U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Betoog - Begrotingsoverschot.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=136 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 824 woorden.

Nederlands Betoog Het Begrotingsoverschot





Ik zal vandaag een betoog gaan houden over “Het begrotingsoverschot” waarbij ik het vooral ga hebben over wat we met het begrotingsoverschot moeten doen. Eerst zal ik iedereen zo even op de hoogte brengen van de relevante feiten en kennis betreffende het begrotingsoverschot.





Begrotingsoverschot:


Voor het eerst sinds 1950 werd de rijksbegroting ingediend met een begrotingsoverschot van 0,7% (BBP) Al werd in 1999 het jaar afgesloten met 1% (BBP) en in 2000 werd het jaar ook met een begrotingsoverschot afgesloten maar deze overschotten waarin van te voren niet begroot, men ging nog uit van een tekort.





Het is natuurlijk mooi dat we een begrotingsoverschot hebben maar wat moeten we daar nou mee doen? Dat is dus de grote vraag en die ga ik hier ook beantwoorden.





Er zijn twee mogelijkheden waarover gediscussieerd wordt. Aflossing van de staatsschuld of meer geld voor de zorg en het onderwijs. Maar hoe komen we eigenlijk aan de staatsschuld?





Het begin van deze enorme staatsschuld werd in 1973 gecreerd. Het toenmalige kabinet Den Uyl heeft alle mogelijkheden aangegrepen om de collectieve uitgaven op te voeren. Hiervoor was meer geld nodig dan we hadden dus er werd flink geleend. Het kabinet Van Agt/Wiegel dat vanaf 1977 regeerde deed vervolgens niets aan de staatsschuld en liet bovendien het financieringstekort oplopen tot boven de 10%.





Er werd pas bezuinigd in 1982 toen de coalitie van de VVD en CDA onder leiding van Lubbers 30 miljard aan bezuinigingsplannen had. Dit bezuinigingsprogramma voerde hij door totdat in 1989 het kabinet Lubbers/Kok aan de macht kwam. Ook zij gingen bezuinigen en dat was nog steeds de oorzaak van het financiële wanbeleid van de kabinetten Den Uyl en Van Agt/Wiegel.





Daarna kwam, in 1994, het eerste paarse kabinet wederom onder leiding van Wim Kok. Er moest achtien miljard bezuinigd worden, maar nu begint er schot in de zaak te komen want het financieringstekort nadert voor het eerst in 26 jaar de nul.





Nu hebben we dus, sinds 1998, een tweede paars kabinet waarin we nu zelfs een begrotingsoverschot van 0,7% hebben. Het feit dat we nu een overschot hebben komt door meevallende inkomsten. Het Centraal Planbureau noemt als oorzaken voor deze meevallende inkomsten omvangrijke autoverkopen waardoor de overheid extra BTW en BPM (autobelasting) ontvangt. Bovendien krijgt de overheid als gevolg van de hoge huizenprijzen meer overdrachtsbelasting binnen, de gasbaten zijn hoog en door de uitbundige groei van de werkgelegenheid zijn er meevallers in de sociale zekerheid.








Nu zijn de partijen in de tweede kamer het er niet mee eens wat er met dat overschot moet gebeuren, sommigen willen aflossing van de staatsschuld en anderen willen geld voor zorg en onderwijs.





Zo willen de PVDA en D66 meer geld voor onderwijs en de zorg. De VVD wil echter meer geld voor de aflossing van de staatsschuld, maar wat is nou het beste?





Het beste is aflossing van de staatsschuld, we hebben nu een staatsschuld van 501 miljard. Dit jaar zal deze afnemen tot 499 miljard doordat er 21 miljard extra naar de staatsschuld gaat, uit deze gegevens blijkt dat de staatsschuld anders weer met 19 miljard naar 520 miljard omhoog was gegaan. Wij betalen over die 501 miljard 27,4 miljard rente. Dat is bijna evenveel als de 5 kleinste ministeries bij elkaar krijgen. Als de staatsschuld afgelost is houden we dus 27,4 miljard per jaar over!!! Alleen het geld dat we nu aflossen aan de staatsschuld kunnen we niet meteen aan de zorg en aan onderwijs besteden. En daar is een grote behoefte aan geld, denk maar aan de lange wachtlijsten en het tekort aan leraren.





Waarom dan toch het geld aan de staatsschuld besteden? Heel simpel, je kan niet van geleend geld leven. Dat kan privé ook niet, als jij een auto wilt kopen en je moet daarvoor lenen dan moet jij over dat bedrag rente betalen, als dat goed lukt maar dan wil je daarbij nog een nieuw huis kopen dan kun je omdat je daarvoor ook weer een lening moet sluiten waarover je hypotheek moet betalen je rente voor de autolening niet meer betalen. Omdat je dat toch moet betalen moet je om de rente te kunnen betalen weer lenen waarover je ook weer rente moet betalen waardoor de rente nog hoger wordt waardoor je weer meer moet lenen enz. enz. Zo kom je dus in een vicieuze cirkel waar je nooit meer uit komt.





Ook van belang is dat als we niets aflossen de staatsschuld in 2025 weer zal oplopen door de stijgende kosten van de bejaardenzorg en de pensioenen. In 1960 was 18% van de bevolking ouder dan 65 jaar maar in 2025 nadert dat percentage de 40%. En om de samenleving in 2025 niet de last te laten dragen die we in de jaren ’70 hebben opgebouwd moeten we nu de staatsschuld gaan aflossen.





De oplossing is dus meer geld voor onderwijs en zorg dóór de staatsschuld af te lossen want zo krijgen we extra geld vrij.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen