U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Hersenschimmen.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/922 en is laatst upgedate op 05/11/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2228 woorden.

Auteur

J. Berlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman)



Titel

Hersenschimmen



Verschenen in

1e druk, 1984



Aantal bladzijden

166



Genre

Psychologische roman.



Mijn verwachtingen vooraf van het boek Hersenschimmen

Dit boek heb ik gekozen omdat mijn broer het een keer gelezen heeft en hij het een goed boek vond, en mijn oma heeft het boek thuis in de kast staan en zij vond het ook heel indrukwekkend. Toen ik de lijst zag, was dit het eerste boek dat ik zag en dat heb ik toen meteen gekozen. Ik denk dat het een treurig boek is. Ik heb er vooraf nog niet zo heel veel over gelezen, maar dat vind ik ook leuker, anders ga je het boek al lezen met een bepaald vooroordeel. Ik denk ook dat het een beetje onduidelijk boek is, omdat het gaat over iemand die aan het dementeren is. Ik denk dat het daarom een beetje onduidelijk en vaag is. Van de schrijver heb ik nog nooit iets gelezen, dus heb ik ook geen idee wat zijn stijl is of dat er bepaalde thema's steeds terugkomen. Ik heb er wel zin in om te lezen.



Mijn eerste reactie na het lezen van het boek

Ik vond het een erg aangrijpend boek. Het was erg treurig om te lezen hoe Maarten steeds verder geïsoleerd raakt en het verdriet van Vera om Maarten. Soms moest ik ook wel lachen, bijvoorbeeld als die buurjongen, William, langskomt en Maarten wel een paar keer vraagt hoe het met zijn hondje Kiss gaat, terwijl het hondje al dood is. Bij sommige stukjes moet je wel goed nadenken wat er echt gebeurt, vooral op het laatst als hij in een verpleeghuis zit.



Samenvatting

Maarten Klein staat voor het raam en verbaast zich erover dat de schoolkinderen er nog niet zijn. Dankzij zijn vrouw realiseert hij zich dat het zondag is. Vervolgens bestudeert hij de thermometer die vroeger van zijn vader was. Hij mijmert over de weersnoteringen die zijn vader vroeger gewoon was te doen en dit tot zijn dood (hij werd 74 jaar) volhield zonder de illusie te hebben dat hij er een systeem in zou ontdekken. Maarten realiseert zich dat hij de laatste tijd steeds vaker vergeetachtig wordt. Lezen gaat ook niet zo gemakkelijk meer als vroeger, hij mist de concentratie. Zijn gedachten dwalen terug naar vroeger en hij handelt ook alsof hij in het verleden leeft. Vera brengt hem weer naar de alledaagse werkelijkheid. Midden in de nacht staat hij op en kleedt zich aan, totdat hij zich realiseert wat hij doet. Als hij de volgende dag de hond Robert uitlaat en in een bar wat drinkt, ziet hij in het meisje aan de tap degene met wie hij voor het eerst vrijde. Plotseling meent hij naar een belangrijke IMCO- vergadering te moeten. Thuis moet hij nog de benodigde papieren halen, maar Vera is niet thuis en hij forceert de deur met een schroevendraaier. Hij denkt dat Vera naar de bibliotheek is waar ze altijd gewerkt heeft, maar is vergeten dat ze daar niet meer werkt. De plaats waar hij denkt dat de vergadering wordt gehouden, is een leegstaand vakantiehuis en dan realiseert hij zich dat hij in de war is. Vera is naar de dokter geweest en deze (dr. Eardly) raadt haar aan, samen met haar man aan de hand van hun fotoalbum zijn herinneringen te ordenen. Dokter Eardly komt ook langs en adviseert de fototherapie voort te zetten. Maarten dementeert steeds meer. Dingen die hij aan het begin van het verhaal nog weet, herinnert hij zich halverwege het boek niet meer. Aanvankelijk weet hij nog dat Graham Greens Our man in Havanna verfilmd is met Alec Guiness in de hoofdrol. Op blz. 72 kan hij zich daar totaal niets meer van herinneren. Met Robert mag hij van Vera en de dokter niet meer uit wandelen, omdat hij anders zal verdwalen. Steeds meer gaat hij op in zijn jeugdjaren; in Vera ziet hij soms zijn moeder. Als Vera weg moet, sluit ze alle ramen en deuren. Robert is echter nog buiten en Maarten slaat een raam in om de hond binnen te laten. Later moet William de ruit weer repareren. Maarten vraagt William steevast hoe het met diens hond gaat. De hond in kwestie, Kiss, is al jaren dood en William vindt het pijnlijk om steeds weer te zeggen dat Kiss niet meer leeft. Maar Vera is op een gegeven moment zover dat ze zegt: "Je weet toch dat hij altijd ruzie heeft met ónze hond." Vera accepteert, zij het met verdriet, dat ze Maarten aan het verliezen is. Als Maarten naast de WC plast en soms met injecties gekalmeerd moet worden, komt er een verzorgster in huis: Phil Taylor. Soms denkt Maarten dat Phil een vriendin van zijn dochter Kitty is. Daags daarop bevuilt hij zijn hele bed en zichzelf erbij. Vera en Phil stoppen hem in bad en Maarten gaat schuine verhalen vertellen. Terwijl hij zijn omgeving niet meer herkent, zwerft hij zonder jas door de duinen. De vuurtorenwachter pikt hem op in zijn jeep. Maarten denkt dat hij wordt meegenomen door de Amerikanen die Nederland komen bevrijden. Ook de dokter en de ambulancechauffeur ziet hij aan voor bevrijders. Dan neemt de ambulance hem mee naar de kliniek. Daarna is de schrijfstijl analoog aan het aftakelingsproces: korte zinnen, veel punten, onsamenhangende worden. Het einde heeft nog een lichtpuntje, als Vera hem komt vertellen dat het lente wordt. Maarten schijnt dit te begrijpen. De lente waar hij zo naar verlangd heeft, is toch gekomen, ook voor hem. Helaas kent het dementieproces in werkelijkheid geen hoopgevend einde.



Tijd en ruimte

Het aftakelingsproces van Maarten speelt zich in een medisch niet erg waarschijnlijk tijdsbestek van acht dagen af, vanaf de eerste tekenen van vergeetachtigheid tot en met de totale dementie die het noodzakelijk maakt Maarten in een inrichting op te nemen. Gewoonlijk duurt het dementeren veel langer. Het verhaal speelt in en rond het huis van Maarten en Vera aan de kust in Gloucester boven Boston in de U.S.A. Met opzet heeft de schrijver deze locatie gekozen. Maarten valt steeds meer terug op zijn jeugd en de taal van zijn jeugd, zodat de Amerikaanse omgeving extra vervreemdend werkt.



De wijze van vertellen

Het onderwerp brengt zoveel gevoel met zich mee, dat Bernlef een koele, vaak onderkoelde stijl gebruikt. Dat biedt de lezer ruimte voor zijn eigen gevoelens ten aanzien van dit met zoveel liefde gebrachte verhaal. Het verhaal wordt verteld door de ogen van Maarten, er is dus een ik-vertel situatie.



Spanning

Het boek zit redelijk ingewikkeld in elkaar. Het zit boordevol flashbacks, maar daardoor begrijp je het verhaal beter. Het boek is niet spannend, maar zo is het ook niet bedoeld. Je weet van tevoren al hoe het afloopt.



Thema en motieven

Het leven als fictie en onzekerheid zijn thema's die de basis van Bernlefs romanwereld vormen. Daarboven bevindt zich een laag van thema's en motieven die, direct of indirect, naar deze grondproblematiek verwijzen: de taal als middel om de werkelijkheid te ordenen en beheersen; Sneeuw, herfst/winter en het noorden als 'bewijzen' van het feit dat alles wat de mens in de werkelijkheid ziet, er grotendeels door hem zelf is ingelegd. Een derde grondthema is de dood, dat mede gestalte krijgt via de hiervoor genoemde leidmotieven. Veel meer wordt de doodsproblematiek echter uitgedrukt in de thema's vergeten en verdwijnen; ook herinneringen nemen, als complement van het vergeten, in Bernlefs werk een belangrijke plaats in. Als gevolg van de reductie waarin veel van Bernlefs personages terechtkomen heeft de interne structuur van vooral het latere werk (sinds 1973) de vorm van een trechter. Het motief Meeuwen vervult een contrasterende functie ten opzichte van de personages, en symboliseert de onbeperkte vrijheid. Ook honden bevinden zich in Bernlefs romans en verhalen doorgaans in een benijdenswaardiger positie dan de mensen; zij vallen niet ten prooi aan de totale verwarring en lijken het spoor nooit definitief bijster te zijn. De thematiek van vergeten en verdwijnen staat centraal in Hersenschimmen, dat voor alles dan ook een roman is over de (naderende) dood. Motieven die naar het verdwijnen verwijzen zijn: de foto's, de badkamerspiegel en de grote ruit in de woonkamer. Andere belangrijke thema's zijn desoriëntatie en depersonalisatie, in het kader waarvan de taal als thema een rol speelt.



Personages

De hoofdpersoon is 71-jarige Maarten Klein die uit Alkmaar afkomstig is, maar allang in Amerika woont. Tot zijn pensioen werkte hij bij het IMCO (Intergovernmental Maritime Consultative Organisation) waar hij notulen van vergaderingen maakte. Hij is al vijftig jaar samen met zijn vrouw Vera, die in het verhaal haar man kwijt raakt. Verder zijn er nog William, de buurjongen, die boodschappen komt brengen en klusjes in huis doet, dokter Eardly en Phil Taylor, de verzorgster van Maarten. De laatste drie zijn flat characters. Een rol speelt ook nog Robert, de hond van Maarten en Vera.



Titel, ondertitel en motto

Titel: Hersenschimmen. Maarten lijdt aan dementie. De schimmen in zijn hersens kunnen van alles zijn. Situaties en mensen uit het dagelijkse leven beginnen in schimmen te veranderen door de dementie. Uiteindelijk worden ook zijn herinneringen aan vroeger steeds vager en onduidelijker. Aan het einde van het boek bestaat zijn hele gedachtewereld uit niets anders dan schimmen. Het boek heeft geen ondertitel.

Motto: 'A touching dream to which we are lulled, but wake from separately' van Philip Larkin, afkomstig uit het gedicht 'The Building'.

Dit betekent: 'Een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd, en elk afzonderlijk uit wakker wordt'.

Dit motto slaat op de geestelijke afstand die begint te ontstaan tussen Maarten, die dement aan het worden is en zijn vrouw Vera; het leven staat in teken van de dood. Bernlef zelf vond het goed slaan op het feit dat het leven van een mens zich oplost in dooreenwarrelende herinneringen en bewustzijnflitsen. 'Als je terugkijkt naar het leven dan merk je een soort droom en is het doodgaan een soort ontwaken, althans die beeldspraak vond ik treffend'.



Over de schrijver

J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman, geboren in 1936 in het Noord-Hollandse Sint-Pancras en opgegroeid in Amsterdam en Haarlem. Na zijn H.B.S.-A is hij een half jaar student aan de Politiek-sociale Faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Gelijktijdig werkt hij in een boekwinkel. Tijdens zijn militaire dienst debuteert hij met het korte verhaal Mijn zusje Olga. Tussen 1958 en 1960 reist hij heen en weer tussen Zweden en Nederland. Hij schrijft Stenen Spoelen en Kokkels, voor beide werken krijgt hij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1959). Samen met G. Brands en K. Schippers richt hij het tijdschrift Barbarber op. Voor zijn dichtbundel Morene (1961) krijgt hij in 1962 de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam. Vanaf 1970 is Bernlef betrokken bij het toneel en worden er enkele toneelstukken van hem opgevoerd (Sterf de moord 1973, In verwachting 1974). In 1977 is hij een van de oprichters van het tijdschrift Raster. Hij publiceert nog enige romans: Sneeuw (1973), Meeuwen (1975), De man in het midden (1977), Onder ijsbergen (1981) en Hersenschimmen (1984). Voor zijn totale oeuvre krijgt Bernlef in 1984 de Constantijn Huygensprijs. Bernlef is zelf ook naar verpleeghuizen geweest voor dit verhaal.



Relatie tussen tekst en literatuurgeschiedenis

Ik kon geen relatie vinden tussen de tekst en literatuurgeschiedenis.



Relatie tussen tekst en maatschappelijke context

Dementie is iets wat vaak in de maatschappij voorkomt. Bijna iedereen krijgt er ooit wel eens mee te maken. Daarom is het ook zo realistisch.



Algemene beoordeling

Wanneer eind augustus 1984 Hersenschimmen verschijnt, zijn alle critici van mening dat deze roman van een heel ander gehalte is dan het vorige werk. Sommigen spreken zelfs van het beste boek dat Bernlef ooit schreef. Hoewel een enkeling wat moeite heeft met het gekozen perspectief, en dan vooral met de consequenties ervan voor het slot van de roman, wordt vooral de subtiele schrijfwijze geroemd. 'Het zou een goede zaak zijn als Bernlef met zijn tiende roman, misschien wel de beste die hij in een alweer 25-jarige loopbaan op zijn naam bracht, eindelijk eens uit de schaduw van de relatieve onbekendheid trad,' schrijft Jaap Goedegebuure tot slot van zijn recensie in De Haagse Post. 'Mogelijk kan een van de prijsgevende instanties die dit najaar de gebruikelijke potjes verdelen daar een -naar mijn mening verdiende- bijdrage toe leveren.'



Persoonlijke beoordeling

Ik vond het een erg aangrijpend boek. Het was realistisch, al moet ik wel zeggen dat het erg snel ging. Het taalgebruik was niet moeilijk en het verhaal was ook niet lastig. Als Maarten op het laatst in een verpleeghuis zit, wordt het verhaal verteld met korte zinnen die onduidelijk zijn, maar ik kon nog wel begrijpen wat er gebeurde. Wat ik een mooi stukje vind, is als Vera vertelt dat de lente eraan komt. Dat is het einde. Het gaat zo: 'Als het al dag is en good morning en iemand zegt… fluisterend…de stem van je vrouw en je luistert…je luistert met gesloten ogen…luistert alleen maar naar haar stem die fluistert…dat het raam is gemaakt…daar waar eerst die oude deur voor zat gespijkerd…dat daar nu weer glas zit…glas waar je doorheen kunt kijken…naar buiten…het bos in en de lente die bijna begint…zegt ze…fluistert ze…de lente die op het punt staat te beginnen… Ik vind dit mooi omdat Maarten een hekel had aan de winter, maar de lente komt eraan. Dus wordt het weer beter, maar Maarten zal nooit meer beter worden.



Met dank aan www.scholieren.com, www.internetcollege.nl en Analyse en samenvatting van literaire werken, door Bert Peene.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen