U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Godfried Bomans - Erik Of Het Klein Insectenboek.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/961 en is laatst upgedate op 02/03/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3202 woorden.

Auteur

Godfried Bomans



Titel van het boek

Erik of het klein insectenboek



Eerste druk verschenen in

1941



Aantal bladzijden

132



Andere werk

toneelstuk: Bloed en Liefde, Pieter Bas (1936)



Motto

' Wij zijn allen ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.' Het wereldje van de insecten is dus onze wereld volgens Bomans. Dat klopt in het verhaal, want de insecten gedragen zich als mensen.



Titelverklaring

De ondertitel ' Het klein insectenboek ' heeft betrekking op het schoolboek Solms dat Erik moet bestuderen. ' Erik ' de hoofdtitel slaat op de hoofdpersoon.



Samenvatting

Erik Pinksterbloem herhaalt in bed nog even de leerstof over de insecten uit het leerboek van 'Solms' beknopte Natuurlijke Historie' (p.20). Hij kijkt daarbij naar een schilderij met wolken, schapen, een herder en vele insecten, dat hij Wollewei heeft genoemd. En dan gebeurt het wonder: de portretten van zijn grootouders komen tot leven. Hij heeft met hen een leuk gesprek dat uitloopt op zijn wens: 'lieve grootmama... laat mij gaan naar het land van Wollewei' (p.21). Hij wordt zeer klein, slaagt erin over de schilderijlijst te komen en met een grote boog valt hij' in het frisse, zachte gras' (p.32).

De eerste die hij ontmoet, is de wesp, mijnheer Van Vliesvleugel. Deze nodigt hem uit met zijn gezin 'de lunch te willen gebruiken' (p.36). Op zijn rug vliegt Erik naar diens 'home' (p.38), gevestigd in een 'rode chrysanth' (p.38). Hij ontmoet er mevrouw en 'de zeven huwbare dochters' (p.38). De wespen hechten zeer veel belang aan hun adellijke afkomst. Ze hebben nog nooit van mensen gehoord, mevrouw vraagt meteen of die van adel zijn en dan 'is dit mijn vraag: dragen zij een angel?' (p.43). Het etentje verloopt ongemakkelijk, vooral ook omdat Erik argwanend wordt bekeken door de heer P., 'een der rijkste wespen in den omtrek, zwijgzaam van aard, en enigszins jichtig in een zijner achterpoten' (p.48). De jongen verknoeit de situatie volledig als hij een loflied zingt op de nijvere bijen, die volgens de Vliesvleugels echter 'tot den arbeiden stand waren afgezakt en dientengevolge allen tezamen in één huis woonden' (p.51). Het etentje wordt afgesloten met 'een uurtje muziek, voor de spijsvertering' (p.53). De instrumenten bestaan uit levende bromvliegen. Eriks blomvlieg zet zich dermate in dat ze sterft. Derhalve is het afscheid 'zeer koeltjes' (p.56). Erik vliegt weg op de rug van een hommel.

De hommel bezit het boek Schicksal der Gegenwart, dat ook in de kast van Eriks vader staat. Het insect kijkt echter alleen af en toe naar de titel en gaat dan vanzelf 'een beetje dieper denken' (p.61). Na de vlucht wenst hij echter betaald worden. Erik geeft hem een klompje honing dat hij van de Vliesvleugels heeft gekregen. Erg inhalig vliegt de hommel er 'als de wind van door' (p.64). Hij leert er veel insecten uit Solms in levenden lijve kennen. Vol ontzag luisteren ze toe als Erik iets van zijn kennis te berde brengt. Hij verwerft een grote faam, ook omdat hij hen op de hoogt brengt van het wonderbaarlijke verschijnsel dat de rups zich inspint tot pop om vlinder te worden. Toch beseft hij dat de insecten veel knapper zijn dan hijzelf. 'Ik leer een helen avond over zo'n hoofdstukje, voor ik het weet, en zij doen precies wat er in staat, zonder het ooit gelezen te hebben. Het is toch maar een mooi ding, zo'n instinct. Ik wou dat ik het had' (p.80). De dagen in het hotel zijn 'in den beginne' (p.81) erg aardig. Het insectenwereldje is zeer wonderlijk, al moet Erik er soms om lachen. Als hij 's zaterdags in bad gaat, zijn de insecten erover verwonderd dat hij zich het vel kan afstropen en er dan nog eentje overhoudt. Voor gesprekken over het begrip zedelijkheid en over de vraag wie God is, zijn de insecten duidelijk niet vatbaar. Erik maakt ook kennis met de beperktheden van de insecten en met hun zelfgenoegzaamheid. Geleidelijk aan voelt hij zich meer en meer malleen en op een ochtend, als hij toch al besloten heeft te vertrekken, komt de vlinder, 'de oude rups' (p.81), de ontbijtkamer binnen. Erik zal op zijn rug wegvliegen 'de zon tegemoet' (p.91), ondanks de raad van een glimworm dat hij zich toch maar beter 'bij den grond' (p.89) zou houden.

Erik beleeft nu weer 'lichte, zorgeloze dagen' (p.93). Op een morgen ziet de vlinder een soortgenoot en begint 'eensklaps over haar gehele lijf te beven' (p.94). Erik, 'die genoeg uit het leven van zijn oudsten broer wist om te begrijpen wat er aan de hand was'(p.94), realiseert zich dat zijn vriend verliefd is. Hij peilt nu de diepte 'ener vlinderliefde en bemerkt dat hier ten onrechte veel kwaad van gesproken wordt'(p.93). Om het vlindermeisje te bekeren, maken ze samen een gedicht. Eindelijk, na lang wachten, krijgen ze van vader Vlinder een uitnodiging 'tot ernstig onderhoud, gevolgd door een intiem maal' (p.99). Er wordt een rijkelijke maaltijd geserveerd, volgens mevrouw Vlinder 'een eenvoudig hapje' (p.101). Tijdens het gezellige etentje moet Erik toch ervaren dat ook vlinders in de eerste plaats bezorgd zijn om materieel bezit. Als hij goedmoedig plagend vertelt dat zijn vlindervriend vroeger wel eens een vlindermeisje onder de kin kietelde, valt dat niet in goede aarde. Vader Vlinder maakt echter geen bezwaar tegen het huwelijk; hij heeft nog twaalf dochters! Het bruidspaar vliegt weg en Erik blijft alleen.

Hoe hongeriger en havelozer hij op zijn eenzame tocht wordt, des te brutaler komen de insecten op hem af. Hij beleeft een hachelijk avontuur met een spin, die hij moet doden; zelf verliest hij het bewustzijn. Als hij wakker wordt, staat er een doodgravers om hem heen, Zij vinden het jammer dat Erik niet dood is; toch nodigt één van hen hem uit om te komen eten.

Tijdens het eten licht de doodgraver zijn theorie toe over de werkelijke zin van het leven: 'alle insecten zijn alleen maar bezig dood te gaan ... alle zijn ze op weg naar mijn tafel' (p.126). Het is zijn belang dat iedereen goed eet en dik wordt. Een mol, die blijkbaar eendere principes heeft, zoekt zijn weg door de woning en vreet alles op. Slechts een schoongelikte vloer blijft achter. Erik kan zich redden en herinnert zich de woorden van de doodgraver: 'de dood is een rechtvaardige zaak, en vroeg of laat steken wij alle onze pootjes omhoog' (p.127).

Erik probeert weer boven de grond te komen. Op zijn onderaardse tocht ontmoet hij een worm. Het diertje praat erg eigenwijs, het kronkelt van zelfgenoegzaamheid, maar raakt daardoor in zichzelf verstrikt. Erik tracht hem te ontwarren, maar slaagt daarin niet, want 'telkens als er ‚‚n lus was vrijgemaakt, glipte hij in een nieuwe' (p.137).

Een passerende mier brengt Erik naar boven en leidt hem naar zijn kolonie. Vooraf echter belooft Erik aan de worm hulp te zenden. Het blijkt nu dat vele insecten, ook de mieren, erover piekeren of ze alles 'wel doen zoals in Solms staat' (p.140). Erik krijgt de faam alles te weten. 'Hij geeft voorlichting aan jonge moeders en aan ieder die zijn hulp nodig heeft, doch beseft al spoedig de ontoereikendheid van Solms' Beknopte Natuurlijke Historie' (p.139). Een groep werkmieren gaat op voorstel van Erik naar de worm om hem te helpen. Ze brengen hem in wel honderd stukjes bij Erik, die de worm dan maar aan mieren geeft om hem op te eten. Hij mag vernemen dat hem een 'achtstemmige jubelcantate' (p.152) zal worden aangeboden. De miskende componist- dirigent beklaagt zich erover dat hij door zijn soortgenoten niet wordt begrepen. Over zijn eigen leven vertelt Erik niets, omdat de insecten slechts belangstelling hebben voor zichzelf. Ook de mieren geloven vooral in de eigen voortreffelijkheid. Toch lijkt het erop dat ze wel het verlangen kennen naar een nieuwe wereld. Ze zullen met Erik meetrekken over de lijst van het schilderij heen; maar hun eigenlijke bedoeling is er een ander mierenleger te bestrijden. De legers treffen elkaar, er ontbrandt een hevige strijd waarbij Erik een straal mierenzuur in de ogen krijgt. Terwijl hij zich in de ogen wrijft, gebeurt er iets wonderlijks met hem, 'de wereld wordt wijder en wijder(p.167), de zon straalt in zijn gezicht en hij wordt wakker. Het is ochtend en alles is weer gewoon. Zijn proefwerk over de insecten maakt hij niet goed. Zijn onderwijzeres vindt dat hij wartaal uitkraamt. De jongen houdt 'er meningen op na die geheel en al tegen Solms indruisen' (p.170). Hij verlangt weer klein te mogen worden 'om dan nooit, nooit meer terug te keren in deze ondankbare wereld' (p.170).



Indeling van het boek

Het boek is ingedeeld in 13 hoofdstukken met elk een aparte titel.



Hoofdstuk 1:De lezer maakt kennis met een zekere Erik Pinksterbloem, en met de voornaamste insecten die ons vaderland bevolken. Hij wordt voor de zonderlingste feiten geplaatst, en vraagt zich op het eind van dit hoofdstuk af waar dit alles eigenlijk naar toe moet.

Hoofdstuk 2:Erik stelt zich voor aan de familie Vliesvleugel. Hij wordt terdege aan den tand gevoeld omtrent de belangrijkste eigenschappen van hemzelf en zijn soortgenoten en doorstaat deze proef op bevredigende wijze .

Hoofdstuk 3:Erik maakt zijn eerste diner mee in het land Wollewei en bemerkt tot zijn spijt dat deze niet noemenswaardig verschillen van de diners thuis. Hij begaat enige onhandigheden en vertrekt op een hommel als een verdacht personage.

Hoofdstuk 4: hommel-geleerdheid en slakkenpraat. Een merkwaardig hotel.

Hoofdstuk 5: Erik ziet alle dieren uit Solms' Beknopte natuurlijke Historie in levenden lijve voor zich en beleeft veel plezier aan den ijver waarmede hij dit nuttige boek bestudeerd heeft. Hij doet tenslotte een biologische ontdekking van zo groot belang, dat de schrijver niet twijfelt of zij zal ook in vakkringen enig opzien baren.

Hoofdstuk 6:Erik komt in aanraking met de beperktheden der schilderijbewoners en tracht hun enige hogere begrippen bij te brengen. Hij wordt gewaarschuwd door een glimworm zich niet van den begane grond te verheffen, doch vertrekt niettemin toch op den rug van den vlinder.

Hoofdstuk 7: Erik peilt de diepte ener vlinderliefde en bemerkt dat hier ten onrechte veel kwaad van gesproken wordt. Een bezoek aan de vlinderfamilie stelt de betekenis van honing in het volle daglicht.

Hoofdstuk 8:Moeilijke dagen. Erik bemerkt dat insectenliefde een ongewisse zaak is, die met honing het nauwste verband houdt. Hij doodt een spin, en vervult enige doodgravers met ijdele hoop.

Hoofdstuk 9: De doodgraver maakt zich ongerust over Erik's ideeën. Hij geeft een heldere uiteenzetting over den werkelijke zin van het leven, doch wordt hierin wredelijk gestoord door iemand met dezelfde opvattingen.

Hoofdstuk 10:Het standpunt van een worm. Een treurig ongeval.

Hoofdstuk 11:Erik bemerkt dat hij beroemd is. Hij geeft voorlichting aan jonge moeders en aan ieder die zijn hulp nodig heeft, doch beseft al spoedig de ontoereikendheid van Solms' Beknopte Natuurlijke Historie.

Hoofdstuk 12:Het leven gelijk het zich afspeelt in een mierenhoop. Erik maakt kennis met een groot man. Hij krijgt een banket aangeboden, en besluit voor de nieuwsgierigheid der mieren te zwichten en het geheim zijner afkomst te onthullen.

Hoofdstuk 13:Erik rukt aan het hoofd der mieren naar een ruimere wereld op. Hij maakt een verschrikkelijke veldslag mee. Terug onder mensen. Zij vallen hem bitter tegen.



Thema

Een kind in de wereld der insecten.



Personen

De hoofdpersoon van het boek is de niet zo knappe Erik Pinksterbloem. Erik verwondert zich vaak. Hij verbaast zich over de verschillende normen en waarden van de insecten (van de mensen dus). De insecten vragen Erik regelmatig om raad, omdat zij hem als een groot geleerde beschouwen. Erik is erg verstandig als hij besluit om met de raad uit Solms te verstrekken te stoppen. Hij is niet bang als hij aan zijn oma vraagt of hij naar het land van Wollewei mag. Erik is een type, want je komt zijn innerlijke gedachten te weten.



De wespenfamilie Vliesvleugel is erg gesteld op status en geld. Van adel zijn, tot een goede familie behoren, geld bezitten en een angel hebben, dat zijn zaken die voor wespen tellen. De bordjes met spreuken die zij hebben hangen, zeggen genoeg: ' Wie het is, die is het ook' en Men is het of men is het niet'.



De spin doet zich lief voor, maar is in werkelijkheid een stuk venijn. De worm is eigenwijs en zeer met zichzelf ingenomen. De slak acht zich hoger door zijn naaktheid en omdat hij pootloos is. Ook de mieren geloven sterk in eigen kwaliteiten en ze hebben alleen maar belangstelling voor zichzelf. Bovendien zijn ze wreed en oorlogszuchtig. De enige uitzondering lijkt de vlinder te zijn.



De insecten volgen elkaar in het verhaal op. Alle insecten zijn bijna wel antipathiek, ze zijn voor Erik niet zo aardig.



Verteller en perspectief

De verteller is een onzichtbare verteller, omdat je Erik zijn gedachten niet te weten komt. Het perspectief ligt dus bij de verteller, omdat ' Erik peilt de diepte ener vlinderliefde en bemerkt dat hier ten onrechte veel kwaad van gesproken wordt'.



Tijd

De gebeurtenissen kunnen zich nu afspelen.



De vertelde tijd is één nacht. Omdat hij 's avonds zijn Solms' pakt en zijn leerwerk nog een keer gaat overkijken voor zijn repetitie die hij de volgende dag heeft. Daarna volgt zijn gesprek met zijn grootmoeder en dan wordt hij naar het schilderij 'Wollewei' gaat. Als hij aan het eind van het boek weer in de normale wereld komt dan hij heeft de repetitie over Solms'. Het verhaal van Erik is geheel chronologisch. Zonder enige vorm van tijdssprongen.



Het verhaal maakt eigenlijk geen echte grote sprongen.



Ruimte

Het begin van het verhaal speelt zich af in de slaapkamer van Erik. En daarna gaat het over naar het schilderij 'Wollewei'. Als Erik weer terug keert naar de 'normale' wereld dan gaat hij gewoon weer naar school en maakt zijn repetitie.



In Erik z'n slaapkamer hangen allemaal schilderijen van oud-familieleden en van de natuur zoals 'Wollewei'. Zijn bed staat tegen de muur in de hoek. Het schilderij Wollewei is een soort tuin met gras dat voor Erik zeer hoog is. En zijn school is zoals iedere andere basisschool in Nederland os ergens anders.



In het verhaal is de ruimte deels belangrijk want op het ene moment is Erik in zijn slaapkamer en het andere moment in het schilderij Wollwei. Maar voor de rest valt de belangrijkheid van de ruimtes wel mee.



Stijl

In Erik of het klein insectenboek is het taalgebruik van Bomans traditioneel en eenvoudig, maar in zijn eenvoud toch met een rijke en gevarieerde woordenschat. De trefzekere formulering, de bevattelijkheid in woord en gedachte, de humoristische spitsvondingen zijn de karakteristieken van de stilistische vormgeving. Bewust hanteert Bomans plechtige en wat verouderde of ambachtelijke woorden in alledaagse situaties, waardoor hij komische effecten bereikt. Na een pijnlijke stilte die volgt op een niet gewaardeerde opmerking van Erik, zegt vader Vlinder wat afgemeten: 'wij zullen de woorden van den heer Pinksterbloem met den vleugel der liefde bedekken... en geen verdere navraag te doen' (p.105). Bomans geeft bovendien zijn licht archaïserende stijl kleur door het gebruik van oudere taalvormen: de buigings-, genitief vormen als des, ener, welks en andere, de gij-vorm, de aangevoegde wijs. Ook de korte inhoudsopgaven bij ieder hoofdstuk, gebruikelijk in de negentiende eeuw, zijn tekenend voor een oudere stijlvorm. Door het gebruik van een dergelijke stijl evoceert de auteur de sfeer van het wonderlijke, creëert hij humor en onttrekt hij een actualiteitaspect aan het gebeuren. Deze stijl biedt hem tevens de gelegenheid cliché -taal te ridiculiseren in de talrijke tafelspeeches en de redevoeringen, bijvoorbeeld de toespraak van vader Vlinder (p.102-103), waarin gemeenplaatsen schering en inslag zijn; bijvoorbeeld in een bevel als ' nog één stap, vriend en ge zijt een kind des doods' (p.108). Alleszins dient de vlotte, luchtige stijl het fantasierijke en speelse van het verhaal.



Waardering

Ik had van horen zeggen dat het een leuk, maar soms ingewikkeld boek was. Het boek Erik of het klein insectenboek vond ik ook een leuk, soms spannend, grappig boek. Echt ingewikkeld vond ik het niet. De inhoud op zich was boeiend je als zo de helft van het boek uit. De spanning was af en toe ook wel aanwezig. Erik was niet echt moeilijk te begrijpen, je kon het achter elkaar lezen zonder dat je er echt overna moest denken.

Het boek bevat denk ik ook wel een boodschap; volgens mij wil het zeggen dat je netzo met de natuur om moet gaan als met de mens. Omdat er eigenlijk geen verschil is tussen de verhouding mens en insect. Dit soms humoristische boek legt duidelijk de link tussen mens en natuur. Je zal situaties zoals die in het boek tegen komt niet in het echt tegenkomen omdat er nu eenmaal geen sprekende schilderijen van grootouders bestaan die al lang gestorven zijn. Net zo min zal je onder de grond kunnen lopen in gezelschap van een mier en dan een worm helpen. Dat is tot dusver nog onmogelijk. Ik denk dat veel mensen dit boek met plezier gaan lezen of gelezen hebben.

Het enige wat ik aan kan merken is het taalgebruik wat gewoon niet meer van deze is, zoals bijvoorbeeld, 'den hobbelige vloer' (p.105). Maar dat is eigenlijk alles wat er op dit leuke boek is aan te merken. Ook geeft Bomans goed weer wat er in een klas gebeurd als je iets opschrijft wat niet in het boek staat en jij toch in werkelijkheid hebt meegemaakt, dan gaat er gewoon een streep doorheen, dat soms onterecht is. Dus is er in zekere zin wel een verband met het werkelijke. Ik vind gat Godfried zijn best gedaan heeft om er een leuk, grappig boek van te maken dat gaat hem over het algemeen toch wel goed af. In Erik staan ook vrij veel illustraties wat het lezen natuurlijk ook vergemakkelijkt.

Het enige wat ik al heb aangemerkt en wat ik soms als een beetje storend ervaren heb is toch het taal gebruik wat te oud was, maar soms hoorde het taalgebruik er echt bij anders begreep je het boek het boek minder dus soms moet het taalgebruik wel door de vingers zien.

Godfried geef ik een cijfer waarvan ik denk dat het beste bij het boek past ondanks het taal gebruik vond ik het boek over het algemeen gewoon goed tot perfect, dus geef ik hem een 9 wat ik persoonlijk toch wel aan de hoge kant vind voor een boek als je net zo als ik niet zo leesgraag bent. Maar omdat Bomans er gewoon goed in is geslaagd om een leuk en aangenaam boek te schrijven wat volgens mij in alle leeftijdscategorieën thuis kan horen. En wat zelf voor de jongeren die ouder zijn dan 8 goed tot zeer goed te begrijpen is. Het grappigste vond ik dat toen Erik bij de mieren op visite was en dat hij aan de werkmieren vroeg om de worm op te halen, dat toen die mieren de worm in kleine stukjes brachten dat was wel komisch want dat was immers niet de bedoeling, ze moesten hem gewoon uit de knoop halen waar hij zelf niet in was geslaagd. De zinnen in Erik waren toch ook wel wat aan de lange kant. Maar Godfried Bomans heeft zijn werk gewoon uitstekend gedaan!



Bronvermelding

De bronnen die ik heb gebruikt zijn:

Lexicon der literaire werken

Informatie achter uit het boek
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen