U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten 't Hart - De Kroongetuige.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=70 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2348 woorden.

Samenvatting
Thomas Kuyper is verliefd geworden op Jenny Fortuyn, een meisje dat in de bibliotheek werkt. Ze is nogal een losbol, ze gebruikt drugs en heeft al enkele malen abortus laten plegen. Ze is eigenlijk heel anders dan zijn eigen vrouw, die een beetje truttig is, maar hij vindt toch dat ze iets van haar heeft.

Op een avond zitten Jenny en Thomas in een café, want Thomas' vrouw is een weekje naar haar moeder. Ze hebben allebei al genoeg gedronken en als ze naar huis willen gaan vraagt Thomas aan Jenny of ze met hem mee wil. Ze wil niet en er ontstaat een ruzie. Deze ruzie wordt gezien door een groepje jongeren die in de buurt staan te kletsen.

Een paar dagen later komen twee politieagenten hem vertellen dat Jenny vermist is en dat hij de laatste moet zijn die haar gesproken heeft. Wanneer Thomas naar de bibliotheek gaat, kan hij het niet laten om even naar Jenny's kamer te gaan. Daar komt hij de inspecteurs weer tegen en ze ondervragen hem opnieuw. Thomas vertelt dat zij die avond naar huis was gegaan en hij wilde haar opwachten maar ze kwam niet opdagen. Lambert, een van de inspecteurs, wilt hem graag geloven, maar het is wel een verdacht verhaal.

Lambert vertrouwt het toch niet helemaal en vraagt of hij eens bij Thomas thuis mag komen kijken. Thomas wil niet dat zijn vrouw iets van zijn vriendin afweet en daarom zegt hij dat Lambert kan komen, maar hij moet net doen alsof hij zijn collega is. Natuurlijk heeft zijn vrouw het in de gaten en ze wordt erg wantrouwig. Lambert vindt op Thomas' jas bloedvlekken, maar Thomas vertelt dat ze van ratten zijn uit het laboratorium waar hij werkt. Lambert vertrouwt hem.

Thomas wordt later toch opgepakt, omdat zijn collega uit het laboratorium vertelt dat de ratten opeens geen honger meer hadden, terwijl hij hen aan het uithongeren was. Dit gebeurde na de nacht van vermissing van Jenny. Lambert dacht dat Thomas het lijk aan de ratten had gevoerd. Leonie (Thomas' vrouw) gaat nu zelf op onderzoek uit om de onschuld van haar man te bewijzen. Ze doet het ook omdat ze jaloers is op Jenny, want zijzelf kan geen kinderen krijgen en ze denkt dat Thomas daarom naar Jenny ging. Ze gaat naar Thomas' collega om hem te vragen of het mogelijk is dat de ratten het lijk hebben verslonden. Leonie denkt dat de ratten per ongeluk door iemand anders gevoerd zijn omdat dat al eerder is gebeurd. Ook gaat ze naar een man die tegenover het laboratorium woont. Hij vertelt dat hij, op de nacht dat Jenny verdween, Thomas samen met Jenny uit een auto zag stappen, hen het laboratorium zag binnengaan en Thomas daarna alleen naar buiten kwam. Ze denkt dat de man zich vergist heeft omdat Thomas niet eens z'n rijbewijs heeft. Thomas bleek bij Jenny ook een of andere Robert ontmoet te hebben en Leonie gaat naar hem toe. Deze schijnt volgens de buurvrouw samen met zijn vrouw vertrokken te zijn. Leonie herinnert zich een filmpje dat Thomas gemaakt heeft. Het ging over een moord waarbij het slachtoffer in sterk water bewaard werd in een laboratorium. Ze gaat er kijken en vindt daar inderdaad een lijk op sterk water. Steeds minder begint ze in de onschuld van Thomas te geloven.

Bij het proces ontkent Thomas alles en houdt verder zijn mond. Er blijkt ook dat er drugs uit het laboratorium zijn gestolen en Thomas zou dit ook gedaan hebben. De rechtbank laat hem later toch vrijuit bij gebrek aan bewijs. Thuis vertelt Leonie over het lijk op sterk water. Thomas gelooft er niets van omdat hij Jenny samen met Robert uit het laboratorium heeft zien komen met een tas drugs. Dit vertelde hij niet tijdens het proces omdat hij het te vernederend vond. Samen gaan ze kijken. Thomas zegt gelijk dat het Jenny niet is en als Lambert erbij wordt gehaald zegt hij het ook. Later wordt het lijk geïdentificeerd als de vrouw van Robert. Leonie weet nu hoe alles in elkaar zit. Jenny heeft de sleutels van het laboratorium van Thomas gestolen. Daar heeft ze samen met Robert drugs gestolen en de vrouw van Robert vermoord en op sterk water gezet. Daarna heeft ze de kleren van Roberts vrouw aangetrokken, waarna ze samen naar het buitenland gingen zoals de buurvrouw van Robert vertelde.

Kerstmis staat voor de deur. Leonie heeft er een grote hekel aan omdat dan bij de meeste gezinnen de kinderen thuiskomen en het dan heel gezellig is. Maar Leonie kan geen kinderen krijgen. Thomas laat haar dan een artikel lezen over reageerbuisbaby's en ze krijgt weer hoop.


Tijd & Ruimte
Het verhaal speelt zich af in de tijd waarin het boek geschreven is, namelijk eind de jaren '70. Het verhaal duurt ongeveer zes maanden, van zomer tot winter. Het verhaalt lijkt redelijk chronologisch te verlopen behalve de briefwisseling tussen Leonie en Thomas. Ze vertellen aan elkaar wat er gebeurt is de laatste tijd.

Deze brieven zijn flash-backs en tevens tijdsverdichtingen. Een andere belangrijke flash-backs zijn het filmpje 'Moord in het laboratorium' met de zeekoeien. Dan zitten er nog enkele kleine flash-backs zonder grote betekenis voor het verhaal in. Zoals bijvoorbeeld als Thomas de route van Jenny volgt en terugdenkt aan wat hij toen gedaan heeft.

Er is één duidelijke tijdsverdichting namelijk de maand oktober wordt op een bladzijde verteld.

De gesprekken met Lambert zijn verwijzingen naar het verleden.

We kunnen spreken over begeleidende ruimte. Het is geen functionele ruimte: het decor wisselt af en toe, maar de situaties die voorkomen kunnen ook in een ander decor plaatsvinden.

Voorbeelden van decors zijn het café Pardoeza, het laboratorium, het huis van Thomas, een kamer in het politiebureau. Dan valt nog op te merken dat het verhaal zich afspeelt in Leiden, een dorpje in Nederland, Zeeuws-Vlaanderen.


Vertel situatie
In het eerste hoofdstuk is Thomas de verteller tot hij gearresteerd wordt. Dan volgen we z'n vrouw Leonie. In beide gevallen is er een personale ik-verteller. Dit blijft onveranderlijk tot het einde zelfs als Thomas terug vrij komt (Leonie is de belangrijkste hoofdfiguur).


Personages
1. Thomas Kuyper: In een laboratorium houdt hij zich bezig met ratten en andere proeven. Hij is getrouwd met Leonie. Hij wordt beschuldigd van de moord op Jenny.

2. Alex: is de verzorger van Thomas' proefdieren.

3. Jenny Fortuyn: Een aardig en aantrekkelijk jong meisje die plots verdwenen was. Thomas heeft haar het laatst gezien, en is daarom de hoofdverdachte.

4. Leonie Kuyper: Zij is de vrouw van Thomas en ondanks ze haar man ook even verdenkt blijft ze hem steunen en probeert ze hem uit de cel te krijgen door op onderzoek uit te gaan.

5. Lambert: is een braaf, maar toch soms kwaadaardig politieman met een Nietzschesnor.

6. Meuldijk: is Lambert's collega een kleine dikzak met een brilletje.


Thematiek
THEMA

De hoofdpersoon is Thomas Kuyper, een nogal schuchtere, sukkelachtige bioloog die verliefd wordt op een bibliothecaresse, Jenny Fortuyn. Als zijn vrouw een weekje weg is, gaat hij een paar keer met Jenny uit. Na een nachtelijke drinkpartij wijst ze Thomas af; ze wel alleen naar huis. De volgende dag blijkt ze verdwenen te zijn. Thomas is de eerste verdachte en de politie denkt zelfs te weten wat hij met het lijk gedaan heeft gedaan: ze is opgevreten door de hongerige ratten waarmee Thomas een experiment over kannibalisme uitvoert. Hij wort voorlopig gevangen gezet en zijn vrouw Leonie neemt de rol van speurder op zich. Ze wil Thomas' onschuld bewijzen. Leonie wil niet allen uitzoeken of Thomas de moord heeft gepleegd, maar ook - misschien vooral - of hij met Jenny naar bed is geweest. Daarmee is meteen een van de thema's in de "huwelijksroman" aangegeven: jaloezie. De jaloezie van Leonie wordt nog versterkt door het feit dat Jenny zich 2 keer heeft laten aborteren, en dat ze zelf geen kinderen kan krijgen. Die ongewenste kinderloosheid staat centraal. Het is een obsessie geworden voor Leonie, en daardoor ook voor Thomas. 't Hart laat hem bijvoorbeeld het volgende denken: "Zouden mensen die kinderen hebben of geen kinderen willen wel ooit kunnen begrijpen dat je, als je geen voorbehoedmiddelen hoeft te gebruiken, maar moet vrijen terwille van het nageslacht, daarvan zo'n afschuw kan krijgen dat je niet meer met je vrouw naar bed wilt?" Kinderen, Kinderloosheid ,kindermoord, het is voortdurend aan de orde in de kroongetuige. In het laboratorium van Thomas worden pasgeboren ratten aan schildpadden opgevoerd en er wordt een experiment gedaan met een rhesusaapje dat direct na de geboorte bij zijn moeder wordt weggehaald. Tijdens haar speurtocht komt Leonie ook in het plaatselijke Vrouwenhuis terecht, en daar wordt juist een discussie over postnatale depressie gehouden. Het laatste deel speelt zich vlak achter Kerstmis, "dat feest dat speciaal uitgevonden leek om mensen te kwellen die met heel hun verstand en al hun kracht naar een geboorte verlangen die nooit komen zou". De verbindingslijn tussen de roman en de thriller is duidelijk: Leonie kan geen kinderen krijgen, er ontstaat een verwijdering tussen haar en Thomas, en zij denkt dat hij daarom verliefd wordt op Jenny met alle gevolgen van dien. De speurtocht van Leonie is tegelijk een onderzoek naar de aard van haar relatie met Thomas.



MOTIEVEN

Er zijn 5 motieven in het verhaal:

- Het kind en alles wat er mee te maken heeft: Kinderloosheid, Kindermoord,…

- Spinnen waarvan Leonie zeer bang is

- Zwarte vogels die een donkere periode aankondigen

- klassieke muziek

- witte laarsjes: Jenny niet dood


Boekbeschrijving & Titel
- De titel komt uit een tekst van Nietzsche die in het boek gelezen wordt door Leonie, hij schrijft :"Zijn niet de meeste huwelijken van dien aard dat men geen derde als kroongetuige wenst? En juist deze derde ontbreekt vrijwel nooit - het kind - en dat is meer dan een kroongetuige, namelijk de zondebok." Het kind wordt hier dus kroongetuige genoemd en Leonie kan geen kinderen krijgen.

- Tijdens de rechtszaak noemt Leonie zichzelf de kroongetuige omdat zij weet waar het lijk zich bevind.

- De kroongetuige van de rechtszaak, de oude man die recht tegenover het laboratorium woont, zegt iets, dit blijkt fout te zijn (Thomas kan namelijk geen auto rijden), en trekt daarna zijn woorden terug in wat waardoor hij als kroongetuige niet echt geloofwaardig overkomt.


Opbouw
Er wordt spanning verkregen doordat je niet weet of Thomas onschuldig is. Samen met Leonie ontdek je nieuwe dingen. Er is dus intellectuele spanning. Alleen in het begin van het boek weet je meer dan Leonie omdat je Thomas ' laatste ontmoeting met Jenny meemaakte (bv. Thomas had ruzie met Jenny. Nadat Leonie die feiten ook achterhaalt heeft staat de lezer gelijk).

Het boek is net een detectiveverhaal. Je zoekt naar de dader en de (on)schuld van Thomas. De auteur zet je steeds op het verkeerde been. Net als je denkt dat Leonie alles opgelost heeft, komen er andere elementen die terug vragen oproepen (Leonie denk dat ze het lijk van Jenny gevonden heeft maar op het einde van het boek weten we dat het de vrouw van Robert is). Pas op de laatste bladzijden weet wat er echt gebeurt is. Toch blijf je nog met vragen zitten, want het boek heeft een open einde (bv.: Je weet niet zeker dat Jenny en Robert het land zijn uitgevlucht).


Literatuur geschiedenis
Maarten 't Hart is geboren te Maassluis in Zeeuws-Vlaanderen op 25 november 1944. Hij is de oudste zoon van Paulus 't Hart en Magdalena Van der Giessen. Er was zoals bij vele gezinnen in die tijd lichte armoede. Hij leerde gemakkelijk en kwam moeiteloos door de lagere school en de HBS. Vanaf zijn lagere school valt het op dat Maarten 't Hart een dwarskop is. Hij heeft zeer weinig contact met klasgenoten.
Hij is een natuurliefhebber en dit komt in een groot deel van zijn romans en verhalen naar voor. Hij werd streng protestants opgevoed want zijn vader las elke avond voor uit de bijbel, wat hem een grote bijbelkennis opleverde. Door deze opvoeding kreeg hij een afkeer van het rooms-katholicisme.

In 1962 ging hij biologie studeren aan de Rijksuniversiteit te Leiden, zijn tweede keuze, want voor de studie Nederlands werd hij niet toegelaten omdat hij geen gymnasiumdiploma had.

In het najaar van 1962 verhuisde hij naar zijn oom en tante in Leiderdorp. Op zijn kamertje las hij zeer veel boeken; zijn lievelingsauteurs zijn : Bordewijk, Dickens en Thomas Mann. In deze tijd las hij ook boeken van Nietzsche en dit betekende de doodsteek van zijn geloof.

Op 10 maart 1966, de trouwdag van koningin Beatrix, leerde hij zijn vrouw Hanneke van den Muyzenberg kennen. Zij trouwden op 14 juli 1967.

Na het doctoraal examen in 1968 vervulde hij zijn militaire dienstplicht als wetenschappelijk onderzoeker tot eind 1969.

Vanaf 1 januari 1970 is hij als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Rijksuniversiteit te Leiden, waar hij op 16 november 1978 de doctorsgraad in de biologie behaalde.

Maarten 't Hart had altijd graag een vrouw willen zijn, hij verkleedde zich vroeger soms als vrouw en gaf zich uit onder de namen Maartje en Martine 't Hart, maar nu doet hij dit niet meer. Het schrijven begon reeds op jonge leeftijd : op zijn twaalfde schreef hij een jongensroman "Drie Vrienden", in zijn puberteit wou hij poëzie schrijven doch zijn stijl kwam niet overeen met de in deze periode geliefde poëzie van de vijftigers, zodat hij ermee stopte.

Door zijn vrouw die Sanskriet heeft gestudeerd, kwam hij veel in contact met sprookjes, maar daarmee had hij reeds problemen in de kinderjaren want een verhaal moet volgens hem min of meer waar gebeurd kunnen zijn.

Begin 1971 schreef hij zijn eerste roman "Stenen voor een ransuil", in 1973 schreef hij "Ik had een wapenbroeder", beiden met als thema homoseksualiteit, dit alles nadat hij in zijn legerdienst bepaalde gevoelens had voor een medesoldaat.

In de lente en de zomer van 1971 schreef hij zijn bekendste en best verkochte werk "Een vlucht regenwulpen". Dit is evenwel pas in 1978 uitgebracht omdat hij het te persoonlijk vond.

Omdat zijn werken niet zo goed verkochten, begon hij verhalen te schrijven zoals "Het vrome volk"(1974) wat direct bekroond werd met de Multatuliprijs. Het is pas met de verhalenbundel "Mammoet op zondag" (1977) dat hij doorbrak bij het grote publiek.

Het is de vraag of "Een vlucht regenwulpen" net zo goed verkocht zou hebben als het vóór "Mammoet op zondag" uitgebracht zou zijn.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen