U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Leonie Ossowski - Stern Ohne Himmel.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/103 en is laatst upgedate op 25/04/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1471 woorden.

Titel

Stern ohne Himmel



Schrijver

Dit boek is geschreven door de schrijfster Leonie Ossowski. Het boek is uitgegeven in het jaar 1978. De schrijfster is van Duitse nationaliteit.



Genre

Roman



Opbouw

Ingedeeld in 7 hoofdstukken.



Samenvatting

De tweede wereldoorlog loopt op z'n eind en er is chaos en onrust in het land, de Russen rukken in het oosten van Duitsland op en veel Duitsers proberen te vluchten.

Ook mevrouw Nagold, zij was vrouw van een kostschoolleraar en verzorgde de kinderen en hielp in de keuken, wilde vluchten. Meneer Nagold was aan het repeteren met het zangkoor van het schooltje. Hij was eerst soldaat, maar kreeg in de oorlog een ongeluk met z'n been, waardoor hij niet verder kon vechten als soldaat (één been werd geamputeerd en hij kreeg een beenprothese). Jähde was z'n vroegere collega en was nu de nieuwe rector van de kostschool. Meneer Nagold wist niets van de vluchtplannen van zijn vrouw, toen hij thuiskwam schrok hij van de bende en probeerde hij zijn in paniek geraakte vrouw te troosten.

Aan de maaltijden namen de vluchtelingen deel. Jähde lette erop dat er zoveel mogelijk vluchtelingen in z'n kostschool kwamen eten. Aan de tafel zaten ook kinderen, waaronder Antek, hij was de grootste van het stel. De zestienjarige jongen wilde meevechten met de hitlerjeugd. Maar Nogold wilde hem niet wegsturen, omdat hij onmisbaar was in het koor. Hij mocht geen soldaat worden.

Aan tafel zat hij met vrienden, Paule, Willi en Zick genaamd. Die waren van plan om na het eten weer naar de verwoeste kelder te gaan. Antek wilde eerst Ruth (zijn vriendin) halen en gaf daarom de sleutel aan Willi. Ruth woonde bij Kimmisch (haar opa), de vroegere rector van de school. Hij was gevangen genomen vanwege politieke onbetrouwbaarheid. Toen hij teruggekeerde naar zijn oorspronkelijke dorp kreeg hij een oud verwoest huis met twee kamers en een keuken toegewezen.

De drie jongens die al op weg waren naar de ruïne, maakten ruzie over de sleutel. Paule had hem afgepakt van Willi en stiekum een afdruk gemaakt in een stuk was, want dat zou volgens hem nog wel eens handig kunnen zijn. Willi pakte de sleutel snel terug.

Ze gingen met z'n allen naar binnen. Ook omdat er binnen nog wat te eten was. Want ze stierven allemaal van de honger. Toen ze in de kelder aan het eten waren, hoorden ze plotseling iemand aankomen. Ze ruimden snel alles op en verstopten zich. Toen zagen ze een jongen aanlopen en ze  probeerden hem te pakken. Het bleek een jood te zijn. Ze wisten even niet wat ze konden doen. Antek stelde de jongen een paar vragen. De jood heette Abiram en hij was z'n ouders al verloren. Hijzelf was gevlucht uit een concentratiekamp.

De jongens moesten gaan repeteren in de school, ze waren eigenlijk al te laat. Ze sloten Abiram op en gingen er snel vandoor. Ruth ging ook mee, maar ze had wel medelijden met de jood en zou hem proberen te helpen.

De jongens kwamen te laat binnen en Nagold probeerde erachter te komen hoe dat kwam, maar de jongens zeiden niets. Nagold besloot maar gewoon te beginnen met de koorrepetitie. Na de repetitie kwamen de jongens weer bij elkaar om te bespreken wat ze met de jood zouden kunnen doen. Ze besloten hem tijdelijk te verschuilen en te verzorgen. Willi was het er niet mee eens, hij was zo sterk vergiftigd door de rassehaat en discipline waarmee hij was opgevoed, hij wilde Abiram het liefste aangeven.



Jähde begon het door te krijgen dat de jongens buiten schooltijd stiekem dingen deden. Hij dacht dat de jongens samenwerkten met Kimmisch. Jähde had die man nooit echt gemogen. Mede daardoor liet Jähde het huis van Kimmisch doorzoeken. Toen werd hij gearresteerd en tijdelijk opgesloten, omdat hij muziek had gemaakt (dat deed hij ook voor zangkoor) die niet door de regering was toegestaan.

De Russen waren ondertussen nog verder binnengedrongen, omdat opnieuw een doorbraak was gelukt.

De jongens gingen weer naar hun schuilplaats toe, omdat ze honger hadden, maar ook omdat ze wilden weten hoe het met Abiram was. De jood zat nog steeds opgesloten. Willi deed gelijk onredelijk tegen hem, omdat hij had geleerd dat je joden minderwaardig moest behandelen. Antek vond dat onrechtvaardig en werd boos op Willi, die pikte het niet. Hij liep weg en deed de deur op slot. Antek, Paule, Zick en Abiram zaten nu opgesloten. Antek schreeuwde nog naar Willi, maar dat was tevergeefs. Ze zaten te treuren, want Willi zou hen natuurlijk gaan verraden. Toen liep Paule trots naar de deur, en liet de sleutel zien die hij zelf van z'n afdruk in was had gemaakt (hij was namelijk erg technisch en kon goed met metalen omgaan). Gelukkig kregen ze de deur gewoon open en konden de jongens vluchten, voor Abiram zochten ze een veilig onderkomen.

Willi was ondertussen naar blokleider Feller gegaan om te vertellen dat z'n vrienden een jood probeerden te verschuilen. Feller nam Willi niet serieus, maar ging toch mee. Toen ze later voor een lege ruimte stonden, raakte Willi in de war. Feller was woedend, dat hij voor niets was meegekomen, maar toen hij het eten zag dat er nog lag, werd hij rustiger. Hij nam zoveel mogelijk voedsel mee als hij kon, want ook hij stierf van de honger.

's Nachts werden de jongens midden in de nacht wakker gemaakt door Willi. Die probeerde  erachter te komen waar ze de jood hadden verstopt. De jongens trokken niets van hem aan, waardoor hij wel kon huilen van woede.

De volgende dag werd de school weer klaargemaakt voor een nieuwe groep vluchtelingen. Ruth wist niet waar de jongens Abiram verstopt hadden. Ze ging op zoek. Toen ze later weer terug naar school liep zag ze bovenin de stadstoren iets bewegen. Ze rende snel naar de stadstoren toe. Ze liep naar boven en zag daar Abiram op de grond liggen. Ze praatte even met hem, maar moest toen snel weer weg. Toen ze op school kwam, vertelden haar vrienden dat er een zoekactie was begonnen naar de jood. Kimmisch die hiervan ook op de hoogte was gekomen ging snel naar de jood toe, om hem te beschermen. Hij was echter al gevlucht. De jongens hadden hem meegenomen naar de school en hem op zolder verstopt. Antek wist even geen raad en hij ging naar Nagold toe. Die vertelde hij het hele verhaal. Nagold wist ook niet goed wat hij moest doen. Mevrouw Nagold die ook te weten kwam dat er een jood verstopt zat in de school, ging gelijk naar rector Jähde toe. Jähde pakte zijn pistool en ging er vandoor. Hij kwam Willi tegen, die kreeg het bevel om de jood te zoeken. Willi gehoorzaamde, beloofde de jood te vinden en liep snel naar buiten het schoolplein op.

De sirenes begonnen plotseling te loeien. Iedereen rende naar de stadsbunker toe. Ook Kimmisch en de jongens (waaronder Abiram). Op straat werd geschoten en er klonken bominslagen overal in de stad. Willi liep nog steeds buiten naar Abiram te zoeken. Er klonken schoten en Willi viel op de grond. Jähde was ook nog aan het zoeken. Hij kwam Nagold tegen. Nagold pakte zijn pistool af en gooide die weg. Jähde werd bang en rende samen met Nagold de overvolle stadsbunker in. Willi lag  dood op straat. Uren later werd het pas weer rustiger buiten. De mensen liepen naar buiten, de oorlog was afgelopen en er was vrede.



Hoofdpersoon

Antek is de hoofdpersoon in dit verhaal, hij is de wijste en de oudste van de groep, onderneemt het meeste actie en neemt verstandige besluiten. Hij heeft een goed karakter, hij wilde de jood ook niet aangeven, maar helpen.



De hoofdpersoon (Antek) bevindt zich in een erg moeilijke situatie, want eigenlijk wilde hij zich bij de Hitlerjeugd aansluiten, om mee te vechten voor zijn land. Maar aan de andere kant verbrak hij de wet om een jood (Abiram) te helpen, waarvan het leven op het spel stond.



Tijd

Het verhaal speelt zich af aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, de Russen rukken op in Duitsland en de spanningen namen toe (dus rond het jaar 1945). Ook heeft men het in het verhaal vaak over het einde van de oorlog (dat in zicht was).



Realisme

Het verhaal is waarschijnlijk niet echt gebeurd, maar het geeft wel heel duidelijk aan hoe de situatie was zo aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland.



Thema

De eenzaamheid van een gevangene



Mening

Het verhaal spreekt mij wel aan, omdat je meeleeft met de personen die in het verhaal speelden en omdat het boek wel spannend/boeiend geschreven is, wat het een stuk leuker maakt om het te lezen.



Ik zou best nog wel een boek willen lezen van deze schrijfster, want dit boek was wel leuk geschreven, maar niet weer over de oorlog, maar over wat anders.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen