U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marion Bloem - Geen Gewoon Indisch Meisje.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/954 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3152 woorden.

Titel

Geen gewoon Indisch meisje



Auteur

MaRion Bloem



1.Persoonlijke reactie en beoordeling





Thematiek/onderwerp

Het verhaal gaat over een dertienjarige vrouw die kamt met het besef dat zij de Indonesische, andere kant van haar achtergrond als cultuur ontkend heeft. De vrouw krijgt problemen met haar afkomst, daardoor leeft zij alsof ze uit twee zusjes bestaat, Sonja en Zon. Sonja is een verhollandste Indo die later het Gymnasium afmaakt, daarna Nederlands studeert en (Nederlandse) boeken gaat schrijven. Zon hangt juist heel erg aan haar Indonesische afkomst probeert het gymnasium te doen maar gaat van school af, probeert de kunstacademie maar ook dat mislukt. Zon kan heel moeilijk vrienden maken in Nederland terwijl Sonja dat heel goed afgaat. In veel gevallen zijn Sonja en Zon elkaars tegenpolen. Je zou kunnen zeggen dat de vrouw een zo sterke identiteitscrisis beleeft en daardoor schizofreen is geworden. De splitsing in twee personen drijft MaRion Bloem wel heel erg ver door, want de twee personen gaan op een gegeven moment een eigen leven leiden. Als Sonja en Zon eigenlijk één persoon zijn kan dat dus niet.



Gebeurtenissen/intrige/plot

de nadruk in dit verhaal ligt duidelijk op de gedachten en gevoelens, en dan vooral de gevoelens van Zon. Zon probeert in tegenstelling tot Sonja de Indonesische cultuur in ere te houden. De gebeurtenissen zijn ongeordend en het lijkt wel alsof MaRion Bloem een verhaal had geschreven en die verknipt heeft en zo maar weer aan elkaar heeft geplakt zodat het boek expres moeilijk is gemaakt. Ik vind dit raar dat je zo maar iets moeilijk maakt maar aan de andere kant laat het wel zien hoe ongeordend schizofrene mensen gebeurtenissen in hun hoofd kunnen hebben zitten.



Compositie/structuur/spanning

Ik heb leukere boeken gelezen maar juist doordat de gebeurtenissen zo raar en moeilijk gerangschikt zijn en je zelf een moet nadenken wat er nou eigenlijk gebeurt vond ik het boek ook niet echt saai. Het verhaal is niet chronologisch opgebouwd. Er zitten veel terugblikken, fantasieën, enz. De gebeurtenissen zijn ongeordend en het lijkt wel alsof MaRion Bloem het boek expres moeilijk heeft gemaakt. Ik vind dit raar dat je zo maar iets moeilijk maakt maar aan de andere kant laat het wel zien hoe ongeordend schizofrene mensen gebeurtenissen in hun hoofd kunnen hebben zitten.



Taalgebruik/stijl

In het boek 'Geen gewoon Indisch meisje' komen erg veel korte zinnetjes voor. Hoe emotioneler de personages worden, hoe korter en vlugger de zinnetjes zijn. Er is geen tijd om rustig te vertellen over gevoelens die verwarrend zijn en die over elkaar heen duikelend bij Zon naar boven komen. Het taalgebruik is niet erg moeilijk. Het enige wat het boek zo moeilijk maakt is de rare opbouw van fragmenten. Waar Indonesische woorden worden gebruikt kun je vaak uit de zin halen wat ze betekenen. Veel gebeurtenissen zijn niet door middel van overgangsscènes aan elkaar geplakt, maar volgens elkaar abrupt op.



2.Samenvatting, analyse en interpretatie





A.Voorwerk





A.1.Titelbeschrijving

Het boek 'Geen gewoon Indisch meisje' is geschreven door MaRion bloem. de eerste druk verscheen in 1983 bij de uitgeverij 'In de Knipscheer'.



A.2.Uiterlijke beschrijving

Op de kaft staat een pop, die het Indonesische vertegenwoordigt, met een wit gezicht, wat het Hollandse vertegenwoordigt. Die tweedeling symboliseert de tweedeling van Zon/Sonja.



B.Samenvatting

Bron: lexicon van literaire werken 20



C.Analyse en Interpretatie





C.1.Titelverklaring

Als Sonja/Zon jong is, vindt zij zichzelf een gewoon Indisch meisje. Maar zo gewoon blijkt het niet te zijn om een mengtype van twee culturen en twee huidskleuren te zijn. anderen zien haar vaak aan voor een Indonesisch of Ambonees meisje, maar niemand noemt haar gewoon Hollands. In tegenstelling tot 'een gewoon Hollands meisje' is zij 'geen gewoon Indisch meisje'.



C.2.Motto en opdracht

Als motto koos de schrijfster de strofe 'schizofrenie' van de Nederlands- Indische dichter G.J. Resink.



C.3.Genre

Ik vind dat dit boek een psychologische romanis, omdat het over een vrouw gaat die een meervoudig persoonlijkheidssyndroom (schizofrenie) heeft.



C.4.Idee, thema en motieven





Idee

De idee van dit boek luidt: Als je je niet aanpast ga je ten onder.



Thema's

Het hoofdthema is het probleem van de Indonesische identiteit. De hoofdpersoon is een vrouw die tussen 2 culturen in zit en daar grote problemen mee heeft. Ze weet niet bij welke cultuur ze bij hoort. Door die identiteitscrisis word ze schizofreen.



Motieven

* schizofrenie * ontheemd zijn

* er niet bij horen, emotioneel isolement

* racisme

* familiebanden

* niet weten waar je bij hoort





C.5.Opbouw, structuur en spanning

De roman is niet chronologisch opgebouwd. De roman kent een korte proloog en een korte epiloog. Daartussen bevinden zich drie hoofdstukken, getiteld 'vader', 'moeder', en 'boy,. Het eerste hoofdstuk is uit fragmenten van jeugdherinneringen en beschrijvingen van een reis door Indonesië van de hoofdfiguur en haar vriend opgebouwd. Het staat in het teken van de Indische vader. Het tweede hoofdstuk heeft een tweede Indonesische reis van de hoofdfiguur als uitgangspunt, waarop zij haar moeder vergezelt. Het derde hoofdstuk staat in teken van een verliefdheid op en Molukse jongen. Ook deze hoofdstukken zijn uit fragmenten opgebouwd die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben. Tussen de hoofdstukken zit een regel wit en drie sterretjes.



C.6.Personages

De hoofdpersoon in dit boek is een vrouw die problemen heeft met haar identiteit en daardoor schizofreen wordt. Ze splitst zichzelf op in de Indonesische Zon en de vernederlandste Sonja. Doordat Sonja zich aan heeft gepast aan de Nederlandse samenleving is zij erg succesvol geworden. Sonja heeft het gymnasium gedaan, daarna Nederlands gestudeerd en uiteindelijk Nederlandse boeken geschreven. Zon vind het veel moeilijker om zich aan te passen aan de Nederlandse samenleving. Ze is naar het gymnasium gegaan maar heeft deze niet afgemaakt, doet daarna de HBS waar ze veel spijbelt en geen diploma haalt. Zon is daarna naar de kunstacademie gegaan wat ze ook niet afmaakt. Ze gaat nog bij een groep vrouwelijke kunstenaars maar dat loopt ook stuk, op het individualisme van Zon. De scheidingslijn Indonesië-Nederland die je bij Zon-Sonja tegenkomt heeft MaRion Bloem tot in het extreme doorgetrokken in iedere persoon in het boek. Bijvoorbeeld bij de moeder (Nederland) en vader (Indonesië) van Sonja/Zon.



C.7.Tijd

Het boek is niet chronologisch verteld. De twee reizen die de hoofdpersoon maakt en ook de jeugdervaringen worden met sprongen in de tijd en in fragmenten verteld.



C.8.Perspectief

Het perspectief is wisselend. Bij het eerste stuk van het boek ligt het perspectief bij de ik-figuur, bij het tweede stuk van het boek ligt het perspectief afwisselend bij Zon en Sonja en bij het derde stuk van het boek ligt het perspectief alleen bij Sonja.



C.9.Ruimte

De roman speelt zich op verschillende plaatsen in Nederland en in Indonesië af. Uitvoerige beschrijvingen van locaties komen nauwelijks voor. het lijk erop alsof de 'uiterlijke' wereld minder belangrijk is dan de 'innerlijke' wereld.



C.10.Taalgebruik en stijl

Kenmerkend voor de stijl van 'geen gewoon Indisch meisje' is de telegramstijl, gekenmerkt door korte zinnen die vaak onderwerp of gezegde missen. Hoe emotioneler de personages worden, hoe korter en vlugger de zinnetjes zijn. Er is geen tijd om rustig te vertellen over gevoelens die verwarrend zijn en die over elkaar heen duikelend bij Zon naar boven komen. Korte, schijnbaar losstaande scènes, begrenst door witregels, versterken het idee dat alleen de kern van wat belangrijk is verteld wordt: Alle ballast is vermeden. Belangrijke gebeurtenissen zijn niet door middel van overgangsscènes aan elkaar geplakt, maar volgens elkaar abrupt op.



3.Achtergronden





A.Achtergronden van de schrijver

MaRion Bloem werd in 1952, als kind van Indische ouders, geboren in Arnhem. In 1976 studeerde zij af als klinisch psychologe. Zij had toen al verschillende kinderboeken op haar naam staan. Naast kinderboeken schrijft zij jeugdboeken en romans voor volwassenen, waarvan in 1983 de eerste word gepubliceerd: Geen Gewoon Indische Meisje. De veelzijdige MaRion Bloem heeft ook films, documentaires en televisie- programma's gemaakt. De documentaire 'wij komen als vrienden' maakte zij samen met haar echtgenoot Ivan Wolffers. Zij is ook actief als beeldhouwende kunstenaar en maakt voor haar eigen boeken de omslagen. Ook exposeert ze in verschillende galeries. MaRion Bloem heeft een passie voor reizen. In haar boeken en films spelen de thema's erotiek, intimiteit, passie en het zoeken naar een balans tussen behoud van eigenheid en aanpassingen een grote rol. Haar meest recente roman, 'Mooie meisjesmond', verscheen in 1997.



B.Achtergronden van het boek

Bron: Lexicon van literaire werken 20



Met "geen gewoon Indisch meisje' sneed MaRion Bloem in 1983 een nieuw onderwerp aan, zowel gezien binnen de traditie van de Nederlandse letteren als binnen de Indische literatuur. Voor het eerst kreeg de tweede generatie Indischen, hier en Nederland geboren of op zijn minst hier opgegroeid, een stem. Voor de meesten geldt dat zij lange tijd heimwee voelden naar een land dat zij uitsluitend uit de verhalen van hun ouders kenden. Tegelijkertijd beseften zij dat zij ook niet tot echte Hollanders waren opgevoed, omdat er zoveel van de Indische sfeer in hun opvoeding was geslopen. Zij zijn uiteindelijk volwassenen geworden die weliswaar twee vaderlanden hebben, maar eigenlijk in geen van tweeën echt thuis zijn. doordat de tweede generatie zich verbonden weet met een land dat zij niet uit eigen ervaring kent, is haar identiteitscrisis wezenlijk anders dan die van de ouders, die beide landen kennen en heen en weer geslingerd worden tussen heimwee en het verlangen een nieuw leven te beginnen. De thematiek van de tweede generatie Indischen dook spoedig na het verschijnen van 'Geen gewoon Indisch meisje' ook op in het werk van tweede- generatieschrijvers als Adriaan van Dis (Nathan Sid), Jill Stolk, Ernst Jansz en Frans Lupulalan. Thematisch gezien laat dit debuut van MaRion Bloem een caleidoscopisch beeld van haar verdere oeuvre zien. Alles waar zij later over ging schrijven, lag al in kiemvorm in 'Geen gewoon Indisch meisje' besloten. Thema's als schrijven, zoeken, erotiek en seksualiteit, de Indische geschiedenis en cultuur, heeft zij in haar andere wek laten terugkomen. Vormtechnisch lijken latere romans als 'lange reizen korte liefdes'(1987), 'vader van betekenis'(1989) en 'De leugen van de kaketoe'(1993) nog het meest op haar debuutroman: de verbrokkelde verhaallijn, die alleen met enig puzzelwerk te achterhalen is, is er vermengd met herinneringen, overpeinzingen en dromen. Enigszins geschrokken van de kritiek op haar schrijfstijl, die door sommige recensenten dagboekachtig wordt genoemd, is MaRion Bloem in latere romans, na de eerste drie, steeds terughoudender is geworden met het gebruik van de typische Indische stijl.



Inhoud



Proloog

Een dertigjarige Indische vrouw kampt met het besef dat zij de Indonesische, andere kant van haar achtergrond als cultuur ontkend heeft. De vrouw leeft alsof zij uit twee zusjes bestaat: Sonja en Zon. Sonja is een verhollandste Indo en Zon hangt juist heel erg aan haar Indonesische afkomst. Als Zon met haar blanke vriend Eddie voor het eerst in Indonesië is, zegt een Indonesische jongen tegen haar dat ze gelijk heeft dat ze een blanke man heeft gekozen: 'A girl must always look up.'



Deel1 1 Vader

Op school, waar Zon als Indisch meisje moeite heeft om in de groepjes van blanke meisjes opgenomen te worden, krijgt zij een aanvaring met de gymjuf. Om zich tegen diens woede te verweren gebruikt Zon de kracht van haar felle zwarte ogen waarmee zij dwars door mensen heen lijkt te kunnen kijken. Als ze met een klasgenootje mee naar huis gaat om bij haar in de tuin te schommelen, wordt het meisje door haar moeder binnengeroepen en keert zij even later terug met de mededeling dat Zon/Sonja weg moet omdat ze zwart is. Voor het eerst beseft Sonja dat zij een kleuren is; haar bruine huid is niet vanzelfsprekend meer, en ze krijgt er een hekel aan. Tot Sonja's elfde jaar is het huis van haar ouders typisch Indisch ingericht, maar dan verdwijnen de Indonesische spullen langzamerhand en komen er Delfts Blauw, Spaanse souvenirs en plastic prullen voor in de plaats. Ook zet haar moeder steeds vaker Hollandse in plaats van Indische lekkernijen op tafel en hanteert zij steeds vaker de Hollandse beleefdheidscodes. Sonja's vader blijft wel met veel plezier herinneringen ophalen met andere Indische mannen, wat haar moeder ergert omdat ze het allemaal maar ouwe koek vindt. De relatie tussen Sonja en Zon is bijzonder wisselvallig: soms verraden ze elkaar, soms zijn ze trots op elkaar en kunnen ze niet zonder de ander, maar vaak staan ze ver van elkaar af. Op het meisjesgymnasium past Sonja zich helemaal aan en voelt zij zich op haar plaats, terwijl Zon er volkomen buiten het schoolleven valt. Zij wordt in de klas bespot door de lerares en door haar klasgenoten omdat ze de betekenis van een bepaald woord niet kent. Zon verruilt het gymnasium al snel voor een gemengde HBS. Sonja maakt het gymnasium wel af, gaat daarna Nederlands studeren, wordt schrijfster, trouwt en krijgt twee kinderen. Zon spijbelt veel op school en wordt later bij wijze van uitzondering zonder einddiploma toegelaten op de kunstacademie. Daar blijft zij slechts twee maanden en rolt daarna van het ene baantje in het andere. Zij ontmoet Eddie, een blanke jongen, en trekt bij hem in. Het enige waar zij echt genoegen in schept, is het maken van gedichten en tekeningen die ze angstvallig voor anderen verborgen houdt. Sonja voelt als ze volwassen is niet de behoefte om naar Indonesië te gaan, zij heeft genoeg aan de verhalen van haar ouders. Zon wil wel graag naar Indonesië; de eerste keer gaat ze samen met Eddie, maar het lukt haar niet om van het verblijf aldaar te genieten en als ze terugkomt is ze depressief. Eddie zorgt er dan voor dat zij bij een groep vrouwelijke kunstenaars terechtkomt die gezamenlijk kunst maken. Gedreven gaat Zon daar aan de slag - ze maakt veel tekeningen waarop vrouwen met gaten in hun lijf staan afgebeeld - maar de samenwerking loopt stuk op het individualisme van Zon. Omdat zij zich niet aanpast aan het collectieve karakter van het project, wordt ze uit de groep gezet.



Eddie gaat haar daarna steeds meer ontlopen en is bijna nooit thuis als zij er ook is. Ze vermoedt dat hij vreemdgaat, wat later niet het geval blijkt te zijn. Als Zon op een middag met haar vader heeft afgesproken op een terras, vraagt hij haar of zij haar moeder mee naar Indonesië wil nemen als hij dat zelf niet meer zou kunnen. En of ze dan ook zijn kris en stenen aan oom Ventje wil afgeven, omdat die weet hoe je voor dergelijke spullen moet zorgen, en haar moeder niet. Haar vader stapt op en opeens staat Boy, een Indische jeugdvriend van Zon, naast haar. Al van jongs af aan voelde zij zich aangetrokken tot deze jongen, maar zij durfde nooit aan dit gevoelen toe te geven omdat er een taboe op rustte om met je eigen mensen te gaan. Ze neemt Boy mee naar huis en hoopt dat hij eindelijk zal toegeven aan een sluimerend verlangen dat ze ook bij hem vermoedt, maar hij vertrekt zonder dat er iets gebeurt. De dag daarna voelt Zon een onweerstaanbare drang om naar haar ouderlijk huis te gaan. Op weg naar het station slentert ze door de stad en gaat nog even op een terrasje zitten. Zon krijgt dan een visioen, waarin ze met haar vader aan het dansen is. Ze maakt enorme haast om thuis te komen. Daar is niemand. Het huis is vreemd netjes achtergelaten. Als haar moeder eindelijk arriveert, blijkt dat Zons vader overleden is. Diezelfde avond vertrekt Zon weer naar haar eigen huis, omdat zij haar moeder haar verdriet niet gunt. Op de deurmat thuis ligt een ansichtkaart van Eddie, waaruit valt op te maken dat hij in Parijs zit.



Deel 2 Moeder

Na haar vaders dood gaat Zon samen met haar moeder en met de kris naar Indonesië. Gedurende de reis voelt zij afwisselend walging en vertedering voor haar moeder. In Indonesië bloeit haar moeder helemaal op, en registreert begerig wat er hetzelfde is gebleven en wat er allemaal veranderd is. Tot haar verbijstering ontdekt Zon dat haar moeder meer door Europese katholieken dan door het land zelf gevormd is. Als ze bij tante Em in de kampung op bezoek zijn, zien ze hoe slecht het sommige Indo's is vergaan die destijds wel zijn gebleven. Zon bedenkt allerlei scenaRio's over hoe het leven van haar ouders en haarzelf eruit had gezien als haar vader en moeder destijds een andere keuze hadden gemaakt, als zij niet direct na de overwinning van de Indonesiërs naar Nederland waren gegaan. Haar gedachtengang eindigt steeds in de conclusie dat het bij elke andere keuze een stuk slechter met hen afgelopen zou zijn. In de kamer van het pension waar Zon en haar moeder verblijven, is op een nacht de kris uit de tas van haar moeder verdwenen. Na enig zoeken vinden ze het wapen onder het hoofdkussen van Zon. Vanaf dat moment draagt zij de kris op haar lichaam vastgebonden met een doek om haar middel. Op het adres van oom Ventje ligt een brief van Eddie, waarin hij schrijft dat hij sinds korte tijd iets met een Hollands meisje heeft, maar dat hij nog steeds van Zon houdt en aan haar de keus laat of zij nog samen verder gaan. Als oom Ventje, aan wie Zon en haar moeder de kris afgeven, het ding 's nachts onverzorgd op tafel laat liggen, eigent Zon zich het wapen weer toe. Hoewel Zon niet echt van de reis kan genieten, onder andere doordat zij zich voortdurend afvraagt of zij zichzelf verbiedt haar eigen kleur lief te hebben, wil zij graag in Indonesië blijven. Haar moeder daarentegen, die juist met volle teugen van het verblijf geniet, verheugt zich op het moment dat ze weer terug in Nederland is om alles over haar reis aan de anderen te vertellen. Dit deel eindigt met de beschrijving van een dans die uitbeeldt hoe soldaten zichzelf doden met hun kris.



Deel 3 Boy

Terug in Nederland vindt Sonja dat Zon haar identiteitscrisis overdrijft. Eddie heeft al zijn spullen uit hun huis opgehaald. Zon bindt de kris weer op haar buik en belt Boy. Ze spreken af bij een bioscoop, maar als zij daar arriveert, blijkt hij daar ook met een blond vriendinnetje afgesproken te hebben. Zon besluit toch maar niet met hen mee te gaan. Al slenterend door de stad bedenkt Zon zich dat het Indische aan het verdwijnen is. In een kroeg waar Zon binnenstapt, speelt een Zuidmolukse jongen op conga's. Zon laat zich door het ritme en door de schoonheid van de jongen meeslepen. In de pauze spreken ze elkaar en hij vraagt haar op hem te wachten. In zijn linkeroor hangt een minikrisje. Als even later blijkt dat ook hij een blond vriendinnetje bij zich heeft, verlaat Zon de kroeg resoluut. Met de trein gaat zij naar haar ouderlijk huis. In haar coupé veronderstelt ze een vanzelfsprekend contact met een stel Ambonese jongeren, maar zij verstaat hen niet eens.



Epiloog

Sonja vertelt in een interview over Zon en uit haar verhaal wordt duidelijk dat Zon zich van het leven beroofd heeft met de kris die zij al die tijd bij zich heeft gedragen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen