, zijn hele rug lag open. De overgebleven vrienden maken nog wel lol, vooral om het leed te verbergen. Ze brengen bijvoorbeeld een keer een nacht door bij drie Franse meisjes.



Dan krijgt Paul 17 dagen verlof. Hij gaat naar zijn familie in zijn geboorteplaats. Paul heeft het niet gemakkelijk, hij huilt heel wat af. Zijn moeder is erg ziek, ze heeft kanker. Hij merkt dat ze hier in Duitsland een verkeerd beeld van de oorlog hebben, maar Paul kan en wil daar niet over praten. Er is in Duitsland ook een schaarste aan voedsel. Paul hoort dat Kantorek ook als soldaat in de oorlog gegaan is, hij kan er wel om lachen. Ook moet hij nog naar Kemmerichs moeder, om haar te vertellen dat haar zoon gesneuveld is. Hij vertelt haar dat hij snel en zonder lijden is overleden, maar Kemmerichs moeder gelooft hem eerst niet.



Voordat hij weer naar het front gaat, moet hij op cursus. Hij komt een groep gevangen genomen Russen tegen. Hij begrijpt eigenlijk niet waarom ze zijn vijand zijn en geeft ze levensmiddelen en sigaretten. Zijn vader en zus komen heb ook nog een keer bezoeken, ze delen hem mee dat het steeds slechter gaat met zijn moeder.



Als Paul weer aan het front is, voelt hij zich weer helemaal thuis. De Duitse keizer komt een dag langs, om de Duitse soldaten te bezichtigen. Paul had veel meer verwacht van de keizer, hij vindt hem maar een gewoon mens. De geruchten gaan dat de soldaten naar Rusland moeten om daar te vechten, dit gebeurt niet.

Bij een aanval vlucht Paul alleen en schuilt in een diepe kuil. Als er een Fransman inspringt, probeert hij hem meteen te vermoorden. Hij krijgt er veel spijt van en blijft tot de soldaat is gestorven bij hem. Hij belooft de soldaat, genaamd Gérard Duval, naar zijn vrouw te schrijven over zijn dood. Paul ziet in dat oorlog en gevoel niet samen gaan.



Dan breken er drie goede weken aan. Ze moeten de voedselvoorraad bewaken in een verlaten dorp en hebben daardoor een overvloed aan voedsel. Bij een Franse aanval raken Albert Kropp en Paul gewond aan hun been. Ze komen terecht in een veldlazaret, later gaan ze naar een katholiek ziekenhuis in de buurt van Keulen. Paul geneest, maar Alberts been wordt geamputeerd. De situatie in het ziekenhuis is erg slecht: de artsen experimenteren, veel mensen sterven en er zijn talloze slachtoffers



Paul keert weer terug naar het front. Bijna al zijn vrienden sterven. Alleen Paul en Kat blijven over. De Duitse troepen moeten steeds meer terugtrekken en iedereen weet wel dat Duitsland de oorlog gaat verliezen. Veel soldaten zijn ziek, deserteren of plegen zelfmoord. Er is niet genoeg te eten en drinken en er is een gebrek aan munitie.

De zomer van 1918 wordt bloediger dan ooit, veel kindersoldaten vallen. Dan sterft ook Pauls laatste vriend Kat. Hij is nu de enige die over is van zijn vroegere groep.

Paul weet dat, als hij dit overleeft, hij niet meer in het normale leven kan terugkeren.

Wat hij gezien heeft kan hij niet verwerken, hij behoort tot de verloren generatie. Ook heeft hij geen angst meer om te sterven, hij heeft namelijk niets meer te verliezen. Zijn leven is niets meer waard, hij heeft té veel mensen dood zien gaan.



In oktober 1918 sterft Paul. De oorlog was bijna voorbij. Paul ligt met zijn gezicht in de grond. Wanneer men hem omdraaide kon men zien dat hij niet lang geleden kon hebben, het leek wel of hij tevreden was dat hij zo gegaan was.

Die dag luidde het oorlogsbericht: ‘Im Westen sei nichts Neues zu melden.’.







2. Het verhaal speelt zich grotendeels af aan het Westfront: in België en Frankrijk. Er wordt namelijk een keer beschreven dat ze richting Ardennen gaan. Ook brengen ze een nacht door bij Franse meisjes. Dit zal dus wel in Frankrijk geweest zijn.

3. Het verhaal speelt zich af in de Eerste Wereldoorlog. Dit is te verklaren aan de hand van de jaartallen in het boek.

4. Het verhaal speelt zich af in een oorlogsmilieu. De situatie thuis is een arbeidersmilieu. De mensen zijn er allemaal arm en hebben door de oorlog een gebrek aan voedsel.

5. Het verhaal heeft een historische achtergrond. Het verhaal is verzonnen door de schrijver, maar is typerend voor het grootste deel van de bevolking in Duitsland in de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Het zou dus echt gebeurd kunnen zijn.

6. De hoofdpersoon is Paul Bäumer. Andere personen die een grote rol spelen, zijn Katczinsky, Kropp, Müller, Tjaden, Westhus en Kemmerich.

7. De hoofdpersonen zaten allemaal in het negende korporaalschap. Ze hebben veel tijd met elkaar doorgebracht. Bovendien hebben Bäumer, Kropp, Müller en Kemmerich vroeger bij elkaar in de klas gezeten.

8. De hoofdpersoon, Paul Bäumer, is sympathiek. Als hij met zijn vrienden is, praten ze over allerlei dingen of maken ze lol. Ook als hij samen met een vijand is, kun je hem zeker sympathiek noemen. Bijvoorbeeld toen hij de gevangen genomen Russen van levensmiddelen en sigaretten voorzag of toen hij bij zijn stervende Franse vijand bleef om hem niet alleen te laten sterven.

9. Hoef je niet te maken.

10. Het thema van het verhaal is het leven van een soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Het verhaal beschrijft de mentale en lichamelijke gevolgen van de oorlog voor de soldaat.



C. Vragen over de stijl



1. Het boek behoort tot het genre oorlogsroman.

2. Het boek is opgebouwd uit een heel kort ‘voorwoordje’, waarin staat dat het verhaal bericht over het leven van een generatie dat ‘verpest’ is door de oorlog. Daarna volgen twaalf hoofdstukken.

3. Hoef je niet te maken.

4. Het boek is geschreven in de ikvorm. Paul Bäumer vertelt het verhaal dus. Alleen de laatste alinea is in de derde persoon geschreven.

5. Hoef je niet te maken.



D. Vragen over de persoonlijke mening van de lezer



1. Ik vind ‘Im Westen nichts Neues’ een erg goed boek. Ik vind de delen waarin de slechte situatie van de soldaten in de loopgraven beschreven wordt het indrukwekkends. Als de soldaten vertellen hoe ze zich er bij voelen, krijg je namelijk te weten hoe verschrikkelijk het wel niet was om een soldaat in de oorlog te zijn. Dit was iets wat de soldaten niet konden vertellen aan het thuisfront, omdat ze het toch niet zouden begrijpen. Dit wil niet zeggen dat als je het boek gelezen hebt, je dit wel kunt begrijpen, maar je hebt krijgt er door het boek wel een beter idee van.

2. Ik ben zeker nog wel van plan een ander boek van Erich Maria Remarque te lezen, omdat ik dit een heel goed boek vind. Remarque schrijft ook op een manier waarop je je goed kunt inleven in de situatie. Dit maakt het lezen leuker.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen