U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Onbekend/anoniem - Karel Ende Elegast.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/7476828/ en is laatst upgedate op 09/03/2003.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1103 woorden.



  1. Titel: Karel en Elegast.

    Vertaling: H. Adema

    Jaartallen: Origineel komt de tekst uit de 12e of 13e eeuw.

    De gelezen druk is uit 1995

  2. Het verhaal begint met Karel de Grote die slaapt in zijn kasteel in Ingelheim (aan de Rijn). In die nacht komt een engel aan zijn bed die hem beveelt uit stelen te gaan. Tot twee keer toe weigert hij omdat hij de engel niet vertrouwd maar de derde keer doet hij wat de engel zegt en hij verlaat met zijn paard het kasteel. Dit ging gemakkelijk want iedereen in het kasteel sliep, daar had God voor gezorgd. Onderweg krijgt hij respect voor dieven die stelen van de rijken. Hij denkt aan Elegast, een leenman die hij vanwege diefstal heeft verbannen. Hij krijgt daar spijt van en hij hoopt dat Elegast die nacht zijn begeleider zou kunnen zijn. Op zijn tocht ontmoet Karel in het bos een ridder die helemaal gekleed is in het zwart en ook een zwart paard heeft. De zwarte ridder wilde de kostbare wapenuitrusting van Karel graag hebben en besluit die te stelen. Hij eist van Karel dat hij zegt wie hij is en wat hij hier komt doen. De koning weigert dit te vertellen, hierna volgt een langdurig gevecht. De zwarte ridder verliest en Karel vraagt de zwarte ridder wie hij is en wat hij doet. De zwarte ridder zegt dat hij Elegast heet en steelt van de rijken maar niet van de armen. De koning is blij dat hij Elegast heeft ontmoet en zegt dat hij ook een dief is en Adelbrecht heet. Hij stelt voor dat ze samen de schat van Koning Karel gaan stelen. Elegast weigert dit te doen omdat hij ondanks zijn verbanning trouw blijft aan zijn koning. Later besluiten ze om Eggeric van Eggermonde, de zwager van Karel, te gaan bestelen. Elegast maakt met zijn breekijzer een gat in de muur van het kasteel. Voordat hij naar binnen gaat steekt hij een toverkruid, waarmee hij dieren kan verstaan, in zijn mond en hij hoort dat de dieren zeggen dat de koning in de buurt is. Karel vindt dat natuurlijk niet raar. Karel wil ook het kruid wel eens proberen en hij steekt het in zijn mond. Als Elegast het dan terug wil is het kruid weg. Elegast had het ongemerkt gestolen uit de mond van Karel. Omdat Elegast niet zo veel vertrouwen heeft in de inbrekers kwaliteiten van “Adelbrecht” besluit hij alleen naar binnen te gaan. Als hij al veel gestolen heeft wil hij ook nog het zadel van Eggeric stelen, want dit zadel is erg kostbaar en ziet er heel mooi uit. Hij komt de slaapkamer binnen van Eggeric en zijn vrouw, maar wanneer hij het zadel wil meenemen maakt het door de vele belletjes die er aan zitten zoveel geluid dat Eggeric en zijn vrouw wakker worden. Zijn vrouw vraagt wat er toch allemaal met hem aan de hand is en dan vertelt hij dat hij de volgende ochtend met enkele handlangers Koning Karel gaat vermoorden. Zij vindt dit erg en verzet zich hiertegen. Eggeric slaat haar dan recht in haar gezicht zodat haar neus en mond beginnen te bloeden. Elegast vangt het bloed op in zijn handschoen, tegenover Karel zou dit als bewijs dienen voor wat er zich in de kamer heeft afgespeeld. Elegast verteld dit tegen Karel die zogenaamd de koning gaat waarschuwen. Karel gaat alleen terug naar Ingelheim en neemt daar de nodige maatregelen. Eggeric en de andere verraders worden de volgende ochtend gevangenen genomen zodra ze het kasteel binnenkomen. Eggeric ontkent alles maar dan laat de koning Elegast komen en Elegast laat de handschoen zien. Een gevecht tussen Elegast en Eggeric zou beslissen wie de waarheid sprak. De koning beloofd aan Elegast dat als hij wint hij de vrouw van Eggeric als zijn vrouw krijgt. Het gevecht dat daaruit volgt duurt erg lang en er valt maar geen beslissing. Pas toen Karel tot God bad viel er een beslissing. Elegast sloeg met zijn zwaard bijna het hele hoofd van Eggeric eraf. Daarna werd Eggeric opgehangen samen met zijn handlangers. De verbanning van Elegast werd opgeheven en hij kreeg de weduwe van Eggeric als vrouw.

  3. De personages in het verhaal zijn:

    Karel de grote, Elegast, Eggeric van Eggermonde

  4. Het verhaal speelt zich af in Ingelheim rond 800 n Chr.

  5. Het hele verhaal zit vol met symboliek. Een aantal voorbeelden zijn:

    • na drie keer gaat Karel wel uit stelen omdat drie een goddelijk getal is.

    • het woud werd in die tijd gezien als iets duisters en gevaarlijks in tegenstelling tot ‘het licht’.

    • Alles wat zwart is wordt in eerste instantie geassocieerd met het kwaad (duivel).


  6. Zolang je maar in God geloofd komt alles goed.

  7. Het thema is trouw aan God. De motieven zijn: Geloof in God, ridderlijkheid en sprookjesmotieven (invloeden).

  8. Het verhaal begint bijna direct in de ‘actie’ en het is duidelijk dat dit een verhaal is waarbij je enige kennis van koning Karel en God moet hebben. Het verhaal is volledig chronologisch en er zitten helemaal geen flashbacks in. Het slot is volledig gesloten en het loopt helemaal goed af voor het goede. Het typische verhaaltje van dat het goede het kwade overwint.

  9. Het taalgebruik van de originele tekst is wel moeilijk te ontcijferen vandaar dat ik ook een versie heb genomen waarbij de vertaling erbij staat. Dat Nederlands is wel gewoon leesbaar.

  10. Het verhaal is een voorhoofse ridderroman. Dit verhaal valt ook wel onder de noemer van de ‘karelromans’. Het verhaal werd bedacht rond 800 na Chr. maar het werd pas rond 1200 op schrift gezet. Het is een verhaal waar de luisteraars iets van konden leren zoals trouw aan God. De verhalen berusten op een historische gebeurtenis, maar zijn al 400 jaar oud op het moment dat de verhalen worden opgeschreven. Karel de Grote is een legendarische figuur geworden en om zijn persoon heen hebben schrijvers wonderbaarlijke verhalen en liederen verzonnen.

    De oorsprong van de ridderroman ligt in Frankrijk. Dat blijkt al uit de naam ‘roman’, dat wil zeggen een verhaal, geschreven in het Romaans, de volkstaal van Frankrijk. Monniken in de kloosters hebben de Franse ridderromans in het Middelnederlands vertaald

  11. Ik vind het wel een leuke tekst om te lezen. Het is vooral mooi om te zien hoe godsgericht de mensen in die tijd waren. Het is duidelijk dat de mensen dachten dat zolang je maar trouw aan God was dat dan alles goed kwam. Ook blijkt hieruit de invloed van de kerk. De koning was in die tijd zeker ook heel erg belangrijk en iedereen was gehoorzaam aan de koning en God. Het komt haast over alsof de mensen geen eigen wil hebben. Ik vind het boek zeker een aanrader voor iedereen die een middeleeuwse roman moet lezen.






Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen