U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Verantwoording Van De Keuze - Caligula Ingezonden Door: Eden Categorie: We.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=156 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2413 woorden.

Caligula





1. INLEIDING ( VERANTWOORDING VAN DE KEUZE)


Ik heb Caligula als onderwerp gekozen omdat hij toch anders was dan de andere Romeinse keizers. We hadden een paar jaar geleden in de lessen Latijn al eens geleerd over de waanzinnige, monsterachtige keizer. Hij leek mij wel een speciaal persoon en ik zou er wel graag wat meer over te weten komen. Daarom sprak dit onderwerp mij wel aan.





2. BESPREKING


a. achtergrond


Caligula was de zoon van Germanicus, die quaestor en later consul werd. Germanicus was een bekwaam veldheer en hij was zeer geliefd bij zijn familie en bij het volk. De legioenen boden hem zelfs de keizerstitel aan na de dood van Augustus, maar hij weigerde. Op 33-jarige leeftijd overleed hij. Men vermoedt dat hij vergiftigd werd.


Germanicus was getrouwd met Agrippina Maior, een kleindochter van Augustus. Samen hadden ze negen kinderen, waarvan er drie heel jong gestorven zijn. De anderen waren drie meisjes; Agrippina, Drusilla en Julia Livilla en drie jongens; Nero, Drusus en Caligula. Drusus en Nero werden later, in opdracht van Tiberius, verklaard tot staatsvijanden.





b. zijn jeugd


Caligula werd geboren op 31 augustus in het jaar 12. Over zijn plaats van geboorte is er weinig zekerheid. Waarschijnlijk is het Antium (Anzio), waar hij later nog vaak naar terugkeerde, maar het kan ook in Tibur (Tivoli) of bij de Trevieren in Ambitarvius (in de buurt van Koblenz) geweest zijn.


De volledige naam van Caligula is Gaius Caesar Caligula en in officiële opschriften en documenten heet hij Gaius Caesar Augustus Germanicus. De naam Caligula betekent soldatenlaarsje en kreeg hij van de soldaten in het leger van zijn vader omdat hij zich als kind altijd verkleedde met soldatenkleren en kleine laarsjes. Hij was toen heel geliefd bij de soldaten.


Als kind bracht hij verschillende jaren door in de legerkampen van zijn vader en toen die stierf, ging hij bij zijn moeder wonen. Toen die verbannen werd trok hij in bij zijn overgrootmoeder Livia. Na haar dood ging hij bij zijn grootmoeder Antonia wonen.


Toen hij negentien was, werd hij door zijn grootvader Tiberius naar Capri gehaald. Daar kreeg hij de mannentoga en werd voor de eerste keer geschoren (dit is een typisch Romeins ritueel ). Niet veel later trouwde hij met Junia Claudilla, de dochter van de beroemde Marcus Silanus, maar ze stierf bij een bevalling.


Later kreeg Caligula de titel van opperpriester en even later werd hij gekozen tot vogelwichelaar. Ondertussen begon hij te hopen dat hij Tiberius zou kunnen opvolgen als keizer. In 37 overleed Tiberius. Volgens sommige bronnen liet Caligula hem vergiftigen, er werd zelfs verteld dat Caligula hem eigenhandig wurgde.





c. de jonge keizer ( vernieuwing)


Omdat er in de familie van Tiberius geen andere troonopvolgers meer waren en ook dankzij de steun van de Praetoriaanse Garde, werd Caligula in 37 keizer. In het begin was hij de gedroomde keizer voor iedereen. Hij was populair in Rome zelf maar ook daarbuiten. Hij kreeg van de senatoren en van het volk de absolute macht en door zijn populaire maatregelen kreeg hij nog meer sympathie. Men sprak over een nieuw tijdperk.


Hij gaf de veroordeelden en bannelingen hun rechten terug. Daardoor kregen de aanklagers, die zoveel schade hadden aangericht, geen kans meer.


Hij liet de belastingen verlagen en deed schenkingen aan grote groepen van de bevolking, zowel geld als voedsel. Hij gaf het volk twee keer drie goudstukken per persoon en organiseerde feestmalen voor de ridders en senatoren, waarop hij iedereen geschenken gaf.


Hij hield ook gladiatorenspelen voor het volk en er werd op allerlei plaatsen toneel opgevoerd. Er waren ook dikwijls wedrennen in het circus. Caligula liet zelfs een eigen renbaan aanleggen in de tuinen van het Vaticaan, waar hij dan zelf kon rijden; het circus Gai. Ook buiten Rome liet hij toneel en spelen organiseren. Caligula was niet geîntereseerd in literatuur, maar hij hield wel wedstrijden in welsprekendheid. Hij hield ook van kunst. Zelf trad hij op als zanger, danser, gladiator en wagenmenner.


Caligula beëindigde twee bouwwerken van Tiberius en zelf begon hij met de bouw van een aquaduct in de buurt van Tibur (Tivoli) en een amfitheater.





d. zijn uiterlijk


Caligula was heel groot, hij had dunne benen, een magere hals en zag er bleek uit. Hij had holle ogen, ingevallen slapen en een breed voorhoofd. Hij had maar weinig haar en op zijn kruin helemaal geen. Zijn gezicht was angstaanjagend en lelijk. Caligula had zowel problemen met zijn geestelijke als lichamelijke gezondheid. Als kind had hij last van epilepsie en later leed hij aan slapeloosheid. Hij sliep nooit langer dan drie uur per nacht en had dikwijls last van nachtmerries. Hij was ook overdreven angstig. Hij was bang voor onweer en kroop dan onder zijn bed. Hij was ook heel bang van de Germanen, het enige volk dat hij vreesde. Hij besefte zelf dat hij geestelijk niet in orde was en dacht er soms over om uit de politiek te stappen.


Zijn kleding was altijd opvallend. Soms droeg hij vrouwenjurken, toneelschoenen of soldatenlaarzen. Hij liet ook dikwijls zijn baard goudkleurig verven en verkleedde zich als god.





e. als echtgenoot


Caligulla wilde eerst trouwen met zijn lievelingszus en minnares Drusilla en hij was heel jaloers toen ze met een andere man trouwde. Bij haar dood stichtte hij een cultus, aan haar gewijd. Hij begon zijn andere zussen te wantrouwen en dacht dat ze tegen hem samenspanden. Caligula trouwde met een heleboel vrouwen maar bij Caesonia bleef hij het langst, alhoewel hij haar ook bedroog met andere vrouwen. Met Caesonia kreeg hij ook een dochtertje; Julia Drusilla.





f. de waanzinnige


Al na enkele maanden ging het mis met de jonge keizer. Het is niet zeker geweten of dat kwam door de ernstige ziekte waardoor hij werd getroffen of doordat hij de last van het keizerschap , met alle intriges eromheen, niet meer aankon.





1. de god


Caligula waande zichzelf een god en plaatste zichzelf boven alle andere personen op aarde. Hij gaf de opdracht om de meest vereerde godenbeelden uit Griekenland weg te halen. De hoofden van die beelden werden er afgehaald en vervangen door een afbeelding van zijn eigen hoofd. Hij verlengde een vleugel van zijn paleis tot aan het forum en de tempel van Castor en Pollux diende als een soort voorhal van het complex. Hij liet zelfs zijn eigen tempel bouwen met daarin zijn eigen gouden standbeeld, dat elke dag dezelfde kleren als hem aankreeg. Caligula voerde ook dikwijls gesprekken met Jupiter. Er werd een groot viaduct gebouwd om zijn paleis met het Capitool te verbinden om op die manier gemakkelijker contact met Jupiter te kunnen houden. Hij veroorzaakte bijna een opstand in het oosten toen hij zijn eigen beeld in de tempel van Jeruzalem wilde plaatsen.


Er werd ook gezegd dat hij verliefd was op de maan en als 's nachts de volle maan aan de hemel stond probeerde hij haar de omhelzen.





2. Het monster


Volgens Caligula zelf was zijn belangrijkste karaktertrek zijn hardiesse of grofheid.


Hij hield ervan om zijn familie te beledigen, vooral zijn moeder en grootmoeder. Ook de senatoren konden niet op eerbied van hem rekenen. Hij maakte hen dikwijls belachelijk in het openbaar en regelmatig werd er een om het leven gebracht.


Maar ook tegenover de andere klassen van de maatschappij gedroeg hij zich arrogant en brutaal. Hij hield ervan om mensen te vernederen en als hij zin had liet hij ze in een tijgerkooi opsluiten, voor de wilde dieren werpen of doormidden zagen. Zelfs als hij zich ontspande bij spelen of bij diners, bleven zijn opmerkingen altijd even wreed. Zo zei hij eens tijdens een maaltijd met zijn vrienden: "Ik bedenk opeens dat ik maar hoef te knikken en jullie strot zal worden doorgesneden" of tegen het volk: "Rome is de stad van hoofden die erop wachten om door mij te worden afgehakt". Hij moest ook eens een keer assisteren bij een offerplechtigheid en hij kreeg een hamer om het dier te verdoven. Maar in plaats van het dier sloeg hij de priester de hersenen in. Hij was ook dol op grote moordfestijnen in het colosseum. Er werden gevechten geörganiseerd tussen gladiatoren onderling en tussen gladiatiren en wilde dieren. Toen hij vernam wat het kostte om vlees te kopen voor de dieren, besloot hij om ze vertaan misdadigers te voeren.


Als iemand een opmerking maakte over zijn wreedheid zei hij: "Ze mogen mij haten, als ze mij maar vrezen".





3. verspilling


Zijn verkwistingen overtroffen werkelijk alles. Zijn motto was: "Een mens moet zuinig zijn, ofwel keizer". Hij verspilde enorme bedragen aan feesten, voedsel en baden. Hij waste zich in warm of koud reukwater en kostbare parels loste hij op in azijn en dronk ze daarna op. Hij liet galeien bouwen met eetzalen en zelfs fruitbomen erop. Daarmee maakte hij dan tochten, terwijl hij de hele dag lag te genieten van dans en muziek.


Ook in zijn bouwwerken wilde hij altijd het onmogelijke verwezenlijken. Hij liet rotsen uithouwen, vlakten ophogen en bergtoppen afgraven. Zijn lievelingspaard, Incitatus, was zijn beste vriend en mocht niet gestoord worden. Hij had een marmeren stal met een ivoren kribbe, purperen dekens en halsters, die met edelstenen versierd waren. Het paard kreeg zelfs zijn eigen personeel en er waren geruchten dat hij het paard tot consul wilde benoemen.


Op minder dan een jaar tijd had Caligula de enorme erfenis, die zijn voorganger had achtergelaten, al opgebruikt. Hij begon zich te specialiseren in afpersing en bedacht allerlei manieren om aan geld te komen, zoals openbare verkopen, belastingen, boetes en allerlei juridische spitsvondigheden. Hij beschuldigde rijke mensen van allerlei misdaden en veroordeelde hen ter dood. Zo kon hij dan hun fortuin inpikken. Als mensen in hun testament niets nalieten aan hem dan werd het testament vernietigd. Zelfs mensen die hem niet eens kenden durfden niet anders dan hem als erfgenaam vermelden. Hij voerde totaal nieuwe belastingen in, geen enkele persoon of activiteit kon eraan ontsnappen. Er kwam een vaste belasting op alle eetwaren in de stad en bij geschillen of processen eiste hij altijd een deel van de betwiste som op en iedereen moest een deel van zijn dagloon afstaan. Al die belastingen waren al van kracht voor hun inhoud gepubliceerd was, dus waren er ook veel overtredingen. In openbare verkopen verkocht hij de restanten van de vorige amfitheaterspelen en hij verplichte de mensen om dingen te kopen tegen belachelijk hoge prijzen.


Geld aanraken werd een echte obsessie voor hem. Hij liet in grote zalen massa's goudstukken uitstrooien en dan liep hij er blootvoets over of hij wentelde zich in een berg goudstukken.





4.militair


Op militair gebied stelde hij niets voor. Hij bemoeide zich zelden met oorlog en militaire aangelegenheden. Maar op een keer besloot hij plots om tegen de Germanen op te rukken. Hij liet iedereen bijeenroepen en ze vertrokken met enorme hoeveelheden voedsel en materiaal. Soms was hij zo gehaast dat niemand hem kon volgen. Bij de aankomst in het kamp ontsloeg hij een paar generaals en de meeste van de onderofficieren. Hij aanvaarde de overgave van een Germaan en dacht dat hij nu het hele eiland onderworpen had. Omdat er niemand was om tegen te vechten, liet hij een paar Germanen uit zijn lijfwacht zich verstoppen aan de overkant van de Rijn. Daarna ging hij hen zogezegd verslaan. Uiteindelijk wilde hij het einde van de oorlog forceren. Hij stelde zijn troepen op en toen iedereen klaar stond gaf hij plots het bevel dat ze schelpen moesten verzamelen in hun helmen. Hij zei:" We hebben die schelpen buitgemaakt op de oceaan en we zullen ze meenemen voor het capitool en het paleis." Hij wilde ook nog een grote triomftocht houden in Rome, maar dat is er uiteindelijk toch niet van gekomen.


Een andere keer wilde hij net zoals zijn grote voorbeeld Caesar, Brittannië binnenvallen. Hij ging naar het Romeinse kamp in Boulogne en zeilde van daar uit weg om een invasie aan te voeren. Maar toen hij doorhad dat niemand hem volgde, besloot hij maar om terug te keren





g. de afrekening


Omdat het zo niet meer verder kon, wilden heel wat mensen de keizer uit de weg te ruimen. Twee samenzweringen waren al mislukt en nu wilde de Praetoriaanse Garde, zijn persoonlijke lijfwacht hem vermoorden. Op 24 februari van het jaar 41 woonde hij de gladiatorengevechten in de arena bij. Toen hij wou weggaan om iets te eten, werd hij in de rug aangevallen door Cassius Charea, een officier van zijn lijfwacht. Daarna doorstak Cornelius Sabinus, een andere samenzweerder, zijn borst. Toen Caligula "Ik leef nog" riep werd hij door de anderen met dertig steken afgemaakt. De kreten van de keizer gingen onder in het geschreeuw van het publiek, dat de gladiatoren toejuichte. Ook zijn vrouw, Caesonia werd neergestoken en hun dochtertje werd tegen een muur te pletter geslagen.


Na zijn dood reageerde het volk uitgelaten. Ze hadden hem aanbeden als god en Jupiter en nu ze ondervonden dat hij geen god was, waren ze woedend en gooiden ze zijn standbeelden omver.


Caligula werd opgevolgd door zijn oom, Claudius.





3. BESLUIT


Caligula was 29 jaar oud toen hij stierf en hij had drie jaar, tien maanden en acht dagen geregeerd. Hij had geprobeerd om een absolute monarchie te vestigen, maar na zijn dood werd de republiek terug hersteld. De geschiedschrijvers noemden Caligula een van de gestoorde keizers, samen met Tiberius, Claudius, Nero, Vitellius en Domitianus.


Ik heb vooral onthouden dat hij een buitengewoon tiranniek en wreed persoon moet geweest zijn. Het verbaast mij zelfs dat hij niet eerder vermoord werd, ze hebben hem vier jaar lang zomaar zijn gang laten gaan, zonder dat er iemand iets durfde te ondernemen. Misschien was dat wel omdat ze onder zijn voorganger Tiberius ook al terreur en schrik gewoon waren.





4. BIBLIOGRAFIE


- Caligula, Seutonius (vertaling van Jef Ector), uitgeverij Kritak,1987


- Gezantschap naar Caligula, Philo Judaeus, uitgeverij Ambo, 1999


- Stad in de oudheid, Peter Connolly en Hazel Dodge, uitgeverij Könemann, 1998


- Het Romeinse Rijk, uitgeverij Lekturama- Rotterdam, 1978


- Herfsttij en ondergang van het Romeinse Rijk, Edward Cribbon, Paladium Publishers- Helmond


- Atlas van het Romeinse Rijk, Tim Cornell en John Mattews, uitgeverij Agon


- Het Oude Rome, Anna-Maria Liberati en Fabio Bourbon, Zuid Boekprodukties - Lisse, 1996


- Het dagelijkse leven in het oude Rome, Jérôme Carcopino, Librairie Hachette - Parijs (Aula), 1987


- systematische encyclopedie- geschiedenis der oudheid, Reinaert uitgaven


- Studium 3, o.l.v. L. Gorissen, uitgeverij Van In - Lier, 1992


- Encyclopedisch woordenboek der klassieke oudheid, H. Lamer, Icob, 1979


- Die rare Romeinen, Terry Deary, uitgeverij Kluitman Alkmaar, 1999
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen