U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Eclips.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/905 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 418 woorden.

J. Bernlef (????-????), “Eclips”.

Uitgeverij Querido, Amsterdam.

1e en 2e druk 1993.

168 pagina’s



Op de kaft is een foto van het Electro® -spel afgebeeld. Dit heeft te maken met het feit dat het Electro® -spelmotief een belangrijke rol speelt in het verhaal.



Ik heb dit boek gekozen omdat we het in de klas hebben besproken en dit onderwerp was voor mij nieuw dus ik dacht: “Eens proberen.”



Het boek is ingedeeld in zeven ongetitelde, met gewone cijfers genummerde hoofdstukken.



Het verhaal wordt gepresenteerd in de ik-vertelsituatie. het verhaal wordt in de tegenwoordige tijd verteld en daardoor wordt het verhaal levendiger. Het tijdsverloop is chronologisch met soms een soort flashback: dat is wanneer de hoofdpersoon zich iets herinnert van vroeger Het verhaal speelt zich af in de buurt van Heemstede en Koog aan de Zaan in deze tijd.



Op weg naar een oud-collega krijgt Kees Zomer een black-out en rijdt een sloot in. Als hij uit de sloot kruipt is het alsof de wereld rechts van hem is verdwenen. Dan staat hij plotseling voor een kantoorgebouw. Hij ziet een bewaker, maar omdat hij niet kan zeggen wat hij denkt, begrijpt die hem niet en stuurt Zomer weg. hij komt bij een volkstuintjescomplex en brengt daar de nacht door. De volgende dag vindt hij een transistorradiootje en door de muziek (van Haydn) herinnert hij zich zijn naam weer. hij gaat verder en vlakbij een bouwterrein ziet hij een keet die als cafetaria is ingericht. Een zwerver die daar zit, Toos koopt wat broodjes voor hem en neemt hem mee naar een huis in aanbouw met stromend water. Zij kleedt zich voor hem uit, maar dat doet kees niets. De volgende dag gaan ze weg voordat de bouwvakkers komen. Eerst gaan ze naar een kantorencomplex om in de vuilnisbakken te zoeken. Daarna gaan ze naar een vuilnisbelt en daar vindt Toos een Singer naaimachine. Ze gaat zo snel mogelijk naar de stad om hem te verkopen. Kees blijft alleen achter. Dan komen er twee mannen aan. Eén van hen stopt allemaal nummerborden onder het vuilnis. Als ze Kees zien nemen ze hem mee naar huis en hij woont dan een aantal dagen bij hen op een autokerkhof. Hij mag vrij rondlopen omdat hij toch niet kan praten. Op een nacht moet hij met de twee mannen mee om op de uitkijk te staan bij een diefstal van een automotor bij een boer. De inbraak verloopt succesvol en als ze terugrijden naar huis word Kees uit de Auto gesmeten.




Het electro®-spelmotief viel mij op omdat dat een belangrijke rol speelt en een aantal malen wordt genoemd. Ook het motief van vervreemding heb ik kunnen ontdekken.



Het verhaal gaat over iemand die door een black-out zijn geheugen en het vermogen om te zeggen wat je denkt kwijtraakt, maar die langzaam maar zeker weer terugwint.



Ik vind het een goed onderwerp voor een boek omdat er eigenlijk maar heel weinig bekend is over de werking van de hersenen, en in dit verhaal worden er steeds een soort suggesties gedaan hoe het zou kunnen zijn.



De hoofdpersoon is Kees Zomer, een normale man van middelbare leeftijd met een vrouw en een zoon. Zijn gedachten worden uitvoerig beschreven; hij beschrijft ook de personen die hij tegenkomt. Dat hij zonder er een mening aan te geven: hij geeft alleen de feiten weer. Van de andere personen worden bijna geen gevoelens of gedachten weergegeven.



Ik vind het taalgebruik duidelijk, maar wel een beetje ouderwets. Daardoor is het moeilijker je in te leven in het verhaal alsof het in deze tijd is gebeurd. Het taalgebruik wordt ineens heel leuk als Kees iemand tegenkomt en iets probeert te zeggen: veel moeilijke worden in een super-onlogisch verband.



Ik denk dat het niet zo moeilijk is om dit boek te schrijven omdat het niet zo moeilijk in elkaar zit. De stukken waarin Kees probeert te praten als het niet lukt zijn denk ik wel moeilijk te verzinnen.



Het onderwerp is goed voor een boek. Alleen het verhaal is een beetje saai. Als Kees in aanraking komt met andere mensen dan is het boek wel heel leuk, alleen hij is ook een groot deel van het boek alleen en dan is het verhaal saai. Ook door het ouderwetse taalgebruik krijg je het gevoel dat Kees een oude (saaie) man is. Het verhaal is wel leuk vanaf het moment dat Kees Fielemieg tegenkwam, omdat je vanaf dat moment goed merkte dat Kees “terugkwam”. Wat ook wel heel leuk is, is dat de mensen die hij tegenkomt altijd buiten de maatschappij geplaatsten zijn met elk hun eigen grappige trekjes.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen