U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Paul Biegel - Anderland.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/944 en is laatst upgedate op 08/12/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 999 woorden.

Naam auteur

Paul Biegel.



Genre

Geschiedenisboek.



Hoofdpersonen

1 heer Bran:

uiterlijk: fors gebouwd.

eigenschappen: is sterk, komt voor andere mensen op.



2 Malle:

uiterlijk: klein, mager.

eigenschappen: gelooft snel dingen, is snel bang.



Bijpersonen:

1 Cuchu:

Functie: de verhalen die Heer Bran vertelt onderbreken met opmerkingen om zo de verhalen extra spannend te maken.



2 Colbran:

Functie: de wijze man spelen.



Tijd

In de tijd van de Kelten, nog voordat Columbus Amerika ontdekte.



Plaats

Platteland.



Perspectief

verteller-perspectief.



De tijd in het verhaal

met flash-backs.



Realistisch?

Het kan zo gebeurt zijn.



Verklaar de titel

De mensen van dat land waar heer Bran terecht komt willen heel graag weten wat er na de zee komt. Het geen dat na de zee komt noemen hun ANDERLAND en heer Bran vertelt hun daarover.



Eigen mening

Ik vind het een beetje een apart boek, want het verhaal springt van hot naar her.



SAMENVATTING

Op een dag stond Malle uit te kijken over de zee die kil en grijs in de diepte lag. Malle stond er al lang als een steen die ooit om zou vallen. Ga jij maar de golven tellen, hadden ze tegen hem gezegd. En als je weet hoeveel het er zijn , mag je terugkomen om het te zeggen. Hij was er braaf aan begonnen, beneden aan het strand: duim, wijs, mid, ring, ping - duim, wijs mid, ring, ping, maar de golven bleven maar komen, meer golven dan hij vingers en tenen had. Het tellen raakte op. Toen wist Malle dat hij nooit meer naar huis zou gaan. Malle ging toen op het strand zitten, starend naar de verte, waar de zon onder ging, ANDERLAND. Na een poosje zittend te staren zag hij iets drijven. Het was geen zeehond. En ook geen bruinvis. En ook geen bootje. Het was een kopje dat steeds maar weer onder ging en zich langzaam verplaatste. Malle liep er voorzicht heen. Opeens zag hij het. Midden in de golven zag hij een man, te voorschijn getoverd uit het schuim dat nog om zijn middel zat. Verlamd bleef Malle staan kijken naar de kletsnatte kerel die moeizaam naar de kant waadde en ineens, in elkaar zakte. Malle verroerde zich niet. Hij staarde naar de dood-blijvende man, als naar een stuk wrakhout waar de golven nog een tijd kat-en-muis bleven spelen. Toen opeens begon Malle naar de man toe te lopen. Hij begon aan de man te voelen. Gewoon een drenkeling dacht hij. Een dooie. Maar de dooie slaakte een zucht en begon weer te leven zodat Malle overeind schoot. De man probeerde zich op te richten, draaide zijn hoofd naar de jongen en strekte een arm naar hem uit. Maar Malle rende weg, het strand af en langs het rotspad omhoog, hijgend en armzwaaiend dat de schapen wegstoven, en boven bleef hij doorhollen in één run naar huis. Een drenkeling schreeuwde hij. Dood op het strand. Bijna dood. Maar de mensen geloofden hem niet. Één iemand riep: Hij heeft te veel golven geteld! Maar Colbran wilde wel gaan kijken; hij hoorde meer dan allen verzinsel in de stem van Malle; misschien lag er iets van waarde. Malle trok aan zijn arm als een aangelijnde hond. Daar! wees hij. Daar! Daar! Er dreef inderdaad iets in zee, de restanten van een boot meende Colbran, en ineens nieuwsgierig holde hij het rotspad af naar het strand. Daar! wees Malle nu duidelijk. Malle bleef op een veilige afstand terwijl Colbran naar de gevaarlijke dode toeliep, en Malle bleef toekijken terwijl Colbran ermee bezig was en het lijk tenslotte als een zware zak over zijn schouders nam. De klim langs het steile rotspad ging moeizaam. De drenkeling was zwaar. Toen ze eindelijk de drenkeling bij het vuur hadden gelegd zagen ze pas hoe groot de man was. Toen de man bijkwam gaven ze hem wat soep en legden ze hem daar na in bed. De volgende dagen sliep de man bijna aan een stuk. Hij werd alleen wakker om te eten, te drinken, en te poepen. Ondertussen bleef de Malle de hele tijd aan zijn bed. Toen de man na enkele dagen eindelijk uit bed kon vroegen ze zijn naam. De man zei dat hij Bran heette. Enkele dagen later toen de man weer bijna helemaal op krachten was begon hij s' avonds verhalen te vertellen over wat er was achter de zee. En iedereen stond elke avond weer te wachten op het volgende avontuur dat heer Bran zou vertellen. Verhalen over vuurspugende bergen, over witte eilanden waar het bijna altijd nacht is, over eilanden vol schapen enz. Op een morgen vroeg heer Bran zich af waar Malle was, want meestal was hij wel bij hem in de buurt, maar dit keer niet. Dus heer Bran ging hem zoeken, maar vond hem niet. Wel was de boot van Cuchu weg en toen had heer Bran het door. Malle was weg, naar de overkant van de zee. Op zoek naar ANDERLAND niemand heeft hem ooit nog weer gezien.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen