U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hella Haasse - Oeroeg.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=67 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3555 woorden.

Bibliografie
Jaartal eerste druk: 1948


Samenvatting
Het verhaal gaat over de vriendschap tussen de ik-figuur en Oeroeg. De ik-figuur is een zoon van een Nederlandse planters familie die een onderneming beheerden in Kebon Djati diep in het bergland van de Preanger. Oeroeg is een echte inlandse jongen, zoon van Sidris en Deppoh die als mandoer werkte bij de onderneming. De jongens zijn ongeveer even oud en omdat de ik-figuur enigs kind blijft trekt hij dagelijks veel met Oeroeg op. Het verhaal is een lange terugblik op dit samenzijn. Bij alles waar de ik-figuur aan moet denken in zijn jeugd komt automatisch het beeld van Oeroeg boven. Ze waren onafscheidelijk. De ik-figuur is kind aan huis bij Oeroeg's familie. De ik-figuur heeft weinig contacten met zijn ouders. Zijn moeder is ziekelijk en zijn vader is vaak weg. Het is zijn vader een doorn in het oog dat de ik-figuur zo slecht Nederlands spreekt. Er komt een medewerker van de onderneming, meneer Bollinger, om hem beter Nederlands te leren. Oeroeg wordt hier van buitengesloten, maar hij mag wel staan te luisteren. Oeroeg blijkt hier al erg leergierig. Tijdens een bezoek van gasten uit Batavia wordt er besloten om 's avonds een bezoek te brengen naar Telaga Hideung, het Zwarte Meer, een meer waar over geheimzinnige verhalen de ronde doen. De ik-figuur mag mee en ook Deppoh is ‚‚n van de begeleiders. Men gebruikt een oud vlot om over het meer te varen. De groep is echter veel te wild, waardoor er een stuk van het vlot afbreekt. De ik-figuur valt eraf en in een poging om hem te redden verdrinkt Deppoh, die verstrikt raakt in de vele waterplanten. Door dat Oeroeg's vader bij deze gebeurtenis overleden is, mag ook Oeroeg mee naar de lagere school in Soekaboemi, waar de jongens elke ochtend met de trein naar toe gaan, een trein met een echte stoomlok en met wagons zonder glas. In het begin van de middag komen ze dan weer terug. De herinneringen van de ik-figuur gaan in op de vele kleuren groen, geuren en het geklater van het water van de bergbeekjes. Omdat Oeroeg's moeder in een dienstwoning woonde, moet zij verhuizen, wat een behoorlijke achteruitgang betekent. De familie accepteert dit als normaal. Oeroeg's school bezoek maakt dat andere inlanders opmerkingen tegen hem gaan maken. Na de scheiding van de ouders van de ik-figuur komt hij bij Lida in Soekaboemi wonen, die voor hem zorgt. Als deze hoort van Oeroeg en wat die voor hem betekent mag die ook bij haar komen. Lida is ongehuwd en beheert een pension. Oeroeg's vorderingen vallen haar op en zij vindt dat hij verder moet leren. Als de ik-figuur naar de HBS in Batavia gaat komt hij daar in een internaat. Lida verkoopt haar pension en begint een nieuw in Batavia. Zij betaalt de kosten voor de MULO van Oeroeg. Zij hoopt dat hij later arts zal worden. In Batavia groeien de jongens een beetje uit elkaar. Oeroeg krijgt een paar andere vrienden erbij, waardoor het op school minder met hem gaat. Op voorspraak van Lida mag hij ook op het internaat komen, waardoor er meer controle op hem is. Op het internaat zitten voornamelijk kinderen van Europese ouders en een enkele zoon van een inlandse regent. Oeroeg past hier niet tussen. Op de MULO heeft hij minder problemen: daar zitten vooral halfbloeden. Alleen de ik-figuur gaat op voet van gelijkheid met Oeroeg om. Na de MULO gaat Oeroeg inderdaad voor arts leren in Soerabaja, aanvankelijk met een beurs, maar later weer op kosten van Lida. In Soerabaja krijgt Oeroeg politieke interesses, waardoor hij zich keert tegen de Europese overheersing en het dom houden van de man in de dessa. Als de ik-figuur hem daar een keer opzoekt krijgt hij alle argumenten over zich heen. Zelf heeft hij daar nog nooit over nagedacht. Oeroeg, die nooit erg aardig voor Lida was geweest en altijd alle zorgen van haar voor hem maar voor gewoon had aangenomen, blijkt nu trots te zijn op haar: ze werkt in een inlands ziekenhuis als verpleegster en leert Javaans. De ik-figuur gaat voor zijn ingenieursopleiding naar Delft, waar hij tijdens de tweede wereldoorlog studeert. Na zijn studie neemt hij een baan in zijn geboorteland en gaat terug. Dit gaat samen met het begin van de politionele acties, omdat er opstanden waren uitgebroken. Tijdens een bezoek aan zijn geboortestreek komen alle herinneringen weer boven. Ook gaat hij weer naar dat geheimzinnige meer Telaga Hideung. Opeens staat er een inlandse strijder voor hem, waarin hij Oeroeg meent te herkennen. Het enige wat deze tot hem zegt is Ga weg, je hebt hier niets te zoeken'. Oeroeg verdwijnt en de ik-figuur blijft met lege handen achter. Hij komt tot de conclusie dat Oeroeg net is als het meer: Ik kende hem als een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.'


Vertel situatie
Men stelt hier twee soorten vertellers vast. De eerste komt voor in bladzijde 5 en 122 laatste alinea. Dit is de verteller op hogere leeftijd die dit verhaal verteld. Dit is dus een achterafvertellende ik-verteller.

Citaat 1

OEROEG WAS MIJN VRIEND. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering gelijk aan een van die toverplaatjes die we vroeger plachten te kopen, drie voor een dubbeltje: geelachtig glanzende stukjes met lijm bestreken papier, waarover men een potlood krassen moest, totdat de verborgen voorstelling aan het daglicht kwam. Zó komt ook Oeroeg tot me terug, wanneer ik me verdiep in het verleden. (blz. 5 r. 1-10)

Uit dit citaat blijkt dat de verteller zich niet in de tijd waarin het hoofdverhaal zich afspeelt, bevindt. Er is sprake van een raamvertelling. Verder zien we dat de verteller meteen warm draait met het vertellen van de details rond de toverplaatjes. Na het verhaal keren we weer terug in het kader van het verhaal.

Citaat 2

Ik heb niets anders willen doen dan een verslag neerschrijven van onze gezamenlijk doorgebrachte jeugd. Ik heb het beeld van die jaren willen vastleggen, die nu zo spoorloos voorbij zijn als waren zij niet meer geweest dan rook in de wind. (blz. 122 r. 11-15)

Dit is ook een achterafvertellende ik-verteller. Hij wil het objectief brengen, maar het is toch subjectief, omdat hij toch niet alle gedachten kent. De verteller gebruikt geen enkele directe rede. Alleen op bladzijde 120:

Citaat 3

Hij hief zijn wapen. 'Ik ben niet alleen,' zei ik, ........
'Ga weg', zei hij in het Soendanees,'ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets te maken.' ........
'Luister...' begon ik, maar hij onderbrak mij, met drift in zijn stem: 'Ga weg. Je hebt hier niets te maken.' ........
'Ga weg,' herhaalde hij, ten overvloede.
(blz. 120 r7-blz. 121 r.7)

De functie van dit raamvertelling is het combineren van de afstandelijkheid van de achterafvertellende ik-verteller van het venster, die neerkijkt op zijn levensjaren en de redelijk intieme achterafvertellende ik-verteller van het raam.


Personages
Hoofdpersonen

De hoofdpersoon is de ik. Maar er zijn maar weinig kenmerken van hem bekend. Hij is de zoon van een administrateur op onderneming Kebon Djati. Maar het lijkt me veel interessanter en verstandiger, dieper in de gaan op de personage van Oeroeg. Het hele boek draait om hem. Hij wordt beschreven door de ik-figuur.

Citaat 4

Oeroeg was mijn vriend. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering ... (blz. 5 r.1-4)

Oeroeg was dus een grote vriend van de ik-figuur. Ze zijn beide op de onderneming geboren Ze waren onafscheidelijk. Oeroeg was de oudste zoon van de mandoer.

Uiterlijk
Citaat 5

Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener, met zijn gespierd mager lichaam. De lijn die van zijn schouderbladen neerliep tot naar zijn smalle, opzij wat afgeplatte heupen, had al dezelfde nonchalante soepelheid die waar te nemen viel bij de opgeschoten knapen en jonge mannen, werkend op fabrieksterrein en sawa's. Met zijn lenige tenen kromgetrokken, balanceerde hij ineengedoken op stenen en boomtakken, zekerder van zijn houding dan ik, en sneller reagerend bij verlies van evenwicht. (blz.10 r.17-blz.11 r.2)

Accepteert het leven zoals het hem wordt aangeboden. Door zijn opleiding komt hij tussen de klassen van de Europeanen en de gewone dessa werker (theeplukker) te staan. In Soerabaja merkt hij dat ook de Javaan invloed moet kunnen uitoefenen. Alle vriendschap ten opzichte van anderen wordt hieraan ondergeschikt: hij is minder vriendelijk tegenover de ik-figuur en wordt meer trots op Lida.



Bijpersonen

De vader van de ik-figuur
Een strenge hard werkende man, die weinig contact heeft met zijn zoon. Elke beslissing over een vervolgopleiding betekent een schok voor de ik-figuur, omdat ze steeds een scheiding met Oeroeg zouden gaan betekenen.

De moeder van de ik-figuur
Is ziekelijk en verveelt zich. Ze is namelijk de enige Hollandse vrouw op de onderneming. Na een affaire met de hr. Bollinger, leraar beschaafd nederlands van de ik-figuur, scheidt zij van haar man. Zij vertrekt naar Europa en woont daar in Nice.

Eugeni
De tweede vrouw van de vader van de ik-figuur. Zij regelt het hele huishouden. Als ze kinderen krijgt moet de ik-figuur het huis uit, naar Lida.

Deppoh
Vader van Oeroeg, mansoer op de onderneming. Tijdens het bezoek aan het meer merkt de ik-figuur dat Deppoh het uitgelaten gedrag van de Europese gasten afkeurt. Hij verdrinkt in het meer Telaga Hideung als hij de ik-figuur redden wil.

Sidris
Moeder van Oeroeg, verzorgt een groot gezin waar ook een opa en een nichtje bij horen. Ze woont in steeds slechtere omstandigheden en heeft ook steeds minder contact met Oeroeg. Ze accepteert dit als onoverkomelijk.



SAMENHANG PERSONAGES

In het verhaal spelen enerzijds de Nederlanders en anderzijds de inlanders een rol. De Nederlanders zijn op het eiland de baas en dit laten ze ook blijken. De inlanders werken voor de Nederlanders. De Nederlanders onderdrukken de inlanders. Ze worden voor stom versleten. Ze hebben ook minder rechten. De ik-figuur heeft een tijdloos-kolonie gedachte. Hij denkt dat alle moeilijkheden maar tijdelijk zijn. Dit is natuurlijk heel strijdig met de gedachte van Oeroeg, die zich wil bevrijden van de onderdrukking.


Thematiek
MOTIEVEN

Vriendschap

Er is een vriendschap tussen Oeroeg en de ik-figuur. Als van kind af aan zijn ze bevriend.

Citaat 6
Twee jaren na mijn geboorte had mijn moeder een miskraam en daarna bleek zij onvruchtbaar. Misschien bleef daarom Oeroeg zo uitsluitend mijn speelmakker, hoewel Sidris het ene kind na het andere kreeg. (Blz. 8 r. 16-19)

Citaat 7
'Je komt veel te kort, op deze manier.' Ik zette me schrap bij de wastafel. 'Ik wil niet naar Holland,' stootte ik uit. De verhalen van Gerard flitsten mij door het hoofd: regen en kou, bedompte kamers, saaie stadsstraten. 'Ik wil hier blijven,' herhaalde ik, 'en Oeroeg...' Mijn vader onderbrak me met een ongeduldige beweging. 'Oeroeg, Oeroeg,' zei hij, 'altijd Oeroeg. Je zult ééns zonder Oeroeg moeten. Die vriendschap duurt me al lang genoeg. Ga je nooit om met jongens uit je klas?' (Blz. 56 r.7-16)

De vader van de ik-figuur wil niet dat de ik-figuur een vriendschap heeft met Oeroeg. Dit is, volgens de vader, slecht voor zijn opvoeding.
De moeder van de ik-figuur ziet de vriendschap meer als een verlichting:

Citaat 8
Mijn moeder liet dit alles rustig op zijn beloop - pas veel later begreep ik dat de vriendschap tussen Oeroeg en mij voor haar een verlichting betekende. (Blz. 37 r. 9-12)

De vriendschap is dus voor de moeder en waarschijnlijk ook de vader een verlichting geweest, maar zij keurden het niet goed.
Als de ik-figuur en Oeroeg naar Batavia gaan, groeien ze uit elkaar:

Citaat 9
In die tijd scheen ik minder contact met Oeroeg te hebben dan vroeger. Van de puberteitsproblemen waarmee ik worstelde, was bij hem niets te merken. Ik voelde mij, bij hem vergeleken, groen en onnozel. (Blz. 84 r.10-16)

Verder krijgt de ik-figuur geen nieuwe vrienden in het internaat waar hij zit.

Citaat 10
Dat in deze dorre atmosfeer weinig positiefs tot bloei kon komen, spreekt vanzelf. De opgekropte gemoederen wisten zich van tijd tot tijd te luchten in vlagen van baldadigheid en geforceerde vuilbekkerij. Van werkelijke vriendschap onder de jongens was over het algemeen geen sprake. Er vormden zich, gedurende iedere cursus, min of meer blijvende combinaties, maar dat was alles. Ik voelde me, een paar uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, niet tot mijn huisgenoten aangetrokken. Ik had mijn aandeel in de streken en in het heimelijke gesmoes, maar verder liet de hele boel me koud. (Blz. 79 r.17-blz. 80 r.3)

Dan komt ook Oeroeg naar het internaat:

Citaat 11
Hij was brutaal en ongezeglijk, overtrad de bepalingen betreffende de uitgaansuren, en sloot zich af, ook voor mij. Geleidelijk drong het tot me door dat deze houding niet alleen uit vrijheidsdrang en verzet ontsprong, maar voor een groot gedeelte te herleiden was tot Oeroegs verlangen om indruk op de andere jongens, omdat hij wist dat zij alleen door dergelijke bewijzen van branie te winnen waren. (Blz. 94 r.20-blz.952)

Citaat 12
Waarschijnlijk was het ook in deze tijd dat de verwijdering tussen Oeroeg en mij begon te onstaan. (Blz. 96 r.24-blz. 97 r.1)

Oeroeg heeft namelijk Abdullah Haroedin, een jongen van Arabische afkomst, ontmoet.

Citaat 13
Zijn gevoel voor humor was nauw verwant aan dat van Oeroeg - zij deelden een gedachtenwereld waar ik mij, naarmate ik ouder werd, verder van scheen te verwijderen. (Blz. 97 r.17-20)

Citaat 14
Maar voor ik naar Holland vertrok, ging ik wel naar Soerabaja, om afscheid te nemen van Oeroeg en Lida. (Blz. 106 r2-4)

Oeroeg heeft het alleen over gelijkgezinden en over 'er is nog veel te doen'. De ik-figuur snapt het niet.

Citaat 15
In de aangrenzende kamer hoorde ik Oeroeg en Abdullah gedempt praten. De scheiding tussen hun wereld en de mijne was volkomen. (Blz. 113 r.3-5)

Citaat 3
Hij hief zijn wapen. 'Ik ben niet alleen,' zei ik, ........
'Ga weg', zei hij in het Soendanees,'ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets te maken.' ........
'Luister...' begon ik, maar hij onderbrak mij, met drift in zijn stem: 'Ga weg. Je hebt hier niets te maken.' ........
'Ga weg,' herhaalde hij, ten overvloede.
(blz. 120 r7-blz. 121 r.7)

Van vriendschap is in het geheel geen sprake meer. Hij is afgelopen.. Vriendschap geeft de ik-figuur zelfvertrouwen. Hij heeft Oeroeg nodig. Het is een levensbehoefte voor de ik-figuur. Vriendschap is een verhaalmotief, omdat het ook buiten het verhaal een diepere betekenis heeft.

Telaga Hideung

Telaga Hideung is een meer in de bergen. Er hangt een geheimzinnige sfeer rond dit meer. Het zijn vooral de inlanders die de verhalen over de boze geesten geloven.

Citaat 16
Na de rijsttafel, toen allen bijeen waren in de binnengalerij - ik zat onopgemerkt op de grond naast de grammofoonkast - stelde een van de gasten voor een rit te maken naar Telaga Hideung, het Zwarte Meer, dat hogerop in de bergen lag. Bij het horen van die naam begon mijn hart te kloppen. In de fantasieën van Oeroeg en mij speelde het bergmeer een grote rol; dit kwam hoofdzakelijk door de geheimzinnige verhalen die erover in omloop waren. Telaga Hideung, diep in het oerwoud, was een verzamelplaats van boze geesten en zielen van gestorvenen; Nènèh Kombel woonde er, vampier in de gedaante van een oude vrouw, die op dode kinderen loert. (Blz. 21 r.1-12)

Citaat 17
Het kwam me voor dat de anderen, met hun lawaai en stoeipartijen, het gevaar van dit rijk vol demonen niet beseften. (Blz. 25 r.5-7)

Citaat 18
Wij liepen door het maanlicht naar de oever van het meer. Een gevoel van teleurstelling bekroop me. Ik vond niet de immense zwarte watervlakte van mijn dromen, maar een poel, een plas bijna, aan alle kanten omsloten door recht omhoogstijgende bergwanden, dicht begroeid met oerwoud. ...... Het meer leek op de glanzende bodem van een vaas, die de vorm van een afgeknotte kegel had. Waterplanten dreven op de oppervlakte, vooral langs de oevers. Het loof en de lianen van sommige bomen hingen neer tot in het water. (Blz. 26 r.23-blz.27 r.9)

Bij het meer aangekomen gaan ze op een vlot. De mannen gaan zwemmen.

Citaat 19
'Waterplanten,'zei hij bij wijze van verklaring tegen mij. 'Alleen rondom het vlot is het goed baden. De waterplanten vangen een mens en houden hem vast, zodat hij verdrinkt. Ik ken Telaga Hideung.' (Blz. 29 r. 13-17)

Citaat 20
Daarna begonnen zij, in een dolle bui, haasje-over te springen en elkaar te achtervolgen, rondom de zitplaats van de vrouwen. De planken vloer kraakte, het hele vlot waggelde en dreunde. Deppoh riep: 'Pas op! De bamboe is oud!' maar niemand luisterde naar hem. Mijnheer Bollinger, die de anderen wilde jonassen, vluchtte naar het paviljoentje en klom op het platte dak. Mijn vader en de twee gasten volgden hem. De vrouwen riepen aanmoedigen. Deze jacht boeide mij, en ik liep om het huisje heen tot aan de uiterste rand van het vlot, om te zien hoe mijnheer Bollinger zou ontsnappen. Meer weet ik niet. Er was een geluid van scheurende bamboe, verward gegil klonk rondom en ik viel voorover in ijskoude duisternis. ........ . -'En - Deppoh?' vroeg ik, terwijl het voorgevoel van iets verschrikkelijks mijn hart deed bonzen. 'Deppoh is vastgeraakt in de waterplanten,' zei mijn vader langzaam en zacht, als hoopte hij dat ik het niet zou horen. 'Deppoh is dood.' Een grotere ramp had mij niet kunnen treffen. (Blz. 29 r.24-blz. 31 r.18)

Telaga Hideung is de plek waar Deppoh, de vader van Oeroeg verdrinkt.

Citaat 21
Ik herkende de plek, waar het zijpad naar Telaga Hideung in de wildernis verborgen moest liggen en vroeg de anderen te stoppen. Na de lange rit was oponthoud hun welkom. Onder een voorwendsel wist ik me van hen te verwijderen en weg te kuiken tussen de bomen. .... . Ook het meer, spiegelend zwart, de waterplanten en de windrimpelingen over de oppervlakte, hervond ik onveranderd. .... . Er viel een schaduw naast mij op de grond. Ik draaide mij om en zag een inlander staan, in vuile kaki shorts, met een hoorddoek van kainstof slordig geknoopt om zijn verwarde haar. Hij keek mij aan, met felle, en toch blinde blik, en beduidde mij dat ik mijn handen moest heffen voor de dreiging van zijn revolver. 'Oeroeg,' zei ik, halfluid. (Blz. 118 r.3-blz. 119 r.20)

Op dezelfde plek verliest de ik-figuur definitief Oeroeg. Telaga Hideung is dus een plaats van dood. Tenminste als men de beëindiging van de vriendschap ook 'dood' noemt.
Telega Hideung is een leidmotief, omdat het buiten het verhaal geen verdere betekenis heeft. Verder is het tastbaart.

Eenzaamheid

Eenzaamheid speelt een grote rol in het leven van de ik-figuur. Zijn enigste vriend is Oeroeg. Maar deze verwijdert zich langzaam van de ik-figuur. Natuurlijk wordt dit aspect nader belicht bij het eerste motief, vriendschap, maar ik vind dat men ook vriendschap kan verliezen zonder in een isolement te geraken.

Citaat 4
Oeroeg was mijn vriend. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering ... (blz. 5 r.1-4)

Citaat 10
Dat in deze dorre atmosfeer weinig positiefs tot bloei kon komen, spreekt vanzelf. De opgekropte gemoederen wisten zich van tijd tot tijd te luchten in vlagen van baldadigheid en geforceerde vuilbekkerij. Van werkelijke vriendschap onder de jongens was over het algemeen geen sprake. Er vormden zich, gedurende iedere cursus, min of meer blijvende combinaties, maar dat was alles. Ik voelde me, een paar uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, niet tot mijn huisgenoten aangetrokken. Ik had mijn aandeel in de streken en in het heimelijke gesmoes, maar verder liet de hele boel me koud. (Blz. 79 r.17-blz. 80 r.3)

Deze citaten geven het bewijs dat de ik-figuur verder geen vrienden krijgt. Verder is het zo dat zijn moeder naar Europa vertrekt en zijn vader op reis gaat. Hij heeft dus niemand meer. Het motief van de eenzaamheid versterkt het motief van de vriendschap. Het symboliseert het leven zonder Oeroeg.



THEMA

Citaat 22
Kebon Djati is een herinnering, ook het internaat, en Lida; Abdullah en ik gaan elkaar zwijgend voorbij, en Oeroeg zal ik nooit meer ontmoeten. Het is overbodig toe te geven dat ik hem niet begreep. Ik kende hem, zoals ik Telaga Hideung kende - een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit. Is het te laat? Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond vanwaar ik niet verplant wil zijn? De tijd zal het leren. (Blz. 122 r. 16-24)

Als mensen elkaar niet kennen, begrijpen ze elkaar niet en kunnen ze geen vriendschap hebben. De ik-figuur kende Oeroeg oppervlakkig. (Zie citaat hierboven) Daarom is de vriendschap ook afgelopen. Telaga Hideung is het symbool voor de oppervlakkigheid van de vriendschap.

Het thema is:
Men heeft vriendschap nodig. Zonder vriendschap valt men in een isolement. Vriendschap kan niet bestaan zonder kennis van elkaar. Daarom moet men elkaar beter leren kennen.


Recensies
(Haasse, Hella S.; Oeroeg. Uit De Gooi- en Eemlander van 6 juni 1992. Verder zie kopie)

Ik kon geen recensies van het boek vinden. Deze zijn zeer zeldzaam, omdat het boek anoniem als Boekenweekgeschenk is uitgegeven. Daarom heb ik maar gebruik gemaakt van een recensie over de film. Er zijn een aantal verschillen. Zo wordt in de film de vader van de ik-figuur vermoord.

Citaat 23
Oeroeg is een van de bekendste romans uit de Nederlandse literatuur.

Dit is een oordeel over traditie/vernieuwing, omdat het aangeeft dat het een van de bekendste is, uit een reeks romans.

Citaat 24
Ook omdat het zo makkelijk leesbaar is en lekker dun, ontbreekt het werk op vrijwel geen enkele lijst van middelbare scholieren.

Dit is een oordeel over de stijl. Makkelijk leesbaar is een stijl.

Citaat 25
Het is zo mooi dat men het boek in het kader geplaatst heeft van de politionele acties.

Dit is een mimetisch/realistisch oordeel. Doordat het boek in dit kader geplaatst is, is het boek realistischer.

Citaat 26
De tijd zou er rijp voor moeten zijn om dat taboe eindelijk eens te doorbreken.

Dit is een moreel argument, omdat het ingaat op de ethiek.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen